Home Voertuigen Tanks T-38 amfibische verkenningstank

T-38 amfibische verkenningstank

Sovjet T-38 amfibische tank tentoongesteld in Park Gorky Moskou tijdens militaire expositie mei 2022 op Pushkin kade
T-38 tank uit Sovjetperiode tentoongesteld in Park Gorky in Moskou tijdens militaire expositie in mei 2022 op Pushkin kade

De T-38 was een lichte amfibische verkenningstank van de Sovjet-Unie, gebouwd vanaf 1936 voor verkenning, beperkte infanteriesteun en waterovergangen. De tank was een doorontwikkeling van de T-37A en kon op land rijden en op water varen. In de Tweede Wereldoorlog bleef zijn waarde beperkt door dun pantser, lichte bewapening en technische tekortkomingen.

Ontwikkeling

De T-38 ontstond uit de poging om de tekortkomingen van de T-37A te verbeteren. De T-37A was een eerdere Sovjet amfibische lichte tank met invloed van de Britse Vickers-amfibietank. Tijdens beproevingen kwamen duidelijke problemen naar voren. Het voertuig had een beperkte actieradius, onvoldoende drijfvermogen en een onbetrouwbare transmissie. Ook het onderstel gaf problemen, omdat de rupsbanden tijdens het rijden konden loslopen.

De ontwikkeling van een verbeterde uitvoering begon eind 1934 bij Fabriek nr. 37 in Moskou. Het werk stond onder leiding van hoofdontwerper N. Astrov en hoofdingenieur N. Kozyrev. De aanpassingen gingen verder dan een eenvoudige wijziging van de T-37A. Daarom kreeg het voertuig een eigen typeaanduiding: T-38. In juni 1935 was het eerste prototype gereed.

Bij het ontwerp werden ook ideeën uit de Franse AMR 33 verwerkt. Toch bleef de T-38 vooral een Sovjet doorontwikkeling van een bestaand licht amfibisch tanktype. De ontwerpers richtten zich op een lagere romp, een bredere vorm en een andere indeling van de bemanning. Deze wijzigingen moesten het drijfvermogen verbeteren en het voertuig geschikter maken voor verkenning in terrein met rivieren, meren en moerassen.

De T-38 was geen volledig nieuw voertuig. De tank behield de GAZ-AA-motor en de handbediende koepel van de T-37A. Daardoor bleef de technische basis eenvoudig, maar ook beperkt. De Sovjet ontwerpers verbeterden vooral de vorm van de romp en de indeling van het voertuig. De aandrijving, bewapening en verbindingsmiddelen bleven zwakke punten.

Ontwerp en technische kenmerken

De T-38 had een bredere en lagere romp dan de T-37A. Daardoor kreeg de tank een lager silhouet, wat nuttig was bij verkenning. Een lager voertuig was moeilijker waar te nemen in open terrein of bij dekking achter kleine terreinranden. De bredere romp verbeterde ook het drijfvermogen, waardoor de kurken drijvers van de T-37A niet meer nodig waren.

De indeling van de bemanning veranderde ten opzichte van de T-37A. De koepel werd van de rechterzijde naar de linkerzijde van de tank verplaatst. Daardoor wisselden de plaatsen van bestuurder en commandant. Deze verandering paste bij de aangepaste romp, maar maakte het voertuig niet ruimer. De T-38 bleef een kleine tank met beperkte werkruimte voor bediening, waarneming en communicatie.

De standaardbewapening bestond uit één 7,62 mm DT-machinegeweer. Dit wapen was bedoeld voor gebruik tegen onbeschermde infanterie en lichte doelen. Tegen tanks, pantserwagens of versterkte posities was het vrijwel niet toereikend. Het eerste prototype had ook een 20 mm ShVAK-kanon bij de bestuurderspositie. Deze bewapening werd verwijderd, omdat het kanon de bestuurder hinderde bij het bedienen van de tank.

De pantsering van de T-38 was dun. Dat paste bij het lage gewicht en de amfibische taak van het voertuig, maar verminderde de bescherming sterk. Geweervuur en lichte machinegeweren konden het pantser onder bepaalde omstandigheden doorboren. Daardoor was de tank kwetsbaar in direct gevecht. De T-38 was daardoor beter geschikt voor waarneming en verplaatsing dan voor frontale gevechtsacties.

