Home WO2 Blog Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946

Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946

Een ouderwetse laptop staat op een houten tafel in een historische bibliotheek met hoge boekenkasten en gewelfde ramen.
Een laptop op een houten leestafel in een sfeervolle bibliotheek vol antieke boeken en klassieke houten boekenkasten.

Het doen van historisch onderzoek naar de 1800 tot 1946 vergt een grondige studie van uiteenlopende informatiebronnen. De oorlogen vormden een complexe, wereldwijde gebeurtenis waarvan de aanloop, het verloop en de gevolgen pas goed begrepen kunnen worden door het combineren van vele bronnen en perspectieven. Een onderzoeker moet archieven, boeken, persoonlijke verslagen, beeldmateriaal en digitale databases raadplegen om een volledig beeld te krijgen.

Arbeidsintensief proces

Dit is een arbeidsintensief proces: men moet enorme hoeveelheden informatie verzamelen, verwerken en kritisch analyseren voordat er een samenhangend en feitelijk correct verhaal geschreven kan worden. De in dit artikel beschreven links en bronnen vormen slechts een bloemlezing – een kleine greep uit het uitgebreide aanbod – die een onderzoeker zou kunnen gebruiken.

In de praktijk is het nog noodzakelijk om vele andere documenten en naslagwerken te bestuderen om alle facetten van de wereldoorlogen te doorgronden. Wij kunnen niet uitgaan van anekdotisch bewijs en wij  vind dat het van groot belang dat de geraadpleegde bronnen betrouwbaar en goed gedocumenteerd zijn. We belichten zowel klassieke archieven en wetenschappelijke werken als moderne digitale platforms en openbare databases.

Daarnaast schenken we aandacht aan de historische context – beginnend bij de 19e-eeuwse voorgeschiedenis – en laten we zien hoe de redactie van mei1940.org als voorbeeld fungeert van een platform dat deze bronnen gebruikt om kennis te delen. Het doel is een overzichtelijk, informatief en toegankelijk beeld te schetsen van de beschikbare informatie en bronnen rond de wereldoorlogen, zodat zowel leken als gevorderde historici hun weg kunnen vinden in dit rijke materiaal.

Verschillende bronnen geven vaak verschillende meningen en inzichten

Bij historisch en wetenschappelijk onderzoek kom je al snel tot de ontdekking dat bronnen zelden eenduidig zijn. Wat de ene auteur als vaststaand feit presenteert, wordt door een ander genuanceerd of zelfs tegengesproken. Dat is geen zwakte, maar juist een kracht van onderzoek en reflectie. Door verschillende bronnen naast elkaar te leggen, ontdek je niet alleen meerdere perspectieven, maar krijg je ook beter zicht op de complexiteit van een onderwerp.

Daarom is het belangrijk om altijd meerdere bronnen te raadplegen én te vermelden. Zo kunnen lezers zelfstandig nagaan waar informatie vandaan komt en desgewenst zelf verder onderzoek doen. Transparantie bevordert het vertrouwen in de tekst én stimuleert kritisch denken.

Bovendien ontwikkelen schrijvers zich door de jaren heen. Hun kennis groeit, hun stijl verandert, en ook maatschappelijke inzichten verschuiven. Wat tien jaar geleden als gezaghebbend gold, kan vandaag als achterhaald worden beschouwd. Ook dat is onderdeel van een levend en open kennisproces.

Een goed artikel biedt dus niet één waarheid, maar een zorgvuldig onderbouwd overzicht van inzichten, met ruimte voor de lezer om zelf conclusies te trekken. Dat vraagt om zorgvuldige bronselectie en een open houding tegenover nieuwe informatie.

Historische context: van 1800 tot aan de Wereldoorlogen

Om de wereldoorlogen goed te begrijpen, is het noodzakelijk om ook de aanloop ernaartoe te onderzoeken. De periode van 1848 tot 1946 wordt vaak als historische context meegenomen. Zo waren de revoluties van 1848 in Europa van grote invloed op nationalistische bewegingen en de machtsverhoudingen tussen landen.

Een ander cruciaal voorstadium was de Frans-Duitse Oorlog van 1870–1871. In deze oorlog leed Frankrijk een pijnlijke nederlaag tegen Pruisen en zijn bondgenoten, wat leidde tot de eenwording van Duitsland en de annexatie van Elzas-Lotharingen door de nieuwe Duitse staat.

Deze uitkomst zaaide het zaad van het Franse revanchisme – een wraakgevoel onder de Fransen om het verloren grondgebied en de eer te herstellen. Deze revanchegedachte hield decennialang aan en wordt gezien als een van de onderliggende oorzaken van de Eerste Wereldoorlog. Frankrijk sloot bondgenootschappen en rustte zich militair toe in de jaren daarna, vastbesloten om bij een volgende gelegenheid revanche te nemen.

Naast het revanchisme droegen ook andere 19e-eeuwse en vroege 20e-eeuwse ontwikkelingen bij aan de spanningen die zouden escaleren in de wereldoorlogen. De opkomst van het nationalisme, de Europese wedloop om koloniën (imperialisme), en een wapenwedloop aangewakkerd door groeiende legers en nieuwe technologieën (militarisme) zorgden voor een explosieve situatie.

