Winston Churchill was de Britse premier die het Verenigd Koninkrijk in 1940 door de eerste oorlogsfase tegen nazi-Duitsland leidde. Hij was ook militair officier, parlementslid, minister en schrijver. Zijn loopbaan liep van koloniale expedities tot geallieerde conferenties, naoorlogse politiek en historische publicaties.
Vroege leven en opleiding
Winston Leonard Spencer Churchill werd geboren op 30 november 1874 in Blenheim Palace in Oxfordshire. Hij kwam uit de aristocratische familie Spencer-Churchill. Zijn vader, Lord Randolph Churchill, was politicus voor de Conservatieve Partij. Zijn moeder, Jennie Jerome, was de dochter van de Amerikaanse zakenman Leonard Jerome. Churchill groeide daardoor op in een omgeving waarin Britse adel, parlementaire politiek en het Britse Rijk nauw met elkaar verbonden waren.
Churchills schooltijd verliep wisselend en kreeg uiteindelijk een militaire richting. Hij bezocht onder meer St George’s School, Brunswick School en Harrow School. Zijn vader vond een loopbaan in het leger passend, waardoor Churchill zich voorbereidde op toelating tot het Royal Military College in Sandhurst. Na eerdere mislukte pogingen werd hij aangenomen. In 1895 werd hij benoemd tot second lieutenant bij het 4th Queen’s Own Hussars-regiment.
Churchill zocht vroeg naar militaire ervaring en combineerde dienst met journalistiek. Hij observeerde gevechten op Cuba, diende in Brits-Indië en nam deel aan de Britse campagne in Soedan. Tijdens de Tweede Boerenoorlog werkte hij als oorlogscorrespondent in Zuid-Afrika. Zijn gevangenneming en ontsnapping uit Pretoria brachten hem landelijke aandacht. Daarna gebruikte hij zijn militaire ervaringen als basis voor boeken, lezingen en politieke zichtbaarheid.
Churchill begon rond 1900 aan zijn parlementaire loopbaan. Hij werd gekozen als conservatief parlementslid voor Oldham, maar stapte in 1904 over naar de Liberale Partij. In liberale regeringen werkte hij aan sociale wetgeving, arbeidsbeurzen, mijnveiligheid, handelsraden en gevangenishervorming. In 1908 trouwde hij met Clementine Hozier. Zij bleef tot zijn dood zijn echtgenote en speelde een vaste rol in zijn persoonlijke leven.
Deelname aan de Eerste Wereldoorlog
Churchill was bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog First Lord of the Admiralty. Dat was de politieke leidinggevende functie binnen de Britse marine. Hij hield zich bezig met vlootbeleid, zeestrategie, marinepersoneel en technische vernieuwing. Al vóór 1914 had hij aandacht voor Duitse vlootopbouw en voor de overstap van kolen naar olie bij delen van de Royal Navy. Daardoor stond hij aan het begin van de oorlog dicht bij de Britse oorlogsleiding.
De Dardanellenoperatie bepaalde Churchills positie tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij steunde een aanval op de zeestraat bij de Dardanellen om het Ottomaanse Rijk onder druk te zetten en een verbinding met Rusland te openen. De operatie liep uit op de Gallipoli-campagne, met zware verliezen en zonder het gewenste resultaat. Churchill werd politiek verantwoordelijk gehouden. Hij verloor zijn functie bij de Admiraliteit en werd daarna Chancellor of the Duchy of Lancaster.
Churchill verliet in november 1915 de regering en ging naar het Westfront. Hij diende bij de Royal Scots Fusiliers en kreeg in januari 1916 tijdelijk de rang van lieutenant-colonel. Daarbij voerde hij het bevel over het 6th Battalion. Zijn verblijf aan het front duurde enkele maanden. Daarna keerde hij terug naar het Lagerhuis, waar hij opnieuw deelnam aan debatten over oorlogvoering, materieel, dienstplicht en militaire organisatie.
