Tijdlijn 1943 – Tweede Wereldoorlog

In 1943 bereikt de Tweede Wereldoorlog een beslissend keerpunt. Na jaren van Duitse opmars komen de geallieerden dit jaar steeds meer in de aanval. Aan het oostfront brengen de Sovjets een vernietigende nederlaag toe aan het Duitse leger bij Stalingrad en houden zij de Duitse opmars definitief tegen bij Koersk. In Noord-Afrika verslaan de geallieerden de asmogendheden, wat de weg vrijmaakt voor de invasie van Italië. Italië capituleert en wisselt van kamp, terwijl de geallieerden op Sicilië landen en doorstoten naar het Italiaanse vasteland. Ondertussen wordt de druk op Duitsland opgevoerd: Britse en Amerikaanse luchtmachten bombarderen Duitse steden als Hamburg en Berlijn met toenemende hevigheid. Ook in de Stille Oceaan boeken de geallieerden vooruitgang tegen Japan. Deze tijdlijn geeft een maand-voor-maand overzicht van de belangrijkste militaire, politieke en verzetsgebeurtenissen van 1943, met extra uitleg en historische context.

Januari 1943

2/3 januari – De Duitsers beginnen zich terug te trekken uit de Kaukasus. Nadat hun offensief naar de olievelden is vastgelopen en de nederlaag bij Stalingrad nadert, moeten Duitse troepen in Zuid-Rusland zich terughaasten om omsingeling te voorkomen.

10 januari – Het Rode Leger start een groot offensief tegen de ingesloten Duitse troepen in Stalingrad. Deze aanval luidt de laatste fase in van de Slag om Stalingrad, die zal eindigen met de capitulatie van het Duitse 6e Leger.

14–24 januari – Britse premier Winston Churchill en de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt ontmoeten elkaar in Marokko tijdens de Casablanca-conferentie. Op deze geallieerde topconferentie besluiten zij dat alleen de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland, Italië en Japan acceptabel zal zijn om de oorlog te beëindigen.

23 januari – Veldmaarschalk Bernard Montgomery’s Britse Achtste Leger neemt de Libische hoofdstad Tripoli in. Deze overwinning in Noord-Afrika volgt op de Britse successen bij El Alamein en luidt de verdrijving van de asmogendheden uit Libië in.

27 januari – Amerikaanse bommenwerpers voeren hun eerste aanval op Duits grondgebied uit, met een daglichtbombardement op de marinehaven van Wilhelmshaven. Het is het begin van directe Amerikaanse luchtoperaties tegen doelen in Duitsland tijdens de strategische bombardementscampagne.

Februari 1943

2 februari – In Stalingrad geven de laatste Duitse troepen zich over aan het Sovjetleger. Deze capitulatie betekent de eerste grote nederlaag voor Hitlers legers en wordt gezien als een keerpunt in de oorlog. Op dezelfde dag stort een Brits Stirling-bommenwerper neer bij Hendrik-Ido-Ambacht in Nederland, waarbij een geheime H2S-radar in Duitse handen valt.

8 februari – Sovjet-troepen veroveren de Russische stad Koersk op de Duitsers. Door het succes van hun winteroffensief ontstaat er bij Koersk een grote uitstulping in de frontlijn. Deze situatie zal enkele maanden later leiden tot een enorme veldslag, wanneer de Duitsers proberen het initiatief te herwinnen.

14–25 februari – In Tunesië vindt de Slag bij Kasserinepas plaats tussen de Amerikaanse 1e Pantserdivisie en Duitse troepen onder leiding van veldmaarschalk Erwin Rommel. Het is de eerste grote confrontatie tussen Amerikaanse en Duitse legers. De onervaren Amerikanen lijden aanvankelijk zware verliezen, maar de slag leert hen belangrijke lessen voor de verdere oorlog.

16 februari – Het Sovjetleger herovert de Oekraïense stad Charkov op de Duitsers. De terugkeer van de Sovjets is echter van korte duur: een maand later slaan de Duitsers onder veldmaarschalk Erich von Manstein terug en nemen de stad opnieuw in.

18 februari – In München worden de leiders van de verzetsgroep White Rose (Witte Roos) gearresteerd door de nazi’s. De studenten Hans en Sophie Scholl en andere leden hebben met pamfletten opgeroepen tot passief verzet tegen Hitler. Enkele dagen na hun arrestatie worden zij ter dood gebracht, waarmee de Witte Roos hardhandig wordt uitgeroeid.

Maart 1943

2 maart – De Duitsers beginnen met een geleidelijke terugtrekking in Tunesië. In het nauw gedreven door geallieerde legers vanuit zowel Algerije als Libië, vallen de overgebleven as-troepen terug op hun laatste verdedigingslinie rond Tunis en Bizerte.