Allianties ontstonden en verstevigden deze verdeeldheid: zo stonden rond 1914 de Centralen (Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en hun bondgenoten) tegenover de Geallieerden (onder meer Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Rusland). Een lokaal conflict – de moord op aartshertog Frans Ferdinand in Sarajevo (1914) – kon in die context uitgroeien tot een wereldoorlog omdat het complexe bondgenootschap-systeem vrijwel alle grootmachten in het conflict trok.

De Eerste Wereldoorlog (1914–1918) verwoestte Europa en eiste miljoenen levens. De harde vrede van Versailles (1919), waarin Duitsland zware straffen en herstelbetalingen opgelegd kreeg, legde op zijn beurt de kiem voor nieuwe frustraties. In de jaren ’20 en ’30 destabiliseerden economische crises en politieke extremen (zoals het opkomende nationaalsocialisme in Duitsland) Europa verder.

Uiteindelijk leidde dit tot de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in 1939, toen Nazi-Duitsland zijn buurlanden begon binnen te vallen. Sommige conflictsituaties in de aanloop naar WOII, zoals de Spaanse Burgeroorlog (1936–1939) en de Japanse agressie in Azië (bijvoorbeeld de invasie van Mantsjoerije in 1931 en de oorlog tegen China vanaf 1937), gelden als opmaat of proeftuin voor de tactieken en de gruwelen die zouden volgen in de grote oorlog.

De periode 1939–1945 zag een wereldwijd conflict van ongekende schaal. Na de Duitse inval in Polen (1939) raakte vrijwel elk continent betrokken bij de strijd. Nederland werd op 10 mei 1940 door Duitsland aangevallen en in vijf dagen tijd bezet. De oorlog in Europa eindigde uiteindelijk met de Duitse capitulatie in mei 1945, terwijl de strijd in Azië nog voortduurde tot de Japanse overgave in augustus 1945. De nasleep van WOII liep door tot in 1946, met bijvoorbeeld de berechting van oorlogsmisdadigers tijdens het Proces van Neurenberg en de beginfase van wederopbouw van verwoeste landen.

Voor een onderzoeker betekent deze brede historische reikwijdte (1848–1946) dat je niet kunt volstaan met alleen bronnen over de kernjaren van de wereldoorlogen zelf. Je moet ook informatie betrekken over eerdere conflicten en latere gevolgen.

Zo bieden bronnen over de Frans-Duitse Oorlog, de Balkan-oorlogen en het interbellum inzicht in de oorzaken en omstandigheden rond WOI en WOII. Evenzo zijn documenten over de wederopbouw en de Koude Oorlog-voorgeschiedenis relevant om de impact van WOII te begrijpen.

Gelukkig is er een enorme rijkdom aan archiefmateriaal, literatuur en gedigitaliseerde bronnen beschikbaar die deze hele periode bestrijken. Hieronder bespreken we de belangrijkste informatiebronnen en naslagwerken die van pas komen bij onderzoek naar de Eerste en Tweede Wereldoorlog.

Archieven en officiële bronnen

Archiefmateriaal vormt de ruggengraat van historisch onderzoek. In archieven liggen primaire bronnen opgeslagen: officiële documenten, verslagen, brieven, foto’s en andere objecten uit de tijd van de oorlogen. Een van de belangrijkste instituten is het Nationaal Archief (Den Haag), waar talloze archieven met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog (en Eerste Wereldoorlog voor zover Nederland betrokken was) worden bewaard.

Een groot voordeel van moderne archiefwetgeving is de openbaarheid: “Eén van de belangrijkste verworvenheden van het openbare archiefwezen is dat de archieven door iedereen vrij kunnen worden ingezien, tenzij… beperkingen aan de openbaarheid zijn gesteld”, aldus het Nationaal Archief.

In de praktijk betekent dit dat het overgrote deel van de archieven volledig openbaar en toegankelijk is voor iedereen.

Men kan in de studiezaal originelen inzien of via digitale zoekportals scans en inventarissen raadplegen. Bijvoorbeeld, dossiers over de Nederlandse mobilisatie, bezettingsbestuur, verzetsgroepen of correspondentie van politieke leiders zijn te vinden in het Nationaal Archief. Ook specifieke collecties zoals het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) – met informatie over de naoorlogse berechting van collaborateurs – worden daar beheerd.

Nationaal Archief (z.d.). Nationaal Archief (officiële website). Beschikbaar via www.nationaalarchief.nl.

Bundesarchiv (Duitsland)

Op internationaal niveau zijn er ook essentiële archieven. Het Bundesarchiv (Duitsland) bijvoorbeeld beheert de officiële Duitse overheids- en legerarchieven. Via hun digitale database zijn vele foto’s, filmfragmenten en documenten uit de periode 1933–1945 beschikbaar gesteld  Een onderzoeker die bijvoorbeeld Duitse militaire rapporten of overheidsbesluiten wil inzien, kan bij het Bundesarchiv terecht. Ook landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Rusland en de Verenigde Staten hebben nationale archiefinstellingen (zoals The National Archives in Kew, het Franse Service historique de la Défense, het Russische Государственный архив, en de U.S. National Archives) die materiaal over de wereldoorlogen bewaren en voor een deel online toegankelijk maken.

Bundesarchiv, files, photos, films and more.

Primaire bronnen

Primaire bronnen zijn direct afkomstig uit de onderzochte periode en  bieden ooggetuigenverslagen of originele documentatie van de gebeurtenissen.  Ze zijn niet achteraf samengesteld, maar gemaakt door mensen die de gebeurtenissen zelf hebben meegemaakt of vastgelegd. Denk hierbij aan persoonlijke dagboeken, brieven, krantenartikelen, wetten, foto’s en andere objecten uit de periode.

