Sturmabteilung (SA): Paramilitaire Macht in Nazi-Duitsland

De Sturmabteilung, meestal afgekort tot SA, was de eerste grote paramilitaire organisatie van de NSDAP. Vanaf 1921 trad zij op als ordedienst, straatmilitie en middel tot politieke intimidatie. In de laatste jaren van de Weimarrepubliek groeide de SA uit tot een massabeweging, maar in 1934 werd haar leiding door Hitler uitgeschakeld en verloor de organisatie haar centrale positie.

Ontstaan van de SA

De SA ontstond in een politiek klimaat waarin partijbijeenkomsten vaak uitliepen op vechtpartijen en verstoringen. In München gebruikte de jonge NSDAP eerst losse groepen oud-militairen en trouwe aanhangers om vergaderingen te beveiligen en tegenstanders uit de zaal te verwijderen. Daarna kreeg deze praktijk een vastere vorm. In 1921 werd de organisatie officieel onder de naam Sturmabteilung verbonden aan de partij. Formeel presenteerde men haar soms als sport- of gymnastiekafdeling, maar in de praktijk ging het om een geüniformeerde partijmilitie met politieke taken.

Oorsprong van naam en uniform

De naam Sturmabteilung was niet nieuw. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het woord gebruikt voor Duitse stormtroepen die in kleine, snel bewegende eenheden opereerden. De nationaalsocialistische beweging nam die militaire klank bewust over. Ook het bruine uniform droeg bij aan dat beeld. De bijnaam Bruinhemden verwees naar de kleur van het overhemd, die samenhing met beschikbare voorraden koloniale kleding in de jaren twintig. In combinatie met de rode armband met hakenkruis werd de SA daardoor onmiddellijk herkenbaar in het straatbeeld.

Eerste taken

De eerste taak van de SA was de bescherming van partijbijeenkomsten. Toch bleef het daar niet bij. SA-mannen werden ook ingezet om vergaderingen van socialisten, communisten en andere tegenstanders te verstoren. In de bierhallen van München ontstond zo een patroon van georganiseerde politieke vechtpartijen. De mislukte bijeenkomsten van de tegenstander leverden de NSDAP publiciteit op, terwijl het geweld het beeld van daadkracht versterkte. Daardoor werd de SA al vroeg meer dan een ordedienst; zij werd een middel om politieke ruimte met geweld af te dwingen.

Leiding en organisatie

De militarisering van de SA hing nauw samen met Ernst Röhm. Hij was voormalig legerofficier, veteraan van de Eerste Wereldoorlog en actief in de Freikorpsen, de rechtse vrijwilligersformaties die na 1918 in Duitsland optraden tegen revolutionaire bewegingen. Via dat netwerk kon hij mannen, ervaring en wapens bijeenbrengen. Veel vroege SA-leden kwamen dan ook uit een milieu van ex-militairen en straatvechters. Daardoor kreeg de organisatie vanaf het begin een militaire toon, ook al bleef zij formeel onderdeel van een politieke partij.

Ernst Röhm en de heropbouw

Röhm speelde een rol bij de vroege groei van de SA, maar zijn verhouding tot Hitler was niet altijd stabiel. Na spanningen over koers en bevoegdheden trok hij zich in 1925 terug uit de leiding. In 1931 keerde hij terug als stafchef van de SA, nadat Hitler in 1930 zelf het hoogste bevel had overgenomen. Onder Röhm werd de organisatie centraler geleid en minder afhankelijk van regionale partijkaders. Die verandering gaf de SA meer samenhang en maakte haar beter inzetbaar als landelijke drukmacht.

Structuur en rangen

De SA nam veel vormen en titels over uit de militaire wereld. Zij werkte met regionale groepen, brigades, standarten en kleinere eenheden daaronder. Leden droegen uniformen, gebruikten rangen en marcheerden in formaties die aan legeronderdelen deden denken. Deze vormgeving had een praktisch doel, omdat zij discipline en herkenbaarheid bevorderde. Tegelijk bood zij status aan mannen die in het burgerleven weinig aanzien hadden. De organisatie werd daardoor aantrekkelijk voor aanhangers die orde, kameraadschap en een sterke groepsidentiteit zochten.