15 maart – Duitse troepen heroveren Charkov in een tegenoffensief onder leiding van veldmaarschalk Von Manstein. Deze derde slag om Charkov eindigt in een Duitse overwinning en stabiliseert tijdelijk het oostfront na de chaos van Stalingrad, zij het ten koste van grote inspanningen.

16–20 maart – De Slag om de Atlantische Oceaan bereikt een climax. Duitse U-boten brengen in deze periode 27 geallieerde koopvaardijschepen tot zinken. Het is een hoogtepunt van de Duitse onderzeebootoorlog, maar kort daarna keren de kansen: verbeterde geallieerde tactieken en technologieën dringen de U-bootdreiging terug.

20–28 maart – Montgomery’s Achtste Leger doorbreekt de Mareth-linie in Zuid-Tunesië. Deze oude Franse verdedigingslinie, bezet door Duits-Italiaanse troepen, wordt na hevige gevechten opgerold. De zege opent de weg voor de geallieerden om de resterende as-troepen verder naar het noorden van Tunesië terug te dringen.

April 1943

6/7 april – De As-troepen in Tunesië raken steeds meer in het nauw en beginnen zich terug te trekken naar de kustplaats Enfidaville. In de eerste week van april ontmoeten geallieerde legers uit oost en west elkaar in Tunesië, waardoor de laatste vijandelijke stellingen van twee kanten onder druk komen te staan.

19 april – In het door de nazi’s afgesloten getto van Warschau komt de Joodse bevolking in opstand wanneer SS-eenheden het getto binnendringen. Gewapende Joodse verzetsstrijders bieden onverwacht hevig tegenstand in wat bekend wordt als de Opstand in het getto van Warschau. De Duitsers reageren met bruut geweld, maar de opstand zal enkele weken standhouden als een heroïsch symbool van verzet.

Mei 1943

7 mei – Geallieerde troepen veroveren de laatste bolwerken van de asmogendheden in Tunesië, waaronder de steden Tunis en Bizerte. Hiermee is het hele Noord-Afrikaanse vasteland in geallieerde handen en zijn de Duitse en Italiaanse legers in Afrika verslagen.

13 mei – Alle overgebleven Duitse en Italiaanse troepen in Noord-Afrika capituleren. Tienduizenden As-soldaten gaan in krijgsgevangenschap. De campagne in Afrika is ten einde, wat de weg vrijmaakt voor de geallieerde invasie van Zuid-Europa.

16 mei – Na bijna een maand van hevig verzet komt er een einde aan de opstand in het getto van Warschau. De nazi’s hebben het getto systematisch in puin geschoten en brand gesticht. De meeste Joodse strijders zijn gedood of gevangengenomen; de weinige overlevenden worden naar concentratiekampen afgevoerd.

16/17 mei – In de nacht van 16 op 17 mei voeren de Britten een gedurfde luchtaanval uit op enkele grote dammen in het Ruhrgebied (Operatie Chastise). Speciaal ontworpen ‘stuiterbommen’ vernietigen de Möhne- en Ederdam, wat enorme overstromingen veroorzaakt. Deze zogenaamde dambusters-raid is een psychologische opsteker voor de geallieerden, al is de materiële schade voor de Duitse oorlogsindustrie beperkt.

22 mei – Admiraal Karl Dönitz, bevelhebber van de Duitse U-bootvloot, geeft bevel alle U-boten uit de Noord-Atlantische Oceaan terug te trekken. Na zware verliezen door verbeterde geallieerde anti-onderzeeboottechnieken ziet de Duitse marine zich gedwongen een einde te maken aan haar offensief op de zeeroutes van de Atlantische Oceaan.

Juni 1943

10 juni – De geallieerde leiders vaardigen de ‘Pointblank’-richtlijn uit. Dit is een nieuw strategisch bombardementsplan dat gericht is op het vernietigen van de Duitse luchtmacht en wapenindustrie. De Combined Bomber Offensive van de Britten en Amerikanen wordt hiermee opgevoerd om de weg te bereiden voor een latere invasie van West-Europa.

11 juni – SS-leider Heinrich Himmler geeft het bevel tot volledige liquidatie van alle overgebleven Joodse getto’s in bezet Polen. Dit betekent dat de laatste Joden in de getto’s worden gedeporteerd naar vernietigingskampen of ter plekke vermoord. De nazi’s willen hiermee nieuw grootschalig verzet, zoals recent in Warschau, in de kiem smoren.

Juli 1943

5 juli – 23 augustus – De Slag om Koersk woedt op het oostfront. Hitler lanceert Operatie Citadel, een groot offensief om de Sovjet-uitstulping bij Koersk af te snijden. Het leidt tot de grootste tankslag uit de geschiedenis, onder meer bij Prochorovka. De Sovjets, die voorbereid waren op de aanval, stoppen de Duitse opmars en gaan daarna zelf in de tegenaanval. Koersk wordt het laatste grote Duitse offensief in het oosten; hierna nemen de Sovjets definitief het strategisch initiatief.

