![]()
Inleiding: Hieronder volgt een chronologisch overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen van het jaar 1942 tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het jaar 1942 geldt als een keerpunt in de oorlog, met beslissende veldslagen en ontwikkelingen op meerdere fronten.
Januari 1942
1 januari: De Verklaring van de Verenigde Naties wordt ondertekend door 26 geallieerde landen. In dit document beloven de geallieerden gezamenlijk tegen de as-mogendheden (Duitsland, Italië en Japan) te strijden en geen afzonderlijke vrede te sluiten. Deze samenwerking legt de basis voor het gecoördineerde geallieerde oorlogsplan.
13 januari: Begin van een grootschalig Duits U-bootoffensief langs de oostkust van de Verenigde Staten, onder codenaam Operatie Paukenschlag (“Drumslag”). Duitse onderzeeboten vallen hier vrachtschepen aan die zonder konvooi varen. In de eerste maanden van 1942 lijden de Amerikanen zware scheepsverliezen, totdat ze konvooibegeleiding en betere bestrijdingstechnieken invoeren.
20 januari: In een villa aan de Wannsee bij Berlijn organiseert SS-leider Reinhard Heydrich de Wannseeconferentie. Tijdens deze bijeenkomst met hoge nazi-functionarissen coördineren zij de plannen voor de “definitieve oplossing van het Joodse vraagstuk” (Endlösung). Dit betekent de systematische deportatie en uitroeiing van de Joodse bevolking van Europa – beslissingen die leiden tot de uitvoering van de Holocaust.
21 januari: In Noord-Afrika lanceert generaal Erwin Rommel een tegenoffensief vanuit El Agheila in Libië. Na eerdere Britse successen in 1941 probeert Rommel het initiatief te herwinnen. Zijn Pantserleger Afrika dringt de geallieerde troepen terug richting het oosten van Libië, wat de opmaat vormt voor nieuwe veldslagen in de woestijn.
26 januari: De eerste Amerikaanse troepen komen aan in Groot-Brittannië. Dit markeert de start van de directe Amerikaanse militaire aanwezigheid in Europa. Vanuit het Verenigd Koninkrijk zullen in de loop van de oorlog grootschalige operaties worden voorbereid, zoals de invasie van Noord-Afrika en later Normandië.
Februari 1942
15 februari: Singapore valt in Japanse handen. Na een hevige belegering geven de Britse troepen (ruim 80.000 man sterk) zich over. Winston Churchill noemt de capitulatie van deze strategische haven “de grootste ramp” uit de Britse militaire geschiedenis. De val van Singapore illustreert de snelle Japanse opmars in Zuidoost-Azië en is een zwaar verlies voor de geallieerden in de Pacific.
27 februari: In Nederlands-Indië lijden de geallieerden een desastreuze nederlaag in de Slag in de Javazee. Een geallieerde vloot onder bevel van de Nederlandse schout-bij-nacht Karel Doorman neemt het op tegen de Japanse marine, maar wordt vrijwel volledig vernietigd. Deze Japanse overwinning maakt de weg vrij voor de invasie van Java – het laatste belangrijke geallieerde bolwerk in Indonesië.
Maart 1942
8 maart: De overgebleven geallieerde troepen op Java capituleren voor Japan. Hiermee komt Nederlands-Indië volledig onder Japanse bezetting. Het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) legt de wapens neer, waarmee een einde komt aan het formele Nederlandse gezag in Indonesië tijdens de oorlog. Duizenden geallieerde militairen en burgers belanden in Japanse krijgsgevangenschap of interneringskampen.
22 maart: Adolf Hitler geeft opdracht tot de bouw van de Atlantikwall (Atlantische Muur). Dit is een omvangrijke verdedigingslinie van bunkers, kanonnen en versperringen langs de West-Europese kust – van Noorwegen tot aan de Spaanse grens. De Atlantikwall moet een verwachte geallieerde invasie van het vasteland afslaan en zal de komende jaren veel mankracht en middelen opslokken.
