HMS Virago was een Britse V-class destroyer van de Royal Navy, in dienst vanaf 5 november 1943. Het schip diende tijdens de Tweede Wereldoorlog bij Arctische konvooien, de Slag bij de Noordkaap, de landingen in Normandië en operaties in de Indische Oceaan. Na de oorlog werd Virago omgebouwd tot Type 15 fast anti-submarine frigate met pennant number F76.
Ontwerp en constructie
HMS Virago behoorde tot de U and V class, een groep Britse destroyers die onder het War Emergency Programme werd gebouwd. De klasse was bedoeld voor snelle productie, maar bleef geschikt voor vlootdienst, konvooibescherming, torpedoaanvallen en onderzeebootbestrijding. De romp sloot aan bij eerdere S- en T-class destroyers, met aangepaste brugopbouw, vuurleiding en bewapening.
Virago werd op 1 september 1941 besteld bij Swan Hunter and Wigham Richardson in Wallsend-on-Tyne. De kiel werd gelegd op 16 februari 1942, de tewaterlating volgde op 4 februari 1943 en de indienststelling vond plaats op 5 november 1943. Het schip kreeg pennant number R75. Tijdens de oorlog stond zij onder bevel van Lieutenant Commander Archibald John Ramsay White.
De waterverplaatsing bedroeg ongeveer 1.777 long tons standaard en 2.058 long tons bij volle belading. De lengte was 363 ft, de breedte 35 ft 8 in en de diepgang ongeveer 10 ft. Twee Admiralty 3-drum water-tube boilers leverden stoom aan geared steam turbines op twee schroefassen. Het vermogen bedroeg ongeveer 40.000 shp, goed voor ongeveer 36,75 tot 37 knopen. De normale bemanning telde ongeveer 180 man.
Bewapening
De hoofdbewapening van HMS Virago bestond uit vier QF 4.7-inch Mk IX kanonnen in afzonderlijke CP Mk.XXII opstellingen. Deze kanonnen waren bedoeld voor vuur tegen oppervlakteschepen en kustdoelen. Tegen luchtdoelen hadden zij beperkte waarde, omdat latere dual-purpose systemen beter geschikt waren voor snelle doelen op hoogte.
Voor luchtafweer voerde Virago een twin mount Mk.IV met twee 40 mm Bofors-kanonnen. Daarnaast waren er zes 20 mm Oerlikon-kanonnen, verdeeld over twee twin mounts Mk.V en twee single mounts Mk.III. De Bofors bood meer bereik en trefkracht, terwijl de Oerlikons vooral op korte afstand werden gebruikt.
De torpedobewapening bestond uit twee quadruple tubes voor 21-inch Mk IX torpedo’s. Voor onderzeebootbestrijding had Virago depth charge racks en depth charge throwers. De combinatie van ASDIC, dieptebommen, torpedo’s en hoge snelheid maakte het schip bruikbaar voor meerdere destroyertaken binnen de Royal Navy.
Bepantsering
HMS Virago had geen pantsergordel, geen zwaar gepantserd dek en geen citadel zoals bij slagschepen of kruisers. Dat was normaal voor Britse destroyers uit deze periode. Bescherming kwam vooral voort uit snelheid, wendbaarheid, compartimentering en groepsoptreden. De kanonopstellingen en brugdelen hadden plaatselijk bescherming tegen weer, scherven en lichte schade, maar deze bescherming bleef beperkt. Een destroyer moest zwaar vuur vermijden en zijn gevechtswaarde halen uit manoeuvre, torpedo’s, radarwaarneming en samenwerking met andere schepen.
Sensoren en dataverwerking
HMS Virago kwam in dienst in een fase waarin radar, ASDIC en informatieverwerking de gevechtswaarde van destroyers sterk bepaalden. Voor een schip van de U and V class hoorde de sensoruitrusting bij de Britse middenoorlogse standaard. De klasse werd verbonden met Radar Type 272 voor target indication en surface warning, Radar Type 291 voor air warning, Radar Type 285 voor fire control op de gun director en Radar Type 282 voor fire control van de 40 mm Bofors Hazemeyer mount. Deze radars gaven Virago een beter tactisch beeld dan oudere destroyers zonder moderne radar.
Radar Type 272 was bedoeld om oppervlakteschepen en doelen op zee te vinden. Type 291 gaf waarschuwing tegen luchtdoelen en was daardoor van waarde bij konvooien, vliegdekschipbegeleiding en operaties binnen bereik van vijandelijke vliegtuigen. Type 285 ondersteunde de vuurleiding van de hoofdbewapening door afstandsinformatie aan de director te leveren. Type 282 werkte met de luchtafweeropstelling en maakte de korteafstandsluchtafweer beter bruikbaar tegen snelle doelen. Voor onderzeebootdetectie voerde Virago ASDIC-sonar. De gegevens voor Virago ondersteunen de aanduiding ASDIC; een afzonderlijk sonartypenummer voor het oorlogsschip wordt in de aangeleverde informatie niet vastgesteld.