9/10 juli – Britse en Amerikaanse troepen (onder bevel van generaal Dwight D. Eisenhower) vallen Sicilië binnen vanuit zee en door de lucht (Operatie Husky). De verrassingsinvasie van dit Italiaanse eiland opent een nieuw front in Europa en brengt de oorlog voor het eerst naar het eigen grondgebied van de As-mogendheden.

19 juli – Geallieerde bommenwerpers voeren voor het eerst een bombardement uit op Rome, de hoofdstad van Italië. Militaire doelen rond de Eeuwige Stad worden getroffen. De aanval schokt de Italiaanse bevolking en maakt duidelijk dat geen enkele stad meer veilig is voor luchtaanvallen.

22 juli – Amerikaanse troepen onder generaal George S. Patton veroveren de Siciliaanse stad Palermo. Binnen twee weken na de landing beheersen de geallieerden het westelijk deel van Sicilië, terwijl Duitse troepen zich terugtrekken naar het oosten van het eiland.

24 juli – In Duitsland begint een ongekend zware geallieerde bombardementscampagne op Hamburg (Operatie Gomorra). In de nacht van 24 juli werpen honderden RAF-bommenwerpers een verwoestende lading brandbommen op de stad. Het is de start van een reeks aanvallen die Hamburg in een vuurzee zal doen opgaan.

25/26 juli – In Italië wordt dictator Benito Mussolini afgezet en gearresteerd. Na de militaire tegenslagen en de geallieerde inval op Sicilië verliest hij het vertrouwen van de fascistische Grote Raad en koning Victor Emanuel III. Maarschalk Pietro Badoglio wordt benoemd tot nieuwe premier en begint in het geheim vredesonderhandelingen met de geallieerden.

27/28 juli – Een volgende grootschalige geallieerde luchtaanval op Hamburg veroorzaakt een verwoestende vuurstorm. De combinatie van extreme hitte en krachtige wind laat delen van de stad letterlijk in vlammen opgaan. Duizenden burgers komen om het leven en een groot deel van Hamburg wordt in as gelegd.

Augustus 1943

12–17 augustus – Onder voortdurende geallieerde druk ontruimen de Duitsers en Italianen Sicilië. In een grootschalige evacuatie via de Straat van Messina weten zij het merendeel van hun troepen naar het Italiaanse vasteland te redden, ondanks geallieerde lucht- en artilleriebeschietingen.

17 augustus – Amerikaanse bommenwerpers voeren overdag zware aanvallen uit op de Duitse steden Regensburg en Schweinfurt. De Amerikaanse Achtste Luchtmacht probeert in één gecoördineerde actie de Duitse vliegtuigfabrieken zwaar te treffen, maar lijdt zelf ook zware verliezen door luchtafweer en Duitse jagers. Op dezelfde dag bereiken de geallieerde grondtroepen Messina, het oostelijke uiteinde van Sicilië, waarmee de Siciliaanse veldtocht succesvol wordt afgesloten.

23 augustus – Het Rode Leger herovert de stad Charkov in Oekraïne, enkele maanden nadat de Duitsers de stad opnieuw in handen hadden gekregen. Deze keer is de Sovjetherovering definitief: Charkov blijft voortaan in Sovjethanden en de Duitsers worden na hun nederlaag bij Koersk tot het defensief gedwongen.

September 1943

8 september – De nieuwe Italiaanse regering onder maarschalk Badoglio kondigt de onvoorwaardelijke overgave van Italië aan de geallieerden aan. Hoewel het wapenstilstandsakkoord al op 3 september was getekend, wordt het nieuws nu pas openbaar gemaakt. Italië stapt daarmee formeel uit de As en uit de oorlog aan Duitse zijde.

9 september – Nog geen etmaal na de bekendmaking van de Italiaanse capitulatie landen geallieerde troepen op het Italiaanse vasteland. Britse en Amerikaanse eenheden gaan aan wal bij Salerno (ten zuiden van Napels) en bij Taranto in Apulië. De landingen stuiten op hevige tegenstand van Duitse troepen, die Italië inmiddels als vijand beschouwen.

11 september – Duitse troepen bezetten Rome en ontwapenen de Italiaanse garnizoenen. Nadat Italië uit de oorlog is gestapt, handelen de Duitsers snel om strategische punten in het land te controleren. De pauselijke stad zelf wordt niet rechtstreeks bevochten en zal later door de Duitsers tot “open stad” worden verklaard om verdere verwoesting te voorkomen.

