
Albert Pierrepoint was een Engelse beul die van 1932 tot 1956 betrokken was bij honderden executies in Groot-Brittannië, Ierland, Duitsland en Oostenrijk. Hij kreeg vooral aandacht door zijn rol bij oorlogsmisdadigers na de Tweede Wereldoorlog en bij omstreden Britse doodvonnissen in de jaren vijftig. Daardoor bleef zijn naam verbonden aan het debat over de doodstraf.
Vroege leven en opleiding
Albert Pierrepoint werd geboren op 30 maart 1905 in Clayton, in het toenmalige West Riding van Yorkshire. Hij was het derde kind in een gezin van vijf en de oudste zoon van Henry Pierrepoint en Mary Buxton. Het gezin had vaak financiële problemen. Henry Pierrepoint werkte in verschillende beroepen, maar had geen vaste loopbaan. Zijn alcoholgebruik en onregelmatige werk maakten de thuissituatie moeilijk.
De familie Pierrepoint had al vroeg een band met het Britse gevangeniswezen. Henry Pierrepoint stond vanaf 1901 op de lijst van officiële beulen, maar dit was geen voltijdbaan. Een beul kreeg alleen betaald wanneer hij een executie uitvoerde. Er was geen vast salaris en geen pensioen. Henry verloor zijn plaats op de lijst in 1910, nadat hij dronken bij een gevangenis was aangekomen voor een executie.
Albert Pierrepoint hoorde pas in 1916 duidelijk over het vroegere werk van zijn vader. Dat gebeurde nadat de herinneringen van Henry Pierrepoint in een krant waren verschenen. Zijn oom Thomas Pierrepoint was toen al jarenlang actief als officiële beul. Albert groeide daardoor op met het idee dat het beroep binnen zijn familie een vaste plaats had. Op school schreef hij dat hij later hetzelfde werk wilde doen als zijn vader en oom.
In 1917 verhuisde het gezin van Huddersfield naar Failsworth, bij Oldham in Lancashire. De gezondheid van Henry Pierrepoint ging achteruit, waardoor Albert van school ging en werk vond in Marlborough Mills. Na de dood van zijn vader in 1922 kreeg hij twee schriften met persoonlijke aantekeningen en een uitvoeringsdagboek. Die documenten gaven hem inzicht in de technische en administratieve kant van het werk.
Interbellum: opleiding tot beul
Pierrepoint verliet in de jaren twintig het fabriekswerk en werd voerman voor een groothandel in levensmiddelen. Hij leverde bestellingen af en leerde later autorijden en vrachtwagens besturen. Daardoor kon hij doorgroeien binnen het bedrijf. Dit gewone burgerlijke bestaan liep naast zijn belangstelling voor het werk van beul, dat in Groot-Brittannië strikt geregeld was en buiten de openbaarheid moest blijven.
Op 19 april 1931 schreef Pierrepoint aan de Prison Commissioners met het verzoek om assistent-beul te worden. Hij werd eerst afgewezen, omdat er geen plaats vrij was. Ongeveer zes maanden later kreeg hij alsnog een uitnodiging voor een gesprek. Daarna volgde een korte training in Pentonville Prison in Londen. In september 1932 werd hij officieel aangenomen als assistent.
De eerste executie waarbij Pierrepoint assisteerde vond plaats in december 1932 in Mountjoy Prison in Dublin. Zijn oom Thomas was aangewezen om Patrick McDermott op te hangen en koos Albert als assistent. De taak van een assistent was beperkt, maar nauwkeurig. Hij moest de veroordeelde volgen naar het schavot, de benen vastmaken en daarna direct van het luik stappen voordat de hoofdbeul het mechanisme bediende.
In de jaren dertig werkte Pierrepoint vooral samen met zijn oom Thomas. Hij nam diens nadruk op stilte, orde en zorgvuldigheid over. Beulen mochten geen publieke aandacht trekken en moesten zwijgen over de details van hun werk. Pierrepoint leerde dat de uitvoering niet alleen technisch goed moest verlopen, maar ook zonder zichtbare onrust. Die houding bepaalde later zijn eigen werkwijze.
In juli 1940 was Pierrepoint assistent bij de executie van Udham Singh, die was veroordeeld voor het doodschieten van Sir Michael O’Dwyer. Kort voor de uitvoering merkte Pierrepoint dat de hoofdbeul problemen had met de berekening van de valhoogte. Hij gaf advies over de juiste maat. Daarna werd hij aan de lijst van hoofdbeulen toegevoegd, wat zijn overgang naar een leidende rol mogelijk maakte.