Churchill keerde in 1917 terug in de regering van David Lloyd George. Hij werd Minister of Munitions en hield zich bezig met de productie van wapens, munitie en militair materieel. Later volgden functies als Secretary of State for War, Secretary of State for Air en Secretary of State for the Colonies. Gallipoli beschadigde zijn reputatie, maar zijn bestuurlijke loopbaan ging daarna verder.
Interbellum: politieke terugkeer en waarschuwingen
Churchill maakte in het interbellum meerdere partijpolitieke verschuivingen door. Na zijn liberale periode keerde hij in 1924 terug naar de Conservatieve Partij. In hetzelfde jaar werd hij Chancellor of the Exchequer in de regering van Stanley Baldwin. Zijn besluit om het Britse pond in 1925 terug te brengen naar de gouden standaard bleef omstreden. Critici verbonden dat beleid aan deflatie, druk op de industrie en werkloosheid.
Churchill nam in de jaren twintig duidelijke standpunten in over arbeid, economie en vakbonden. Tijdens de Algemene Staking van 1926 steunde hij de regering en werkte hij mee aan de British Gazette, de regeringskrant tijdens de staking. Toch had hij eerder als liberaal minister hervormingen gesteund die arbeiders moesten beschermen. Zijn politieke profiel bestond daarom uit sociale wetgeving, vrijhandel, conservatief bestuur en verzet tegen socialistische partijpolitiek.
In de jaren dertig stond Churchill buiten het kabinet. Hij schreef historische werken, hield toespraken en bleef parlementslid. Hij verzette zich tegen verregaand zelfbestuur voor India en steunde koning Edward VIII tijdens de abdicatiecrisis van 1936. Deze standpunten vergrootten de afstand tot delen van de Conservatieve Partij. Toch bleef hij het Lagerhuis gebruiken om de regering te bekritiseren.
Churchill waarschuwde in de jaren dertig herhaaldelijk voor de militaire opbouw van nazi-Duitsland. Hij pleitte voor Britse herbewapening en bekritiseerde het beleid van verzoening tegenover Adolf Hitler. Na het Verdrag van München in 1938 noemde hij de uitkomst een nederlaag voor Groot-Brittannië en Frankrijk. Toen Groot-Brittannië op 3 september 1939 Duitsland de oorlog verklaarde, werd Churchill opnieuw First Lord of the Admiralty.
Deelname aan de Tweede Wereldoorlog
Churchill keerde in 1939 terug naar het centrum van het Britse oorlogsbestuur. Als First Lord of the Admiralty hield hij zich bezig met Duitse activiteit op zee, Atlantische aanvoerroutes en de positie van Noorwegen. De mislukte Noorse campagne verzwakte het kabinet van Neville Chamberlain. Na het Norway Debate in mei 1940 verloor Chamberlain steun in het parlement. Op 10 mei 1940 werd Churchill premier.
Churchill werd premier op de dag dat Duitsland Nederland, België en Luxemburg aanviel. Hij vormde een nationale regering met conservatieven, Labour-politici en andere bestuurders. Ook nam hij de functie van Minister of Defence op zich, waardoor hij de politieke leiding over de oorlogvoering versterkte. De Britse situatie was ernstig: Frankrijk stond onder zware Duitse druk en het Britse expeditieleger trok zich terug naar Duinkerken.
De evacuatie van Duinkerken redde honderdduizenden geallieerde militairen, maar Frankrijk viel kort daarna. Churchill koos voor voortzetting van de oorlog en wees onderhandelingen via Italië af. Zijn toespraken in mei en juni 1940 legden het beleid uit aan parlement en bevolking. Hij koppelde daarin de verdediging van Groot-Brittannië aan oorlogvoering op zee, op land en in de lucht.
De Battle of Britain en de Blitz bepaalden het eerste jaar van Churchills premierschap. De Royal Air Force verdedigde het Britse luchtruim tegen Duitse luchtaanvallen. Daarna bombardeerde de Luftwaffe Londen en andere steden. De regering werkte aan luchtverdediging, productie, burgerbescherming, inlichtingenwerk en speciale operaties in bezet Europa. Churchill bezocht getroffen gebieden en bleef de oorlogspolitiek in het parlement toelichten.
