Kurt von Schleicher (1882–1934) was een Duitse generaal en politicus die in de laatste fase van de Weimarrepubliek een rol speelde in de relatie tussen leger, presidentschap en regering. Als vertrouweling van Paul von Hindenburg werkte hij mee aan de opbouw van presidentiële kabinetten en werd hij op 3 december 1932 zelf rijkskanselier. Zijn loopbaan laat zien hoe militaire invloed, noodverordeningen en partijstrijd het parlementaire stelsel in Duitsland verzwakten.
Vroege leven en opleiding
Familie en jeugd
Kurt Ferdinand Friedrich Hermann von Schleicher werd op 7 april 1882 geboren in Brandenburg an der Havel. Hij was de zoon van de Pruisische officier Hermann Friedrich Ferdinand von Schleicher en van Magdalena Heyn, die uit een welgestelde Oost-Pruisische redersfamilie kwam. Hij groeide op in een milieu waarin militaire dienst en staatsdienst als vanzelfsprekend golden. In 1931 trouwde hij met Elisabeth von Hennigs, de dochter van de Pruisische generaal Victor von Hennigs.
Kadettenopleiding en eerste functies
Zijn militaire vorming begon aan de Hauptkadettenanstalt in Lichterfelde, waar hij van 1896 tot 1900 werd opgeleid. Op 22 maart 1900 werd hij benoemd tot Leutnant en geplaatst bij het 3e Garde-Regiment te voet. In deze omgeving legde hij contacten met officieren die later een vaste plaats kregen in de Duitse legerleiding, onder wie Oskar von Hindenburg, Kurt von Hammerstein-Equord en Erich von Manstein. Tussen 1906 en 1909 diende hij als adjudant bij het fuselierbataljon van zijn regiment.
Opleiding voor de generale staf
Na zijn bevordering tot Oberleutnant op 18 oktober 1909 volgde Schleicher onderwijs aan de Pruisische Militaire Academie. Daar leerde hij Franz von Papen kennen, met wie hij later opnieuw zou samenwerken in de politiek. Na zijn afronding van de opleiding werd hij op 24 september 1913 toegevoegd aan de Duitse Generale Staf. Op eigen verzoek ging hij naar de spoorwegafdeling, waar luitenant-kolonel Wilhelm Groener zijn directe chef en belangrijkste beschermheer werd. Op 18 december 1913 volgde zijn bevordering tot Hauptmann.
Deelname aan de Eerste Wereldoorlog
Stafwerk en oorlogsadministratie
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd Schleicher ingezet bij de Generale Staf van het Opperbevel van het leger. Tijdens de Slag om Verdun schreef hij een memorandum waarin hij kritiek uitte op oorlogswinstbejag in delen van de industrie. Dat stuk trok de aandacht in politieke kring en bereikte ook SPD-leider Friedrich Ebert. Van november 1916 tot mei 1917 werkte Schleicher in het Kriegsamt onder Groener, waar hij betrokken was bij de organisatie van de oorlogseconomie.
Dienst aan het front en de overgang van 1918
Zijn enige directe frontfunctie vervulde hij van 23 mei tot midden augustus 1917 als chef-staf van de 237e Divisie aan het Oostfront tijdens het Kerenski-offensief. Daarna keerde hij terug naar het Opperbevel. Op 15 juli 1918 werd hij bevorderd tot Major. Toen Groener eind oktober 1918 de feitelijke leiding van het leger op zich nam, werd Schleicher een van zijn vaste medewerkers. Daardoor kwam hij terecht op het snijvlak van militaire leiding en burgerlijk bestuur in de weken van de Duitse nederlaag en revolutie.
Interbellum: van Reichswehr tot kanselier
Revolutie, Reichswehr en vroege Weimarjaren
Na de Novemberrevolutie van 1918 verkeerde het Duitse leger in een onzekere positie. In december 1918 trad Schleicher namens de legerleiding op in de contacten met Friedrich Ebert. Hij drong aan op ruimte voor militair optreden tegen de Spartakusbeweging en speelde mee in de onderhandelingen die leidden tot het Ebert-Groener-pact. In ruil voor steun aan de nieuwe regering behield de Reichswehr een grote mate van zelfstandigheid. Begin 1919 werkte Schleicher ook mee aan de vorming van vrijkorpsen tegen linkse opstanden.
