Home Holocaust Concentratiekampen: geschiedenis en gebruik

Concentratiekampen: geschiedenis en gebruik

Weimar burgers onder dwang getuige van nazi-gruwelen in kamp Buchenwald, bevrijd door Pattons Derde Leger op 16 april 1945.
Nadat kamp Buchenwald nabij Weimar op 16 april 1945 werd bevrijd door Pattons Derde Leger, werden Weimar-burgers onder militaire escorte gedwongen de gruwelijke gevolgen van de nazi-atrociteiten te aanschouwen.

Een concentratiekamp is een interneringsplaats waar staten groepen mensen buiten de gewone rechtsbescherming vasthouden. Zulke kampen dienden voor isolatie, controle, dwangarbeid en in sommige gevallen massamoord. Het begrip werd internationaal bekend door de Britse kampen in Zuid-Afrika en kreeg zijn zwaarste betekenis door het nazi-kampensysteem tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Locatie en soort en doel van dit concentratiekamp

Concentratiekampen kwamen in verschillende landen en perioden voor, maar ze hadden meestal een vergelijkbaar doel: het samenbrengen en controleren van groepen die door een regering of bezettingsmacht als verdacht, ongewenst of gevaarlijk werden gezien. De kern van zo’n systeem was niet alleen opsluiting, maar vooral het buiten werking stellen van normale rechtsbescherming. Gevangenen werden vaak zonder proces, zonder individuele aanklacht en zonder effectieve verdediging vastgehouden.

De moderne begripsgeschiedenis begon niet in de Tweede Wereldoorlog, maar in koloniale en anti-guerrillaoorlogen van de negentiende eeuw. In Cuba werden burgers door Spaanse autoriteiten samengebracht in zogenoemde reconcentratiekampen. Tijdens de Tweede Boerenoorlog kreeg het Engelse begrip concentration camp brede bekendheid. De Britse legerleiding liet in Zuid-Afrika kampen inrichten om Boerenburgers en Afrikanen die met de Boeren samenwerkten te scheiden van de guerrillastrijd. Het doel was militair: steun, voedsel en onderdak voor de tegenstander afsnijden.

In het begin van de twintigste eeuw kreeg het begrip een bredere toepassing. Het Duitse Keizerrijk gebruikte concentratiekampen in Duits-Zuidwest-Afrika tijdens de oorlog tegen de Herero en Nama. In Duitsland zelf werd het woord later ook gebruikt voor interneringskampen uit de Eerste Wereldoorlog en de onrustige jaren daarna. Tijdens de nationaalsocialistische periode werd officieel vaak de afkorting KL gebruikt, terwijl KZ later het bekendste begrip werd. Daardoor raakte het woord blijvend verbonden met het Duitse kampensysteem van 1933 tot 1945.

Niet elk concentratiekamp was hetzelfde. Er waren burgerinterneringskampen, dwangarbeidskampen, doorgangskampen en afzonderlijke vernietigingskampen. Juist die verschillen zijn van belang. Een concentratiekamp was in algemene zin een plaats van collectieve opsluiting buiten normale rechtswaarborgen. Een vernietigingskamp had als hoofddoel het doden van grote aantallen mensen in zo kort mogelijke tijd. In de geschiedenis van nazi-Duitsland bestonden beide systemen naast elkaar en liepen zij in de praktijk soms in elkaar over.

De geografische spreiding was groot. Kampen bestonden in Zuid-Afrika, Cuba, het Russische Rijk en later de Sovjet-Unie, Duitsland en bezet Europa, koloniale gebieden in Afrika en Azië en ook in landen die internering als veiligheidsmaatregel voorstelden, zoals de Verenigde Staten tijdens de Tweede Wereldoorlog. De mate van geweld, sterfte en organisatie verschilde per land en periode, maar collectieve opsluiting op basis van afkomst, politieke positie, nationaliteit of vermeende onbetrouwbaarheid keerde telkens terug.