Straatgeweld in de Weimarrepubliek

In de Weimarrepubliek functioneerde de SA als straatmacht van de NSDAP. Zij bewaakte marsen, verspreidde propaganda en vocht geregeld met de paramilitaire organisaties van andere partijen, vooral met communistische groepen en met de sociaaldemocratische Reichsbanner. Het ging niet alleen om spontane botsingen. De NSDAP gebruikte de SA doelbewust om tegenstanders af te schrikken en het beeld te wekken dat zij de openbare ruimte kon beheersen. Daardoor verschoof politieke strijd steeds vaker van debat naar fysieke confrontatie.

Intimidatie van tegenstanders

De SA trad hard op tegen politieke tegenstanders, vakbondsleden en Joden. Leden bestormden winkels, verstoorden bijeenkomsten en mishandelden tegenstanders op straat. Zulke acties waren onderdeel van een bredere cultuur van politiek geweld in de late Weimarperiode, waarin ook andere bewegingen geweldsformaties onderhielden. Toch groeide de SA uit tot de grootste en best zichtbare van deze organisaties. Vooral in Beieren profiteerde zij geregeld van een milde houding bij politie en justitie, terwijl linkse relschoppers vaker zware straffen kregen.

Publieke aanwezigheid en propaganda

De SA was niet alleen gewelddadig, maar ook zichtbaar georganiseerd. Marsen, vlaggen, trommels en uniforme kleding maakten van de organisatie een vast onderdeel van het straatbeeld. Dat was van belang voor de propaganda van de NSDAP. Waar de partij nog zwak stond, kon een optocht van SA-mannen toch een indruk van groei en discipline wekken. De organisatie maakte de partij daardoor tastbaar voor het publiek. In een tijd van economische crisis en politieke instabiliteit kon die zichtbare orde op een deel van de bevolking aantrekkingskracht uitoefenen.

Groei tot massabeweging

De snelle groei van de SA hing samen met de crisisjaren van de late Weimarrepubliek. Werkloosheid, sociale onzekerheid en politieke polarisatie maakten de organisatie aantrekkelijk voor jonge mannen die weinig perspectief hadden. De SA bood hun een uniform, een rang, vaste rituelen en het gevoel deel uit te maken van een strijdgemeenschap. Dat maakte de beweging sociaal meer dan een beveiligingsdienst. Zij werd een plek waar frustratie, groepsloyaliteit en politieke radicalisering samenkwamen.

Sociale samenstelling

De SA trok veel mannen uit arbeidersmilieus, uit de lagere middenklasse en uit kringen van werklozen en oorlogsveteranen. Een deel had eerder aansluiting gezocht bij andere radicale bewegingen, waaronder formaties aan de linkerzijde. Dat betekende niet dat de SA ideologisch homogeen was. Binnen de organisatie leefden uiteenlopende verwachtingen over wat een nationaalsocialistische machtsovername moest betekenen. Voor sommigen draaide het vooral om nationaal herstel en orde, voor anderen ook om sociale herverdeling en een breuk met bestaande elites.

Verkiezingen en machtsopbouw

In de verkiezingsjaren 1930 tot 1933 werd de SA een onmisbaar instrument van de NSDAP. Zij beschermde sprekers, organiseerde optochten, plakte affiches en zette tegenstanders onder druk. Naarmate het electorale succes van Hitler groeide, steeg ook het ledental van de SA sterk. Na de machtsovername meldden zich bovendien veel opportunisten die in de organisatie een weg naar lokaal aanzien of invloed zochten. De SA werd daarmee veel groter dan de Reichswehr, het reguliere Duitse leger dat door het Verdrag van Versailles op 100.000 man was beperkt.

De gedachte van een tweede revolutie

Na januari 1933 trad een nieuwe spanning naar voren. Röhm en veel SA-leiders zagen de machtsovername niet als eindpunt, maar als begin van een tweede revolutie. Daarmee bedoelden zij een diepere herordening van staat en samenleving, waarin oude elites verder zouden worden teruggedrongen. Ook leefde bij Röhm het plan om de Reichswehr op te nemen in een nieuwe volksmacht onder leiding van de SA. Dat botste direct met de belangen van het leger, het bedrijfsleven en de meer behoudende vleugel rond Hitler.