23 maart: Japan bezet de Andamanen en Nicobaren – eilanden in de Baai van Bengalen (Brits-Indië). Met de inname van deze afgelegen eilanden verstevigt Japan zijn grip op strategische posities in de Indische Oceaan. De bezetting snijdt geallieerde zeeroutes af en vormt een springplank voor eventuele aanvallen richting India.
April 1942
1 april: In de Verenigde Staten start de gedwongen internering van Japans-Amerikaanse burgers. Onder uitvoeringsbevel 9066 van president Roosevelt worden tienduizenden Amerikanen van Japanse afkomst van hun huizen weggevoerd naar zogenaamde herplaatsingskampen. Uit angst voor sabotage of spionage na Pearl Harbor verhuizen hele families onder bewaking naar afgelegen kampen, voornamelijk in woestijngebieden, waar zij de rest van de oorlog in gevangenschap doorbrengen.
18 april: Doolittle Raid – de eerste Amerikaanse luchtaanval op Japan. Zestien Amerikaanse B-25 Mitchell bommenwerpers, gelanceerd vanaf een vliegdekschip, voeren een verrassingsbombardement uit op Tokio en een paar andere Japanse steden. De materiële schade is beperkt, maar het psychologische effect is groot: de aanval laat zien dat het Japanse thuisland niet onbereikbaar is. Deze gewaagde operatie verhoogt het moreel in de VS als vergelding voor Pearl Harbor.
23 april: De Duitse luchtmacht (Luftwaffe) begint grootschalige bombardementen op Britse historische steden, bekend als de Baedeker Blitz. Doelwit zijn zogeheten “kathedraalsteden” – steden met cultureel belangrijke gebouwen, zoals Exeter, Bath, Norwich en York. Deze wraakbombardementen, genoemd naar de Baedeker-reisgids, zijn een vergelding voor eerdere Britse aanvallen op Duitse steden. Hoewel de materiële schade aanzienlijk is en honderden burgers omkomen, breekt het Britse moreel niet.
Mei 1942
4–8 mei: Slag in de Koraalzee – de eerste zeeslag in de geschiedenis die geheel door vliegtuigen wordt uitgevochten. Voor de kust van Australië proberen Japanse strijdkrachten Port Moresby te veroveren, maar Amerikaanse en Australische vlooteenheden weten dit te verhinderen. Geen van de schepen vuurt direct op elkaar; vliegtuigdek-squadrons voeren de aanvallen uit. Hoewel beide zijden zware verliezen lijden (waaronder het zinken van een Amerikaans vliegdekschip en een Japans vliegdekschip), beschouwen de geallieerden het als een strategische overwinning: de zuidwaartse opmars van Japan wordt hier voor het eerst gestuit.
8 mei: Het Duitse zomeroffensief op de Krim gaat van start. Na de winter bereiden de Duitsers (onder generaal Erich von Manstein) zich voor om de rest van het Sovjet-schiereiland de Krim te veroveren. In mei vallen ze de Sovjetposities bij Kertsj en Sevastopol aan. Dit offensief luidt de laatste fase in van de strijd om de Krim, met als doel de belangrijke havenstad Sevastopol in te nemen.
26 mei: Rommel opent de aanval op de Gazala-linie in Libië. Bij de Slag bij Gazala ondernemen de Duits-Italiaanse troepen een groots offensief tegen sterk verdedigde Britse stellingen ten westen van Tobroek. Rommel weet de Britten te verrassen met een aanval uit de flank (zijn beroemde “Haasje-over” maneuvre). Eind mei en begin juni woeden er zware woestijngevechten. Uiteindelijk breken de as-mogendheden door de Gazala-linie, wat de weg vrijmaakt voor de inname van Tobroek in de daaropvolgende maand.