Concentratiekamp personeel

Het personeel van concentratiekampen bestond meestal uit militairen, politiefunctionarissen, administrateurs, artsen en bewakers. In koloniale oorlogen werden kampen vaak rechtstreeks bestuurd door het leger of door civiele bestuurders die onder militair gezag werkten. Tijdens de Boerenoorlog stond de Britse organisatie onder bevel van Horatio Herbert Kitchener. In Duits-Zuidwest-Afrika was Lothar von Trotha de centrale militaire figuur in de strijd waarin ook kampen werden gebruikt. In beide gevallen was het kamp geen geïsoleerde instelling, maar onderdeel van een bredere militaire strategie.

In nazi-Duitsland kreeg het kampensysteem een sterk hiërarchische opbouw. De leiding lag bij de SS, die commandanten, kampartsen, administratief personeel en bewakingseenheden inzette om de kampen te laten functioneren. Personeel hield zich bezig met registratie, bewaking, transport, arbeidstoewijzing en strafmaatregelen. Daardoor werd de dagelijkse werking van het kamp gekoppeld aan een bureaucratisch systeem van dossiers, lijsten, transportschema’s en arbeidsinzet. Het geweld werd dus niet alleen uitgevoerd door gewapende bewakers, maar ook mogelijk gemaakt door administratieve routines.

Een deel van het kampapparaat werkte achter bureaus, maar had wel directe gevolgen voor leven en dood. Artsen bepaalden mede wie kon werken, wie ziek was en wie uit transporten of kampafdelingen werd geselecteerd. Administrateurs beheerden bezittingen, registraties en arbeidsindeling. Bewakers handhaafden orde met mishandeling, vernedering en geweld. Daarnaast werden in sommige vernietigingskampen gevangenen onder dwang ingezet voor taken binnen het moordsysteem zelf. Zij stonden niet aan de kant van de daders, maar handelden onder directe dwang.

Ook in andere kampensystemen speelde staatsbureaucratie een grote rol. In de Sovjet-Unie werden de kampen beheerd door staatsorganen die politieke uitschakeling en arbeid met elkaar verbonden. Daardoor hing het functioneren van een concentratiekamp of dwangarbeidskamp niet alleen af van zichtbare bewaking, maar ook van een bestuur dat vervoer, voedselverdeling, registratie en bestraffing organiseerde. Juist die combinatie van bewaking en administratie maakte langdurige massale internering mogelijk.

Gevangenen en slachtoffers

De groepen die in concentratiekampen werden opgesloten, verschilden per land en periode. In de Britse kampen in Zuid-Afrika ging het in hoofdzaak om Boerenvrouwen en -kinderen en om zwarte Afrikanen die in afzonderlijke kampen werden ondergebracht. Hun gevangenschap hing samen met de guerrillaoorlog en de tactiek van verschroeide aarde. Het waren dus geen gewone krijgsgevangenen, maar vooral burgers die uit hun woonomgeving waren weggehaald en onder bewaking werden samengebracht.

In nazi-Duitsland verbreedde de groep gevangenen zich vanaf 1933 snel. Eerst werden vooral politieke tegenstanders vastgezet, zoals communisten, sociaaldemocraten en vakbondsleden. Daarna volgden onder meer Joden, Roma en Sinti, Jehova’s getuigen, homoseksuelen, mensen die door het regime als asociaal werden bestempeld en grote aantallen burgers uit bezette gebieden. Het kampensysteem werd zo een instrument voor politieke onderdrukking, sociale uitsluiting, economische uitbuiting en genocide. Vooral vanaf 1939 en nog sterker vanaf 1941 kreeg de vervolging van Joden een centrale plaats.

De slachtoffers bestonden niet alleen uit de doden in de kampen zelf, maar ook uit overlevenden met blijvende schade. In de Britse concentratiekampen tijdens de Boerenoorlog stierven meer dan 26.000 Boerenvrouwen en -kinderen door ziekte, ondervoeding en gebrekkige hygiëne. In het nazi-kampensysteem kwamen grote aantallen gevangenen om door honger, mishandeling, ziekte, executies, dwangarbeid en in de vernietigingskampen door vergassing. Daarnaast werden miljoenen Joden buiten de concentratiekampen vermoord in getto’s, bij massa-executies en tijdens deportaties en dodenmarsen.