Een belangrijk praktisch probleem was het ontbreken van radio in de meeste T-38-tanks. Voor een verkenningstank was dat een duidelijke beperking. Verkenners moesten waarnemingen snel doorgeven aan andere eenheden of commandanten. Zonder radio moesten bemanningen vertrouwen op visuele signalen, vaste afspraken of berichten via andere voertuigen. In snel veranderende gevechten verminderde dat de bruikbaarheid van de tank.

Militaire rol

De T-38 was ontworpen als lichte verkenningstank en als voertuig voor beperkte infanteriesteun. Zijn lage profiel en amfibische vermogen pasten bij taken waarbij snelheid, waarneming en terreinverplaatsing belangrijk waren. De tank kon waterhindernissen oversteken zonder bruggen of pontons. Daardoor kon hij worden ingezet in gebieden waar rivieren, meren of drassig terrein de beweging van gewone voertuigen beperkten.

Binnen Sovjet plannen werden T-38-tanks gekoppeld aan infanterie- en luchtlandingseenheden. Infanteriebataljons kregen aantallen T-38’s toegewezen, terwijl voor luchtlandingspantserbataljons grotere aantallen werden voorzien. Deze verdeling laat zien dat de Sovjet-Unie de lichte amfibische tank zag als een vast hulpmiddel voor verkenning, verbinding en ondersteuning. In de praktijk beperkten techniek en bewapening deze rol.

De T-38 was ook geschikt voor bijzondere luchttransportproeven. Tijdens de manoeuvres bij Kiev in 1936 werden T-38-tanks vervoerd onder de romp van Tupolev TB-3-bommenwerpers. De tank werd dus niet in het vliegtuig geladen, maar aan de buitenzijde bevestigd. Het lage gewicht maakte deze methode mogelijk. Het doel was om lichte tanks snel naar vooruitgeschoven gebieden te brengen.

Het amfibische vermogen had duidelijke grenzen. De T-38 kon niet veilig veel extra gewicht meenemen tijdens het varen. Het gewicht van twee infanteristen was al te zwaar voor het voertuig. Bij een overbelasting van ongeveer 120 tot 150 kilogram kon water via het luik van de commandant binnendringen. Daardoor kon de tank zinken. Deze beperking verkleinde de waarde bij het vervoeren van personeel over water.

Productie en vervanging

De serieproductie van de T-38 begon in 1936. Tot en met 1937 werden 1.228 exemplaren gebouwd. Daarna volgde een onderbreking van twee jaar. In 1939 kwamen nog 112 voertuigen uit de productie. Daarmee bleef de T-38 in aanzienlijke aantallen aanwezig binnen de Sovjet voorraad lichte amfibische tanks, ook nadat de zwakke punten bekend waren.

Ondanks deze productie bleef de T-38 een tussenoplossing. De tank was beter dan de T-37A door zijn lagere romp en betere drijfvermogen, maar de basisproblemen bleven bestaan. De aandrijving bleef kwetsbaar, de bewapening was licht en de verbindingen waren onvoldoende voor moderne verkenning. Daardoor was het voertuig maar beperkt geschikt voor de omstandigheden die vanaf 1941 op het oostfront ontstonden.

Vanaf 1940 moest de T-40 de T-38 vervangen. De T-40 was ontworpen als modernere lichte amfibische tank. Toch kwamen er vóór de Duitse aanval op de Sovjet-Unie slechts kleine aantallen beschikbaar. Daardoor bleven de T-37A en T-38 samen het grootste deel vormen van de Sovjet amfibische tankvoorraad. Dit verklaart waarom de T-38 nog in oorlogsomstandigheden werd ingezet.

De vervanging verliep niet snel genoeg om de T-38 vóór Operatie Barbarossa uit de voorste eenheden te verwijderen. Het Rode Leger moest daardoor blijven werken met een voertuig waarvan de beperkingen al bekend waren. Latere proeven met betere transmissies, radio’s en zwaardere bewapening veranderden de basis van het ontwerp niet. De tank bleef licht, kwetsbaar en beperkt inzetbaar.

Inzetgeschiedenis

De T-38 werd ingezet tijdens de Winteroorlog tegen Finland in 1940. In het Finse terrein werden de zwakke punten duidelijk zichtbaar. Bossen, sneeuw, meren en beperkte wegen maakten manoeuvreren moeilijk. De dunne bepantsering bood weinig bescherming tegen licht vuur. Ook de bewapening was te beperkt om goed voorbereide Finse posities effectief aan te pakken.