De samenwerking met de Verenigde Staten werd een vast onderdeel van Churchills strategie. Hij onderhield intensief contact met president Franklin D. Roosevelt. Via Lend-Lease kreeg Groot-Brittannië toegang tot Amerikaanse wapens, schepen, goederen en voorraden. In augustus 1941 formuleerden Churchill en Roosevelt het Atlantisch Handvest. Na Pearl Harbor en de Duitse oorlogsverklaring aan de Verenigde Staten werd de oorlog volledig geallieerd.
Churchill werkte vanaf juni 1941 ook samen met de Sovjet-Unie nadat Duitsland Operatie Barbarossa was begonnen. Ondanks zijn anticommunistische opvattingen zag hij de Sovjet-Unie als bondgenoot tegen nazi-Duitsland. Hij nam deel aan conferenties in Casablanca, Teheran, Jalta en Potsdam. Daar kwamen militaire strategie, de opening van een westelijk front, de toekomst van Duitsland en de machtsverhoudingen na de oorlog aan bod.
Churchill steunde geallieerde operaties in Noord-Afrika, Sicilië en Italië. Hij zag het Middellandse Zeegebied als een route om druk te zetten op de Asmogendheden en Zuid-Europa. Toch werd de landing in Normandië op 6 juni 1944 de grootste westelijke operatie tegen Duitsland. D-Day leidde tot de bevrijding van West-Europa en droeg bij aan de Duitse capitulatie in mei 1945.
Churchills oorlogspolitiek wordt ook besproken bij onderwerpen met zware burgerlijke gevolgen. Daarbij gaat het onder meer om geallieerde bombardementen op Duitse steden, waaronder Dresden, en om Brits beleid tijdens de Bengaalse hongersnood van 1943. Historici beoordelen zulke onderwerpen aan de hand van militaire noodzaak, bestuurlijke verantwoordelijkheid, koloniale verhoudingen en de gevolgen voor burgers.
De oorlog in Europa eindigde op 8 mei 1945 met Victory in Europe Day. Churchill sprak de bevolking toe en verscheen bij Buckingham Palace. Kort daarna viel de oorlogcoalitie uiteen. Bij de verkiezingen van juli 1945 verloor de Conservatieve Partij van Labour onder Clement Attlee. Churchill bleef parlementslid en werd leider van de oppositie.
Na de oorlog
Churchill bleef na 1945 actief in Britse en internationale politiek. Als oppositieleider hield hij in 1946 in Fulton, Missouri, zijn toespraak over het IJzeren Gordijn. Daarmee beschreef hij de groeiende Sovjetinvloed in Oost-Europa en de veranderende verhouding tussen voormalige bondgenoten. Ook pleitte hij voor nauwere samenwerking tussen het Britse Gemenebest, de Verenigde Staten en Europese staten.
Churchill keerde in 1951 terug als premier van het Verenigd Koninkrijk. Zijn tweede premierschap richtte zich vooral op buitenlandse politiek, Anglo-Amerikaanse betrekkingen, defensie, het Britse Rijk en binnenlandse wederopbouw. Zijn regering steunde een omvangrijk woningbouwprogramma onder Harold Macmillan. Door leeftijd en gezondheidsproblemen nam zijn directe bestuurlijke rol af. Op 5 april 1955 trad hij af en werd Anthony Eden premier.
Churchill bleef na zijn aftreden schrijven, schilderen en deelnemen aan het openbare leven. Hij publiceerde werken over oorlog en geschiedenis, waaronder The World Crisis, My Early Life, Marlborough, The Second World War en A History of the English-Speaking Peoples. Daarnaast schilderde hij landschappen en verbleef hij vaak op Chartwell. Zijn publicaties droegen bij aan zijn reputatie als schrijver en historicus.
Churchill bleef parlementslid tot 1964 en overleed op 24 januari 1965 in Londen. Hij was 90 jaar oud. Hij kreeg een staatsbegrafenis met een plechtigheid in St Paul’s Cathedral. Daarna werd hij begraven in Bladon, dicht bij Blenheim Palace. Zijn naam bleef verbonden aan archieven, musea, standbeelden en de herinnering aan de Britse oorlogsjaren.