27 mei: In Praag wordt een aanslag gepleegd op Reinhard Heydrich, hoofd van de SS en gouverneur van Bohemen en Moravië (Operatie Anthropoid). Twee Tsjechische verzetsstrijders, Jozef Gabčík en Jan Kubiš, vallen Heydrichs open auto aan met een handgranaat. Heydrich raakt daarbij zwaar gewond. Deze gedurfde verzetsdaad – een van de weinige geslaagde aanslagen op een hooggeplaatste nazi – zal leiden tot brute vergeldingsmaatregelen door de Duitsers.
30 mei: De RAF (Britse luchtmacht) voert de eerste duizend bommenwerpers-aanval uit, gericht op de Duitse stad Keulen. In de nacht van 30 op 31 mei vliegen ruim 1.000 Britse bommenwerpers naar Keulen en werpen een verwoestende bommentapijt op de stad . Honderden mensen komen om en een groot deel van de binnenstad wordt verwoest. Deze massale luchtraid – Operation Millennium genaamd – markeert een nieuw niveau van geallieerde luchtbombardementen op Nazi-Duitsland.
Juni 1942
1 juni: In concentratiekamp Auschwitz begint de SS met de grootschalige vergassing van Joden als methode van massamoord. Hoewel al eerder in kampen als Chelmno en Bełżec met gas is geëxperimenteerd, wordt Auschwitz-Birkenau nu uitgerust met vaste gaskamers om de Endlösung uit te voeren. In de loop van 1942 zullen honderdduizenden Joden uit heel Europa in Auschwitz worden omgebracht, waarmee de industriële fase van de Holocaust aanvangt.
4 juni: SS-Obergruppenführer Reinhard Heydrich overlijdt in Praag aan zijn verwondingen, acht dagen na de aanslag op zijn leven. Heydrich was een van de hoofdarchitecten van de Holocaust en bekleedde een sleutelpositie in het nazibewind. Zijn dood zet de Duitse bezetter aan tot gruwelijke represailles: de nazi-propaganda verheerlijkt Heydrich als een martelaar, en plannen voor vergelding worden in gang gezet (zie 10 juni).
4–7 juni: Slag bij Midway – een beslissende zeeslag in de Stille Oceaan. Bij het atol Midway weet de Amerikaanse marine een Japanse vloot, die op weg is om Midway te veroveren, een verpletterende nederlaag toe te brengen. Op 4 juni lokken Amerikaanse vliegdekschepen de Japanse marine in een hinderlaag. In de daaropvolgende luchtgevechten worden vier Japanse vliegdekschepen tot zinken gebracht, ten koste van één Amerikaans vliegdekschip. Midway wordt door historici gezien als een keerpunt in de oorlog in de Pacific – na deze slag verliezen de Japanners het strategisch initiatief en gaan zij over op de defensie.
5 juni: Duitse troepen van Legergroep Zuid intensiveren de belegering van Sevastopol op de Krim. Sevastopol, een zwaar verdedigde Sovjet-marinebasis, is het laatste obstakel voor volledige Duitse controle over de Krim. De stad wordt dagenlang continu gebombardeerd vanuit de lucht en met zwaar geschut. De verdedigers, zowel Sovjetsoldaten als burgers, lijden onder de bombardementen maar blijven terugvechten, waardoor de strijd nog weken zal duren (tot begin juli).
10 juni: In bezet Tsjechië verwoesten de nazi’s het dorp Lidice als vergelding voor de aanslag op Heydrich. Alle 173 aanwezige mannen en jongens (ouder dan 16) van het dorp worden op staande voet doodgeschoten. Vrouwen en kinderen worden afgevoerd naar concentratie- en vernietigingskampen; de meeste zullen de oorlog niet overleven. Lidice zelf wordt platgebrand en van de kaart geveegd. Dit bloedbad schokt de wereld en is bedoeld als afschrikking voor verdere verzetsdaden.
