
HMAS Westralia (F95/C61) was een Australisch hulpoorlogsschip dat tijdens de Tweede Wereldoorlog dienstdeed als bewapende koopvaardijkruiser en later als Landing Ship, Infantry. Het schip begon als civiel motorvaartuig, werd in 1939 gevorderd, escorteerde konvooien, vervoerde troepen en nam deel aan landingsoperaties in de Stille Oceaan.
Ontwerp en constructie
Westralia werd gebouwd door Harland and Wolff in Govan, Schotland, voor de Australische rederij Huddart Parker. Het schip was ontworpen als tweeschroefs motorvaartuig voor civiele dienst. De werf kende het bouwnummer 843 toe. De tewaterlating vond plaats op 25 april 1929, waarna de voltooiing later dat jaar volgde. Daarmee begon Westralia als koopvaardijschip, niet als oorlogsschip.
Het civiele ontwerp bepaalde in hoge mate de latere militaire inzet. Een koopvaardijromp bood ruimte voor lading, passagiers en later troepen, maar was niet gebouwd volgens de eisen van een vlootkruiser. In de bekende technische gegevens worden vooral bouwwerf, voortstuwingstype, eigenaar en latere militaire aanpassingen genoemd. Daarom worden lengte, snelheid en waterverplaatsing hier niet als exacte cijfers opgenomen.
De tweeschroefs indeling was van belang voor betrouwbaarheid en inzetbaarheid op langere routes. Voor een schip dat later konvooien moest begeleiden en soldaten moest vervoeren, waren uithoudingsvermogen en binnenruimte minstens zo bepalend als snelheid. Westralia paste daardoor in een bredere groep civiele schepen die bij oorlogsdreiging geschikt werd gemaakt voor marinegebruik.
Bewapening
Westralia werd na de vordering door de Australische regering ingericht als Armed Merchant Cruiser. Daarbij kreeg het schip zeven kanonnen van 6 inch, gelijk aan 150 millimeter. Daarnaast werden twee luchtafweerkanonnen van 3 inch, gelijk aan 76 millimeter, geplaatst. Deze bewapening maakte het schip bruikbaar voor escorte- en patrouillediensten, maar veranderde het niet in een volwaardige kruiser.
De bewapening paste bij de rol van een bewapend koopvaardijschip. Het doel was bescherming van vaarroutes, afschrikking tegen lichte dreigingen en begeleiding van schepen over grote afstanden. Tijdens de gebeurtenis bij Cairns in december 1941 werden ook machinegeweren op de brug genoemd. Over type, aantal en technische uitvoering van deze wapens zijn geen verdere gegevens vermeld.
Bepantsering
Westralia was oorspronkelijk geen gepantserd oorlogsschip. De bekende gegevens noemen geen pantsergordel, gepantserd dek of beschermde geschuttorens. Dat past bij haar oorsprong als civiel motorvaartuig en bij haar latere status als bewapende koopvaardijkruiser. De bescherming lag daarom vooral in afstand houden, escorteprocedures, uitkijk, manoeuvreren en samenwerking binnen konvooien.
Deze beperkte bescherming had gevolgen voor de aard van de inzet. Westralia was geschikt voor begeleiding, transport en ondersteuning, maar niet bedoeld om gevechten met moderne kruisers of zwaar bewapende oppervlakteschepen aan te gaan. Na de omzetting tot Landing Ship, Infantry verschoof de nadruk nog sterker naar vervoer, landingsondersteuning en logistieke taken.
Sensoren
Over afzonderlijke radar-, sonar- of vuurleidingsinstallaties van Westralia zijn in de bekende scheepsgegevens geen specificaties vermeld. De beschreven inzet wijst vooral op klassieke maritieme waarneming: uitkijkposten, navigatie, communicatie en visuele herkenning binnen konvooien. Tijdens de dienst in 1941 speelde ook een boordvliegtuig een rol, omdat een vertrek werd uitgesteld toen dit toestel niet opnieuw aan boord kon worden genomen.