Machtsovername en botsing met Hitler

Hoewel Hitler veel aan de SA te danken had, werd de organisatie na 1933 ook een risico voor hem. Hij had de straatmacht nodig gehad om tegenstanders te intimideren en partijbijeenkomsten te beschermen, maar voor de consolidatie van zijn bewind had hij de steun van legerleiding, ambtenarij en economische elites nodig. Juist die groepen zagen de groeiende SA met wantrouwen. De miljoenenorganisatie, de radicale taal van Röhm en de anti-kapitalistische ondertoon bij een deel van de leiding maakten de spanning steeds groter.

Bierkellerputsch en het verbod

De SA had haar nut voor Hitler al in 1923 bewezen tijdens de Bierkellerputsch in München. Röhm hielp bij de bewapening van de opstandelingen, terwijl SA-mannen deelnamen aan de poging om de macht in Beieren te grijpen. Na de mislukking werden de NSDAP en de SA tijdelijk verboden. In die tussenfase werd met de Frontbann een vervangende structuur opgezet. Toen Hitler na zijn gevangenschap koos voor een legale weg naar de macht, bleef de SA bestaan, maar de verhouding tussen partijstrategie en straatgeweld bleef gespannen.

De opkomst van de SS

Het wantrouwen van Hitler tegenover de SA leidde al vroeg tot de vorming van een aparte lijfwacht. Een eerste beschermingsgroep uit 1923 hield na de putsch op te bestaan, maar in 1925 werd een nieuwe eenheid opgericht die uitgroeide tot de Schutzstaffel, de SS. Aanvankelijk bleef die klein en stond zij organisatorisch dicht bij de SA. Onder Heinrich Himmler ontwikkelde de SS zich later tot een zelfstandige machtsfactor. Daarmee kreeg de SA een concurrent die dichter bij Hitler stond en politiek betrouwbaarder werd geacht.

Interne spanningen rond Röhm

De spanningen werden verder verdiept door de positie van Röhm binnen de beweging. Hij zag zichzelf niet slechts als ondergeschikte uitvoerder, maar als iemand met een eigen politieke missie. Zijn homoseksualiteit was binnen de top van de beweging bekend en vormde jarenlang geen doorslaggevend probleem zolang hij nuttig was voor Hitler. In 1934 werd dit onderwerp echter wel gebruikt in propaganda rond zijn val. Dat laat zien dat morele verontwaardiging pas een rol speelde toen de politieke beslissing al was genomen.

Nacht van de Lange Messen

Eind juni 1934 besloot Hitler de macht van de SA te breken. Onder druk van legerleiding, conservatieve bondgenoten en rivalen binnen het regime liet hij de top van de organisatie arresteren. Op 30 juni 1934 reisde hij naar Bad Wiessee, waar Röhm en andere SA-leiders verbleven. Vervolgens begon een landelijke zuivering die doorging tot 2 juli. Niet alleen SA-kopstukken, maar ook andere politieke tegenstanders werden in die dagen gedood. Daarmee werd de operatie breder dan een interne afrekening binnen de SA alleen.

De dood van Röhm

Röhm werd na zijn arrestatie opgesloten en kreeg de kans om zelfmoord te plegen. Toen hij dat weigerde, werd hij doodgeschoten. Het exacte aantal slachtoffers van de zuivering staat niet volledig vast, maar het ging om tientallen tot mogelijk meer dan honderd doden. De regering stelde de actie achteraf voor als een noodzakelijke maatregel tegen een vermeende staatsgreep. Daarmee kreeg de moord op de SA-top een schijn van legaliteit, terwijl de feitelijke kern lag in de uitschakeling van een rivaliserende machtsbasis.

Gevolgen voor de SA

Na de zuivering bleef de SA formeel bestaan, maar haar positie veranderde ingrijpend. Viktor Lutze volgde Röhm op als stafchef en stelde de organisatie loyaal op tegenover Hitler. Het ledental liep terug en de politieke speelruimte werd kleiner. De SA verloor haar aanspraak op een zelfstandige rol in de staatsvorming en werd ondergeschikt aan de prioriteiten van de partijleiding. Vanaf dat moment lag het zwaartepunt van repressie en politieke controle steeds duidelijker bij de SS en de politieapparaten van het regime.