21 juni: In Libië verovert Rommel de belangrijke havenstad Tobroek. Na de doorbraak bij Gazala omsingelen de Duits-Italiaanse troepen Tobroek, en binnen één dag valt de stad. Zo’n 33.000 geallieerde soldaten (voornamelijk Britten en Zuid-Afrikanen) worden gevangengenomen. De overwinning in Tobroek is een enorme opsteker voor de as-mogendheden – Hitler bevordert Rommel dezelfde dag nog tot veldmaarschalk. Voor de geallieerden is het verlies een harde klap en het verslechtert de Britse strategische positie in Noord-Afrika aanzienlijk.
25 juni: De Amerikaanse generaal Dwight D. Eisenhower arriveert in Londen. Hij wordt benoemd tot opperbevelhebber van de Amerikaanse strijdkrachten in Europa. Eisenhower begint meteen met de planning van grootschalige geallieerde operaties. Een van zijn eerste grote opdrachten is de coördinatie van Operatie Torch, de op handen zijnde geallieerde invasie in Noord-Afrika (gepland voor later in 1942). Eisenhowers leiderschap zal uiteindelijk cruciaal blijken voor de geallieerde overwinning in Europa.
30 juni: Rommels troepen bereiken El Alamein in Egypte. Na de val van Tobroek zijn de as-troepen dieper Egypte binnengedrongen, tot op ongeveer 100 kilometer van Alexandrië en de Nijl. Bij het kleine station El Alamein graven de Britten zich echter in. Dit punt markeert het verste zuidoostelijke bereik van de Duitse opmars in Noord-Afrika. Verdere vooruitgang van Rommel wordt hier gestuit, terwijl beide kanten zich opmaken voor een beslissende confrontatie.
Juli 1942
1–30 juli: Eerste Slag bij El Alamein. De hele maand juli woedt er een verbeten strijd bij El Alamein tussen Rommels troepen en het Britse Achtste Leger. Ondanks herhaalde aanvallen slaagt Rommel er niet in de geallieerde linies te doorbreken. De Britse troepen, aanvankelijk geleid door generaal Auchinleck, weten de as-mogendheden tot staan te brengen. Eind juli is de Duitse opmars in Egypte volledig gestuit; het front stabiliseert zich. Deze slag voorkomt dat de as-mogendheden doordringen tot Caïro en het Suezkanaal, een cruciaal keerpunt in de Noord-Afrikaanse campagne.
3–5 juli: Na wekenlange hevige gevechten capituleert op 3 juli de Sovjetgarnizoen in Sevastopol. De Duitsers veroveren de zwaar verdedigde havenstad op de Krim, waarmee het laatste Sovjetbolwerk op het schiereiland valt. Tienduizenden Sovjetsoldaten worden krijgsgevangen gemaakt. Op 5 juli wordt ook het allerlaatste verzet in de buitengebieden van de Krim gebroken, waardoor het hele schiereiland nu stevig in Duitse handen is. Deze overwinning stelt Duitse troepen in staat troepen vrij te maken voor inzet elders, bijvoorbeeld aan het naderende zuidelijke offensief in Rusland.
9 juli: Duitse opmars naar Stalingrad. Onder codenaam Fall Blau (Operatie Blau) beginnen Duitse troepen diep in Zuid-Rusland op te rukken richting de Wolga en de olievelden van de Kaukasus. Het doel is onder meer de stad Stalingrad aan de Wolgarivier te veroveren, om zo de bevoorradingsroutes af te snijden. De Wehrmacht boekt aanvankelijk flinke terreinwinst tegen terugtrekkende Sovjetlegers. De slag om Stalingrad tekent zich echter aan de horizon af – wat zal uitgroeien tot een van de bloedigste veldslagen uit de geschiedenis.
