Heinrich Detmers: adjudant van Dachau en Mittelbau

Heinrich Georg Alfred Detmers (1919–1999), ook bekend als Heinz Detmers, was een Duitse SS-Obersturmführer. Hij diende als adjudant in de concentratiekampen Dachau en Mittelbau-Dora. Zijn werkzaamheden omvatten personeelszaken, administratie en ondersteuning van de kampleiding. Amerikaanse militaire rechtbanken veroordeelden hem in 1947 in twee afzonderlijke processen wegens zijn betrokkenheid bij misdrijven in deze kampen.

Vroege leven en opleiding

Heinrich Georg Alfred Detmers werd op 20 april 1919 geboren in Norden, een plaats in Oost-Friesland in het noordwesten van Duitsland. Hij gebruikte ook de voornaam Heinz, waaronder hij later in Amerikaanse processtukken werd geregistreerd. Als jongere begon hij aan een handelsopleiding. Deze had hij nog niet afgerond toen hij op zeventienjarige leeftijd toetrad tot de Schutzstaffel, doorgaans aangeduid als de SS.

Zijn verdere opleiding vond binnen de SS plaats en leidde naar een loopbaan als officier. Hij kwam aanvankelijk bij de SS-Totenkopfverbände in Oranienburg terecht. Vervolgens bezocht hij de SS-Junkerschule in Braunschweig, een instelling voor de opleiding van SS-officieren. Daarna diende hij bij een vervangingseenheid van de Leibstandarte in Berlin-Lichterfelde, voordat hij in 1940 een functie bij de commandant van Dachau kreeg.

Interbellum: Toetreding tot de SS en NSDAP

Detmers sloot zich al voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog aan bij nationaalsocialistische organisaties. Binnen de SS kreeg hij lidmaatschapsnummer 309.930. Op 21 juni 1937 vroeg hij bovendien het lidmaatschap van de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei, de NSDAP, aan. Zijn toelating werd met terugwerkende kracht vastgesteld op 1 mei 1937, onder partijlidmaatschapsnummer 5.545.920. De aanvraagdatum en de administratieve ingangsdatum van zijn partijlidmaatschap verschilden daardoor.

De SS en de NSDAP hadden verschillende functies binnen de nationaalsocialistische staat. De NSDAP was de partij van Adolf Hitler, terwijl de SS onder meer betrokken was bij vervolging, kampbewaking en later militaire operaties. Detmers combineerde het partijlidmaatschap met een dienstverband binnen de SS. Zijn verdere loopbaan verliep via SS-eenheden en kampstaven, waarin hij zowel een militaire rang als verschillende administratieve functies bekleedde.

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

Adjudant van Alexander Piorkowski in Dachau

In 1940 werd Detmers adjudant van Alexander Piorkowski, de commandant van concentratiekamp Dachau. Hij was toen ongeveer 21 jaar oud en kreeg vanwege zijn jeugdige leeftijd de bijnaam ‘Bubi’. Zijn aanstelling plaatste hem binnen de staf die de kampcommandant bij diens werkzaamheden ondersteunde. Hij bleef in deze functie tot eind februari 1942, waarna hij naar een eenheid van de Waffen-SS werd overgeplaatst.

Dachau was in maart 1933 opgericht en had binnen het concentratiekampstelsel een voorbeeldfunctie gekregen. De SS gebruikte het kamp ook voor de opleiding van bewakingspersoneel. Tijdens de oorlog werden er gevangenen uit verschillende bezette landen opgesloten en voor dwangarbeid ingezet. Mishandeling, ontoereikende verzorging en executies maakten deel uit van het kampregime. Vanaf 1941 werden bovendien grote aantallen Sovjetkrijgsgevangenen door de SS geëxecuteerd.

Een adjudant ondersteunde de commandant bij het dagelijkse dienstverkeer en de organisatie van diens staf. De functie gaf Detmers een plaats binnen de leidinggevende administratie van het kamp. De dagelijkse leiding over het gevangenenkamp berustte daarnaast bij de Schutzhaftlagerführer, die toezicht hield op het regime voor de gevangenen. Bij afwezigheid van de commandant trad de eerste Schutzhaftlagerführer als diens plaatsvervanger op. De adjudantsfunctie maakte Detmers dus niet automatisch tot plaatsvervangend kampcommandant.

Dienst bij de 1. SS-Infanterie-Brigade

Na zijn vertrek uit Dachau werd Detmers op eigen verzoek bij de 1. SS-Infanterie-Brigade aan het Oostfront geplaatst. Deze overplaatsing vond plaats in 1942 en bracht hem vanuit de kampstaf naar een militaire eenheid van de Waffen-SS. De Waffen-SS vormde de gewapende militaire organisatie binnen de SS. Zijn verblijf bij deze brigade ging vooraf aan zijn terugkeer naar het concentratiekampstelsel in 1943.