Militaire Rangen
Churchills formele militaire loopbaan begon na zijn opleiding aan Sandhurst. In februari 1895 werd hij benoemd tot second lieutenant bij het 4th Queen’s Own Hussars-regiment. Tijdens de Tweede Boerenoorlog diende hij kort opnieuw als lieutenant bij de South African Light Horse. Zijn vroege militaire ervaringen lagen vooral in cavaleriedienst, koloniale expedities en verslaggeving vanuit conflictgebieden.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog keerde Churchill tijdelijk terug naar actieve militaire dienst. In januari 1916 werd hij tijdelijk lieutenant-colonel en commandant van het 6th Battalion, Royal Scots Fusiliers. Toen deze tijdelijke benoeming eindigde, keerde hij terug naar de rang van major. Functies als First Lord of the Admiralty en Minister of Defence waren politieke functies en geen militaire rangen.
Onderscheidingen
Churchill ontving onderscheidingen voor politieke, militaire en literaire verdiensten. In 1922 werd hij benoemd tot Companion of Honour. In 1953 werd hij Ridder in de Orde van de Kousenband. In hetzelfde jaar ontving hij de Nobelprijs voor Literatuur, die werd toegekend vanwege zijn historische en biografische werk en zijn redevoeringen.
Churchill kreeg ook erkenning buiten het Verenigd Koninkrijk. In 1963 werd hij uitgeroepen tot ereburger van de Verenigde Staten. Die onderscheiding kwam tot stand via het Amerikaanse Congres en werd ondertekend door president John F. Kennedy. Na zijn overlijden kreeg Churchill een staatsbegrafenis, een eer die in Groot-Brittannië slechts bij uitzondering aan niet-koninklijke personen wordt toegekend.
Conclusie
Winston Churchill was een Britse militair, politicus, premier en schrijver met een loopbaan die verbonden was met het Britse Rijk, twee wereldoorlogen en het begin van de Koude Oorlog. Zijn naam wordt vooral verbonden aan het Britse premierschap tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar zijn werk omvatte ook sociale hervormingen, economische besluiten, koloniale kwesties, literaire publicaties en oorlogspolitieke keuzes. Een feitelijke beoordeling vraagt aandacht voor zijn bestuurlijke prestaties en voor de gevolgen van zijn beleid.
Bronnen en meer informatie
- Roberts, Andrew (2018). Churchill: Walking with Destiny. London: Allen Lane. ISBN 978-11-01980-99-6.
- Jenkins, Roy (2001). Churchill. London: Macmillan Press. ISBN 978-03-30488-05-1.
- Gilbert, Martin (1991). Churchill: A Life. London: Heinemann. ISBN 978-04-34291-83-0.
- Addison, Paul (2005). Churchill: The Unexpected Hero. Oxford: Oxford University Press. ISBN 978-01-99297-43-6.
- Bell, Christopher M. (2011). Sir John Fisher’s Naval Revolution Reconsidered: Winston Churchill at the Admiralty, 1911–1914. War in History. 18 (3): 333–356. DOI 10.1177/0968344511401489. S2CID 159573922.
- Hastings, Max (2009). Finest Years: Churchill as Warlord, 1940–45. London: HarperCollins. ISBN 978-00-07263-67-7.
- Hermiston, Roger (2016). All Behind You, Winston: Churchill’s Great Coalition, 1940–45. London: Aurum Press. ISBN 978-17-81316-64-1.
- Khan, Yasmin (2015). India at War: The Subcontinent and the Second World War. Oxford: Oxford University Press. ISBN 978-0-19-975349-9.
- Sen, Amartya (1977). Starvation and exchange entitlements: a general approach and its application to the Great Bengal Famine. Cambridge Journal of Economics. 1 (1): 33–59. DOI 10.1093/oxfordjournals.cje.a035349.
- Taylor, Frederick (2005). Dresden: Tuesday, 13 February 1945. London: Bloomsbury. ISBN 978-07-47570-84-4.










