Erwin Rommel: militaire loopbaan en rol in WO2

Erwin Johannes Eugen Rommel (1891–1944) was een Duitse militair die in de eerste helft van de twintigste eeuw opklom van infanterieofficier tot veldmaarschalk. Hij werd vooral bekend door zijn bevel in Noord-Afrika, zijn nauwe maar wisselende verhouding tot Adolf Hitler en de latere discussie over zijn rol binnen het nationaalsocialistische oorlogssysteem.

Vroege leven en opleiding

Jeugd en familie

Erwin Rommel werd op 15 november 1891 geboren in Heidenheim an der Brenz in het Koninkrijk Württemberg. Zijn vader, eveneens Erwin Rommel geheten, was leraar en had eerder als artillerieofficier gediend; zijn moeder was Helene von Luz, dochter van een bestuurder in de regionale overheid. Rommel groeide op in een burgerlijk milieu waarin discipline, onderwijs en technische belangstelling een grote plaats innamen. In zijn jeugd dacht hij aan een loopbaan als ingenieur, onder meer in de luchtvaartindustrie rond Friedrichshafen, maar uiteindelijk koos hij voor het leger.

Officiersopleiding

In 1910 trad Rommel toe tot Infanterie-Regiment Nr. 124, het 6e Württembergse regiment, in Weingarten. Daarna volgde hij de officiersopleiding in Danzig, waar hij de basis kreeg in infanterietactiek, kaartlezen en leidinggeven. In januari 1912 werd hij benoemd tot Leutnant en keerde hij terug naar zijn regiment. Kort voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog diende hij ook bij een artillerie-eenheid in Ulm, maar zijn verdere loopbaan bleef vooral verbonden met de infanterie en later met gemotoriseerde oorlogsvoering.

Deelname aan de Eerste Wereldoorlog

Frontdienst en tactische vorming

Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende Rommel aan het Westfront, in Roemenië en vervolgens in de Alpenoorlog tegen Italië. In deze jaren ontwikkelde hij een voorkeur voor snelle beweging, flankaanvallen en het benutten van terreinvoordeel. Hij viel op doordat hij vaak dicht bij de voorste linies opereerde en opdrachten op eigen initiatief uitvoerde wanneer hij dacht dat de situatie dat vereiste. Die werkwijze leverde hem waardering op, maar vormde ook het begin van een stijl die later zowel bewondering als kritiek opriep.

Caporetto en de Pour le Mérite

Rommel verwierf in 1917 brede bekendheid tijdens de Slag bij Caporetto. Bij Monte Matajur drong hij met een relatief kleine troepenmacht diep door in de Italiaanse stellingen en nam hij duizenden krijgsgevangenen en tientallen stukken geschut buit. De actie werd in Duitse militaire kring gezien als een voorbeeld van infiltratietactiek, waarbij snelheid en verrassing belangrijker waren dan langdurig frontaal vuur. Voor zijn optreden op het Italiaanse front ontving hij de Pour le Mérite, destijds een van de hoogste Pruisische onderscheidingen voor officieren.

Interbellum: Reichswehr en militaire opleiding

Dienst in de Reichswehr

Na 1918 bleef Rommel in dienst van de Reichswehr, het beperkte Duitse leger van de Weimarrepubliek. Hij werd ingezet bij binnenlandse onrust in onder meer Friedrichshafen, Lindau en Schwäbisch Gmünd. In verschillende gevallen koos hij voor onderhandeling en het herstellen van orde zonder groot bloedvergieten. Die ervaringen versterkten zijn overtuiging dat gezag, persoonlijke aanwezigheid en snelle besluitvorming vaak meer effect hadden dan langdurig geweld.

Opleider en auteur

Vanaf de jaren twintig en dertig bouwde Rommel een reputatie op als instructeur. Hij diende in Stuttgart, gaf les aan de infanterieschool in Dresden en later aan de Kriegsschule in Potsdam. In 1937 publiceerde hij Infanterie greift an, een studie op basis van zijn ervaringen uit de Eerste Wereldoorlog. Het boek werd veel gelezen binnen en buiten Duitsland, omdat het gevechtservaring koppelde aan concrete lessen over initiatief, terrein en commandovoering. Daarmee kreeg Rommel nog vóór 1939 bekendheid als militair auteur.