Ook andere staten maakten in de twintigste eeuw gebruik van grootschalige internering. In de Sovjet-Unie doorliepen miljoenen mensen het Goelag-systeem, dat was gericht op dwangarbeid en politieke controle. In de Verenigde Staten werden tijdens de Tweede Wereldoorlog grote aantallen burgers van Japanse afkomst, en in mindere mate ook mensen van Duitse en Italiaanse afkomst, geïnterneerd. Deze kampen waren niet gelijk aan de nazi-kampen in doel en sterfte, maar zij tonen wel dat massale internering van burgers in moderne staten vaker is toegepast.

Voor overlevenden hield het einde van de gevangenschap de gevolgen niet op. Velen keerden terug zonder familie, zonder bezit en zonder zekerheid over hun toekomst. Langdurige psychische klachten, waaronder angst, depressie en posttraumatische stress, kwamen veel voor. Ook de sociale terugkeer was moeilijk, omdat woonplaatsen, families en hele gemeenschappen vaak waren vernietigd of ingrijpend veranderd. Daardoor werd overleven na een kampverleden niet alleen een medische, maar ook een maatschappelijke opgave.

Doodsoorzaken

De doodsoorzaken in concentratiekampen verschilden per kampensysteem, maar in bijna alle gevallen waren slechte levensomstandigheden een hoofdreden. In de Britse kampen in Zuid-Afrika overleden veel gevangenen door een combinatie van ondervoeding, besmettelijke ziekten en gebrekkige sanitaire voorzieningen. Vooral kinderen waren kwetsbaar. De hoge sterfte was niet het gevolg van een systeem van gaskamers of industriële moord, maar van structurele verwaarlozing binnen een militair systeem van burgerinternering.

In de nazi-concentratiekampen waren honger, uitputting, mishandeling, ziekte en executies belangrijke doodsoorzaken. Het regime gebruikte arbeid, ontoereikende voeding en geweld doelbewust om gevangenen te breken. In meerdere kampen werd vernietiging door arbeid toegepast, waarbij de omstandigheden zo zwaar waren dat gevangenen binnen afzienbare tijd stierven. Daarnaast vonden ophangingen, fusillades en andere executies plaats, vaak als straf of afschrikking.

Bij de vernietigingskampen lag de situatie anders, omdat deze kampen primair voor massamoord waren ingericht. Daar werden de meeste gedeporteerden kort na aankomst gedood, meestal met gas. Kampen als Sobibór, Treblinka en Bełżec waren opgezet voor snelle en grootschalige vernietiging. Een kleine groep gevangenen werd tijdelijk in leven gehouden voor taken binnen het kamp, zoals het sorteren van bezittingen of het afvoeren van lichamen. Hun overlevingskans bleef meestal gering.

Aan het einde van de oorlog kwamen daar de dodenmarsen bij. Toen geallieerde legers naderden, werden gevangenen onder bewaking uit kampen weggevoerd. Mensen die niet konden meelopen, werden vaak ter plekke gedood of stierven onderweg aan uitputting, kou en honger. Daardoor liep het aantal slachtoffers in de slotfase van de oorlog opnieuw sterk op.

Vonden er medische experimenten of dwamngarbeid plaats?

Dwangarbeid maakte in verschillende kampensystemen deel uit van het dagelijks bestaan, maar in het nazi-systeem kreeg zij een zeer grote plaats. Gevangenen werden ingezet in steengroeven, fabrieken, mijnen, spoorwegbouw en militaire productie. Zij werkten met te weinig voedsel, te weinig rust en zonder effectieve medische bescherming. In de Sovjet-Unie vervulde dwangarbeid eveneens een centrale rol binnen het Goelag-systeem, waar gevangenen werden gebruikt voor grote bouwprojecten, mijnbouw en industrie.