De SA na 1934

Na 1934 veranderde de SA van een agressieve massabeweging in een organisatie met vooral ondersteunende en ceremoniële functies. De herinvoering van de dienstplicht in 1935 maakte de Reichswehr, later Wehrmacht, opnieuw aantrekkelijker voor veel mannen dan het SA-lidmaatschap. Daardoor verloor de organisatie verder aan gewicht. In de jaren daarna bleef zij wel zichtbaar in optochten, opleiding en partijrituelen, maar haar vroegere rol als zelfstandige straatmacht was voorbij. Het initiatief lag voortaan bij andere instellingen van de nazi-staat.

Kristallnacht en de laatste jaren

De SA verdween niet volledig uit beeld. Tijdens de pogrom van november 1938, bekend als de Kristallnacht, namen SA-leden, vaak in burgerkleding, deel aan de vernieling van synagogen, winkels en andere Joodse eigendommen. Daarmee leverde de organisatie opnieuw een bijdrage aan openlijk antisemitisch geweld. Tijdens de oorlog bleef de SA bestaan, maar zonder de machtspositie van het begin van de jaren dertig. Na de capitulatie van nazi-Duitsland in mei 1945 werd zij door de Geallieerde Controleraad ontbonden en verboden. In Neurenberg werd de SA vervolgens niet als criminele organisatie aangemerkt.