Verhouding tot het nieuwe regime

Rommel werd geen lid van de NSDAP, maar hij profiteerde wel van de machtsverhoudingen na 1933. Adolf Hitler raakte onder de indruk van zijn optreden bij troepeninspecties en zijn naam circuleerde steeds vaker in de omgeving van de dictator. In 1938 kreeg Rommel het bevel over het Führerbegleitbataillon, de eenheid die Hitler buiten Berlijn begeleidde. Zijn verhouding tot Hitler berustte aanvankelijk op persoonlijke waardering, militaire kansen en het idee dat nationale eenheid voorrang had boven partijpolitiek.

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

Polen en Frankrijk

Bij de Duitse aanval op Polen in september 1939 voerde Rommel het bevel over het Führerbegleitbataillon en bevond hij zich dicht bij Hitlers hoofdkwartier. In februari 1940 kreeg hij de leiding over de 7e Pantserdivisie, ondanks beperkte ervaring met pantsertroepen. Tijdens de veldtocht in Frankrijk rukte zijn divisie in hoog tempo op via de Maas, Arras, Lille en richting de Kanaalkust. Door die snelle en soms moeilijk te volgen opmars kreeg de divisie de bijnaam Gespensterdivision, ofwel spookdivisie.

Noord-Afrika en het Afrika Korps

In februari 1941 werd Rommel naar Noord-Afrika gestuurd om de verslagen Italiaanse strijdkrachten te ondersteunen. Daar kreeg hij het bevel over het Deutsches Afrika Korps en later over grotere Duits-Italiaanse formaties. In de Westelijke Woestijn voerde hij snelle offensieven uit die Cyrenaica grotendeels heroverden en Tobroek langdurig isoleerden. Zijn optreden in deze campagne leverde hem de bijnaam Woestijnvos op, vooral door zijn nadruk op snelheid, omtrekkende bewegingen en het gebruik van pantserstrijdkrachten in open terrein.

Tobroek, Gazala en El Alamein

De belegering van Tobroek in 1941 liep eerst vast, maar in juni 1942 viel de haven alsnog in Duitse en Italiaanse handen na de Slag bij Gazala. Kort daarna bevorderde Hitler Rommel tot Generalfeldmarschall. De opmars richting Egypte stokte echter bij El Alamein, waar de geallieerden een smalle en beter verdedigbare frontlijn bezaten. De eerste slag bij El Alamein bracht geen doorbraak, en na de mislukte aanval bij Alam el Halfa volgde in oktober en november 1942 de Tweede Slag bij El Alamein, die uitmondde in een terugtocht over Libië naar Tunesië.

Einde van de Afrikacampagne

In Tunesië behaalde Rommel in februari 1943 nog een overwinning op Amerikaanse troepen bij Kasserine, maar de strategische situatie was inmiddels ongunstig. De geallieerden beschikten over meer materieel, een sterkere luchtmacht en kortere aanvoerlijnen. Tegelijk bleef de bevoorrading van de Asmogendheden over zee onbetrouwbaar. In maart 1943 verliet Rommel Noord-Afrika om gezondheidsredenen en om verslag uit te brengen aan Hitler; hij keerde niet meer terug naar het Afrikaanse front.

Commandostijl en beperkingen

Rommel leidde vaak ver naar voren, bezocht gevechtsvakken persoonlijk en nam ter plekke beslissingen over aanval en verplaatsing. Die stijl werkte in snelle operaties vaak in zijn voordeel, omdat ondergeschikten direct richting kregen en tegenstanders onder druk bleven. Tegelijk wezen tijdgenoten en latere historici erop dat hij logistiek en commandostructuur soms onderschatte. Vooral in Noord-Afrika botsten zijn offensieve plannen regelmatig met de beperkte brandstofaanvoer, de zwakke zeeverbindingen en de versnipperde Duits-Italiaanse bevelsstructuur.