De Royal Navy gebruikte tijdens de Tweede Wereldoorlog niet overal de Amerikaanse benaming Combat Information Center. De Britse benadering heette Action Information Organisation (AIO). Dit was zowel een werkwijze als, op grotere schepen, een fysieke Operations Room. In zo’n systeem kwamen meldingen van radar, ASDIC, uitkijkposten, seinmiddelen en radio samen. Plotters verwerkten die meldingen op kaarten en borden, waarna de commandant sneller kon reageren op luchtcontacten, oppervlaktecontacten of onderzeebootmeldingen.
Op destroyers was de ruimte beperkter dan op slagschepen, kruisers of fleet carriers. Daarom had Virago geen grote AIO-ruimte zoals een slagschip. De informatie werd verwerkt in een kleinere radar office, chartroom of plotruimte, met verbindingen naar de brug, de gun director en het ASDIC-team. De functie was wel vergelijkbaar: radarbeelden, sonarcontacten en visuele meldingen werden samengebracht tot een bruikbaar tactisch overzicht. Bij een snelle destroyer was vooral de doorlooptijd van melding naar besluit kort: een contact moest via operator, plotter en brug snel tot koers-, snelheids- en wapeninformatie worden herleid.
Voor konvooibescherming, nachtgevechten en torpedoaanvallen was deze centralisatie nodig. In de praktijk bepaalde niet alleen de bewapening de slagkracht van een destroyer, maar ook de snelheid waarmee contacten konden worden herkend, geplot en doorgegeven. In 1943 gold een destroyer zonder radar, sonar en centrale plotfunctie als operationeel achterhaald. Virago voldeed op dit punt aan de eisen voor een moderne Britse destroyer uit haar bouwperiode.
Modificaties
HMS Virago werd laat in 1943 opgeleverd met een uitrusting die al was aangepast aan oorlogservaring. Radar, vuurleiding, lichte luchtafweer en onderzeebootbestrijdingsmiddelen waren vanaf de bouw onderdeel van het schip. Daardoor was tijdens haar korte oorlogsdienst geen grote modernisering nodig zoals bij oudere destroyers uit de jaren twintig en dertig.
De oorlogsinzet vroeg wel om onderhoud. Operaties in Arctische wateren, bij Normandië en in tropische gebieden belastten machines, bewapening en sensoren. Na de luchtaanval van 16 mei 1945 liep Virago schade op door scherven van een near miss. De grootste wijziging vond pas na de oorlog plaats, toen het schip tussen 1951 en 1953 werd omgebouwd tot Type 15 fast anti-submarine frigate.
Status schip tijdens de oorlog
Toen HMS Virago in november 1943 in dienst kwam, was zij geen verouderde eenheid. Het schip was gebouwd tijdens de oorlog, had radar voor haar categorie en beschikte over ASDIC voor onderzeebootbestrijding. Ook de combinatie van torpedo’s, 4.7-inch kanonnen, Bofors en Oerlikons paste bij de destroyerrol van de Royal Navy in 1943 en 1944.
Virago was wel een compromis, zoals veel War Emergency Programme destroyers. De klasse moest snel worden gebouwd en had minder ruimte dan grotere schepen voor zware luchtafweer, uitgebreide plotkamers en extra directoren. Toch bleef het schip inzetbaar in meerdere gebieden. De overgang van Arctische konvooien naar Normandië, daarna Noorwegen en vervolgens de Eastern Fleet wijst op een onderhouden en bruikbaar oorlogsschip.
Operationele geschiedenis
Arctische konvooien en de Noordkaap
HMS Virago begon haar oorlogsdienst in de wateren rond Groot-Brittannië en de Noordelijke IJszee. In november 1943 voerde zij oefeningen uit bij Scapa Flow, waaronder onderzeebootbestrijding en samenwerking met andere oorlogsschepen. Daarna werd zij ingezet bij de Arctische konvooien naar de Sovjet-Unie. Deze konvooien dienden de geallieerde aanvoer naar Noord-Rusland en werden bedreigd door Duitse oppervlakteschepen, onderzeeboten en vliegtuigen.