Het grote voordeel van primaire bronnen is dat ze een onmiddellijk venster op het verleden bieden. Tegelijk moeten we beseffen dat primaire bronnen geen objectieve waarheid garanderen – ze kunnen gekleurd zijn door de blik of belangen van de maker.

Historici benaderen deze bronnen daarom kritisch: wie is de auteur, met welk doel is de bron gemaakt, en welke informatie wordt benadrukt of weggelaten? Ondanks hun mogelijke subjectiviteit vormen primaire bronnen de onmisbare basis voor elk degelijk historisch onderzoek, zeker voor een periode met zoveel sociaal en politiek drama als 1800–1946.

Officiële documenten en archieven

Overheden en instellingen lieten een schat aan officiële documenten na in de periode 1800–1946. Zulke bronnen – bijvoorbeeld wetten, regeringsbesluiten, bevolkingsregisters, notulen van gemeenteraden, rechtelijke archieven en militaire verslagen – geven inzicht in de bestuurlijke en juridische kant van de geschiedenis.

Een mijlpaal in Nederland was de invoering van de Burgerlijke Stand in 1811 onder Napoleon. Vanaf dat jaar werd iedereen geregistreerd en werden geboorte-, huwelijks- en overlijdensakten systematisch opgemaakt en bijgehouden. Deze registers, net als volkstellingen en adressenboeken, zijn waardevol voor demografisch en sociaal onderzoek: ze onthullen bijvoorbeeld bevolkingsgroei, migratiestromen en gezinssamenstellingen in de 19e eeuw. Veel van deze documenten bevinden zich nu in openbare archieven en zijn, mede dankzij hun ouderdom, voor iedereen in te zien. Zo bewaart het Nationaal Archief in Nederland de dubbelen van de akten van de Burgerlijke Stand en zijn de meeste stukken ouder dan 75 jaar volledig openbaar.

Naast burgerlijke registers zijn er ook bestuurlijke archieven (provinciale en gemeentelijke verslagen, besluiten van ministeries), gerechtelijke archieven (vonnissen, processtukken) en militaire archieven (zoals logboeken, mobilisatielijsten, inlichtingenrapporten) die zeer relevant zijn.

Een voorbeeld is het uitgebreide archief van het Ministerie van Oorlog rond 1940–1945, dat onder andere rapporten over de mobilisatie in 1939 en verslagen van het verzet bevat. In internationaal perspectief zijn er verdragen en diplomatieke correspondentie – bijvoorbeeld de protocollen van het Congres van Wenen (1815) of de Conferentie van Versailles (1919) – die het verloop van internationale betrekkingen documenteren. Omdat deze documenten vaak door meerdere instanties en personen werden opgemaakt, bieden zij een meer officiële lezing van de geschiedenis, die historici kunnen vergelijken met persoonlijke verslagen uit dezelfde tijd.

Veel officiële documenten uit 1800–1946 zijn inmiddels gedigitaliseerd of samengevat beschikbaar. Inventarissen en indexen helpen onderzoekers gerichter te zoeken in de vaak gigantische archiefbestanden.

Steeds vaker worden ook scans van originele documenten online gezet: men kan bijvoorbeeld een 19e-eeuwse huwelijksakte of een kabinetsnotulen uit 1935 als afbeelding of PDF bekijken. Deze primaire bronnen uit officiële hoek vereisen net als andere bronnen kritische beoordeling – men let op de context van ontstaan en eventuele bureaucratische bias – maar vormen een ruggengraat van feitelijke informatie voor historisch onderzoek.

  1. Nationaal Archief (Eén van de belangrijkste verworvenheden van het openbare archiefwezen is dat de archieven door iedereen vrij kunnen worden ingezien, tenzij er bij de overbrenging van de archieven beperkingen aan de openbaarheid zijn gesteld. Volgens de Archiefwet kan dat slechts in een beperkt aantal gevallen. Het overgrote deel van de archieven is dan ook volledig openbaar en voor iedereen toegankelijk.)
  2. Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. De volledige editie is per band te downloaden in PDF-formaat. Dit werk is gelicenseerd onder een Creative Commons Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Link:https://www.niod.nl/nl/publicaties/het-koninkrijk-der-nederlanden-in-de-tweede-wereldoorlog
  3. Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) heeft de gevechtsverslagen van het Nederlandse leger over de Meidagen van 1940 online gezet. Het resulteerde in collectie 409 Gevechtsverslagen en -rapporten mei 1940, bestaande uit meer dan 3.500 stukken. De Krijgsgeschiedkundige Sectie schreef aan de hand van de gevechtsverslagen ook de 18-delige serie De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II. Naast collectie 409 zette het NIMH ook deze zogenoemde Groene Serie online.  https://www.archieven.nl/nl/zoeken?mivast=0&mizig=210&miadt=2231&micode=409&milang=nl&miview=inv2#inv3t3

Fotografisch en ander visueel materiaal

Vanaf halverwege de 19e eeuw kwamen ook foto’s en later films op als historische bronnen. De vroegste foto’s dateren uit de 1840s en 1850s en leggen personen, steden en gebeurtenissen visueel vast. Voor het tijdvak 1800–1946 zijn foto’s van onschatbare waarde, zeker voor de late 19e en de eerste helft van de 20e eeuw toen fotografie gemeengoed werd. Denk aan portretfoto’s van historische figuren, stadsgezichten die de veranderingen door industrialisatie tonen, of oorlogsfotografie zoals beelden van de loopgravenoorlog in 1914–1918. Dergelijke foto’s zijn primaire bronnen die letterlijk een beeld van het verleden geven. Ze kunnen details onthullen die in teksten niet worden genoemd – van kleding en architectuur tot gemoedstoestanden op gezichten.

