Generaal George S. Patton (1885-1945)

George Smith Patton Jr. (1885–1945) was een Amerikaanse generaal die tijdens de Tweede Wereldoorlog bevel voerde over het Amerikaanse Zevende Leger op Sicilië en het Derde Leger in West-Europa. Zijn loopbaan liep tussen 1909 en 1945 van cavalerie en tanks tot snelle militaire operaties in Frankrijk, Duitsland en Tsjecho-Slowakije.

Vroege leven en opleiding

George Smith Patton Jr. werd op 11 november 1885 geboren in San Gabriel, Californië. Hij kwam uit een familie waarin militaire dienst, politiek bestuur en verhalen over eerdere oorlogen een vaste plaats hadden. Zijn vader, George Smith Patton Sr., was advocaat in Californië. Zijn moeder, Ruth Wilson, stamde uit de familie van Benjamin Davis Wilson, een vroegere burgemeester van Los Angeles. Daardoor groeide Patton op met aandacht voor afkomst, plicht en militaire geschiedenis.

Patton had als kind moeite met lezen en schrijven, maar kreeg thuis veel begeleiding. Tot zijn elfde kreeg hij onderwijs in huiselijke kring, waarna hij naar een klassieke jongensschool in Pasadena ging. Hij las graag over veldheren uit de oudheid en uit de napoleontische periode. Tegelijk ontwikkelde hij zich als ruiter, een vaardigheid die later goed paste bij de cavalerie van het Amerikaanse leger.

In 1903 begon Patton aan het Virginia Military Institute. Een jaar later stapte hij over naar de United States Military Academy in West Point. Daar had hij moeite met sommige academische vakken, vooral met wiskunde, maar hij viel op door inzet, discipline en kennis van militaire oefeningen. Hij studeerde in 1909 af en werd benoemd tot tweede luitenant bij de cavalerie.

Na zijn afstuderen trouwde Patton in 1910 met Beatrice Banning Ayer. Het echtpaar kreeg drie kinderen. In deze jaren combineerde hij militaire dienst met sportieve en technische belangstelling. In 1912 nam hij voor de Verenigde Staten deel aan de moderne vijfkamp op de Olympische Spelen in Stockholm. Kort daarna werkte hij mee aan de ontwikkeling van een cavaleriesabel, de Model 1913 Cavalry Saber.

Pattons opleiding vormde een combinatie van klassieke militaire belangstelling en praktische training. Hij bestudeerde veldtochten uit eerdere eeuwen, maar bleef tegelijk gericht op wapens, terrein, snelheid en lichamelijke hardheid. Daardoor bleef hij niet alleen een officier van de oude cavalerietraditie. Hij werd ook een militair die nieuwe middelen, zoals motorvoertuigen en tanks, wilde verbinden met bestaande ideeën over beweging en aanval.

Deelname aan de Eerste Wereldoorlog

Pattons eerste gevechtservaring kwam tijdens de Amerikaanse expeditie tegen Pancho Villa in Mexico in 1916. Hij diende onder generaal John J. Pershing en maakte gebruik van motorvoertuigen tijdens een actie tegen een groep van Villa’s strijders. Die ervaring liet zien dat verplaatsing over de weg een nieuw militair middel kon zijn. Voor Patton vormde de expeditie ook een eerste kennismaking met bevelvoering buiten oefenterreinen.

Toen de Verenigde Staten in 1917 deelnamen aan de Eerste Wereldoorlog, ging Patton met Pershing naar Europa. Hij raakte betrokken bij de opbouw van het Amerikaanse tankwapen, dat toen nog nieuw was binnen het leger. In Frankrijk hielp hij bij training, organisatie en tactisch gebruik van lichte tanks. Hij kreeg daarbij te maken met beperkte techniek, korte voorbereidingstijd en het probleem dat tankeenheden nog geen vaste plaats hadden in de Amerikaanse oorlogvoering.

In 1918 voerde Patton tankeenheden aan tijdens de Amerikaanse operaties bij Saint-Mihiel en in het Maas-Argonnegebied. Tijdens de gevechten bij Cheppy raakte hij gewond terwijl hij zijn eenheden naar voren bracht. Voor zijn optreden ontving hij hoge Amerikaanse onderscheidingen. De oorlog bevestigde zijn blijvende aandacht voor snelheid, samenwerking tussen wapens en druk op de tegenstander.