In de nazi-kampen vonden daarnaast medische experimenten plaats op gevangenen. Daarbij ging het onder meer om onderzoek naar infectieziekten, sterilisatie, onderkoeling en wondbehandeling. Deze proeven werden uitgevoerd zonder toestemming en met blijvend letsel of de dood tot gevolg. Gevangenen werden behandeld als proefmateriaal en niet als patiënten. Daarmee stonden zulke praktijken buiten elke medische en juridische norm.

Niet ieder concentratiekamp kende dezelfde vorm van geweld. In de Britse kampen tijdens de Boerenoorlog zijn geen systematische medische experimenten bekend zoals in het nazi-systeem. Daar lagen de sterfte en het lijden vooral in verwaarlozing, gebrek aan voedsel en gebrekkige hygiëne. Juist dat verschil maakt duidelijk dat het begrip concentratiekamp verschillende vormen kan aannemen, terwijl opsluiting buiten de rechtsorde het gemeenschappelijke kenmerk blijft.

Bevrijding

De bevrijding van concentratiekampen tijdens de Tweede Wereldoorlog vond plaats in fasen. Vanaf 1944 en vooral in 1945 bereikten Sovjet-, Amerikaanse, Britse en andere geallieerde troepen steeds meer kampen in Duitsland en bezet Europa. Bij die bevrijdingen troffen zij uitgehongerde gevangenen, massagraven, crematoria en grote hoeveelheden achtergelaten bezittingen aan. Daardoor werd voor een internationaal publiek zichtbaar hoe omvangrijk het kampensysteem en de vervolging waren geweest.

De onthulling van de kampen leidde tot wereldwijde schok en veroordeling. Tegelijk ontstonden al vroeg vormen van ontkenning en minimalisering, die ook later bleven bestaan. Voor historisch onderzoek werd de bevrijding daarom een keerpunt: getuigenissen, foto’s, filmbeelden en militaire rapporten maakten het mogelijk om de aard en omvang van de misdaden nauwkeuriger vast te leggen. De kampen werden daarmee niet alleen plaatsen van opsluiting, maar ook centrale bewijslocaties in de naoorlogse geschiedschrijving.

De bevrijding betekende niet voor iedereen onmiddellijk herstel. Veel gevangenen waren ernstig verzwakt en leden aan ziekte en extreme ondervoeding. Een deel van hen stierf alsnog kort na de bevrijding. Voor overlevenden volgde daarna een lange periode van medische behandeling, registratie, opvang en zoeken naar familieleden. Wie terugkeerde, kwam vaak terecht in een samenleving die fysiek en sociaal was ontwricht.

Bij oudere en andere kampensystemen verliep het einde anders. De Britse concentratiekampen in Zuid-Afrika verdwenen na het einde van de Boerenoorlog in 1902. Het Sovjet-kampensysteem bleef na 1945 bestaan en nam pas na de dood van Stalin in omvang af. De bevrijding van nazi-kampen kreeg daardoor een bijzondere plaats in de geschiedschrijving, omdat zij direct verbonden raakte met de onthulling van genocide en grootschalige vervolging.

Berechting

De juridische afwikkeling van de misdaden in en rond de nazi-kampen begon kort na de oorlog. In Neurenberg werden vooraanstaande leiders van het regime berecht voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Die processen vormden een belangrijk uitgangspunt voor latere internationale strafvervolging. Het begrip genocide kreeg kort daarna, in 1948, een eigen plaats in het internationale recht. Daarmee werd een juridisch kader gevormd voor de beoordeling van massamoord, deportatie en systematische vervolging.

Ook individuele kampfunctionarissen werden vervolgd. Rudolf Höss, de commandant van Auschwitz, werd aan Polen uitgeleverd, ter dood veroordeeld en in 1947 geëxecuteerd. Josef Kramer, commandant van Bergen-Belsen, werd door een Brits militair tribunaal ter dood veroordeeld en in 1945 opgehangen. Franz Stangl, commandant van Sobibór en Treblinka, werd in West-Duitsland veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Deze zaken laten zien dat zowel commandanten als andere medewerkers strafrechtelijk aansprakelijk konden worden gesteld voor hun rol in het kampensysteem.

