
Mauthausen was een nazi-concentratiekamp boven het Oostenrijkse marktstadje Mauthausen, ongeveer twintig kilometer ten oosten van Linz. Tussen augustus 1938 en 5 mei 1945 groeide het uit tot een kampcomplex met tientallen buitenkampen. Het diende voor opsluiting, dwangarbeid en massamoord, vooral via uitputting, mishandeling, honger en gerichte executie, en werd pas in de laatste fase van de oorlog bevrijd.
Locatie en soort en doel van dit concentratiekamp
Mauthausen lag in Opper-Oostenrijk op een heuvel boven de Donau en dicht bij Linz. Die ligging was niet toevallig. In de omgeving lagen granietgroeven die voor de SS economisch bruikbaar waren, terwijl Linz als industrieel centrum goede verbindingen bood. Vanuit het hoofdkamp ontstond een wijd vertakt systeem van buitenkampen in Oostenrijk en het zuiden van Duitsland. De drie kampen van Gusen, bij St. Georgen an der Gusen, namen daarin een centrale plaats in en telden op bepaalde momenten zelfs meer gevangenen dan het hoofdkamp zelf. Het geheel groeide uit tot een van de vroeg uitgebouwde grote kampcomplexen van nazi-Duitsland.
Van hoofdkamp naar kampcomplex
Het hoofdkamp functioneerde van 8 augustus 1938 tot 5 mei 1945. Al in de eerste fase werd het terrein uitgebouwd voor zware arbeid in de steengroeven. Daarna volgde een snelle uitbreiding. Eerst kwamen Mauthausen en Gusen I, later Gusen II en Gusen III, en vervolgens tientallen andere buitenkampen. Tegen het einde van de oorlog omvatte het systeem 101 kampdelen, waaronder 49 grotere buitenkampen. In januari 1945 bevonden zich in het complex ongeveer 85.000 gevangenen.
Soort kamp en doel
Mauthausen begon als een streng bewaakt kamp voor mensen die door het nationaalsocialistische regime als hardnekkige overtreders waren aangemerkt. Op 8 mei 1939 werd het omgevormd tot een werkkamp voor politieke gevangenen. Tegelijk bleef het ook een plaats van terreur en uitsluiting. Het kamp had daarom twee nauw verweven doelen: politieke onderdrukking en economische uitbuiting. De SS gebruikte gevangenen als arbeidskracht voor steengroeven, fabrieken, mijnen, wapenproductie en later ook voor ondergrondse oorlogsindustrie.
Economische opzet
De bouw van het kamp hing samen met de SS-onderneming Deutsche Erd- und Steinwerke, kortweg DEST. Deze onderneming huurde en exploiteerde de groeven bij Wiener-Graben en later ook die van Gusen. Het graniet was bedoeld voor grote bouwprojecten van het regime. De financiering kwam uit leningen, SS-middelen en geroofd vermogen. Mauthausen was daardoor vanaf het begin niet alleen een gevangenis, maar ook een economisch bedrijf dat winst moest opleveren binnen de oorlogs- en bouwpolitiek van nazi-Duitsland.
Concentratiekamp personeel
Commandanten en leiding
De eerste commandant was SS-Hauptsturmführer Albert Sauer, die vanaf 1 augustus 1938 de oprichting van het kamp leidde. Op 17 februari 1939 werd hij opgevolgd door Franz Ziereis, die tot de bevrijding commandant bleef. Binnen de economische organisatie speelde Oswald Pohl een belangrijke rol als leider van DEST en als hoge SS-functionaris voor administratie en kampbedrijf. Daarmee waren de gewapende leiding en de economische leiding nauw met elkaar verbonden.
Bewaking en kampdienst
De bewaking van Mauthausen en de werkcommando’s lag vooral bij de SS-Totenkopfverbände. Georg Bachmayer stond aan het hoofd van de eenheid die de omheining en de arbeidsdetachementen bewaakte. Naast Duitse en Oostenrijkse SS’ers waren er ook buitenlandse vrijwilligers, onder wie enkele Noorse Waffen-SS’ers die als bewaker of instructeur optraden. In het kamp zelf oefenden kapo’s namens de SS toezicht uit op medegevangenen. Daardoor werd geweld gedeeltelijk gedelegeerd, maar de verantwoordelijkheid bleef bij het kampapparaat.