Tijdens de eerste fase van Operatie Barbarossa leed de T-38 opnieuw zware verliezen. Grote aantallen voertuigen werden vernietigd, achtergelaten of buitgemaakt door Duitse troepen. In Kaunas in Litouwen werd een T-38 van het Rode Leger buitgemaakt door strijders van het Litouwse Activistenfront. Zulke buitgemaakte voertuigen hadden voor Duitsland echter minder waarde dan zwaardere Sovjet tanks.

De Duitse strijdkrachten gebruikten buitgemaakte T-38’s doorgaans niet als gevechtstanks. Dit verschilde van buitgemaakte T-26’s en T-34’s, die door hun bewapening en pantsering vaker bruikbaar waren voor gevechtstaken. De T-38 was daarvoor te zwak bewapend en te kwetsbaar. Daarom kreeg het voertuig in Duitse handen geen brede rol als tank.

Na 1941 werd de T-38 nog maar zelden in direct gevecht gebruikt. Het voertuig werd vaker ingezet voor ondersteunende taken, zoals het trekken van artillerie. Er zijn ook meldingen van inzet bij de oversteek van de Dnjepr in 1943. Op dat moment was de waarde als tank beperkt, maar de lichte bouw en mobiliteit konden nog nuttig zijn bij neventaken.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de Ford GPA de belangrijkste amfibische verkenningswagen van het Rode Leger. Dit voertuig werd via Lend-Lease geleverd. Het was open en ongepantserd, maar bood praktische mobiliteit voor verkenning en verbindingen. Daarmee nam een wielvoertuig deels de rol over die eerder aan lichte amfibische tanks was toegekend.

Ook Roemeense troepen kregen T-38’s in handen. Op 1 november 1942 hadden zij drie exemplaren buitgemaakt. In maart 1944 kwamen daar nog vier voertuigen bij. Deze aantallen waren klein, maar tonen dat de T-38 op verschillende plaatsen aan het oostfront als buitvoertuig voorkwam.

Varianten

De T-38RT uit 1937 was een uitvoering met een 71-TK-1-radio. Deze variant was bedoeld om het verbindingsprobleem van de standaardtank te verminderen. Voor verkenning was radioverbinding van groot belang, omdat informatie snel moest worden doorgegeven. De uitvoering maakte de tank bruikbaarder voor commandovoering, maar veranderde niets aan de lichte bewapening en dunne bepantsering.

De OT-38 uit 1937 was een prototype met vlammenwerper. Dit voertuig kwam niet verder dan de proefstatus. De T-38M1 uit hetzelfde jaar kreeg een verbeterde planetaire transmissie. Deze oplossing werd te ingewikkeld gevonden voor productie. De T-38M1 laat zien dat de Sovjet ontwerpers de technische beperkingen van het voertuig probeerden te verminderen.

In 1938 volgde de T-38M2. Deze uitvoering kreeg een verbeterde versnellingsbak en een GAZ M1-motor. Er werden tien voertuigen als proefserie gebouwd. Uiteindelijk werd deze versie niet gekozen voor brede productie, omdat de voorkeur uitging naar de T-40. De T-38M2 bleef daardoor een tussenstap in de ontwikkeling van Sovjet amfibische tanks.

De T-38TU was een commandoversie met een extra radioantenne. Daarnaast bestond de SU-45 uit 1936, een experimenteel zelfrijdend kanon met 45 mm bewapening. In 1939 verscheen de T-38TT, een experimentele op afstand bestuurde tank. Deze teletank paste bij Sovjet proeven met afstandsbediening in de jaren dertig.

In 1944 werden bestaande T-38’s aangepast met ShVAK-kanonnen. Deze kanonnen waren afkomstig van T-40- of T-60-tanks. Ongeveer 120 voertuigen werden omgebouwd, waarbij ook vergelijkbaar aangepaste T-37A-tanks waren inbegrepen. Over de daadwerkelijke inzet van deze omgebouwde voertuigen is geen concrete dienstgeschiedenis bekend.