22 juli: Begin van de Grote Deportatie uit het getto van Warschau.. De nazi’s starten op deze dag met het systematisch leegvoeren van het Joodse getto in Warschau. Dagelijks worden duizenden Joodse mannen, vrouwen en kinderen op transport gezet naar het pas in gebruik genomen vernietigingskamp Treblinka. In totaal zullen tussen juli en september 1942 circa 300.000 Joden uit Warschau naar Treblinka worden gedeporteerd en vermoord. De razzia’s van 22 juli markeren het begin van de volledige vernietiging van het grootste getto in Europa en een volgende fase van de Holocaust.
Augustus 1942
7 augustus: Generaal Bernard Montgomery neemt het bevel over van het Britse Achtste Leger in Noord-Afrika. Montgomery vervangt generaal Auchinleck met de opdracht de uitgeputte troepen te hergroeperen en voor te bereiden op een nieuw offensief bij El Alamein. Montgomery brengt discipline en optimisme mee en zal de geallieerden later dat jaar naar een beslissende overwinning leiden. Zijn benoeming betekent een belangrijke wissel in het Britse leiderschap in de woestijnoorlog.
12 augustus: Josef Stalin en Winston Churchill ontmoeten elkaar in Moskou tijdens de Eerste Moskouse Conferentie. De Sovjetleider dringt aan op de spoedige opening van een tweede front in West-Europa om de druk op het Rode Leger te verlichten, aangezien de Sovjet-Unie op dat moment de hoofdlast van de strijd tegen Duitsland draagt. Churchill kan echter nog geen directe invasie in Europa toezeggen, wel belooft hij meer materiële steun en bespreekt hij toekomstige gezamenlijke strategieën. De conferentie verstevigt de geallieerde samenwerking, maar Stalin blijft teleurgesteld over het uitblijven van een Westfront in 1942.
17 augustus: De eerste volledig Amerikaanse luchtaanval op Europa vindt plaats. B-17 Flying Fortress bommenwerpers van de USAAF, geëscorteerd door jachtvliegtuigen, voeren een bombardement uit op een rangeerterrein bij Rouen in Noord-Frankrijk. Het is de eerste operationele missie van de Amerikaanse Achtste Luchtmacht in Europa. Hoewel kleinschalig, markeert deze aanval het begin van de Amerikaanse luchtcampagne tegen Nazi-Duitsland, die in de jaren daarna in intensiteit zal toenemen.
23 augustus: De Duitse Luftwaffe voert een massaal bombardement op Stalingrad uit. Honderden bommenwerpers werpen brand- en hoogexplosieve bommen op de stad Stalingrad, waarbij grote delen in vlammen opgaan. Naar schatting komen die dag tienduizenden burgers om het leven. De stad wordt tot een puinhoop gebombardeerd, wat het begin vormt van de directe strijd om Stalingrad. Ondanks de verwoesting graven de Sovjetverdedigers zich in tussen de ruïnes, vastbesloten om elke straat en elk gebouw te verdedigen.
September 1942
2 september: Slag bij Alam Halfa – Rommels laatste poging om de Britse linies bij El Alamein te doorbreken loopt stuk. Eind augustus had Rommel een flankaanval ingezet ten zuiden van El Alamein, maar op 2 september wordt zijn offensief definitief tot staan gebracht door Montgomery’s troepen. De Duitsers en Italianen lijden aanzienlijke verliezen in tanks en materieel. Rommel ziet zich gedwongen zich terug te trekken naar zijn uitgangsposities. Deze mislukking betekent dat de as-mogendheden het initiatief in Noord-Afrika verliezen; vanaf nu zullen de geallieerden de aanval zoeken.
13 september: Het begin van de grootschalige Slag om Stalingrad. Na weken van opmars bereiken Duitse troepen het centrum van Stalingrad en dringen de stad binnen. Het Rode Leger, onder bevel van generaal Vasili Tsjoejkov voor de stadsverdediging, vecht voor elke meter grond. Straat voor straat ontbrandt er een meedogenloze strijd, met bitter huis-aan-huis gevecht. Beide zijden sturen voortdurend versterkingen. De slag om Stalingrad zal zich van september 1942 tot februari 1943 voortslepen en tienduizenden soldaten en burgers het leven kosten, uiteindelijk eindigend in een catastrofe voor het Duitse 6e Leger.