De sensormogelijkheden moeten daarom terughoudend worden beschreven. Westralia opereerde in een periode waarin veel marineschepen steeds meer elektronische hulpmiddelen kregen, maar dit schip is in de beschikbare gegevens niet uitgewerkt als technisch gespecialiseerd detectieplatform. Voor haar taken waren waarneming, verbindingen, commandovoering en samenwerking met andere eenheden belangrijker dan een afzonderlijk genoemd sensorsysteem.
Modificaties
De eerste militaire aanpassing volgde na 2 november 1939, toen de Australische regering Westralia vorderde voor oorlogsdienst. Het schip werd ingericht als bewapende koopvaardijkruiser, kreeg zwaar scheepsgeschut en luchtafweer, en werd op 17 januari 1940 in dienst gesteld bij de Royal Australian Navy. Daarbij kreeg het schip het pennantnummer F95.
Tussen februari en mei 1943 werd Westralia omgebouwd tot Landing Ship, Infantry. Deze omzetting veranderde de functie van het schip ingrijpend. Het ging niet langer vooral om escorte en patrouille, maar om het vervoeren van manschappen naar gebieden waar amfibische operaties werden uitgevoerd. In deze nieuwe rol kon Westralia 933 soldaten vervoeren en kreeg het schip het pennantnummer C61.
De ombouw sloot aan bij de ontwikkeling van geallieerde landingsoperaties in de Stille Oceaan. Westralia werd ingezet voor vervoer van eenheden van het United States Army en het United States Marine Corps. Ook werd het schip gebruikt bij Port Stephens als accommodatieschip terwijl de gecombineerde opleiding voor amfibische operaties werd ontwikkeld, later bekend als HMAS Assault.
Status schip tijdens de oorlog
Westralia was bij haar vordering ongeveer tien jaar oud. De romp was daardoor niet uitzonderlijk oud, maar het ontwerp was civiel en niet gericht op maritieme gevechten. Als bewapende koopvaardijkruiser was zij nuttig voor escorte, patrouille en transport, maar de militaire waarde lag niet in snelheid, pantsering of gevechtskracht op kruiserniveau.
De staat van het schip blijkt vooral uit de continuïteit van de inzet. Westralia kon konvooien begeleiden, troepen vervoeren, patrouilles uitvoeren en later worden omgebouwd tot landingsschip. De korte-rantsoenperiode in december 1941 had te maken met bevoorrading en plotselinge troepentransporten, niet met een vermelde technische storing aan het schip. Het uitgestelde vertrek bij Cairns hield verband met het boordvliegtuig.
Tijdens de oorlog veranderde de bruikbaarheid van Westralia mee met haar taak. Als hulpkruiser was zij beperkt ten opzichte van moderne oorlogsschepen. Als Landing Ship, Infantry sloot zij beter aan bij de behoefte aan transportcapaciteit voor landingen. Daardoor was zij operationeel niet achterhaald in absolute zin, maar wel afhankelijk van een inzet die paste bij haar civiele oorsprong en aangepaste inrichting.
Operationele geschiedenis
Escortedienst en patrouilles
Na de indienststelling in januari 1940 werd Westralia vooral gebruikt voor konvooibegeleiding in de Stille en Indische Oceaan. De vaarroutes rond Australië en Nieuw-Zeeland vroegen om schepen die langere afstanden konden afleggen en koopvaardijschepen konden beschermen. Voor deze taak was een bewapende koopvaardijkruiser geschikt, zolang de dreiging paste bij haar beperkte bescherming en bewapening.
In het begin van november 1941 begeleidde Westralia een drijvend dok van Brisbane naar Darwin. Daarna begon zij patrouilles in de Arafurazee. Deze inzet plaatste het schip in een gebied dat door de oorlog in Azië en de toenemende dreiging richting Nederlands-Indië steeds gevoeliger werd. Darwin werd in deze periode gebruikt als uitvalsbasis voor transport, bevoorrading en militaire bewegingen naar het noorden.