Geheime samenwerking en omzeiling van Versailles
In de vroege jaren twintig werd Schleicher een vertrouweling van Hans von Seeckt. Binnen de Reichswehr kreeg hij opdrachten die verband hielden met het omzeilen van de militaire beperkingen van het Verdrag van Versailles. Hij werkte mee aan de geheime samenwerking met de Sovjet-Unie via Sondergruppe R en aan constructies waarbij Duitse middelen en technische kennis naar de Sovjet-wapenindustrie gingen. Daarnaast was hij betrokken bij de zogenoemde Zwarte Reichswehr, een illegale opbouw van troepen achter de façade van arbeidscommando’s.
Opkomst in het Reichswehrministerium
Schleichers macht groeide vooral in de tweede helft van de jaren twintig. Na de val van Seeckt in 1926 nam zijn invloed in het Reichswehrministerium verder toe. Hij werd eerst Oberst en in 1929 Generalmajor en chef van het Ministeramt. Dat bureau was bedoeld voor afstemming tussen leger, marine, ministers en politieke instellingen, maar Schleicher gebruikte het veel ruimer. Daardoor werd hij de voornaamste politieke contactpersoon van de Reichswehr en de officier die het vaakst optrad in het verkeer tussen legerleiding en burgerlijk bestuur.
Presidentiële kabinetten en de weg naar autoritaire politiek
Samen met Groener, Otto Meißner en Oskar von Hindenburg werkte Schleicher aan een bestuursvorm die minder afhankelijk was van vaste meerderheden in de Rijksdag. Daarbij stonden de artikelen 25, 48 en 53 van de Weimar-grondwet centraal: ontbinding van de Rijksdag, regeren via noodverordeningen en benoeming van de kanselier door de president. In 1930 droeg Schleicher bij aan de val van de regering-Müller en aan de benoeming van Heinrich Brüning. Daarmee begon een fase waarin de parlementaire besluitvorming steeds vaker werd omzeild.
Contacten met de NSDAP en de SA
Vanaf 1930 zag Schleicher in de NSDAP een massapartij die hij in zijn machtsstrategie tegen links en tegen het bestaande parlementaire evenwicht wilde betrekken. Hij onderhield vanaf eind 1930 geheime contacten met SA-leider Ernst Röhm en veranderde in januari 1931 de regels zodat nationaalsocialisten in militaire depots en arsenalen konden werken. In maart 1931 bereikte hij met Röhm een geheime afspraak voor samenwerking in een noodsituatie. Zijn uitgangspunt was dat de nazi’s via regeringsdeelname of nauwe binding aan de staat zouden kunnen worden beteugeld.
Breuk met Brüning en Groener
Die strategie botste met het beleid van Brüning en Groener. Toen Groener op 13 april 1932 de SA en SS verbood, zag Schleicher zijn eigen koers ondermijnd. Hij werkte vervolgens aan het verlies van vertrouwen in beide mannen bij Hindenburg. In mei 1932 dwong hij Groener tot aftreden en hielp hij mee aan de val van Brüning. Tegelijk verkreeg hij van Hitler de toezegging dat een nieuwe regering parlementair zou worden geduld als er nieuwe verkiezingen kwamen en het verbod op SA en SS werd opgeheven.
Papen, de Pruisische staatsgreep en het ministerie van Defensie
Na de val van Brüning werd Franz von Papen kanselier en Schleicher minister van Defensie. Het nieuwe kabinet ontbond de Rijksdag en hief het verbod op SA en SS op, waarna het politieke geweld opnieuw toenam. Op 20 juli 1932 speelde Schleicher een hoofdrol bij de afzetting van de gekozen Pruisische regering van Otto Braun, de zogeheten Pruisische staatsgreep. Daarbij werd met beroep op noodbevoegdheden het bestuur van de grootste Duitse deelstaat onder rijkscontrole geplaatst, een vergaande ingreep in het federale en parlementaire bestel.