Oktober 1942
5 oktober: Een Duitse officier doet als ooggetuige verslag van een massamoord door de SS op Joodse burgers. In het door Duitsland bezette Oost-Europa (mogelijk in Oekraïne of Polen) ziet hij hoe SS-Einsatzkommando’s een groep Joden bijeen drijven en executeren. Dit soort berichten sijpelen mondjesmaat door naar neutralen en geallieerden, maar in oktober 1942 beginnen steeds meer betrouwbare getuigenissen en ontsnapte gevangenen te bevestigen dat de nazi’s op enorme schaal genocide plegen.
18 oktober: Adolf Hitler geeft het beruchte “Kommandobefehl” (commando-bevel). Hierin beveelt hij dat alle geallieerde commando’s – speciale eenheden die achter de linies opereren – bij vangst direct geëxecuteerd moeten worden, zonder genade. Dit bevel wordt geheim gehouden voor de buitenwereld en schendt alle regels van het oorlogsrecht. Desondanks zullen Duitse troepen het bevel opvolgen, en meerdere gevangen genomen commando’s worden in de rest van de oorlog standrechtelijk omgebracht in plaats van krijgsgevangen gemaakt te worden.
November 1942
1–4 november: Operatie Supercharge – het climax van de Tweede Slag bij El Alamein. Montgomery lanceert op 2 november een beslissende aanval op de uitgeputte troepen van Rommel in Egypte. Met een geconcentreerde tankaanval en artilleriebeschietingen doorbreken de Britten de verdedigingslinies van de as-mogendheden. Tegen 4 november zijn de Duits-Italiaanse troepen in volle aftocht naar het westen. De overwinning bij El Alamein is een keerpunt: het is de eerste grote grondnederlaag die Rommel lijdt en het begin van de voortdurende geallieerde opmars in Noord-Afrika. Churchill vat het resultaat samen: “Dit is niet het einde, niet eens het begin van het einde, maar wel het einde van het begin.”
8 november: Operatie Torch gaat van start – de geallieerde invasie van Frans Noord-Afrika. Op deze dag landen troepen van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië op stranden in Marokko en Algerije, die onder het bestuur staan van het Vichy-Franse regime. De landingen vinden plaats bij o.a. Casablanca, Oran en Algiers. Aanvankelijk stuiten de invasiemachten op weerstand van Vichy-Franse eenheden, maar na enkele dagen houden die op met vechten of lopen ze over. Torch is de eerste grootschalige gezamenlijke amfibische operatie van de westerse geallieerden. Het doel is om de as-troepen in Noord-Afrika vanuit het westen onder druk te zetten terwijl Montgomery vanuit het oosten oprukt.
11 november: In reactie op de Torch-landingen bezetten Duitse en Italiaanse troepen het tot dan toe onbezet gebleven zuidelijke deel van Frankrijk, ook wel Vichy-Frankrijk genoemd. Operatie Anton wordt in de vroege uren van 11 november uitgevoerd: Duitse tanks rijden de demarcatielijn over en nemen steden als Vichy, Toulon en Nice in. Hoewel het Vichy-regime formeel blijft bestaan, is Frankrijk nu geheel onder directe as-bezetting. De Franse vloot in Toulon wordt eind november door de eigen bemanning tot zinken gebracht om te voorkomen dat ze in Duitse handen valt.