Niet alle daders werden berecht. Josef Mengele wist naar Zuid-Amerika te vluchten en is nooit voor een rechtbank verschenen. Ook andere betrokkenen konden zich aan vervolging onttrekken, soms doordat zij onderdoken, soms doordat staten laat of onvolledig samenwerkten. Buiten het nazi-systeem was berechting vaak nog beperkter. Voor de Britse kampen in Zuid-Afrika kwam geen vergelijkbare strafrechtelijke afrekening, en ook veel andere kampensystemen uit de twintigste eeuw zijn slechts gedeeltelijk of helemaal niet juridisch onderzocht.

Conclusie

Concentratiekampen waren in de moderne geschiedenis geen eenvormig verschijnsel, maar een verzamelnaam voor systemen waarin staten groepen mensen buiten de gewone rechtsorde opsloten. De Spaanse reconcentratie in Cuba, de Britse kampen tijdens de Boerenoorlog, het Sovjet-systeem van dwangarbeidskampen en vooral de nazi-kampen laten zien dat het begrip verschillende vormen kon aannemen. Toch keert in al deze gevallen hetzelfde patroon terug: collectieve opsluiting, uitsluiting van rechtsbescherming en een bestuur dat mensen tot object van beleid maakte.

De Tweede Wereldoorlog gaf het begrip zijn zwaarste historische lading. Het nazi-regime verbond concentratiekampen aan dwangarbeid, terreur, selectie en in afzonderlijke vernietigingskampen aan systematische massamoord. De bevrijding van de kampen, de latere processen en het onderzoek naar de gevolgen voor overlevenden hebben deze geschiedenis blijvend gedocumenteerd. Musea, gedenkplaatsen en onderwijsinstellingen vervullen daardoor een blijvende rol in het vastleggen van feiten, het duiden van begrippen en het doorgeven van kennis over vervolging, oorlog en genocide.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: National Archives and Records Administration , Public domain, via Wikimedia Commons
  2. United States Holocaust Memorial Museum (USHMM): Holocaust Encyclopedia
  3. Yad Vashem: The World Holocaust Remembrance Center
  4. Stone, Dan (2015). Concentration Camps: A Very Short Introduction. Oxford University Press. ISBN 978-0-19-879070-9.
  5. Stone, Dan (2017). Concentration Camps: A Very Short Introduction. Oxford University Press. ISBN 978-0-19-103502-9.
  6. Pitzer, Andrea (2017). One Long Night: A Global History of Concentration Camps. Little, Brown and Company. ISBN 978-0-316-30359-0.
  7. Krausz, Tamás (2015). Reconstructing Lenin: An Intellectual Biography. NYU Press. ISBN 978-1-58367-449-9.
  8. White, Joseph Robert (2009). Early Camps, Youth Camps, and Concentration Camps and Subcamps under the SS-Business Administration Main Office (WVHA). Encyclopedia of Camps and Ghettos, 1933–1945, Vol. 1. Indiana University Press. ISBN 978-0-253-35328-3.
  9. Wachsmann, Nikolaus (2009). The Dynamics of Destruction: The Development of the Concentration Camps, 1933–1945. In: Caplan, Jane; Wachsmann, Nikolaus (red.). Concentration Camps in Nazi Germany: The New Histories. Routledge. ISBN 978-1-135-26322-5.
  10. Gellately, Robert; Stoltzfus, Nathan (2001). Social Outsiders in Nazi Germany. Princeton University Press. ISBN 978-0-691-08684-2.
  11. Evans, Richard J. (2005). The Third Reich in Power. New York: Penguin Group. ISBN 978-0-14-303790-3.