Van Papen naar het kanselierschap
Na de verkiezingen van juli 1932 was de NSDAP de grootste partij, maar Hitler kreeg in augustus geen kanselierschap van Hindenburg. Papen bleef daardoor politiek zwak. Toen zijn kabinet in september een motie van wantrouwen verloor en ook de verkiezingen van november geen uitweg brachten, wilde Papen verdergaan met een autoritaire koers en desnoods met krijgsrecht regeren. Schleicher liet daarop een militair planspel presenteren waaruit zou blijken dat de Reichswehr een brede binnenlandse confrontatie niet aankon. Papen trad af, waarna Hindenburg Schleicher op 3 december 1932 tot rijkskanselier benoemde.
Het kabinet-Schleicher
Als kanselier probeerde Schleicher zijn regering een bredere basis te geven zonder de controle uit handen te geven. Hij rekende op verdeeldheid binnen de NSDAP, op steun van vakbonden voor werkgelegenheidsbeleid en op bereidheid van conservatieve groepen om een presidentieel kabinet te dulden. Zijn regering zette een programma voor openbare werken in gang om de massawerkloosheid te bestrijden. In het buitenland legde hij de nadruk op militaire gelijkberechtiging op de ontwapeningsconferentie, met als doel de beperkingen van Versailles terug te dringen. Tegelijk bleef hij afhankelijk van Hindenburg en beschikte hij niet over een stabiele meerderheid in de Rijksdag, waardoor zijn speelruimte klein bleef.
Gregor Strasser en de mislukte machtsbasis
In december 1932 onderhandelde Schleicher met Gregor Strasser, de leider van de meer sociaal georiënteerde vleugel binnen de NSDAP. Hij hoopte daarmee ofwel de partij te splijten, ofwel Hitler ertoe te dwingen zijn eis van het kanselierschap te laten varen. In de geschiedschrijving bestaat verschil van inzicht over de vraag of Schleicher werkelijk een brede Querfront wilde vormen of vooral politieke drukmiddelen zocht. In de praktijk liep het plan vast, omdat Hitler Strasser binnen de partij isoleerde en de NSDAP bijeen wist te houden.
De val in januari 1933
Schleichers positie verzwakte in januari 1933 verder door conflicten over landbouwtarieven, groeiend wantrouwen bij Hindenburg en het werk van Papen achter de schermen. Een tactische fout was dat hij geen langere schorsing van de Rijksdag wist af te dwingen, terwijl zijn arbeidsprogramma pas later resultaat kon geven. Toen Hindenburg op 28 januari 1933 weigerde opnieuw tot ontbinding en noodmacht over te gaan, diende Schleicher zijn ontslag in. Twee dagen later benoemde Hindenburg Adolf Hitler tot rijkskanselier.
Na de oorlog
Laatste maanden in de marge van de macht
Na zijn aftreden trok Schleicher zich terug uit het openbare politieke leven. Zijn opvolger Werner von Blomberg verwijderde in 1933 verschillende officieren die tot Schleichers kring hadden behoord, waardoor zijn machtsbasis in het leger snel kleiner werd. Schleicher verhuisde met zijn vrouw Elisabeth naar Neubabelsberg bij Potsdam. Vanuit die positie volgde hij de ontwikkelingen wel, vooral de spanningen tussen Hitler, de legerleiding en SA-chef Ernst Röhm, maar hij bekleedde geen openbaar ambt meer.