Artsen en vrouwelijke staf
Tot het personeel behoorden ook artsen en apothekers die niet alleen medische taken uitvoerden, maar ook bij moord en mishandeling betrokken waren. Namen die in verband met Mauthausen en Gusen terugkeren zijn Eduard Krebsbach, Sigbert Ramsauer, Karl Josef Gross, Erich Wasicky en Aribert Heim. Vanaf september 1944 kwamen daar vrouwelijke bewaaksters bij, vooral in het vrouwenkamp van Mauthausen en in buitenkampen zoals Lenzing, Hirtenberg en Sankt Lambrecht. Margarete Freinberger en later Jane Bernigau traden op als leidinggevende bewaaksters.
Gevangenen en slachtoffers
Wie werden opgesloten
In de eerste jaren bestond de gevangenenbevolking vooral uit Duitsers, Oostenrijkers en Tsjechoslowaken die door het regime als politieke tegenstanders of als ongewenste groepen waren aangemerkt. Daaronder bevonden zich socialisten, communisten, anarchisten, Roma en Sinti, homoseksuelen en Jehova’s Getuigen. Vanaf 1940 arriveerden grote transporten uit Polen. Onder hen waren veel leraren, wetenschappers, kunstenaars en andere leden van de Poolse intelligentsia. Gusen II kreeg onder Duitse daders zelfs de aanduiding vernietigingskamp voor de Poolse intelligentsia.
Nieuwe groepen tijdens de oorlog
Na de Duitse aanval op de Sovjet-Unie kwamen grote aantallen Sovjet-krijgsgevangenen naar Mauthausen en Gusen. Velen van hen werden apart opgesloten en behoorden tot de eerste groepen die in de gaskamer werden vermoord. Daarnaast kwamen Spaanse republikeinen via Frankrijk in het kampcomplex terecht. Ook Joegoslavische en Sloveense verzetsverdachten werden gedeporteerd. In 1944 volgden grotere groepen Hongaarse en Nederlandse Joden. In de laatste oorlogsmaanden kwamen bovendien duizenden uitgeputte gevangenen aan uit andere kampen, vooral via evacuaties en dodenmarsen.
Vrouwen, kinderen en aantallen
Mauthausen was lange tijd vooral een mannenkamp, maar in september 1944 werd een vrouwenkamp ingericht. Vrouwelijke gevangenen kwamen onder meer uit Auschwitz, Ravensbrück, Bergen-Belsen, Gross-Rosen en Buchenwald. Tegen het voorjaar van 1945 nam ook het aantal minderjarige gevangenen sterk toe. Eind maart 1945 zaten in het kampcomplex meer dan 15.000 jongeren en kinderen, bijna een vijfde van de totale kampbevolking. Dat hing samen met de inzet van steeds jongere dwangarbeiders uit Polen, Tsjechië, de Sovjet-Unie en de Balkan.
Omvang van de slachtoffers
In totaal werden ongeveer 190.000 mensen naar Mauthausen en zijn buitenkampen gedeporteerd. Meer dan 90.000 van hen stierven in het kampcomplex of na overbrenging naar moordlocaties zoals Hartheim. Historici wijzen erop dat het werkelijke aantal doden niet precies kan worden vastgesteld, omdat de SS aan het einde van de oorlog dossiers vernietigde en nummers van overleden gevangenen soms opnieuw uitgaf. Vast staat wel dat Mauthausen tot de dodelijkste kampcomplexen van het nationaalsocialistische systeem behoorde.
Doodsoorzaken
Uitputting, honger en ziekte
Het werk in de steengroeven en op bouwplaatsen vergde zware lichamelijke inspanning, terwijl de voedselrantsoenen ontoereikend waren. In de jaren 1940 tot 1942 woog een gemiddelde gevangene volgens getuigen en latere studies rond de veertig kilo. Vanaf 1945 daalde de dagelijkse voedselwaarde tot ver onder wat een arbeider in de zware industrie nodig had. Het gevolg was massale verzwakking. Wie ziek werd, kwam vaak terecht in het zogenoemde Krankenlager, waar wel gevangenen als verpleger werkten, maar nauwelijks medicijnen aanwezig waren.
Geweld in de groeve
Een bekende plaats van doding was de steengroeve van Wiener-Graben. Gevangenen moesten daar steenblokken van soms ongeveer vijftig kilo via 186 treden omhoog dragen. Wie viel, sleurde vaak anderen mee naar beneden. Deze trap kreeg later de naam Dodentrap. Ook boven bij de groeve vonden moorden plaats. Aan de rand van een steile rotswand, door gevangenen Parachutistenmuur genoemd, dwongen bewakers mensen soms elkaar de afgrond in te duwen of schoten zij hen dood onder het voorwendsel van een vluchtpoging.