Deelname aan de Tweede Wereldoorlog
Pierrepoint voerde zijn eerste executie als hoofdbeul uit in oktober 1941. De veroordeelde was Antonio Mancini, een crimineel uit de onderwereld. Zijn werkwijze volgde de Britse richtlijnen van het Home Office. De dag vóór de executie controleerde hij lengte, gewicht en lichaamsbouw van de veroordeelde. Daarna testte hij het touw en de val met een verzwaarde zak, zodat de uitvoering technisch volgens de regels kon verlopen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog voerde Pierrepoint verschillende executies uit die verband hielden met oorlog, spionage en militaire rechtspraak. Hij hing Duitse spionnen op die in Groot-Brittannië waren veroordeeld. Ook voerde hij doodvonnissen uit tegen Amerikaanse militairen die door krijgsraden schuldig waren bevonden aan misdrijven waarop de doodstraf stond. Zijn werk vond daardoor niet alleen binnen het gewone Britse strafrecht plaats.
Een van de moeilijkste uitvoeringen uit zijn loopbaan was de executie van de Duitse spion Karel Richter in december 1941 in Wandsworth Prison. Richter verzette zich lichamelijk toen Pierrepoint en de bewakers de cel binnengingen. De situatie leidde tot een ongewone en gespannen uitvoering. Pierrepoint beschreef deze gebeurtenis later als een van de zwaarste momenten op het schavot.
In augustus 1943 trouwde Pierrepoint met Anne Fletcher, met wie hij al enkele jaren een relatie had. Hij vertelde haar pas na het huwelijk volledig over zijn functie als beul. Kort daarna moest hij naar Gibraltar reizen om twee saboteurs op te hangen. Volgens zijn latere herinneringen accepteerde Anne zijn werk, mede omdat zij via plaatselijke verhalen al had vermoed wat zijn tweede beroep was.
Na de bevrijding van concentratiekamp Bergen-Belsen kreeg Pierrepoint een rol bij de uitvoering van doodvonnissen tegen veroordeelde oorlogsmisdadigers. In december 1945 reisde hij naar Hameln in Duitsland. Daar voerde hij de executies uit van elf personen die in verband stonden met Bergen-Belsen, aangevuld met twee andere veroordeelde Duitse oorlogsmisdadigers. Voor deze werkzaamheden kreeg hij een eervolle militaire rang van luitenant-kolonel.
Pierrepoint keerde later meerdere keren terug naar Hameln. Tussen december 1948 en oktober 1949 voerde hij daar zeer veel executies uit, soms meer dan tien op één dag. Het totale aantal in die periode wordt in de bronnen op 226 gesteld. Deze werkzaamheden maakten hem tot een van de meest ervaren Britse beulen van de twintigste eeuw, vooral in de nasleep van de oorlog.
Kort na de Belsen-executies voerde Pierrepoint in Wandsworth Prison de doodvonnissen uit tegen John Amery en William Joyce. Amery had zich aangesloten bij de Duitse zaak en probeerde Britse krijgsgevangenen te werven voor de British Free Corps. Joyce, beter bekend als Lord Haw-Haw, was veroordeeld wegens hoogverraad. Ook Theodore Schurch, veroordeeld onder de Treachery Act 1940, werd door Pierrepoint opgehangen.
In september 1946 reisde Pierrepoint naar Graz in Oostenrijk om gevangenispersoneel te trainen in de Britse methode van ophanging met lange val. Die methode moest sneller werken dan de kortere val die daar eerder werd gebruikt. Hij voerde in Oostenrijk meerdere dubbele executies uit, waarbij de trainees als assistenten optraden. Voor de executies na het Proces van Neurenberg werd hij niet gekozen.
Na de oorlog
Na de oorlog verliet Pierrepoint zijn werk als bezorger in de levensmiddelenhandel en werd hij uitbater van een café. Eerst beheerde hij Help the Poor Struggler in Hollinwood, bij Oldham. Later nam hij de Rose and Crown in Much Hoole, bij Preston, over. Een eigen zaak gaf hem de mogelijkheid om voor executies te reizen zonder steeds uitleg te hoeven geven aan een werkgever.
In 1948 werd in het Britse parlement opnieuw gesproken over de doodstraf. Tijdens deze politieke discussie werden tijdelijk geen executies uitgevoerd. Pierrepoint werkte in die periode vooral in zijn café. Daarna hervatten de ophangingen. In 1950 legde hij verklaring af voor de Royal Commission on Capital Punishment. Deze commissie onderzocht de werking en toekomst van de doodstraf in het Verenigd Koninkrijk.
Vanaf het einde van de jaren veertig voerde Pierrepoint een reeks zaken uit die veel publieke aandacht kregen. In augustus 1949 hing hij John Haigh op, die bekendstond door moorden waarbij lichamen in zuur waren opgelost. Haigh probeerde krankzinnigheid aan te voeren, maar werd veroordeeld. De zaak paste in een periode waarin de Britse pers veel aandacht besteedde aan moordzaken en de doodstraf.