Veel archieven en musea hebben fotoverzamelingen die publiek toegankelijk zijn. Het Nationaal Archief van Nederland beheert bijvoorbeeld ongeveer 15 miljoen foto’s, waarvan een aanzienlijk deel (ruim een miljoen) online te bekijken is nationaalarchief.nl. Onder deze foto’s bevinden zich collecties persfotografie en particuliere albums die een indruk geven van het dagelijkse leven in alle lagen van de bevolking.

Beeldbanken zoals het Geheugen van Nederland bundelen afbeeldingen en illustraties uit diverse instellingen, inclusief affiches, prenten en kaarten. Ook deze vallen vaak onder publiek domein of een open licentie wanneer de maker meer dan 70 jaar geleden is overleden. Hetzelfde geldt voor filmfragmenten en geluidsopnames uit de periode: nieuwsjournaals uit de jaren 1930–1940, of radio-uitzendingen (zoals de toespraken van Winston Churchill of koningin Wilhelmina tijdens de oorlog) zijn bewaard gebleven en dienen als rechtstreeks getuigenis van de gebeurtenissen en de sfeer destijds.

Visuele bronnen moeten geïnterpreteerd worden binnen hun context. Een foto kan in scène gezet zijn of slechts een fragment van het geheel laten zien. Films uit de Tweede Wereldoorlog kunnen propagandistisch van aard zijn. Toch vormen deze bronnen een essentieel complement aan geschreven bronnen.

Ze maken de geschiedenis tastbaar en emotioneel invoelbaar – een foto van een drukke fabriekshal in 1890 of een film van de bevrijding in 1945 spreekt boekdelen over respectievelijk de arbeidsomstandigheden en de vreugde van dat moment. Voor een onderzoeker in 2025 zijn deze beelden gemakkelijk te vinden via digitale archieven en vaak vrij te gebruiken, omdat ze in het publieke domein zijn gevallen.

In onderzoeken worden ze niet zelden gebruikt als illustratief bewijs om geschreven getuigenissen kracht bij te zetten of om nieuwe vragen op te roepen over hoe het verleden eruitzag.

  1. Wikimedia Commons Videos en Afbeeldingen
  2. List of films in the public domain in the United States – Wikipedia
  3. The Heritage of the Great War This website is dedicated to the events and consequences of World War One. We put some emphasis on unorthodox and thought-provoking points of view. We are averse to historicism and military fetishism. And we show people rather than strategic plans or statistics.)

Secundaire bronnen

Naast primaire bronnen maakt een historicus gebruik van secundaire bronnen. Secundaire bronnen zijn studies en analyses die voortbouwen op primaire bronnen (Secundaire bron). Het zijn bijvoorbeeld geschiedenisboeken, wetenschappelijke artikelen, proefschriften en biografieën die later (soms veel later) over de periode 1800–1946 zijn geschreven. De auteurs van secundaire bronnen – vaak historici of andere onderzoekers – combineren en interpreteren verschillende primaire bronnen en komen zo tot nieuwe inzichten of bredere syntheses. Het doel van een secundaire bron is om primaire bronnen toegankelijker en begrijpelijker te maken door ze te voorzien van uitleg, context en interpretatie.

Een klassiek voorbeeld van een secundaire bron is een standaardwerk als Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog van Loe de Jong, dat in de jaren zestig en zeventig werd gepubliceerd. De Jong baseerde zich op talloze documenten en ooggetuigen om een gezaghebbende reconstructie van Nederland in 1940–1945 te schrijven.

Dergelijke overzichtswerken vallen zelf niet onder de primaire bronnen – ze zijn immers een stap verwijderd, een interpretatie achteraf – maar voor onderzoekers zijn ze onmisbaar om bestaande kennis samen te vatten en de stand van het historisch debat te kennen. Ook buiten Nederland zijn er talloze voorbeelden: de Britse historicus Eric Hobsbawm schreef over de “lange 19e eeuw” (1789–1914), Barbara Tuchman over de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog, enzovoort. Zulke auteurs worden gezien als experts en hun werken fungeren als autoritatieve naslagwerken. Ze geven structuur en duiding aan de enorme hoeveelheid feiten uit primaire bronnen.

Secundaire bronnen zelf kunnen soms ook als primaire bron dienen, afhankelijk van het gebruik. Bijvoorbeeld, een geschiedenisboek uit 1920 over Napoleon is een secundaire bron met betrekking tot Napoleon, maar als je onderzoekt hoe men in 1920 tegen Napoleon aankeek, wordt datzelfde boek een primaire bron voor dat nieuwe onderzoek. Over het algemeen echter onderscheiden we secundaire literatuur om aan te geven dat het om reflectie achteraf gaat.