Italië, West-Europa en Normandië

Na de val van Benito Mussolini werd Rommel in 1943 eerst naar Griekenland en daarna naar Noord-Italië gestuurd. Daar speelde hij een rol bij de ontwapening van Italiaanse troepen na de Italiaanse wapenstilstand. Later kreeg hij in Frankrijk de taak om de Atlantikwall te inspecteren en vervolgens als commandant van Heeresgruppe B de kustverdediging te versterken. In tegenstelling tot sommige andere Duitse bevelhebbers wilde Rommel de geallieerde landing al op of direct achter de stranden breken, omdat hij verwachtte dat geallieerde luchtoverwicht grootschalige tegenaanvallen uit het achterland zou verlammen.

Relatie met Hitler en het verzet

Rommel bleef lange tijd loyaal aan Hitler als opperbevelhebber, maar zijn vertrouwen nam af door de nederlagen sinds 1942 en door het besef dat Duitsland de oorlog niet meer kon winnen. In 1944 sprak hij zich uit voor onderhandelingen met de westerse geallieerden, terwijl hij tegelijkertijd militair in functie bleef. Zijn precieze rol in de kring rond de aanslag van 20 juli 1944 blijft onderwerp van historisch debat. Vast staat dat hij in de zomer van 1944 contact had met militairen die Hitler wilden verwijderen en dat zijn naam na de mislukte aanslag tijdens verhoren werd genoemd.

Verwonding en gedwongen dood

Op 17 juli 1944 raakte Rommel zwaar gewond toen zijn stafauto in Normandië door geallieerde jachtvliegtuigen werd beschoten. Daardoor verdween hij uit de dagelijkse commandostructuur juist in de dagen vóór de aanslag op Hitler. Toen het regime later besloot hem verantwoordelijk te houden, kreeg hij op 14 oktober 1944 de keuze tussen een openbaar proces wegens hoogverraad of zelfmoord. Rommel nam cyaankali in Herrlingen en overleed nog diezelfde dag; het regime meldde naar buiten toe dat hij aan de gevolgen van zijn verwondingen was gestorven.

Na de oorlog

Beeldvorming en herinnering

Na 1945 groeide Rommel in West-Duitsland en in delen van de Angelsaksische wereld uit tot het beeld van de professionele, niet-partijgebonden soldaat. Zijn optreden in Noord-Afrika en zijn dood in 1944 droegen bij aan een voorstelling waarin hij werd gezien als tegenstander van zinloze offers en als mogelijke bondgenoot van het Duitse verzet. Die reputatie kreeg extra gewicht doordat zijn naam werd verbonden aan kazernes, een marineschip, musea en gedenktekens. Ook in militaire opleidingen en in populaire cultuur bleef hij een terugkerende naam in studies, films en biografieën.

Herdenking en publieke discussie

Rommel bleef ook na 1945 zichtbaar in het publieke landschap. In Duitsland werden kazernes, straten en gedenktekens naar hem genoemd, terwijl in Egypte en elders museale presentaties de Noord-Afrikaanse campagne mede rond zijn naam ordenden. Juist daardoor werd de vraag naar historische context steeds belangrijker. In recente decennia is zijn herinnering vaker voorzien van toelichtingen over het nationaalsocialistische regime, het geweld van de oorlog en de grens tussen militaire bekwaamheid en politieke verantwoordelijkheid.

Historisch debat

Sinds de late twintigste eeuw is dat beeld kritischer onderzocht. Zijn reputatie berustte mede op het idee dat de oorlog in Noord-Afrika relatief ridderlijk was verlopen en dat hij krijgsgevangenen correct liet behandelen. Nieuw onderzoek heeft dat beeld genuanceerd door te wijzen op geweld tegen Joden, koloniale soldaten en burgers in het strijdtoneel, ook wanneer directe betrokkenheid van Rommel niet altijd aantoonbaar is. Daardoor is zijn nalatenschap niet eenduidig: hij wordt zowel bestudeerd als militair commandant als besproken binnen het bredere debat over de mythe van de “schone Wehrmacht”.