In 1950 voerde Pierrepoint de executie uit van James Corbitt, een vaste bezoeker van zijn café. Corbitt had samen met Pierrepoint gezongen en kende hem persoonlijk. De zaak had voor Pierrepoint vooral betekenis omdat Corbitt wist wie de beul was en toch een moord pleegde. Pierrepoint gebruikte dit later als voorbeeld in zijn redenering dat de doodstraf niet vanzelf als afschrikmiddel werkte.
Een van de meest besproken zaken uit zijn loopbaan was de executie van Timothy Evans in maart 1950. Evans was veroordeeld voor de moord op zijn dochter, nadat zijn verklaringen aan de politie tegenstrijdig waren geweest. Later bleek dat John Christie, de huisbaas van Evans aan 10 Rillington Place, meerdere vrouwen had vermoord. De zaak-Evans werd daarna gezien als een gerechtelijke dwaling.
Pierrepoint hing John Christie in juli 1953 op in Pentonville Prison. Christie had moorden gepleegd in hetzelfde huis waar Evans eerder had gewoond. De samenhang tussen beide zaken versterkte het debat over de betrouwbaarheid van doodvonnissen. De executie van Evans bleef daardoor een van de voorbeelden die tegenstanders van de doodstraf gebruikten in discussies over fouten binnen het strafrecht.
Een andere omstreden zaak was die van Derek Bentley. Bentley werd in 1953 opgehangen voor zijn rol bij een misdrijf waarbij Christopher Craig, een zestienjarige jongen, een politieagent doodschoot. Bentley stond op het moment van het schot al onder arrest. Zijn veroordeling berustte op het beginsel van gezamenlijke verantwoordelijkheid. Jaren later werd zijn veroordeling officieel vernietigd, wat de zaak opnieuw onder de aandacht bracht.
In juli 1955 voerde Pierrepoint de executie uit van Ruth Ellis. Zij was veroordeeld voor de moord op David Blakely en werd de laatste vrouw die in Groot-Brittannië werd opgehangen. De zaak kreeg veel aandacht van pers, publiek en politiek. Er werd een verzoek om gratie ingediend, maar de minister van Binnenlandse Zaken verleende geen uitstel. Twee weken later hing Pierrepoint Norman Green op.
Pierrepoint nam in 1956 ontslag na een conflict over betaling. Hij was naar Manchester gereisd voor een executie, maar de veroordeelde kreeg op het laatste moment uitstel. Pierrepoint ontving wel reiskosten, maar aanvankelijk niet het volledige uitvoeringsgeld. Hij vond dat onjuist, omdat hij de voorbereiding had gedaan en kosten had gemaakt voor vervanging in zijn café. Kort daarna liet hij zijn naam van de lijst verwijderen.
Na zijn aftreden ontstonden geruchten dat zijn vertrek verband hield met de executie van Ruth Ellis. Pierrepoint ontkende dat later. Hij stelde dat zijn ontslag voortkwam uit het betalingsconflict en niet uit één afzonderlijke uitvoering. In 1974 publiceerde hij zijn memoires, waarin hij schreef dat hij de doodstraf niet als afschrikmiddel zag. In een interview uit 1976 klonk zijn houding minder vast, omdat hij aangaf te twijfelen.
Pierrepoint en zijn vrouw bleven hun café runnen tot zij zich in de jaren zestig terugtrokken in Southport. Hij stierf op 10 juli 1992 op 87-jarige leeftijd. Zijn loopbaan bleef onderwerp van biografieën, documentaires en films. Het aantal mensen dat hij heeft opgehangen is niet exact vastgesteld. Schattingen lopen uiteen van ruim 400 tot ongeveer 600 personen, afhankelijk van de gebruikte telling.
De periode na Pierrepoint liet zien dat het Britse systeem van executies snel ten einde liep. Na zijn vertrek werden Jock Stewart en Harry Allen hoofdbeulen. Zij voerden de laatste executies in Engeland uit op 13 augustus 1964. In 1965 werd de doodstraf voor moord tijdelijk afgeschaft. In 1969 werd die afschaffing blijvend gemaakt. Daarmee eindigde de strafpraktijk waarmee Pierrepoint zo sterk verbonden was.