Enkele T-38’s zijn bewaard gebleven als museumvoertuig. Een T-38 met 20 mm kanon staat in het Centraal Museum van de Strijdkrachten in Moskou. Een ander exemplaar wordt tentoongesteld bij het museum over het doorbreken van het beleg van Leningrad bij Sint-Petersburg. Deze voertuigen tonen de plaats van de T-38 binnen de Sovjet tankontwikkeling van de jaren dertig.

Vergelijkbare voertuigen

De T-38 hoorde bij een bredere generatie lichte tanks en tankettes uit het interbellum. Veel landen bouwden in die periode kleine pantservoertuigen voor verkenning, opleiding of infanteriesteun. Deze voertuigen waren meestal licht bewapend en goedkoop te produceren. Hun waarde lag vooral in mobiliteit en eenvoudige inzet, niet in sterke bescherming of zware vuurkracht.

Vergelijkbare voertuigen waren onder meer de Duitse Panzer I, de Italiaanse L3/33 en L3/35, de Japanse Type 94, de Poolse TK-3 en TKS, de Roemeense R-1 en de Zweedse Strv m/37. In het Verenigd Koninkrijk was de Light Tank Mk VI een vergelijkbaar licht voertuig, al lag daar minder nadruk op amfibische inzet.

Binnen de Sovjet ontwikkeling stond de T-38 tussen de T-27, de T-37A en de latere T-40. Deze reeks laat zien hoe het Rode Leger in de jaren dertig experimenteerde met kleine pantservoertuigen. De oorlogsomstandigheden maakten duidelijk dat zulke lichte tanks snel verouderden tegenover betere antitankwapens, zwaardere tanks en intensiever vuur.

Conclusie

De T-38 was een Sovjet lichte amfibische verkenningstank die vanaf 1936 werd gebouwd als verbeterde opvolger van de T-37A. De tank had een lager profiel, beter drijfvermogen en mogelijkheden voor luchttransport, maar bleef beperkt door dun pantser, een enkel machinegeweer, technische zwakheden en gebrekkige verbindingen. In Finland en aan het oostfront bleek het voertuig kwetsbaar. Na 1941 verschoof het gebruik vooral naar ondersteunende taken, terwijl de T-40 en later de Ford GPA beter aansloten bij de behoefte aan amfibische mobiliteit.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: StolbovskyCC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons
  2. Axworthy, Mark; Scafeș, Cornel I.; Crăciunoiu, Cristian (1995). Third Axis, Fourth Ally: Romanian Armed Forces in the European War, 1941-1945. London: Arms and Armour Press. ISBN 1-85409-267-7.

  3. Baryatinskiy, Mikhail (2006). Light Tanks: T-27, T-38, BT, T-26, T-40, T-50, T-60, T-70. Hersham: Ian Allan Publishing. ISBN 0-7110-3163-0.

  4. Bean, Tim; Fowler, Will (2002). Russian Tanks of World War II: Stalin’s Armored Might. St. Paul: MBI Publishing Company. ISBN 0-7603-1302-4.

  5. Fleischer, Wolfgang (1999). Russian Tanks and Armored Vehicles 1917-1945. Atglen: Schiffer Publishing. ISBN 978-0-7643-0913-7.

  6. Milsom, John (1970). Russian Tanks, 1900-1970: The Complete Illustrated History of Soviet Armoured Theory and Design. New York: Galahad Books. ISBN 0-88365-052-5.

  7. Zaloga, Steven J.; Grandsen, James (1984). Soviet Tanks and Combat Vehicles of World War Two. London: Arms and Armour Press. ISBN 0-85368-606-8.

  8. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946

Previous articleHermine Braunsteiner Ryan in Majdanek 1942
Redactie Mei 1940
De redactie van mei1940.org bestaat uit een diverse groep schrijvers met een gemeenschappelijke interesse in de Tweede Wereldoorlog. Sommigen hebben een militaire achtergrond en brengen praktijkervaring en strategisch inzicht mee, terwijl anderen een academische of wetenschappelijke opleiding hebben gevolgd, zoals aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) of in historisch onderzoek. Deze combinatie van expertise zorgt voor diepgaande, goed onderbouwde artikelen die zowel feitelijk accuraat als analytisch sterk zijn. De redactie streeft ernaar om objectieve en goed gedocumenteerde informatie te bieden, waarbij kennis en ervaring samenkomen om een genuanceerd beeld te schetsen van deze ingrijpende periode in de geschiedenis.