12 september – In een gedurfde commandoactie genaamd Operatie Eiche bevrijdt een Duitse SS-eenheid onder leiding van Otto Skorzeny de afgezette Mussolini. Met zweefvliegtuigen dringen de Duitsers het bergresort Campo Imperatore (Gran Sasso) binnen, waar Mussolini gevangen zit, en vliegen hem uit naar Duitsland. Hitler plaatst zijn bondgenoot hiermee weer in het spel, ondanks diens afzetting.

23 september – Op Duits bevel richt Mussolini in het bezette noorden van Italië een nieuwe fascistische staatsregering op: de Italiaanse Sociale Republiek (Republiek van Salò). Deze marionettenstaat heeft weinig echte autonomie en blijft volledig afhankelijk van de Duitse militaire aanwezigheid in Italië.

Oktober 1943

1 oktober – Geallieerde troepen bevrijden de grote Zuid-Italiaanse havenstad Napels. Na hevige gevechten rond Salerno weten de geallieerden verder noordwaarts te trekken. Napels is van groot strategisch belang als aanvoerhaven en de inname ervan geeft de geallieerden een stevig bruggenhoofd in Italië.

4 oktober – Heinrich Himmler, de leider van de SS, houdt in de Poolse stad Poznań (Posen) een geheime toespraak voor nazi-partijkaders. Tijdens deze speech spreekt hij ongekend openlijk over de massale vernietiging van de Joden, als rechtvaardiging van de tot dan toe verborgen gehouden misdaden van de Holocaust.

9 oktober – In Moskou begint de derde grote geallieerde conferentie van de oorlog. Diplomatieke vertegenwoordigers van Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie (buitenlandministers Anthony Eden, Cordell Hull en Vjatsjeslav Molotov) bespreken de verdere oorlogsvoering en de contouren van de naoorlogse wereldorde. Deze ‘derde Moskou-conferentie’ leidt tot afspraken over samenwerking en mondt uit in gezamenlijke verklaringen (de Moskouse Declaraties).

13 oktober – Italië verklaart de oorlog aan zijn voormalige bondgenoot Duitsland. De nog inzetbare Italiaanse troepen vechten vanaf nu officieel aan geallieerde zijde. Op dezelfde dag voeren de Amerikanen een tweede zware bomaanval uit op de Duitse stad Schweinfurt. Hoewel de kogellagerfabrieken daar worden beschadigd, lijdt de Amerikaanse luchtmacht zulke zware verliezen dat soortgelijke diep-in-het-land daglichtmissies voorlopig worden opgeschort.

November 1943

1 november – Amerikaanse troepen landen op het eiland Bougainville in de Stille Oceaan. Hiermee begint de Bougainville-campagne tegen Japan, die uiteindelijk tot augustus 1945 zal duren. Het doel is de Japanse basis bij Rabaul te isoleren en stukje bij beetje de door Japan bezette eilanden te heroveren.

6 november – Het Rode Leger verovert de stad Kiev en bevrijdt daarmee de hoofdstad van Oekraïne van de Duitse bezetting. Deze herovering maakt deel uit van een grootschalig Sovjetoffensief dat de Wehrmacht geleidelijk uit Oekraïne drijft.

18 november – De Royal Air Force opent een grootscheepse luchtcampagne tegen Berlijn met een eerste massale nachtelijke bomaanval. Duizend Britse bommenwerpers vallen de Duitse hoofdstad aan. Deze “Slag om Berlijn” vanuit de lucht zal de komende maanden doorgaan in een poging het Duitse moreel en vermogen tot oorlogvoeren te breken.

22–26 november – In Caïro (Egypte) komen Roosevelt, Churchill en de Chinese leider Chiang Kai-shek bijeen voor de Cairo-conferentie. Tijdens deze conferentie bespreken de geallieerden de voortzetting van de oorlog in Azië en de voorwaarden voor de uiteindelijke overgave van Japan. Ze besluiten dat Japan alle veroveringen sinds 1914 moet teruggeven en dat Korea na de oorlog onafhankelijk zal worden.

28 november – In Teheran (Perzië) start de eerste ontmoeting van de drie belangrijkste geallieerde leiders: Roosevelt, Churchill en Stalin. Deze Teheran-conferentie markeert de eerste keer dat de ‘Grote Drie’ samen overleggen. Tot de belangrijke besluiten behoort de definitieve planning van een grote westelijke invasie in Frankrijk (Operatie Overlord in 1944), naast afspraken over nauwere samenwerking om Hitler-Duitsland te verslaan.

December 1943

24–26 december – De Sovjet-Unie lanceert een reeks winteroffensieven aan het front in Oekraïne. Rond Kerstmis steken Sovjetlegers op brede schaal de rivier de Dnjepr over en bevrijden verdere gebieden van Oekraïne. Dit luidt het begin in van grote winteraanvallen die de Duitsers in het oosten steeds verder terugdringen richting hun eigen grenzen.