Deze bronnen moeten we beoordelen op hun wetenschappelijkheid en betrouwbaarheid: heeft de auteur zijn bronnen goed verantwoord? Worden er meerdere perspectieven afgewogen? Omdat secundaire bronnen vaak door vakmensen (historici) geschreven zijn, brengen zij een zeker gezag mee, maar het is altijd goed verschillende auteurs met elkaar te vergelijken. Zo kan een historische gebeurtenis als de economische crisis van de jaren 1930 anders worden beoordeeld door een marxistische historicus dan door een liberaal georiënteerde. Door die studies naast elkaar te leggen, krijgt de onderzoeker een vollediger beeld.

Tot de secundaire bronnen behoren ook wetenschappelijke artikelen in historische tijdschriften, essays, documentairefilms en zelfs goed onderbouwde websites of blogs over geschiedenis. Sommige secundaire bronnen zijn populair-wetenschappelijk van aard (bedoeld voor een breed publiek, zoals een Wikipedia-artikel of een televisiedocumentaire), terwijl andere zeer academisch en specialistisch zijn.

Allebei kunnen nuttig zijn: populaire bronnen helpen om snel een overzicht te krijgen (al moeten feitjes daaruit altijd geverifieerd worden), terwijl academische publicaties diepe analyses en uitgebreide bronverwijzingen bieden. Dankzij initiatieven voor open access en Creative Commons-licenties zijn steeds meer secundaire werken ook vrij online te raadplegen. Denk aan digitale encyclopedieën, open access journals en platforms als DBNL (Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren) waar men oudere historische boeken kan lezen.

  1. Wikipedia
    Een open encyclopedie met goed gedocumenteerde artikelen over diverse onderwerpen, waaronder militaire geschiedenis en luchtvaart. Artikel vallen onder: Creative Commons — Attribution-ShareAlike 3.0 Unported — CC BY-SA 3.0
  2. Learning History
    Een educatieve website met inzichtelijke artikelen over verschillende aspecten van militaire en politieke geschiedenis, geschikt voor onderzoekers en studenten.
    www.learning-history.com
  3. Dagbook Anne Frank. Ik raad ieder aan om die iets van de waanzin van de tweede wereldoorlog wil begrijpen het boek van Anne Frank te lezen. Een dagboek is persoonlijk ! Ik kan jullie aanraden om de website van de Anne Frank Stichting te bezoeken. (http://www.annefrank.org).
  4. NavSource Naval History
    Een uitgebreide database met historische informatie en afbeeldingen over marineschepen, inclusief details over scheepstypen en operaties.
    www.navsource.org
  5. Naval History and Heritage Command
    De officiële website van de Amerikaanse marine met gedetailleerde geschiedenis, archieven en educatieve bronnen over marine-oorlogen en technologieën.
    www.history.navy.mil
  6. MaritimeQuest
    Biedt een rijke collectie afbeeldingen, documenten en verhalen over maritieme geschiedenis, van handelsschepen tot oorlogsschepen wereldwijd.
    www.maritimequest.com
  7. Greg Goebel’s IN THE PUBLIC DOMAIN (This website is, as the title suggests, a collection of public domain materials, including:Over 200 documents on aerospace, history, technology, and science. A blog covering much the same range of topics. Photography archives. Reviews of anime, movies, manga, graphics novels, and other books.)

Wikipedia als vertrekpunt voor brononderzoek

Wikipedia is niet alleen een populaire encyclopedie, maar ook een waardevolle ingang voor het vinden van relevante en gezaghebbende bronnen. Vooral bij historische of specialistische onderwerpen biedt de bibliografie van een goed geschreven Wikipedia-artikel vaak een overzicht van boeken, wetenschappelijke publicaties en betrouwbare websites die als basis hebben gediend voor de inhoud. Deze bronnen zijn meestal voorzien van ISBN-nummers, auteursnamen en publicatiegegevens, wat het voor onderzoekers gemakkelijk maakt om ze terug te vinden via bibliotheken of databases.

Voor ons zijn boeken met ISBN-nummers belangrijker dan websites, omdat boeken blijvend en controleerbaar zijn. Websites kunnen op elk moment verdwijnen, gewijzigd worden of onbetrouwbare inhoud bevatten. Voor duurzame bronvermelding en inhoudelijke controle bouwen wij daarom liever op goed gedocumenteerde, gepubliceerde literatuur dan op online bronnen.

Voor redacteuren van educatieve of gespecialiseerde websites – zoals mei1940.org – is Wikipedia daarmee een nuttige eerste stap in het samenstellen van een eigen bronnenlijst.

Kortom: Wikipedia is geen eindstation, maar een prima vertrekpunt. Door slim gebruik te maken van de literatuurverwijzingen op Wikipedia, kan iedere redacteur sneller en efficiënter bouwen aan inhoud die zowel inhoudelijk goed en sterk is.

Archieven en collecties

Studiezaal (leeszaal) van een regionaal archief, waar onderzoekers historische documenten kunnen inzien. Archieven bewaren en ontsluiten talloze bronnen uit 1800–1946.

Een groot deel van de genoemde bronnen – of het nu dagboeken, kranten of officiële papieren zijn – is terug te vinden in archieven, bibliotheken en musea. Deze instellingen spelen een cruciale rol bij historisch onderzoek. Een archief is een bewaarplaats van originele documenten, doorgaans geordend per herkomst (bijvoorbeeld het archief van een ministerie, een gemeente of een persoon).