Militaire Rangen

Rommel begon zijn officiersloopbaan als Leutnant in januari 1912 en werd tijdens de Eerste Wereldoorlog bevorderd tot Oberleutnant en later Hauptmann. In het interbellum volgden bevorderingen tot major, Oberstleutnant en Oberst, terwijl hij functies vervulde als commandant en instructeur. In 1939 bereikte hij de generaalsrang met de benoeming tot Generalmajor. Tijdens de oorlog volgden bevorderingen tot Generalleutnant, General der Panzertruppe en Generaloberst, waarna Hitler hem op 22 juni 1942, na de inname van Tobroek, tot Generalfeldmarschall benoemde.

Onderscheidingen

Rommel ontving tijdens de Eerste Wereldoorlog onder meer het IJzeren Kruis tweede en eerste klasse en in 1917 de Pour le Mérite voor zijn optreden aan het Italiaanse front. In de Tweede Wereldoorlog kreeg hij het Ridderkruis van het IJzeren Kruis, later aangevuld met Eikenloof, Zwaarden en Diamanten. Daarnaast ontving hij Duitse en Italiaanse onderscheidingen, waaronder de Militaire Orde van Savoye en de Italiaanse zilveren medaille voor militaire verdienste. Zijn onderscheidingen weerspiegelen zowel zijn frontloopbaan als de propagandistische waarde die het regime aan zijn naam toekende.