Moord tijdens de Nacht van de Lange Messen
Op 30 juni 1934 werd Schleicher in zijn woning in Neubabelsberg samen met zijn vrouw door leden van het nazi-apparaat neergeschoten. Volgens latere reconstructies identificeerde hij zichzelf aan de deur, waarna direct werd geschoten. Elisabeth von Schleicher raakte eveneens dodelijk gewond en overleed onderweg naar het ziekenhuis. De officiële lezing van het regime stelde dat Schleicher betrokken was bij verraad en samenzwering, maar die beschuldigingen zijn later niet met overtuigend bewijs onderbouwd. Zijn dood viel binnen de bredere zuivering die bekendstaat als de Nacht van de Lange Messen.
Rehabilitatie in legerkringen
Na de moord probeerden enkele hoge officieren, onder wie August von Mackensen en Kurt von Hammerstein-Equord, zijn naam te zuiveren. In 1935 werd in legerkringen erkend dat zijn dood niet het gevolg was van een rechtmatige staatsmaatregel. Openbare rehabilitatie bleef onder het naziregime beperkt, maar binnen de krijgsmacht was duidelijk dat de aanklacht van hoogverraad niet overtuigde. Daarmee kreeg zijn levensloop ook een tweede betekenis: niet alleen als voorbeeld van de uitholling van de Weimarrepubliek, maar ook van de rechteloosheid die onder Hitler snel werd ingevoerd.
Militaire Rangen
Schleichers loopbaan verliep via een gestage reeks bevorderingen binnen het Pruisische en later Duitse leger. Hij werd Leutnant in 1900, Oberleutnant in 1909, Hauptmann in 1913 en Major in 1918. Daarna volgden Oberstleutnant in 1924, Oberst in 1926 en Generalmajor in 1929. In de laatste fase van de Weimarrepubliek bereikte hij vervolgens de rang van Generalleutnant en daarna die van General der Infanterie, kort voordat hij minister van Defensie en vervolgens rijkskanselier werd.
Conclusie
Kurt von Schleicher behoorde tot de officieren die in de Weimarrepubliek de grens tussen militaire leiding en politiek bestuur steeds verder verlegden. Hij probeerde de positie van de Reichswehr veilig te stellen via presidentiële kabinetten, noodverordeningen en gecontroleerde samenwerking met de NSDAP. Daarmee wilde hij de staat bestuurbaar maken buiten vaste parlementaire meerderheden om. In de praktijk droeg die koers bij aan de verzwakking van het constitutionele stelsel dat hij wilde beheersen.
Zijn korte kanselierschap maakte duidelijk dat persoonlijke invloed, contacten aan het hof van Hindenburg en steun binnen delen van het leger geen vervanging waren voor een stabiele politieke basis. Schleicher onderschatte Hitlers greep op de NSDAP en overschatte zijn eigen vermogen om met intrige, druk en institutionele noodmiddelen een uitweg te vinden. Na zijn aftreden bleef hij voor het naziregime een ongewenste oud-machtsdrager. Zijn moord in 1934 sloot de fase af waarin conservatieve elites nog dachten het nieuwe bewind te kunnen sturen.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Bundesarchiv, Bild 136-B0228 / CC-BY-SA 3.0, CC BY-SA 3.0 DE, via Wikimedia Commons
- Barth, R. en Friederichs, H. The Gravediggers – the last winter of the Weimar Republic. Profile Books Ltd. ISBN 978-1-78816-072-8.
- Braun, Bernd (2011). Die Reichskanzler der Weimarer Republik. Zwölf Lebensläufe in Bildern. Düsseldorf. ISBN 978-3-7700-5308-7.
- Broszat, Martin (1987). Kurt von Schleicher. In: Wilhelm von Sternburg (Hrsg.). Die deutschen Kanzler von Bismarck bis Schmidt. Frankfurt am Main: Fischer-Taschenbuch Verlag. ISBN 3-596-24383-1.
- Cairns, John C.; Shirer, William L. (1961). The Rise and Fall of the Third Reich. International Journal, 16 (2), 188. DOI 10.2307/40198487. ISSN 0020-7020. JSTOR 40198487.
- Geyer, Michael (1983). Etudes in Political History: Reichswehr, NSDAP and the Seizure of Power. In: Peter Stachura (red.). The Nazi Machtergreifung. London: Allen & Unwin. ISBN 978-0-04-943026-6.