In december 1943 nam Virago deel aan de operatie rond de konvooien JW 55A, JW 55B, RA 55A en RA 55B. Op 26 december 1943 leidde dit tot de Slag bij de Noordkaap. Het Duitse slagschip Scharnhorst probeerde een konvooi aan te vallen, maar werd onderschept door Britse strijdkrachten. HMS Duke of York leverde het zware artilleriegevecht, terwijl destroyers zoals Virago deelnamen aan de achtervolging en torpedoaanvallen. De torpedo’s van Britse destroyers droegen bij aan het uitschakelen en tot zinken brengen van Scharnhorst.
Op 30 januari 1944 escorteerde Virago Convoy JW 56B naar Murmansk. Tijdens deze reis werd HMS Hardy getroffen door een akoestische torpedo, waardoor het achterschip zwaar werd beschadigd. Bij de aanval vielen 35 slachtoffers. Virago redde 78 mannen van Hardy. Tijdens de reddingsactie raakten de boegen van de schepen elkaar, waarna Virago loskwam. HMS Venus nam de rest van de bemanning en officieren over en bracht Hardy daarna tot zinken.
Normandië en operaties bij Noorwegen
Op 3 april 1944 escorteerde Virago de escort carrier HMS Searcher tijdens Operation Tungsten. Deze aanval was gericht tegen het Duitse slagschip Tirpitz in Kaafjord, in het noorden van Noorwegen. De operatie schakelde Tirpitz niet definitief uit, maar maakte deel uit van de geallieerde druk op Duitse zware oppervlakteschepen in Noorse fjorden.
Op 6 juni 1944 nam Virago deel aan de geallieerde landingen in Normandië. Zij vuurde op Duitse posities achter Lion-sur-Mer aan Sword Beach. Daarna leverde zij dekkingsvuur voor troepen die landinwaarts oprukten. Het schip bleef tot 6 juli 1944 voor de Normandische kust op verschillende stations actief. De taak bestond uit vuursteun, bescherming van de landingsmacht en aanwezigheid tegen Duitse kust- en zeedreigingen.
Na haar vertrek uit Normandië keerde Virago terug naar operaties bij Noorwegen en naar escortetaken rond de Arctische konvooien. Die inzet liep door tot het einde van september 1944. In deze periode bleef de Royal Navy druk uitoefenen op Duitse marineposities in Noorwegen en beschermde zij de noordelijke aanvoerroute. Onder de bemanning bevonden zich onder meer Douglas Hooker, een Amerikaanse burger die later over zijn dienst schreef, en Stanley Bonnett, een wireless operator die zijn ervaringen later literair verwerkte.
Oostelijke vloot en de Straat Malakka
In januari 1945 werd HMS Virago overgeplaatst naar de Eastern Fleet. Daarmee verschoof haar werkgebied van de Noord-Atlantische en Europese wateren naar de Indische Oceaan en Zuidoost-Azië. Deze overgang vroeg andere bevoorrading, navigatie en inzet bij vliegdekschepen, kustoperaties en snelle onderscheppingen. Op 26 maart 1945 onderschepte zij samen met HMS Saumarez, HMS Volage en HMS Vigilant een Japans bevoorradingskonvooi ten oosten van Khota Andaman bij de Andamanen. Virago en Vigilant brachten daarbij de Japanse submarine chaser CH-34 tot zinken.
Eind april 1945 patrouilleerde Virago in de Straat Malakka en ondersteunde zij Operation Dracula bij de kust van Birma. Zij maakte deel uit van de operaties rond de 21st Aircraft Carrier Squadron. Deze inzet was gericht op de herovering van gebieden en op het afsnijden van Japanse zeeverbindingen in de regio. Daarna nam Virago deel aan de Battle of the Malacca Strait, samen met Saumarez, Verulam, Venus en Vigilant.
In de vroege ochtend van 16 mei 1945 eindigde deze actie met het tot zinken brengen van de Japanse zware kruiser Haguro. De Britse destroyers voerden een nachtelijke aanval uit waarin radar, manoeuvre, torpedo’s en samenwerking tussen schepen samenkwamen. De actie geldt als de laatste zeeslag met kanonvuur tussen oppervlakteschepen in de Tweede Wereldoorlog.
Later op 16 mei moest Virago brandstof innemen van HMS Hunter. Terwijl beide schepen naderden, vielen Japanse vliegtuigen aan. HMS Hunter bleef onbeschadigd, maar een near miss veroorzaakte scherfschade aan Virago. Daarbij kwamen vijf bemanningsleden om het leven. Dit waren de enige dodelijke verliezen aan boord van Virago tijdens haar oorlogsdienst.
In juli en augustus 1945 nam Virago deel aan voorbereidingen voor Operation Zipper, de geplande invasie van Malaya. Na de Japanse capitulatie werd deze operatie uitgevoerd als herbezettingsactie in september 1945. Na VJ Day was Virago gebaseerd in Hongkong bij de British Pacific Fleet. Lieutenant Commander Archibald John Ramsay White bleef gedurende de oorlogsdienst commandant. In december 1945 keerde het schip terug naar Chatham in Kent.