Troepentransport naar Timor
Op 10 december 1941 vertrok Westralia vanuit Darwin met 445 militairen aan boord. Zij begeleidde SS Zealandia, dat nog eens 957 militairen van Sparrow Force vervoerde. De bestemming was Timor, waar de schepen op 12 december bij Koepang aankwamen. De reis verliep zonder gemelde aanval of schade. Vervolgens keerden de schepen op 16 december terug naar Darwin.
Na terugkeer kreeg Westralia opdracht naar Cairns te varen. Het schip bereikte Cairns op 25 december met 117 soldaten aan boord. De troepentransporten waren op korte termijn opgedragen en hadden invloed op de voorraden aan boord. Vooral de voedselvoorziening raakte onder druk, waardoor de bemanning in december te maken kreeg met beperkte rantsoenen. Dat leidde tot spanning binnen de dagelijkse scheepsroutine.
Cairns en het onderzoek daarna
In Cairns moest Westralia worden bevoorraad, omdat Darwin veel voorraden had gebruikt voor Australische en Nederlandse troepen in de regio. De bemanning werkte aan het ontschepen van militairen. Toen een geplande avondafvaart niet doorging doordat het boordvliegtuig niet opnieuw aan boord kon worden genomen, werd geen walverlof gegeven. Rond middernacht kwam de wachtwisseling niet op gang.
Omstreeks 01.50 uur zag de officier van dek ongeveer honderd bemanningsleden bij de ankerlieren staan. Zij blokkeerden daarmee het gebruik van deze uitrusting en negeerden bevelen om uiteen te gaan. De kapitein liet machinegeweren op de brug op de groep richten, bracht het schip naar alarmtoestand en liet vastleggen wie niet op zijn post verscheen.
Daarna kreeg de master-at-arms opdracht de weigeraars te arresteren. In totaal werden 104 mannen aangehouden en aangeklaagd wegens muiterij, het hoogste aantal in de geschiedenis van de RAN. De aangewezen leiders werden opgesloten, terwijl de overige mannen hun dienst hervatten. Westralia kwam op 30 december in Darwin aan en werd daarna naar Sydney gestuurd voor onderzoek. De juridische stukken en strafgegevens zijn later verloren gegaan.
Sydney, ombouw en landingsdienst
In mei 1942 lag Westralia in de haven van Sydney tijdens de Japanse aanval met dwergonderzeeboten. De vermelding plaatst het schip bij een aanval op Australisch marinegebied, zonder dat Westralia zelf als hoofdobject van de aanval wordt beschreven. De gebeurtenis toont wel hoe dicht de oorlog in 1942 bij Australische havens kwam.
Tussen februari en mei 1943 werd Westralia omgebouwd tot Landing Ship, Infantry. Na deze aanpassing werd zij opnieuw in dienst genomen met het pennantnummer C61. Het schip kreeg een capaciteit van 933 soldaten en werd vooral gebruikt voor het vervoer van Amerikaanse leger- en mariniersformaties. Daarmee schoof haar rol van bescherming op zee naar ondersteuning van amfibische operaties.
Westralia werd bij Port Stephens gebruikt als accommodatieschip tijdens de ontwikkeling van de gecombineerde opleiding voor landingsoperaties. Vervolgens nam zij deel aan landingen bij Cape Cretin, Hollandia, Leyte Gulf, de Filipijnen en Borneo. Deze reeks operaties laat zien dat het schip na de ombouw onderdeel werd van de geallieerde opmars door de zuidwestelijke Stille Oceaan.
Als LSI was Westralia vooral een transport- en ondersteuningsschip. De militaire waarde lag in het overbrengen van eenheden naar voorbereide landingsgebieden en in het opnemen van het schip in grotere vlootbewegingen. De genoemde operaties waren verspreid over verschillende gebieden, waardoor het schip niet aan één slag of één haven gebonden bleef.