Conclusie

De SA was een vroeg en effectief machtsmiddel van de NSDAP. Als ordedienst, propagandamiddel en straatmilitie hielp zij Hitler om vergaderingen te beschermen, tegenstanders te intimideren en de partij zichtbaar aanwezig te maken in het openbare leven. Juist de groei die de SA politiek bruikbaar had gemaakt, maakte haar later bedreigend voor Hitler zelf. Na de Nacht van de Lange Messen verloor de organisatie haar zelfstandige betekenis. Zij bleef bestaan, maar de kern van geweld en repressie binnen het nazi-regime verschoof blijvend naar de SS.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: Sturmabteilung, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Evans, Richard J. (2003). The Coming of the Third Reich. London: Penguin Books. ISBN 978-0-14-303469-8.
  3. Kershaw, Ian (2008). Hitler: A Biography. New York: W. W. Norton & Company. ISBN 978-0-393-06757-6.
  4. Shirer, William L. (1960). The Rise and Fall of the Third Reich: A History of Nazi Germany. New York: Simon & Schuster. ISBN 978-0-671-72868-7.
  5. Stackelberg, Roderick; Winkle, Sally A. (2002). The Nazi Germany Sourcebook: An Anthology of Texts. London/New York: Routledge. ISBN 978-0-415-20231-2.
  6. Bullock, Alan (1962). Hitler: A Study in Tyranny. London: Harper & Row. ISBN 978-0-06-092020-3.
  7. Alford, Kenneth (2002). Nazi Millionaires: The Allied Search for Hidden SS Gold. Casemate Publishers. ISBN 978-0-9711709-6-4.
  8. Baranowski, Shelley (2010). Nazi Empire: German Colonialism and Imperialism from Bismarck to Hitler. Cambridge/New York: Cambridge University Press. ISBN 978-0-521-67408-9.
  9. Bloch, Michael (1992). Ribbentrop. New York: Crown Publishers. ISBN 0-517-59310-6.
  10. Brown, Timothy S. (2009). Weimar Radicals: Nazis and Communists between Authenticity and Performance. Berghahn Books. ISBN 9781845459086.
  11. Campbell, Bruce (1998). The SA Generals and The Rise of Nazism. University Press of Kentucky. ISBN 0-8131-2047-0.
  12. Friedrich, Thomas (2012). Hitler’s Berlin: Abused City. New Haven, Connecticut: Yale University Press. ISBN 978-0-300-16670-5.
  13. Garscha, Wilfrid (2012). “Ordinary Austrians: Common War Criminals of World War II”. In: Bischof, Günter; Plasser, Fritz; Maltschnig, Eva (red.), Austrian Lives. University of New Orleans Press. ISBN 978-1-60801-140-7.
  14. Goodman, Joyce; Martin, Jane (2002). Gender, Colonialism and Education: The Politics of Experience. London/Portland, OR: Woburn Press. ISBN 0-7130-0226-3.
  15. Hoffmann, Peter (2000). Hitler’s Personal Security: Protecting the Führer 1921–1945. Da Capo Press. ISBN 978-0-30680-947-7.
  16. Jacobsen, Hans-Adolf (1999). “The Structure of Nazi Foreign Policy, 1933–1945”. In: Leitz, Christian (red.), The Third Reich: The Essential Readings. Blackwell. ISBN 978-0-631-20700-9.
  17. Manchester, William (2003). The Arms of Krupp, 1587–1968: The Rise and Fall of the Industrial Dynasty That Armed Germany at War. Back Bay. ISBN 0-316-52940-0.
  18. McNab, Chris (2009). The SS: 1923–1945. Amber Books Ltd. ISBN 978-1-906626-49-5.
  19. McNab, Chris (2011). Hitler’s Masterplan: The Essential Facts and Figures for Hitler’s Third Reich. Amber Books Ltd. ISBN 978-1907446962.
  20. McNab, Chris (2013). Hitler’s Elite: The SS 1939–45. Osprey Publishing. ISBN 978-1-78200-088-4.
  21. Miller, Michael D.; Schulz, Andreas (2015). Leaders of the Storm Troops. Vol. 1. Solihull, England: Helion & Company. ISBN 978-1-909982-87-1.
  22. Mitcham, Samuel W. Jr. (1996). Why Hitler?: The Genesis of the Nazi Reich. Westport, Connecticut: Praeger. ISBN 0-275-95485-4.
  23. Toland, John (1976). Adolf Hitler. Garden City, New York: Doubleday & Company. ISBN 0-385-03724-4.
  24. Wheeler-Bennett, John (2005). The Nemesis of Power. London: Macmillan. ISBN 978-1-4039-1812-3.
  25. Yerger, Mark C. (1997). Allgemeine-SS: The Commands, Units, and Leaders of the General SS. Schiffer Publishing Ltd. ISBN 0-7643-0145-4.
  26. Zentner, Christian; Bedürftig, Friedemann (1991). The Encyclopedia of the Third Reich. New York: Macmillan Publishing. ISBN 0-02-897500-6.
  27. Bessel, Richard (1984). Political Violence and The Rise of Nazism: The Storm Troopers in Eastern Germany, 1925–1934. Yale University Press. ISBN 0-300-03171-8.
  28. Evans, Richard J. (2005). The Third Reich in Power. New York: Penguin. ISBN 978-0-14-303790-3.
  29. Fischer, Conan (1983). Stormtroopers: A Social, Economic, and Ideological Analysis, 1929–35. Allen & Unwin. ISBN 0-04-943028-9.
  30. Halcomb, Jill (1985). The SA: A Historical Perspective. Crown/Agincourt Publishers. ISBN 0-934870-13-6.
  31. Hatch, Nicholas H. (2000). The Brown Battalions: Hitler’s SA in Words and Pictures. Turner. ISBN 1-56311-595-6.
  32. Merkl, Peter H. (1980). The Making of a Stormtrooper. Princeton University Press. ISBN 0-691-07620-0.
  33. Mitchell, Otis C. (2008). Hitler’s Stormtroopers. McFarland & Company. ISBN 9780786477296.
  34. Reiche, Eric G. (1986). The Development of the SA in Nürnberg 1922–1934. Cambridge University Press. ISBN 9780521524315.
  35. Siemens, Daniel (2018). Stormtroopers: A New History of Hitler’s Brownshirts. Yale University Press. ISBN 9780300196818.
  36. Merkl, Peter H. (1975). Political Violence Under the Swastika: 581 Early Nazis. Princeton University Press. ISBN 978-0-691-07561-7.
  37. Bendersky, Joseph W. (2007). A Concise History of Nazi Germany. Rowman & Littlefield. ISBN 978-0-7425-5363-7.
  38. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946