In Nederland beheert het Nationaal Archief de rijkscollecties, waaronder miljoenen stukken vanaf de 17e eeuw tot bijna het heden. Daarnaast zijn er tientallen regionale en gemeentelijke archieven die lokale documenten bewaren, evenals speciale archieven voor bijvoorbeeld oorlogsgeschiedenis (zoals het NIOD voor WOII) of bedrijfsarchieven. Bibliotheken – zoals de Koninklijke Bibliotheek – verzamelen gedrukte werken (kranten, boeken, tijdschriften). Musea dragen ook bij door objecten en beeldmateriaal te bewaren, en sommige hebben documentatiecentra.

Voor een onderzoeker is een bezoek aan een archief of bibliotheek vaak de eerste stap om bronnen te vinden. Vroeger betekende dit letterlijk naar de studiezaal gaan en stukken aanvragen, maar tegenwoordig begint het speurwerk meestal online. Archiefinventarissen en catalogi zijn via het internet te raadplegen, zodat men kan uitzoeken welke bronnen waar bewaard worden.

Publiek domein en beschikbaarheid

Bij het gebruiken van historische bronnen is het vraagstuk van toegankelijkheid en auteursrecht van groot belang. Veel bronnen uit de periode 1800–1946 vallen tegenwoordig in het publieke domein. Dit betekent dat het auteursrecht erop is verlopen, meestal 70 jaar na de dood van de maker, afhankelijk van het land. Veel 19e-eeuwse teksten en afbeeldingen zijn daardoor vrij van copyright en mogen vrij gekopieerd en gebruikt worden. Maar je moet dit altijd controleren, omdat er bijvoorbeeld nieuwe uitgaven zijn geweest met bewerkingen. Waardoor het origineel wel in het publieke domein valt, maar de nieuwe uitgave niet. Of het valt in Nederland in het publieke domein, maar in België niet.

Daarnaast hanteren steeds meer instellingen open licenties zoals Creative Commons voor hun digitaliseringsprojecten. De Koninklijke Bibliotheek stelt de content van Delpher bijvoorbeeld “vrij te gebruiken voor eigen onderzoek” en moedigt hergebruik van data aan kb.nl. Sommige archieven, zoals het Noord-Hollands Archief, hebben hun foto’s onder een CC0-licentie (publiek domein verklaring) beschikbaar gesteld .

Dit betekent dat onderzoekers en het brede publiek het materiaal niet alleen mogen bekijken, maar ook mogen downloaden, delen en eventueel publiceren, zolang ze de bron netjes vermelden. Dergelijke initiatieven vergroten de betrouwbaarheid en transparantie van historisch werk: anderen kunnen de gebruikte bronnen zelf controleren en opnieuw interpreteren, wat essentieel is voor de wetenschappelijke integriteit.

Uiteraard zijn niet alle bronnen van 1800–1946 al vrij toegankelijk. Sommige documenten kunnen privacygevoelige informatie bevatten (bijvoorbeeld personeelsdossiers met nog levende personen) en kennen daardoor beperkte openbaarheid tot een bepaalde termijn verstreken is.

In Nederland stelt de Archiefwet bijvoorbeeld dat archiefstukken met gevoelige persoonsgegevens maximaal 75 jaar na hun ontstaan beperkt openbaar mogen zijn; daarna moeten ze openbaar worden.

Dit is de reden dat bijvoorbeeld archieven uit de Tweede Wereldoorlog na 2020 geleidelijk steeds vollediger beschikbaar komen. In andere gevallen is er fysiek maar één origineel stuk dat nog niet is gedigitaliseerd, en dan moet men het ter plekke gaan inzien.

Ook sommige secundaire bronnen (zoals moderne geschiedenisboeken) vallen nog onder auteursrecht en zijn niet vrij online te vinden. Toch zorgt de focus op publiek domein-bronnen en open data ervoor dat voor het meeste historisch onderzoek naar 1800–1946 geen financiële of wettelijke drempels meer bestaan om bronnen te bekijken.

Samengevat plukken we vandaag de vruchten van eeuwenoude bronnen die nu voor iedereen beschikbaar zijn. Van een 19e-eeuws krantenartikel tot een oorlogsdagboek uit 1944 – ze liggen digitaal op ons te wachten.

Dit democratiseert het onderzoek: niet alleen professionele historici, maar ook studenten, genealogen of geïnteresseerde leken kunnen zelf op ontdekkingstocht door het verleden gaan. De combinatie van publiek domein, digitalisering en open toegang is een zegen voor de geschiedbeoefening en draagt bij aan de betrouwbaarheid ervan, omdat de oorsprong van informatie voor lezers verifieerbaar is.