Overplaatsing naar Dora

In december 1943 kreeg Detmers een verbindingsfunctie tussen Amtsgruppe D van het SS-Wirtschafts- und Verwaltungshauptamt en het kamp Dora. Dit hoofdbureau, meestal afgekort tot WVHA, beheerde onder meer economische en administratieve aangelegenheden van de SS. Amtsgruppe D was verantwoordelijk voor het concentratiekampstelsel. Detmers onderhield vanuit zijn functie contact tussen deze centrale organisatie en de plaatselijke kampleiding bij Nordhausen.

Dora was op 28 augustus 1943 opgericht als buitenkamp van Buchenwald. Gevangenen moesten er een bestaand tunnelstelsel in de Kohnstein geschikt maken voor ondergrondse wapenproductie. In de fabriek Mittelwerk werden onder meer V2-raketten gebouwd. Aanvankelijk moesten veel gevangenen ook ondergronds slapen, onder omstandigheden met weinig water, slechte sanitaire voorzieningen en onvoldoende rust. Ziekten, uitputting, ondervoeding en geweld veroorzaakten een hoge sterfte.

Tijdens Detmers’ diensttijd veranderde de bestuurlijke positie van Dora. Het kamp bleef aanvankelijk ondergeschikt aan Buchenwald, terwijl in de omgeving nieuwe buitenkampen ontstonden voor bouwprojecten en de oorlogsindustrie. Op 28 oktober 1944 werd Mittelbau een zelfstandig concentratiekampcomplex. Dora vormde daarvan het hoofdkamp. De namen Dora en Mittelbau-Dora verwijzen daardoor naar opeenvolgende organisatorische fasen van het kamp en het bijbehorende netwerk van buitenkampen.

Werkzaamheden onder Otto Förschner

Detmers was van december 1943 tot november 1944 adjudant van Otto Förschner, die de leiding over Dora had. Hij behandelde personeelsaangelegenheden van de commandantsstaf en verzorgde de correspondentie. Daarnaast hield hij zich bezig met telefoongesprekken, het beheer van het wagenpark en de werkzaamheden van het commandantsbureau. Zijn taken omvatten ook praktische ondersteuning van Förschner bij de uitvoering van diens dagelijkse werkzaamheden.

Onderzoek naar strafbare feiten van SS-personeel

Vanaf mei 1944 kreeg Detmers naast zijn adjudantsfunctie een taak als SS-Gerichtsoffizier. Werner Paulmann belastte hem met het onderzoeken van strafbare feiten die door SS-militairen waren gepleegd. Deze opdracht viel binnen het eigen rechtsapparaat van de SS. De onderzoekstaak betrof dus het gedrag van SS-personeelsleden. Zij stond naast zijn personele en administratieve werkzaamheden voor Förschner en vormde een afzonderlijk onderdeel van zijn functiepakket.

Vertrek naar het WVHA en inzet in Hersbruck

In het najaar van 1944 werd Detmers gedurende meerdere weken ziek. Na deze ziekteperiode werd hij overgeplaatst naar het WVHA. Daarmee verliet hij zijn werkzaamheden bij de plaatselijke leiding van Dora en kwam hij bij de centrale SS-administratie terecht. Later volgde nog een inzet in Hersbruck, een buitenkamp dat onder concentratiekamp Flossenbürg viel. Zijn laatste kampplaatsing behoorde daardoor tot een ander kampcomplex dan Dachau en Mittelbau-Dora.

Hersbruck was in 1944 opgericht voor de inzet van gevangenen bij een ondergronds bewapeningsproject nabij Happurg. Zij moesten tunnels uitgraven voor een geplande fabriek voor vliegtuigmotoren van BMW. Daarnaast werden zij gedwongen spoorverbindingen aan te leggen en bouwmaterialen te vervoeren. De leef- en werkomstandigheden veroorzaakten een hoge sterfte onder de gevangenen. De tunnelbouw bleef onvoltooid en de geplande motorenproductie kwam daar niet meer op gang.

Na de oorlog

Het proces over Dachau in januari 1947

Na de Tweede Wereldoorlog werd Detmers vervolgd door de Amerikaanse militaire justitie. Op 6 januari 1947 begon in Dachau het proces waarin hij samen met zijn voormalige commandant Piorkowski terechtstond. De zaak was een vervolgprocedure op het eerdere hoofdproces over concentratiekamp Dachau. Zij maakte deel uit van de Dachauer processen, een reeks Amerikaanse militaire strafzaken over oorlogsmisdrijven, waaronder misdrijven in verschillende concentratiekampen.

De aanklacht betrof hun deelname aan de misdrijven die binnen het kamp werden gepleegd. De Amerikaanse vervolging gebruikte daarbij het begrip common design: deelname aan een gezamenlijk misdadig handelen. Die benadering maakte het mogelijk ook de bijdrage van leidinggevend en administratief personeel te beoordelen. Het bewijs hoefde daardoor niet uitsluitend te bestaan uit afzonderlijke mishandelingen of moorden die een verdachte persoonlijk had uitgevoerd. De individuele betrokkenheid bleef van betekenis voor de strafmaat.