- Gritschneder, Otto (1993). „Der Führer“ hat sie zum Tode verurteilt. Hitlers Röhm-Putsch-Morde vor Gericht. München: Beck. ISBN 3-406-37651-7.
- Gruchmann, Lothar (2001). Justiz im Dritten Reich 1933–1940. Anpassung und Unterwerfung in der Ära Gürtner. München: Oldenbourg. ISBN 3-486-53833-0.
- Hayes, Peter (1980). “A Question Mark with Epaulettes”? Kurt von Schleicher and Weimar Politics. The Journal of Modern History, 52 (1), 35–65. DOI 10.1086/242047. ISSN 0022-2801. JSTOR 1877954. S2CID 143462072.
- Kellerhoff, Sven Felix (2024). «Röhm-Putsch!» 1934. Hitlers erste Mordaktion. Freiburg im Breisgau: Herder. ISBN 978-3-451-39896-4.
- Kershaw, Ian (1998). Hitler: 1889–1936: Hubris. New York: Norton. ISBN 9780393320350.
- Kilian, Jürgen (2016). „Wir wollen die geistige Führung der Armee übernehmen.“ Die informelle Gruppe von Generalstabsoffizieren um Joachim von Stülpnagel, Friedrich Wilhelm von Willisen und Kurt von Schleicher. In: Gundula Gahlen, Daniel M. Segesser en Carmen Winkel (Hrsg.). Geheime Netzwerke im Militär 1700–1945. Paderborn. ISBN 978-3-506-77781-2.
- Macdonogh, Giles (2001). The Last Kaiser: William the Impetuous. London: Weidenfeld & Nicolson. ISBN 978-1-84212-478-9.
- Orth, Rainer (2012). Der SD-Mann Johannes Schmidt. Der Mörder des Reichskanzlers Kurt von Schleicher? Marburg: Tectum. ISBN 978-3-8288-2872-8.
- Plehwe, Friedrich-Karl (1983). Reichskanzler Kurt von Schleicher. Weimars letzte Chance gegen Hitler. Esslingen: Bechtle. ISBN 3-7628-0425-7.
- Plehwe, Friedrich-Karl (1990). Reichskanzler Kurt von Schleicher. Weimars letzte Chance gegen Hitler. Berlin: Ullstein. ISBN 3-548-33122-X.
- Pyta, Wolfram (1998). Verfassungsumbau, Staatsnotstand und Querfront. Schleichers Versuche zur Fernhaltung Hitlers von der Reichskanzlerschaft August 1932 bis Januar 1933. In: Wolfram Pyta en Ludwig Richter (Hrsg.). Gestaltungskraft des Politischen. Festschrift für Eberhard Kolb. Berlin: Duncker & Humblot. ISBN 978-3-428-08761-7.
- Pyta, Wolfram (2007). Schleicher, Kurt von. Neue Deutsche Biographie, Band 23. Berlin: Duncker & Humblot. ISBN 978-3-428-11204-3.
- Schildt, Axel (1981). Militärdiktatur mit Massenbasis? Die Querfrontkonzeption der Reichswehrführung um General Kurt von Schleicher am Ende der Weimarer Republik. Frankfurt am Main: Campus. ISBN 3-593-32958-1.
- Strenge, Irene (2006). Kurt von Schleicher. Politik im Reichswehrministerium am Ende der Weimarer Republik. Berlin: Duncker und Humblot. ISBN 3-428-12112-0.
- Turner, Henry Ashby (1996). Hitler’s Thirty Days to Power: January 1933. Reading, MA: Addison-Wesley. ISBN 978-0-20140-714-3.
- Turner, Henry Ashby (2008). The Myth of Chancellor Von Schleicher’s Querfront Strategy. Central European History, 41 (4), 673–681. DOI 10.1017/S0008938908000885. ISSN 0008-9389. JSTOR 20457400. S2CID 146641485.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946