  1. Wikipedia:Auteursrechten – Wikipedia
  2. Creative Commons — Attribution-ShareAlike 3.0 Unported — CC BY-SA 3.0

Project Gutenberg publieke-domein boeken

Project Gutenberg is een van de bekendste platforms die publieke-domeinboeken aanbiedt. Op Gutenberg zijn duizenden titels gratis te downloaden, waaronder veel relevante werken over WOI en WOII. Enkele voorbeelden uit hun collectie illustreren de diversiteit aan beschikbare informatie:

  • “Aus meinem Leben” van Paul von Hindenburg – de memoires van de Duitse generaal en latere rijkspresident Paul von Hindenburg, die zowel de Frans-Duitse Oorlog van 1870–71 als de Eerste Wereldoorlog meemaakte. In dit boek (oorspronkelijk begin 20e eeuw uitgegeven) reflecteert Hindenburg op zijn leven en militaire carrière, wat waardevol inzicht geeft in de belevingswereld van een hoge officier uit die tijd. Zijn persoonlijke herinneringen werpen licht op gebeurtenissen als de Slag bij Tannenberg (1914) en de politieke omwentelingen in Duitsland.
  • “A History of Sea Power” door William Oliver Stevens & Allan Westcott – een uitvoerige geschiedenis van zeemacht, gepubliceerd rond 1920. Dit Engelstalige boek bespreekt de rol van marine en zeeslagen vanaf de oudheid tot en met de Eerste Wereldoorlog (met o.a. de Slag bij Jutland). Voor geïnteresseerden in maritieme strategie biedt het een tijdloos overzicht, geschreven door hoogleraren van de U.S. Naval Academy, en toont het de evolutie van oorlogsschepen en marine-tactieken.
  • “The Crisis of the Naval War” van Admiral John Rushworth Jellicoe – een primaire bron waarin de Britse admiraal Jellicoe zijn ervaringen en zorgen deelt over de situatie op zee tijdens WOI (Jellicoe was bevelhebber bij Jutland in 1916). Dit soort first-hand analyses van militaire leiders zijn cruciaal om de besluitvorming en uitdagingen uit eerste hand te leren kennen.
  • Verschillende militaire rapporten van het Amerikaanse Marinekorps (USMC), zoals “Bloody Beaches: The Marines at Peleliu” (Gordon D. Gayle), “Breaching the Marianas: The Battle for Saipan” (John C. Chapin), “A Close Encounter: The Marine Landing on Tinian” (Richard Harwood) en “Closing In: Marines in the Seizure of Iwo Jima” (Joseph H. Alexander). Deze werken, geschreven door militaire historici of betrokken officieren, beschrijven specifiek de veldtochten in de Pacific tijdens WOII. Ze combineren feitelijke verslaglegging met kaarten en persoonlijke anekdotes, en omdat ze door de Amerikaanse overheid zijn uitgegeven, zijn ze rechtenvrij beschikbaar. Ze geven gedetailleerd inzicht in enkele van de bloedigste amfibische landingen in de oorlog tegen Japan (1944–45).
  • Handleidingen en naslagwerken uit de oorlogstijd, zoals “Engineer Port Repair Ship” (een technisch handboek van het U.S. War Department) of “Elements of Trench Warfare” (William H. Waldron, 1917) en “Trench Warfare: A Manual for Officers and Men” (Joseph S. Smith, 1917). Zulke documenten bieden inzicht in de technische en tactische kennis van die tijd: hoe werd een haven hersteld na bombardementen, of welke instructies kregen frontsoldaten over loopgravenoorlog? Voor historici die de dagelijkse praktijk van de oorlog willen begrijpen, zijn dit goudmijntjes.
  • Biografieën en beschouwende werken, zoals “Admirals of the British Navy” (Francis Dodd) – met portretten van prominente Britse admiraals uit WOI, of “Lord Kitchener door G.K. Chesterton – een boekje uit 1917 over de beroemde Britse minister van Oorlog. Ook “Admiral Jellicoe” door Arthur Applin valt in deze categorie.{{Voorbehoud|Bronnenlijst Project Gutenberg nr.10: Admiral Jellicoe}} Deze biografische werken, vaak geschreven kort na de gebeurtenissen, ademen de sfeer van hun tijd en laten zien hoe figuren als Kitchener en Jellicoe toen werden gezien.
  • Internationale perspectieven: “À Angora auprès de Mustafa Kemal” door Alaeddine Haïdar verschaft een kijkje in Turkije na WOI, bij de opkomst van Mustafa Kemal Atatürk (Angora is het huidige Ankara). “The Turks and Europe” van Gaston Gaillard (1921) reflecteert ook op de positie van Turkije en Europa vlak na WOI. Zulke werken helpen om de gevolgen van de wereldoorlogen buiten West-Europa te begrijpen, zoals het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk en de nieuwe machtsverhoudingen in het Midden-Oosten.
  • Samenvattende werken en overzichten: “Histories of two hundred and fifty-one divisions of the German army which participated in the war (1914-1918)” – een omvangrijk rapport (door Amerikaanse inlichtingendiensten na WOI samengesteld) dat elke Duitse divisie beschrijft en haar acties in de oorlog opsomt. Of “The Story of the Great War, Volume 8” en “Europe Since 1918” van Herbert Adams Gibbons – allebei trachten ze kort na WOI de gebeurtenissen en de nieuwe wereldorde te duiden. Omdat deze vlak na de oorlog geschreven zijn, bevatten ze soms gedateerde interpretaties, maar juist dat maakt ze historisch interessant: ze tonen hoe men direct na afloop op de oorlog terugkeek.
  • Over de veldslagen van de Eerste Wereldoorlog bestaan ook gratis toegankelijke gidsen. Bijvoorbeeld “The Somme, Volume 1: The First Battle of the Somme (1916-1917)” en “The Somme, Volume 2: The Second Battle of the Somme (1918)”, uitgegeven door Michelin (het bandenbedrijf) kort na WOI als onderdeel van een serie gidsen voor de slagvelden in Frankrijk. Deze bevatten kaarten en beschrijvingen van het strijdtoneel, bedoeld voor bezoekers en nabestaanden om de plekken te kunnen bezoeken waar gevochten was.