In de Dachau-zaak werden Detmers geen afzonderlijke, persoonlijk gepleegde gewelddaden bewezen. Het militaire gerecht achtte zijn deelname aan de misdrijven als adjudant binnen de kamporganisatie wel bewezen. Op 17 januari 1947 werd hij daarom veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf. Deze straf werd later teruggebracht tot vijf jaar. Piorkowski kreeg in hetzelfde proces de doodstraf, die op 22 oktober 1948 in Landsberg werd voltrokken.

Het Dora-proces van 1947

Detmers werd vervolgens ook vervolgd voor zijn werkzaamheden in Mittelbau-Dora. Dit proces vond eveneens in Dachau plaats en duurde van 7 augustus tot 30 december 1947. De procedure behandelde misdrijven in het kampcomplex rond Nordhausen. Onder de beklaagden bevonden zich SS-personeelsleden, gevangenen die binnen het kamp een toezichthoudende functie hadden vervuld en een vertegenwoordiger van de bedrijfsleiding van Mittelwerk. Detmers stond terecht vanwege zijn eigen aandeel tijdens zijn dienst in Dora.

Tijdens het Dora-proces erkende Detmers dat hij gevangenen in het gezicht had geslagen. Hij verklaarde daarnaast aanwezig te zijn geweest bij kampappèls en executies. Bij een appèl werden gevangenen bijeengebracht en geteld, als onderdeel van de dagelijkse controle door de kampbewaking. De erkenning van deze mishandelingen behoorde tot de Dora-zaak, die afzonderlijk van zijn eerdere werkzaamheden in Dachau werd behandeld.

Op 30 december 1947 veroordeelde het Amerikaanse militaire gerecht Detmers tot zeven jaar gevangenisstraf. Dit was een afzonderlijke veroordeling naast de straf die hij eerder voor zijn betrokkenheid bij Dachau had gekregen. De beide straffen moesten gelijktijdig worden uitgezeten. De opgelegde termijnen werden dus niet opgeteld tot een achtereenvolgens te ondergane gevangenisstraf. Detmers verbleef voor de tenuitvoerlegging in de gevangenis voor oorlogsmisdadigers in Landsberg am Lech.

Vrijlating en Duits onderzoek

Op 3 januari 1951 werd Detmers uit de gevangenis van Landsberg vrijgelaten. Nog op dezelfde dag hield de West-Duitse politie hem opnieuw aan. Deze aanhouding leidde tot een afzonderlijk Duits onderzoek naar zijn verleden. Het onderzoek leverde geen grond op voor een verdere vervolging en hij werd opnieuw vrijgelaten. De Duitse vrijlating veranderde niets aan de eerder uitgesproken Amerikaanse veroordelingen voor zijn betrokkenheid bij de kampmisdrijven.

Werk en privéleven

Na zijn vrijlating keerde Detmers terug naar zijn geboorteplaats Norden en ging hij als verkoper werken. Later trad hij in dienst bij een margarinebedrijf, waar hij opklom tot algemeen verkoopdirecteur. Hij was tweemaal getrouwd en had ten minste twee kinderen. Over zijn verdere privéleven zijn slechts beperkte gegevens bekend. Detmers overleed op 8 juni 1999 in Weddelbrook, op tachtigjarige leeftijd.

Militaire Rangen

Detmers bereikte binnen de SS de rang van SS-Obersturmführer, vergelijkbaar met die van eerste luitenant. Tijdens zijn dienst in Dachau was hij opgeklommen vanuit de rang van SS-Oberjunker, een rang voor een officier in opleiding. Ook tijdens zijn werkzaamheden in Dora wordt hij als SS-Obersturmführer vermeld. Adjudant en SS-Gerichtsoffizier waren de functies die hij vervulde; deze aanduidingen vormden op zichzelf geen militaire rangen.

Conclusie

Heinrich Detmers diende tijdens de Tweede Wereldoorlog in de commandantsstaven van Dachau en Mittelbau-Dora, bij de Waffen-SS en binnen de centrale SS-administratie. In Dora combineerde hij zijn werkzaamheden als adjudant met onderzoekstaken binnen de SS-rechtspraak. Amerikaanse militaire gerechten veroordeelden hem in 1947 in twee afzonderlijke zaken wegens zijn betrokkenheid bij kampmisdrijven. Na zijn vrijlating in 1951 werkte hij in het bedrijfsleven, waar hij uiteindelijk algemeen verkoopdirecteur werd.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: unknown soldier or employee of the U.S. Army Signal Corps, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Gruner, Martin (2008). Verurteilt in Dachau. Der Prozess gegen den KZ-Kommandanten Alex Piorkowski vor einem US-Militärgericht. Augsburg: Wißner-Verlag. ISBN 978-3-89639-650-1.
  3. Klee, Ernst (2007). Das Personenlexikon zum Dritten Reich. Wer war was vor und nach 1945. Frankfurt am Main: Fischer-Taschenbuch-Verlag. ISBN 978-3-596-16048-8.
  4. Wagner, Jens-Christian (2001). Produktion des Todes. Das KZ Mittelbau-Dora. Göttingen: Wallstein Verlag. ISBN 3-89244-439-0.
  5. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946