  12. Smith, Iain R.; Stucki, Andreas (2011). The Colonial Development of Concentration Camps (1868–1902). The Journal of Imperial and Commonwealth History 39 (3): 417–437. DOI 10.1080/03086534.2011.598746. S2CID 159576119.
  13. Elie, Marc (2013). Khrushchev’s Gulag: The Soviet Penitentiary System after Stalin’s Death, 1953–1964. In: Kozlov, Denis; Gilburd, Eleonory (red.). The Thaw: Soviet Society and Culture during the 1950s and 1960s. Toronto University Press. ISBN 978-1-44264-460-1.
  14. Dickerson, James L. (2010). Inside America’s Concentration Camps: Two Centuries of Internment and Torture. Chicago Review Press. ISBN 978-1-55652-806-4.
  15. Ellman, Michael (2002). Soviet Repression Statistics: Some Comments. Europe-Asia Studies 54 (2): 1151–1172. DOI 10.1080/0966813022000017177. S2CID 43510161.
  16. Shiraishi, Takashi (2021). The Phantom World of Digul: Policing as Politics in Colonial Indonesia, 1926–1941. Singapore: NUS Press. ISBN 9784814003624.
  17. Grosjean, Arthur (2014). Internement, emprisonnement et guerre d’indépendance algérienne en métropole : l’exemple du camp de Thol (1958–1965). Criminocorpus. Revue d’Histoire de la justice, des crimes et des peines. DOI 10.4000/criminocorpus.2676. S2CID 162123460.
  18. Benz, Wolfgang; Distel, Barbara; Königseder, Angelika (red.) (2005–2009). Der Ort des Terrors. Geschichte der nationalsozialistischen Konzentrationslager. München: Beck. ISBN 978-3-406-52960-3.
  19. Benz, Wolfgang; Distel, Barbara; Königseder, Angelika (red.) (2005). Der Ort des Terrors. Band 1: Die Organisation des Terrors. München: Beck. ISBN 3-406-52961-5.
  20. Benz, Wolfgang; Distel, Barbara (red.) (2005). Der Ort des Terrors. Band 2: Frühe Lager, Dachau, Emslandlager. München: Beck. ISBN 3-406-52962-3.
  21. Benz, Wolfgang; Distel, Barbara (red.) (2006). Der Ort des Terrors. Band 3: Sachsenhausen, Buchenwald. München: Beck. ISBN 3-406-52963-1.
  22. Benz, Wolfgang; Distel, Barbara (red.) (2006). Der Ort des Terrors. Band 4: Flossenbürg, Mauthausen, Ravensbrück. München: Beck. ISBN 3-406-52964-X.
  23. Benz, Wolfgang; Distel, Barbara (red.) (2007). Der Ort des Terrors. Band 5: Hinzert, Auschwitz, Neuengamme. München: Beck. ISBN 978-3-406-52965-8.
  24. Benz, Wolfgang; Distel, Barbara (red.) (2007). Der Ort des Terrors. Band 6: Stutthof, Groß-Rosen, Natzweiler. München: Beck. ISBN 978-3-406-52966-5.
  25. Benz, Wolfgang; Distel, Barbara (red.) (2008). Der Ort des Terrors. Band 7: Wewelsburg, Majdanek, Arbeitsdorf, Herzogenbusch, Bergen-Belsen, Mittelbau-Dora. München: Beck. ISBN 978-3-406-52967-2.
  26. Benz, Wolfgang; Distel, Barbara (red.) (2008). Der Ort des Terrors. Band 8: Riga, Warschau, Kaunas, Vaivara, Plaszów, Klooga, Chelmo, Belzec, Treblinka, Sobibor. München: Beck. ISBN 978-3-406-57237-1.
  27. Benz, Wolfgang; Distel, Barbara (red.) (2009). Der Ort des Terrors. Band 9: Arbeitserziehungslager, Durchgangslager, Ghettos, Polizeihaftlager, Sonderlager, Zigeunerlager, Zwangsarbeitslager. München: Beck. ISBN 978-3-406-57238-8.
  28. Kogon, Eugen (2004). Der SS-Staat. Das System der deutschen Konzentrationslager. München: Heyne. ISBN 3-453-02978-X.