Conclusie
Albert Pierrepoint was een van de laatste en meest ervaren Britse beulen van de twintigste eeuw. Zijn loopbaan liep van gewone gevangenisexecuties tot de uitvoering van doodvonnissen tegen oorlogsmisdadigers na de Tweede Wereldoorlog. Hij werkte volgens vaste technische en administratieve regels, maar zijn naam bleef verbonden aan zaken die later het debat over gerechtelijke dwalingen en de doodstraf versterkten. Zijn memoires en latere uitspraken tonen vooral hoe nauw zijn persoonlijke loopbaan verweven raakte met het einde van de doodstraf in Groot-Brittannië.
Bronnen en meer informatie
- Bailey, Brian (1989). Hangmen of England: History of Execution from Jack Ketch to Albert Pierrepoint. London: Virgin Books. ISBN 978-0-4910-3129-5.
- Barnett, Hilaire (2014). Constitutional & Administrative Law. London: Routledge. ISBN 978-1-317-44622-4.
- Block, Brian P.; Hostettler, John (1997). Hanging in the Balance: A History of the Abolition of Capital Punishment in Britain. Hook, Hampshire: Waterside Press. ISBN 978-1-872870-47-2.
- Dernley, Syd; Newman, David (1990). The Hangman’s Tale. London: Pan Books. ISBN 978-0-3303-1633-0.
- Fielding, Steve (2008). Pierrepoint: A Family of Executioners. London: John Blake Publishing. ISBN 978-1-8445-4611-4.
- Fielding, Steve (2008). The Executioner’s Bible: The Story of Every British Hangman of the Twentieth Century. London: John Blake Publishing. ISBN 978-1-8445-4422-6.
- Hancock, Robert (2000). Ruth Ellis: The Last Woman to Be Hanged. London: Orion. ISBN 978-0-7528-3449-8.
- Hayward, James (2013). Double Agent Snow: The True Story of Arthur Owens, Hitler’s Chief Spy in England. London: Simon and Schuster. ISBN 978-0-85720-854-5.
- Head, Michael (2016). Crimes Against the State: From Treason to Terrorism. London: Routledge. ISBN 978-1-317-15793-9.
- Hodgkinson, Peter; Rutherford, Andrew (1996). Capital Punishment: Global Issues and Prospects. Winchester: Waterside Press. ISBN 978-1-872870-32-8.
- Klein, Leonora (2006). A Very English Hangman: The Life and Times of Albert Pierrepoint. London: Corvo Books. ISBN 978-0-9543255-6-5.
- McLaughlin, Stewart (2004). Execution Suite: A History of the Gallows at Wandsworth Prison 1879–1993. London: HMP Wandsworth. ISBN 978-0-9551-0801-3.
- Marston, Edward (2009). Prison: Five Hundred Years of Life Behind Bars. London: Bloomsbury Academic. ISBN 978-1-905615-33-9.
- Pierrepoint, Albert (1977). Executioner: Pierrepoint. London: Coronet. ISBN 978-0-3402-1307-0.
- Rhodes James, Robert (1987). Anthony Eden. London: Macmillan. ISBN 978-0-333-45503-6.
- Twitchell, Neville (2012). The Politics of the Rope: The Campaign to Abolish Capital Punishment in Britain, 1955–1969. Bury St Edmunds: Arena Books. ISBN 978-1-906791-98-8.
- Amery, John (1912–1945). Oxford Dictionary of National Biography. Oxford University Press. DOI 10.1093/ref:odnb/37112.
- Bailey, Brian (2004). Pierrepoint, Albert, (1905–1992). Oxford Dictionary of National Biography. Oxford University Press. DOI 10.1093/ref:odnb/38768.
- Christie, John Reginald Halliday (1899–1953). Oxford Dictionary of National Biography. Oxford University Press. DOI 10.1093/ref:odnb/37280.
- Dunn, Jane (2008). Ellis, Ruth (1926–1955). Oxford Dictionary of National Biography. Oxford University Press. DOI 10.1093/ref:odnb/56716.
- Madra, Amandeep Singh (2008). Singh, Udham (1899–1940). Oxford Dictionary of National Biography. Oxford University Press. DOI 10.1093/ref:odnb/73200.
- Morgan, Basil (2017). Brandon, Richard. Oxford Dictionary of National Biography. Oxford University Press. DOI 10.1093/ref:odnb/3266.
- Nicholas, Siân (2017). Joyce, William Brooke. Oxford Dictionary of National Biography. Oxford University Press. DOI 10.1093/ref:odnb/37621.
- Robin, Gerald D. (1964). The Executioner: His Place in English Society. The British Journal of Sociology 15 (3): 234–253. DOI 10.2307/588468. JSTOR 588468.
- Seal, Lizzie (2016). Albert Pierrepoint and the Cultural Persona of the Twentieth-Century Hangman. Crime, Media, Culture 12 (1): 83–100. DOI 10.1177/1741659015603623. ISSN 1741-6590. S2CID 147231485.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946.