De ervaringen in Frankrijk waren van blijvende invloed op zijn militaire denken. Tanks waren in 1918 nog langzaam, kwetsbaar en technisch onbetrouwbaar, maar Patton zag dat zij infanterie konden ondersteunen en een doorbraak konden versnellen. Ook leerde hij dat training, onderhoud, verbindingen en bevoorrading even belangrijk waren als moed aan het front. Die lessen kwamen later terug in zijn omgang met pantserformaties.

Interbellum: ontwikkeling van het pantserwapen

Na de Eerste Wereldoorlog bleef Patton in het Amerikaanse leger, maar de vredestijd bracht minder snelle bevordering en minder middelen voor vernieuwing. Hij diende in verschillende staf- en opleidingsfuncties en bleef verbonden met cavalerie en gemechaniseerde oorlogvoering. In deze periode verdiepte hij zich in militaire theorie, kaartstudie, logistiek en het gebruik van gemotoriseerde eenheden. Daardoor bleef hij gericht op beweging in plaats van op statische verdediging.

Patton volgde opleidingen aan instellingen zoals de Command and General Staff School en de Army War College. Ook onderhield hij contact met andere officieren die nadachten over tanks en moderne mobiliteit, onder wie Dwight D. Eisenhower. Binnen het leger bestond nog discussie over de plaats van tanks. Sommigen zagen ze vooral als steun voor infanterie, terwijl Patton tanks verbond met de traditie van snelle cavalerie.

In de jaren dertig bleef het Amerikaanse leger klein vergeleken met Europese legers. Toch nam de aandacht voor pantserformaties toe toen oorlog in Europa dichterbij kwam. Patton kreeg in 1940 een rol bij de opbouw van Amerikaanse pantsertroepen. Zijn ervaring met cavalerie, tanks, training en stafwerk maakte hem geschikt voor bevel over grote mobiele formaties toen de Verenigde Staten zich voorbereidden op een grotere oorlog.

Het interbellum liet ook zien dat Patton een officier was met sterke opvattingen over discipline en commandovoering. Hij vond dat soldaten onder druk moesten kunnen handelen zonder langdurige uitleg. Die opvatting paste bij snelle manoeuvres, maar kon ook tot harde bevelvoering leiden. Daardoor ontstond een patroon dat in de Tweede Wereldoorlog zichtbaar bleef: militair resultaat, strakke training en persoonlijke controverse lagen bij Patton dicht bij elkaar.

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg Patton eerst grote verantwoordelijkheid in Noord-Afrika. In november 1942 voerde hij bevel over de Western Task Force tijdens Operatie Torch, de geallieerde landingen in Frans Noord-Afrika. Zijn troepen landden bij Casablanca in Marokko. De Franse Vichy-eenheden boden aanvankelijk verzet, waarna een wapenstilstand volgde. De operatie gaf de Verenigde Staten ervaring met amfibische landingen, gezamenlijke planning en bevoorrading over zee.

Na de Amerikaanse nederlaag bij Kasserine in februari 1943 kreeg Patton het bevel over het II Corps in Tunesië. Hij voerde strengere discipline, betere procedures en intensieve training in. Vervolgens werd het korps opnieuw ingezet tegen Duitse en Italiaanse troepen. Zijn optreden in Tunesië maakte hem geschikt voor een grotere opdracht in het Middellandse Zeegebied. De Noord-Afrikaanse campagne opende vervolgens de weg naar Sicilië.

In juli 1943 voerde Patton het Amerikaanse Zevende Leger aan tijdens Operatie Husky, de geallieerde invasie van Sicilië. Zijn leger landde aan de zuidkust en kreeg eerst een beschermende taak naast het Britse Achtste Leger van Bernard Montgomery. Patton drong daarna naar het westen en noorden door. Palermo werd ingenomen, waarna zijn eenheden richting Messina trokken. Messina werd op 17 augustus 1943 bereikt, kort voordat de campagne eindigde.

De verovering van Sicilië had militaire en politieke gevolgen. De geallieerden kregen een basis dichter bij het Italiaanse vasteland, terwijl het regime van Benito Mussolini in dezelfde periode viel. Toch ontsnapten veel Duitse en Italiaanse troepen via de Straat van Messina naar Calabrië. Daardoor was de campagne geen volledige vernietiging van de asstrijdkrachten op het eiland, maar wel een stap naar verdere operaties in Italië.