  29. Orth, Karin (1999). Das System der nationalsozialistischen Konzentrationslager. Hamburg: Hamburger Edition. ISBN 3-930908-52-2.
  30. Sofsky, Wolfgang (2002). Die Ordnung des Terrors: Das Konzentrationslager. Frankfurt am Main: S. Fischer. ISBN 3-596-13427-7.
  31. Tuchel, Johannes (1994). Die Inspektion der Konzentrationslager 1938–1945. Berlin: Edition Hentrich. ISBN 3-89468-158-6.
  32. Kotek, Joël; Rigoulot, Pierre (2001). Das Jahrhundert der Lager. Gefangenschaft, Zwangsarbeit, Vernichtung. Berlin: Propyläen. ISBN 3-549-07143-4.
  33. Capogreco, Carlo Spartaco (2004). I Campi del Duce. L’internamento civile nell’Italia fascista (19401943). Turin: Einaudi. ISBN 88-06-16781-2.
  34. Kaminski, Andrzej J. (1982). Konzentrationslager 1896 bis heute. Eine Analyse. Kohlhammer. ISBN 3-17-007252-8.
  35. Kreienbaum, Jonas (2015). Ein trauriges Fiasko. Koloniale Konzentrationslager im südlichen Afrika 1900–1908. Hamburg: Hamburger Edition. ISBN 3868542906.
  36. Mantelli, Brunello (1998). Kurze Geschichte des italienischen Faschismus. Berlin: Wagenbach. ISBN 3-8031-2300-3.
  37. Reale, Luigi (2011). Mussolini’s Concentration Camps for Civilians: An Insight Into the Nature of Fascist Racism. Vallentine Mitchell. ISBN 978-0-85303-884-9.
  38. Picciotto Fargion, Liliana (1991). Italien. In: Benz, Wolfgang (red.). Dimension des Völkermords. München: Oldenbourg. ISBN 3-486-54631-7.
  39. Eggers, Christian (2002). Unerwünschte Ausländer. Juden aus Deutschland und Mitteleuropa in französischen Internierungslagern 1940–1942. Berlin: Metropol Verlag. ISBN 3-932482-62-X.
  40. Mattioli, Aram (2004). Die vergessenen Kolonialverbrechen des faschistischen Italien in Libyen 1923–1933. In: Wojak, Irmtrud; Meinl, Susanne (red.). Völkermord und Kriegsverbrechen in der ersten Hälfte des 20. Jahrhunderts. Campus. ISBN 3-593-37282-7.
  41. Del Boca, Angelo (2004). Faschismus und Kolonialismus – Der Mythos von den anständigen Italienern. In: Wojak, Irmtrud; Meinl, Susanne (red.). Völkermord und Kriegsverbrechen in der ersten Hälfte des 20. Jahrhunderts. Campus. ISBN 3-593-37282-7.
  42. Rodogno, Davide (2006). Fascism’s European Empire: Italian Occupation During the Second World War. Cambridge University Press. ISBN 0-521-84515-7.
  43. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946
Previous articleJoseph Kotälla beul in in Kamp Amersfoort: Nederland WOII.
Next articleNacht van de Lange Messen: nazi-zuivering 1934
Redactie Mei 1940
De redactie van mei1940.org bestaat uit een diverse groep schrijvers met een gemeenschappelijke interesse in de Tweede Wereldoorlog. Sommigen hebben een militaire achtergrond en brengen praktijkervaring en strategisch inzicht mee, terwijl anderen een academische of wetenschappelijke opleiding hebben gevolgd, zoals aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) of in historisch onderzoek. Deze combinatie van expertise zorgt voor diepgaande, goed onderbouwde artikelen die zowel feitelijk accuraat als analytisch sterk zijn. De redactie streeft ernaar om objectieve en goed gedocumenteerde informatie te bieden, waarbij kennis en ervaring samenkomen om een genuanceerd beeld te schetsen van deze ingrijpende periode in de geschiedenis.