Einde van de oorlog
Na het einde van de oorlog was Westralia op 22 september 1945 aanwezig bij Ambon voor de overgave en bezetting van het eiland. De 164 overlevenden van Gull Force die krijgsgevangen waren geweest, waren eerder, op 10 september, al van het eiland gehaald. Daarna werd Westralia gebruikt voor repatriëring van Australische militairen.
Westralia werd in september 1946 uit dienst gesteld. Het schip ontving vijf battle honours voor de oorlogsdienst: Pacific 1941–45, New Guinea 1943–44, Leyte Gulf 1944, Lingayen Gulf 1945 en Borneo 1945. Deze onderscheidingen vatten de geografische spreiding van haar inzet samen en tonen de overgang van konvooibegeleiding naar landingsoperaties.
Na de oorlog
Na de oorlog voer Westralia vanuit Japan via Rabaul naar Brisbane, waar zij rond 17 juli 1946 werd verwacht. Daarna moest zij naar Sydney gaan om weer geschikt te worden gemaakt voor kustpassagiersdienst. Die terugkeer naar civiel gebruik werd echter uitgesteld, omdat het schip opnieuw werd ingezet voor troepenvervoer.
Westralia werd gebruikt op de route tussen Sydney en Kure ter ondersteuning van de British Commonwealth Occupation Force in Japan. In deze periode werd zij niet opnieuw als RAN-schip in dienst gesteld. Het schip voer met een koopvaardijbemanning, wat past bij de naoorlogse overgang tussen militaire behoefte en civiel beheer.
De inzet voor de British Commonwealth Occupation Force eindigde in april 1949. Vervolgens werd Westralia door het Britse Ministry of Transport gecharterd als troepenschip en deed zij tot maart 1950 dienst in het Middellandse Zeegebied. Op 27 maart 1951 werd het schip uiteindelijk teruggegeven aan Huddart Parker.
In 1959 werd Westralia verkocht aan Asian and Pacific Shipping Co Ltd. Het schip kreeg een nieuwe rol als veetransportschip en voer eerst onder de naam Delfino. In 1960 werd het hernoemd tot Woolambi. Een jaar later volgde verkoop voor sloop. In december 1961 werd het schip naar Japan gesleept om te worden opgebroken.
Conclusie
HMAS Westralia was geen oorspronkelijk oorlogsschip, maar een civiel motorvaartuig dat door aanpassing een brede oorlogstaak kreeg. Als bewapende koopvaardijkruiser diende zij vooral voor escorte, patrouille en transport. Na de ombouw tot Landing Ship, Infantry werd zij onderdeel van landingsoperaties in de Stille Oceaan.
De waarde van Westralia lag vooral in inzetbaarheid en aanpassingsvermogen. Haar beperkte bescherming en civiele oorsprong bepaalden de grenzen van haar gevechtsrol, maar haar ruimte en bereik maakten haar bruikbaar voor troepenvervoer, opleiding en amfibische ondersteuning. De loopbaan na 1945 laat zien dat het schip ook na de oorlog nog meerdere jaren transporttaken uitvoerde voordat het terugkeerde naar civiele dienst.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Australian armed forces, Public domain, via Wikimedia Commons
Bastock, John (1975). Australia’s Ships of War. Cremorne, NSW: Angus and Robertson. ISBN 0-207-12927-4.
Frame, Tom; Baker, Kevin (2000). Mutiny! Naval Insurrections in Australia and New Zealand. St Leonards: Allen & Unwin. ISBN 1-86508-351-8.
Jenkins, David (1992). Battle Surface! Japan’s Submarine War Against Australia 1942–44. Milsons Point: Random House Australia. ISBN 0-09-182638-1.
Mallett, Ross (2007). Together Again for the First Time: The Army, the RAN and Amphibious Warfare 1942–1945. In Stevens, David; Reeve, John (eds.). Sea Power Ashore and in the Air. Ultimo: Halstead Press. ISBN 978-1-920831-45-5.