De Siciliaanse campagne leverde Patton militair voordeel op, maar bracht ook ernstige problemen met zijn gedrag. In augustus 1943 sloeg hij twee Amerikaanse soldaten die in veldhospitalen verbleven wegens gevechtsuitputting. De legerleiding dwong hem excuses aan te bieden en beperkte zijn directe veldrol. Het voorval bleef verbonden met zijn loopbaan, omdat het liet zien hoe zijn strenge opvattingen over discipline konden botsen met medische en menselijke grenzen binnen het leger.

Na Sicilië werd Patton niet direct ingezet als veldcommandant in Italië. Wel kreeg hij een plaats in Operatie Fortitude, het geallieerde misleidingsplan voor de invasie van West-Europa. De Duitse leiding moest geloven dat de hoofdaanval bij Pas-de-Calais zou plaatsvinden. Pattons reputatie als aanvoerder van mobiele troepen maakte hem bruikbaar binnen dat plan. Zijn aanwezigheid in Engeland versterkte de geloofwaardigheid van een fictieve legergroep tegenover Duitse inlichtingendiensten.

Op 1 augustus 1944 werd het Amerikaanse Derde Leger onder Patton actief na de doorbraak uit Normandië. Het leger bewoog snel door Bretagne en vervolgens oostwaarts door Frankrijk. De opmars maakte gebruik van pantserdivisies, infanterie, artillerie en luchtsteun. Tegelijk ontstonden grote logistieke problemen, vooral door brandstoftekort en lange aanvoerlijnen. Daardoor werd duidelijk dat snelle operaties afhankelijk bleven van transport, onderhoud en bevoorrading.

In de herfst van 1944 vocht het Derde Leger in Lotharingen en rond Metz. De opmars verliep daar trager door terrein, weer, Duitse verdediging en beperkte aanvoer. Toch bleef Patton druk houden op de Duitse linies. In december 1944 begon het Duitse Ardennenoffensief. Patton had zijn staf al laten voorbereiden op een snelle noordwaartse draai. Daardoor kon het Derde Leger richting Bastogne oprukken en de omsingelde stad op 26 december ontzetten.

De reactie op het Ardennenoffensief werd een belangrijk onderdeel van Pattons militaire reputatie. Het verplaatsen van grote eenheden in winterweer vroeg om planning, verkeersregeling, brandstof, artillerie en verbindingen. De ontzetting van Bastogne was niet het werk van één commandant alleen, maar van vele staven en eenheden. Pattons bijdrage lag vooral in de snelle koerswijziging van zijn leger en het vasthouden aan offensieve druk.

In 1945 trok Pattons leger Duitsland binnen. Eenheden van het Derde Leger staken de Rijn over bij Oppenheim en bewogen daarna verder door Zuid-Duitsland. In april 1945 bereikten troepen binnen zijn bevelsgebied onder meer Ohrdruf, een buitenkamp van Buchenwald. Patton zag daar de gevolgen van het nazistische kampsysteem. Later drong het Derde Leger door tot in West-Bohemen en bereikte het Pilsen voordat de strijd in Europa eindigde.

Na de oorlog

Na de Duitse capitulatie bleef Patton in bezet Duitsland. Hij kreeg bestuurlijke taken in Beieren, waar het Amerikaanse leger orde, voedselvoorziening, ontwapening en denazificatie moest organiseren. Deze overgang van veldbevel naar bezettingsbestuur verliep moeilijk. Patton was opgeleid voor militaire bewegingsoorlog en sprak regelmatig onvoorzichtig over politiek bestuur, Duitse bestuurders en de Sovjet-Unie. Daardoor kwam hij in conflict met hogere Amerikaanse autoriteiten.

In oktober 1945 verloor Patton het bevel over het Derde Leger en kreeg hij de leiding over het Vijftiende Leger, dat vooral belast was met historische studie en documentatie. Op 9 december 1945 raakte hij zwaar gewond bij een verkeersongeluk in de buurt van Mannheim. Hij overleed op 21 december 1945 in Heidelberg. Patton werd begraven op de Amerikaanse militaire begraafplaats in Luxemburg, tussen soldaten die onder Amerikaans bevel in Europa hadden gevochten.