Na de oorlog
Tussen 1946 en 1949 diende HMS Virago bij de 3rd Destroyer Flotilla in de Middellandse Zee. Op 2 augustus 1946 ontplofte de Britse tanker Empire Cross in Haifa Roads, waarna het schip brandde en zonk. Er vielen 25 doden. Virago en HMS Venus namen deel aan de redding van overlevenden. Omdat in het gebied dieptebommen waren gebruikt tegen mogelijke kikvorsmannen, werd een verband met de explosie onderzocht. Een logboekpagina van Virago voor die dag ontbrak, maar de Admiralty verwierp uiteindelijk het idee dat een dieptebom van Virago de ontploffing had veroorzaakt.
Op 19 september 1946 werd vuur van Virago gebruikt om het voorste deel van het wrak van Ohio tot zinken te brengen. Deze tanker had tijdens het Beleg van Malta een rol gespeeld. Tussen 1949 en 1951 lag Virago in reserve bij Chatham Dockyard.
Van 1951 tot 1953 werd het schip omgebouwd tot Type 15 fast anti-submarine frigate. Bij terugkeer in dienst kreeg het schip pennant number F76 en werd zij ingedeeld bij de 6th Frigate Squadron. In 1953 nam Virago deel aan de Fleet Review ter gelegenheid van de kroning van koningin Elizabeth II. De Type 15-ombouw gaf haar nieuwe sensoren, waaronder Type 293Q target indication, Type 277Q surface search, Type 974 navigation radar, Type 262 fire control radar, Cossor Mark 10 IFF en sonarsets Type 174, Type 162 en Type 170.
Tussen 1955 en 1960 lag Virago opnieuw in reserve bij Chatham Dockyard. Tussen 1962 en 1963 diende zij bij de Dartmouth Training Squadron. In 1963 werd het schip uit dienst genomen en in reserve gehouden bij Devonport. In juni 1965 kwam Virago aan in Faslane om te worden gesloopt.
Conclusie
HMS Virago was een laat in 1943 in dienst gestelde Britse V-class destroyer die tijdens de Tweede Wereldoorlog in meerdere operatiegebieden werd ingezet. Het schip combineerde snelheid, torpedo’s, kanonvuur, lichte luchtafweer, ASDIC en radar. Daardoor kon het optreden bij konvooien, kustbeschietingen, vliegdekschipbegeleiding en nachtelijke destroyeracties.
Volgens de normen van 1943 was vooral de combinatie van sensoren en informatieverwerking bepalend. Een destroyer zonder radar, sonar en een vorm van centrale plotfunctie liep toen operationeel achter. Virago beschikte over radar, ASDIC en een compacte Royal Navy Action Information Organisation-achtige werkwijze. Daarmee was zij voor haar rol niet verouderd. Haar latere ombouw tot Type 15 frigate laat zien dat de romp na 1945 nog bruikbaar werd geacht voor gespecialiseerde onderzeebootbestrijding.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Cleet J H (of South Shields), Public domain, via Wikimedia Commons
Colledge, J. J.; Warlow, Ben (2006) [1969]. Ships of the Royal Navy: The Complete Record of All Fighting Ships of the Royal Navy from the 15th Century to the Present. London: Chatham Publishing. ISBN 978-1-86176-281-8.
Raven, Alan; Roberts, John (1978). War Built Destroyers O to Z Classes. London: Bivouac Books. ISBN 0-85680-010-4.
Whitley, M. J. (1988). Destroyers of World War 2. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 0-87021-326-1.
Marriott, Leo (1994). Royal Navy Destroyers since 1945. Ian Allan. ISBN 0-7110-1817-0.
Critchley, Mike (1982). British Warships Since 1945: Part 3: Destroyers. Liskeard: Maritime Books. ISBN 0-9506323-9-2.
Mitchell, W. H.; Sawyer, L. A. (1995). The Empire Ships. London: Lloyd’s of London Press. ISBN 1-85044-275-4.
Cocker, Maurice (1981). Destroyers of the Royal Navy, 1893–1981. London: Ian Allan. ISBN 0-7110-1075-7.
Gardiner, Robert, ed. (1980). Conway’s All the World’s Fighting Ships 1922–1946. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 0-87021-913-8.
Hodges, Peter; Friedman, Norman (1979). Destroyer Weapons of World War II. London: Conway Maritime Press. ISBN 0-85177-137-8.
Caruana, J. (1992). “Ohio Must Get Through”. Warship International 29: 333–348. ISSN 0043-0374.