Al deze publicaties zijn dankzij digitalisering en het verlopen van auteursrechten gemakkelijk toegankelijk. Een onderzoeker kan ze downloaden als e-book (in PDF of EPUB) of online lezen. Ze dienen vaak als primaire bronnen of als eigentijdse secundaire bronnen (analyses geschreven door tijdgenoten). Door ze zorgvuldig te bestuderen, krijgt men directe getuigenissen en authentieke details. Zo lees je in een divisiegeschiedenis welke regimenten betrokken waren bij een bepaalde slag, of in een memoires wat een generaal dacht bij een cruciale beslissing.

Schaarse boeken

Sommige gespecialiseerde boeken zijn moeilijk verkrijgbaar en worden niet meer herdrukt, wat leidt tot hoge aanschafprijzen. Dit geldt vooral voor niche-onderwerpen zoals militaire technologie of radarontwikkeling. In ons werk willen we geen aannames doen, maar feiten zorgvuldig verifiëren. Soms zoeken we slechts één detail of bevestiging van een technische specificatie, zoals het bereik van een radarsysteem. Omdat online bronnen vaak onvolledig of veranderlijk zijn, zijn gedrukte boeken met ISBN voor ons onmisbaar. De noodzaak tot controle en precisie dwingt ons daarom regelmatig tot de aanschaf van dure, tweedehands of specialistische boeken, ondanks de beperkte beschikbaarheid.

Enkele relevante werken Project Gutenberg

  1. Hindenburg, P. von (ca.1920). Aus meinem Leben. Memoires van Paul von Hindenburg. Project Gutenberg eBook #30695
  2. Stevens, W. O., & Westcott, A. F. (1920). A History of Sea Power. New York: George H. Doran Company. Project Gutenberg eBook #24797
  3. Jellicoe, J. R. (1920). The Crisis of the Naval War. London: Cassell. Project Gutenberg eBook #10409
  4. Gayle, G. D. (1996). Bloody Beaches: The Marines at Peleliu. Washington: USMC Historical Center. Project Gutenberg eBook #49032
  5. Chapin, J. C. (1994). Breaching the Marianas: The Battle for Saipan. Washington: USMC Historical Center. Project Gutenberg eBook #48899
  6. Harwood, R. (1994). A Close Encounter: The Marine Landing on Tinian. Washington: USMC Historical Center. Project Gutenberg eBook #48969
  7. Alexander, J. H. (1995). Closing In: Marines in the Seizure of Iwo Jima. Washington: USMC Historical Center. Project Gutenberg eBook #49080
  8. U.S. War Department (1944). Engineer Port Repair Ship. Technisch handboek (WOII). Project Gutenberg eBook #57941
  9. Dodd, F. (1917). Admirals of the British Navy. London: John Lane. Project Gutenberg eBook #41399
  10. Applin, A. (1915). Admiral Jellicoe. London: Chapman & Hall. Project Gutenberg eBook #41109
  11. Haïdar, A. (1923). À Angora auprès de Mustafa Kemal. Paris: Imprimerie nationale. Project Gutenberg eBook #50805
  12. U.S. Army Intelligence (1920). Histories of 251 Divisions of the German Army which Participated in the War (1914–1918). Washington. Project Gutenberg eBook #55620
  13. Gaillard, G. (1921). The Turks and Europe. London: Hutchinson. Project Gutenberg eBook #51761
  14. The Story of the Great War, Vol. 8 (1920). New York: Britannica. Project Gutenberg eBook #34444
  15. Gibbons, H. A. (1923). Europe Since 1918. New York: Century Co. Project Gutenberg eBook #59573
  16. Michelin (1919). The Somme, Volume 1: The First Battle of the Somme (1916–1917). Clermont-Ferrand: Michelin & Cie. Project Gutenberg eBook #49122
  17. Michelin (1919). The Somme, Volume 2: The Second Battle of the Somme (1918). Clermont-Ferrand: Michelin & Cie. Project Gutenberg eBook #53762
  18. Chesterton, G. K. (1917). Lord Kitchener. London: Cecil Palmer. Project Gutenberg eBook #25795
  19. Waldron, W. H. (1917). Elements of Trench Warfare. Kansas City: Hudson. Project Gutenberg eBook #61330
  20. Smith, J. S. (1917). Trench Warfare: A Manual for Officers and Men. Chicago: Browne & Howell. Project Gutenberg eBook #61519
Previous articleViktor Kühne: Duitse generaal in WO I
Next articleHMS Venus: Britse torpedobootjager 1943–1973
Redactie Mei 1940
De redactie van mei1940.org bestaat uit een diverse groep schrijvers met een gemeenschappelijke interesse in de Tweede Wereldoorlog. Sommigen hebben een militaire achtergrond en brengen praktijkervaring en strategisch inzicht mee, terwijl anderen een academische of wetenschappelijke opleiding hebben gevolgd, zoals aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) of in historisch onderzoek. Deze combinatie van expertise zorgt voor diepgaande, goed onderbouwde artikelen die zowel feitelijk accuraat als analytisch sterk zijn. De redactie streeft ernaar om objectieve en goed gedocumenteerde informatie te bieden, waarbij kennis en ervaring samenkomen om een genuanceerd beeld te schetsen van deze ingrijpende periode in de geschiedenis.