Na zijn dood bleef Patton aanwezig in militaire studies, onderwijsprogramma’s en beeldcultuur. Educatieve producties zoals The Big Picture en de speelfilm Patton uit 1970 droegen bij aan bredere publieke aandacht voor zijn loopbaan. Zulke producties geven echter geen volledig militair overzicht. Zij moeten worden onderscheiden van archiefmateriaal, operationele studies en biografieën die zijn bevelvoering in bredere context plaatsen.

Militaire Rangen

Pattons loopbaan begon in 1909 als tweede luitenant bij de cavalerie. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kreeg hij tijdelijke hogere rangen binnen het wartime leger en bereikte hij tijdelijk de rang van kolonel. Na de oorlog volgden vaste bevorderingen binnen het reguliere leger. In 1940 werd hij brigadegeneraal, in 1941 generaal-majoor, in 1943 luitenant-generaal en in april 1945 generaal met vier sterren. Hij werd niet benoemd tot General of the Army, de Amerikaanse vijfsterrenrang.

Onderscheidingen

Patton ontving Amerikaanse onderscheidingen voor moed, dienst en verwonding in oorlogstijd. Tot zijn decoraties behoorden de Distinguished Service Cross, de Distinguished Service Medal, de Silver Star en de Purple Heart. Deze onderscheidingen weerspiegelden verschillende soorten militaire erkenning: persoonlijke moed aan het front, langdurige dienst in hoge bevelsfuncties en verwonding door gevechtshandelingen.

Daarnaast ontving Patton buitenlandse onderscheidingen van geallieerde landen. Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, België, Tsjecho-Slowakije en andere bondgenoten erkenden zijn rol in geallieerde operaties. Zulke onderscheidingen waren in de Tweede Wereldoorlog gebruikelijk bij hoge commandanten die in internationale coalities dienden. Ze tonen vooral de verbondenheid tussen geallieerde legers en de formele erkenning van gezamenlijke militaire inzet.

Films en documentaires

  1. The Big Picture: Generaal George S. Patton
  2. Patton (1970): Oorlogsfilm

Conclusie

George S. Patton was een Amerikaanse beroepsmilitair die zijn loopbaan begon in de cavalerie en eindigde als viersterrengeneraal in Europa. Zijn militaire ontwikkeling liep via Mexico, de Eerste Wereldoorlog, het interbellum en de grote campagnes van de Tweede Wereldoorlog. Daarbij bleef zijn bevelvoering sterk verbonden met snelheid, training, discipline en het gebruik van mobiele eenheden.

Zijn rol in Noord-Afrika, Sicilië, Frankrijk, de Ardennen, Duitsland en Tsjecho-Slowakije maakte hem tot een veelbesproken commandant binnen de Amerikaanse krijgsgeschiedenis. Tegelijk maken de incidenten in Sicilië en zijn problemen in bezet Duitsland duidelijk dat zijn loopbaan niet los kan worden gezien van controverse. Pattons betekenis ligt vooral in zijn invloed op Amerikaanse pantseroperaties en in zijn plaats binnen de geallieerde oorlogvoering van 1942 tot 1945.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: Unknown photographer, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. D’Este, Carlo (1995). Patton: A Genius for War. New York: HarperCollins. ISBN 978-0-06-092762-2.
  3. Hirshson, Stanley P. (2002). General Patton: A Soldier’s Life. New York: HarperCollins. ISBN 978-0-06-000982-3.
  4. Patton, George S.; Blumenson, Martin, red. (1998). The Patton Papers: 1885–1940. New York: Da Capo Press. ISBN 978-0-306-80862-3.
  5. Patton, George S.; Blumenson, Martin, red. (1996). The Patton Papers: 1940–1945. New York: Da Capo Press. ISBN 978-0-306-80717-6.
  6. Atkinson, Rick (2007). The Day of Battle: The War in Sicily and Italy, 1943–1944. New York: Henry Holt and Company. ISBN 978-0-8050-6289-2.
  7. Atkinson, Rick (2013). The Guns at Last Light: The War in Western Europe, 1944–1945. New York: Henry Holt and Company. ISBN 978-0-8050-6290-8.
  8. Forty, George (2015). Patton’s Third Army at War. Havertown: Casemate. ISBN 978-1-61200-295-8.
  9. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946.