Conclusie

Erwin Rommel nam in beide wereldoorlogen een vooraanstaande plaats in binnen het Duitse leger en werd vooral verbonden met de Noord-Afrikaanse campagne en de strijd in West-Europa in 1944. Zijn loopbaan laat een combinatie zien van tactisch initiatief, een sterk persoonlijke commandostijl, politieke nabijheid tot Hitler en een latere verwijdering van het regime. Daarom blijft hij een omstreden onderwerp binnen de geschiedschrijving: niet als losstaande held of enkel slachtoffer, maar als hoge Duitse bevelhebber binnen een oorlog die onlosmakelijk verbonden was met het nationaalsocialisme.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: By Bundesarchiv, Bild 146-1985-013-07 / CC-BY-SA 3.0 https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=5483247
  2. Beckett, Ian (2013). Rommel: A Reappraisal. Barnsley: Pen and Sword. ISBN 978-1781593592.
  3. Beckett, Ian F.W. (ed.) (2014). Rommel Reconsidered. Mechanicsburg, PA: Stackpole Books. ISBN 978-0-8117-1462-4.
  4. Butler, Daniel Allen (2015). Field Marshal: The Life and Death of Erwin Rommel. Havertown, PA / Oxford: Casemate. ISBN 978-1-61200-297-2.
  5. Caddick-Adams, Peter (2012). Monty and Rommel: Parallel Lives. New York: The Overlook Press. ISBN 978-1-59020-725-3.
  6. Fraser, David (1993). Knight’s Cross: A Life of Field Marshal Erwin Rommel. New York: HarperCollins. ISBN 978-0-06-018222-9.
  7. Hoffmann, Peter (1996). History of the German Resistance, 1933–1945. Montreal & Kingston: McGill-Queen’s University Press. ISBN 978-0-7735-1531-4.
  8. Hoffman, K. (2004). Erwin Rommel. London: Brassey’s. ISBN 978-1-85753-374-3.
  9. Kitchen, Martin (2009). Rommel’s Desert War: Waging World War II in North Africa, 1941–1943. Cambridge: Cambridge University Press. ISBN 978-0-521-50971-8.
  10. Lewin, Ronald (1998). Rommel As Military Commander. New York: B&N Books. ISBN 978-0-7607-0861-3.
  11. Marshall, Charles F. (1994). The Rommel Murder: The Life and Death of the Desert Fox. Mechanicsburg, PA: Stackpole Books. ISBN 978-0-8117-2472-2.
  12. Messenger, Charles (2009). Rommel: Leadership Lessons from the Desert Fox. Basingstoke, NY: Palgrave Macmillan. ISBN 978-0-230-60908-2.
  13. Murray, Williamson; Millett, Allan Reed (2009). A War To Be Won: Fighting the Second World War. Cambridge, MA: Harvard University Press. ISBN 978-0-674-04130-1.
  14. Remy, Maurice Philip (2002). Mythos Rommel. München: List Verlag. ISBN 3-471-78572-8.
  15. Reuth, Ralf Georg (2005). Rommel: The End of a Legend. London: Haus Books. ISBN 978-1-904950-20-2.
  16. Rommel, Erwin (1982). The Rommel Papers. Edited by B. H. Liddell Hart. New York: Da Capo Press. ISBN 978-0-306-80157-0.
  17. Scheck, Raffael (2006). Hitler’s African Victims: The German Army Massacres of Black French Soldiers in 1940. Cambridge: Cambridge University Press. ISBN 978-0-521-85799-4.
  18. Shepherd, Ben H. (2016). Hitler’s Soldiers: The German Army in the Third Reich. New Haven: Yale University Press. ISBN 978-0-19-507903-6.
  19. Showalter, Dennis (2006). Patton And Rommel: Men of War in the Twentieth Century. New York: Penguin. ISBN 978-1-4406-8468-5.
  20. Watson, Bruce Allen (1999). Exit Rommel: The Tunisian Campaign, 1942–43. Westport, CT: Praeger Publishers. ISBN 978-0-275-95923-4.
  21. Addington, Larry H. (1967). “Operation Sunflower: Rommel Versus the General Staff”. Military Affairs. 31 (3): 120–130. JSTOR 1984650.
  22. Bernhard, Patrick (2012). “Behind the Battle Lines: Italian Atrocities and the Persecution of Arabs, Berbers, and Jews in North Africa during World War II”. Holocaust and Genocide Studies. 26 (3): 425–446. DOI 10.1093/hgs/dcs054.
  23. Bernhard, Patrick (2019). “Im Rücken Rommels: Kriegsverbrechen, koloniale Massengewalt und Judenverfolgung in Nordafrika, 1940–1943”. Zeitschrift für Genozidforschung. 16 (1–2): 83–122. DOI 10.5771/1438-8332-2019-1-2-83.
  24. Hart, Russel A. (2014). “Rommel and the 20th July Bomb Plot”. In: Beckett, Ian F.W. (ed.). Rommel Reconsidered. Mechanicsburg, PA: Stackpole Books. ISBN 978-0-8117-1462-4.
  25. Lieb, Peter (2014). “Rommel in Normandy”. In: Beckett, Ian F.W. (ed.). Rommel Reconsidered. Mechanicsburg, PA: Stackpole Books. ISBN 978-0-8117-1462-4.
  26. Searle, Alaric (2014). “Rommel and the rise of the Nazis”. In: Beckett, Ian F.W. (ed.). Rommel Reconsidered. Mechanicsburg, PA: Stackpole Books. ISBN 978-0-8117-1462-4.
  27. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946.
Previous articleErnst Röhm: Leider van de Sturmabteilung (SA)
Next articleAlfred Rosenberg: Nazi-ideoloog en Antisemitische Propagandist
Redactie Mei 1940
De redactie van mei1940.org bestaat uit een diverse groep schrijvers met een gemeenschappelijke interesse in de Tweede Wereldoorlog. Sommigen hebben een militaire achtergrond en brengen praktijkervaring en strategisch inzicht mee, terwijl anderen een academische of wetenschappelijke opleiding hebben gevolgd, zoals aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) of in historisch onderzoek. Deze combinatie van expertise zorgt voor diepgaande, goed onderbouwde artikelen die zowel feitelijk accuraat als analytisch sterk zijn. De redactie streeft ernaar om objectieve en goed gedocumenteerde informatie te bieden, waarbij kennis en ervaring samenkomen om een genuanceerd beeld te schetsen van deze ingrijpende periode in de geschiedenis.