19–23 november: Het Rode Leger begint zijn grootschalige tegenoffensief bij Stalingrad, Operatie Uranus. Op 19 november vallen Sovjetlegers gelijktijdig aan ten noorden en ten zuiden van Stalingrad, gericht tegen de relatief zwakke Roemeense en Hongaarse troepen die de Duitse flanken dekken. Binnen enkele dagen breken de Sovjets door. Op 23 november ontmoeten noordelijke en zuidelijke Sovjet-troepen elkaar bij Kalach aan de Don, ten westen van Stalingrad, en omsingelen zo het complete Duitse 6e Leger en delen van het 4e Pantserleger. Ruim 300.000 as-soldaten zitten gevangen in de kessel (ketel) van Stalingrad. Deze opzienbarende omsingeling markeert het begin van het einde voor de Duitse veldtocht in Rusland.
December 1942
2 december: In een ondergrondse ruimte op de Universiteit van Chicago realiseert een groep wetenschappers onder leiding van Enrico Fermi de eerste kernreactor ter wereld. Dit experiment – genaamd Chicago Pile-1 – bereikt op 2 december een gecontroleerde nucleaire kettingreactie. Het is onderdeel van het geheime Manhattanproject, het geallieerde project om een atoombom te ontwikkelen. De succesvolle test bewijst dat kernenergie voor explosieve doeleinden kan worden vrijgemaakt. Hiermee wordt een cruciale stap gezet richting de latere bouw van kernwapens.
13 december: Veldmaarschalk Rommel geeft bevel tot terugtrekking uit El Agheila in Libië. Na de nederlaag bij El Alamein en de gelijktijdige druk van de Torch-legers vanuit het westen is het Afrikakorps genoodzaakt zich steeds verder westwaarts terug te trekken. Half december komen de overgebleven as-troepen weer aan bij El Agheila, hetzelfde punt in Libië van waaruit Rommel in januari zijn tegenoffensief begon. De cirkel is rond: eind 1942 zijn de rollen in Noord-Afrika omgekeerd en bevinden de Duitsers en Italianen zich in voortdurende aftocht.
16 december: In de Sovjet-Unie boeken de geallieerden verdere successen: het Rode Leger verslaat het Italiaanse 8e Leger aan de Don-rivier. Tijdens Operatie Saturnus vallen Sovjet-troepen de Italiaanse en Duitse linies ten westen van Stalingrad aan. Het slecht bewapende Italiaanse leger wordt overlopen; duizenden Italianen sneuvelen of vluchten in wanorde. Deze nederlaag haalt een hele flank van de as-verdediging in Zuid-Rusland weg en maakt de weg vrij voor verdere Sovjetopmars richting de Oekraïne in de winter van 1942-1943.
17 december: De geallieerden maken publiekelijk melding van de nazi-genocide. De Britse minister van Buitenlandse Zaken Anthony Eden informeert het Lagerhuis officieel over de massale executies van Joden door de nazi’s. Diezelfde dag sluiten de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en nog elf geallieerde regeringen zich aan bij een gezamenlijke verklaring die de misdaden tegen de Joden ten strengste veroordeelt en belooft dat de verantwoordelijken berecht zullen worden. Het is de eerste keer dat de geallieerden openlijk de Holocaust erkennen en aankondigen dat er na de oorlog gerechtigheid zal volgen.
31 december: De Zeeslag bij de Barentszzee vindt plaats in arctische wateren ten noorden van Noorwegen. Een Duits flottielje onder bevel van admiraal Kummetz valt Convoy JW-51B aan – een geallieerd scheepskonvooi op weg naar Moermansk met oorlogsmaterieel voor de Sovjet-Unie. In het duister van de poolnacht ontspint zich een chaotisch gevecht. Dankzij felle tegenstand van de escorterende Britse kruisers en torpedobootjagers weten de meeste geallieerde transportschepen te ontsnappen met minimale schade. De Duitse aanval mislukt: geen enkel transportschip wordt tot zinken gebracht, terwijl de Duitsers een torpedobootjager verliezen. Adolf Hitler is woedend over het falen van zijn marine en overweegt tijdelijk om alle grote oppervlakteoorlogsschepen uit de vaart te halen. De geallieerden eindigen 1942 met een morele overwinning op zee.