Gerichte moordmethoden
Naast doding door arbeid kende Mauthausen directe moordmethoden. Zieke of uitgeputte gevangenen werden in de eerste jaren vaak naar Hartheim overgebracht, waar zij werden gedood. In Mauthausen zelf gebruikte de SS vanaf 1940 een mobiele gaskamer in een voertuig en later een vaste gaskamer. Verder vonden executies plaats door ophanging, nekschoten, massale fusillades en dodelijke injecties. In Gusen II werden gevangenen ook verdronken in watervaten. Andere slachtoffers stierven na ijskoude douches, elektrocutie aan het prikkeldraad of doelbewuste uithongering in afgesloten ruimten.
Vonden er medische experimenten of dwamngarbeid plaats?
Ja. In Mauthausen en zijn buitenkampen waren dwangarbeid en medische misdrijven beide onderdeel van het kampbedrijf. Gevangenen werden systematisch ingezet voor economische productie onder omstandigheden die op zichzelf al dodelijk waren. Daarnaast voerden kampartsen en ander medisch personeel proeven en moordhandelingen uit op gevangenen, vooral in Mauthausen en Gusen.
Dwangarbeid in groeven en fabrieken
Dwangarbeid vormde de kern van het kampcomplex. In de beginfase werkten veel gevangenen in de granietgroeven van Wiener-Graben en Gusen. Later werden zij ingezet in munitiefabrieken, mijnen, staalbedrijven en wapenfabrieken. Het kamp leverde arbeidskrachten aan tientallen ondernemingen, waaronder DEST, Bayer, Steyr-Daimler-Puch, Heinkel, Messerschmitt, Hochtief en Eisenwerke Oberdonau. In 1944 leverde het kampcomplex meer dan 11 miljoen Reichsmark winst op. Dat laat zien dat economische exploitatie geen bijzaak was, maar een hoofdfunctie.
Ondergrondse oorlogsindustrie
Vanaf 1943 verschoof een deel van de arbeid naar ondergrondse productie. In Gusen I groeven gevangenen tunnels onder de codenaam Kellerbau. In Gusen II volgde het grotere complex Bergkristall onder St. Georgen an der Gusen. Daar moesten gevangenen enorme tunnelstelsels uitgraven voor de montage van de Messerschmitt Me 262 en voor andere onderdelen van de oorlogsindustrie. Alleen al in Bergkristall werd ongeveer 50.000 vierkante meter ondergrondse ruimte uitgegraven. De combinatie van stof, ondervoeding, mishandeling en lange werktijden kostte duizenden mensen het leven.
Medische experimenten
Medische experimenten in Mauthausen en Gusen waren geen losstaande incidenten. Artsen als Aribert Heim, Eduard Krebsbach en Erich Wasicky worden in getuigenissen en processen genoemd in verband met injecties, selectie voor vergassing en andere vormen van dodelijk medisch geweld. Gevangenen werden gebruikt als proefpersoon zonder toestemming en zonder verdoving. Daarnaast fungeerde de kampgeneeskunde vaak niet als zorg, maar als selectieapparaat voor arbeid, straf of dood. Een later deskundigenonderzoek verwierp overigens de stelling dat een bunker onder het kamp verband hield met een Duits kernwapenproject.
Bevrijding
Laatste fase van het kamp
In de maanden voor de bevrijding kwamen nieuwe transporten uit ontruimde kampen aan, terwijl voedsel steeds schaarser werd. Pakketten van het Internationale Rode Kruis vielen weg en de rantsoenen daalden verder. Gevangenen die de arbeid niet meer aankonden, werden nog steeds in grote aantallen gedood. Tegelijk werden anderen gedwongen antitankhindernissen van graniet aan te leggen ten oosten van Mauthausen. In enkele buitenkampen ontstonden plannen voor zelfverdediging, uit vrees dat de SS alle overlevenden in de slotfase zou vermoorden.
5 mei 1945
Op 3 mei begon de SS de ontruiming voor te bereiden. Een dag later werden de bewakers in Mauthausen deels vervangen door ongewapende Volkssturmleden, oudere politieagenten en brandweerlieden uit Wenen. In dat machtsvacuüm probeerden gevangenen een eigen kampbestuur op te zetten. Op 5 mei 1945 bereikte een verkenningseenheid van de 11th Armored Division van het Amerikaanse leger het kamp. De groep stond onder leiding van Staff Sergeant Albert J. Kosiek. Daarmee kwam een einde aan het bewind van het hoofdkamp; op 6 mei werden ook de meeste buitenkampen bevrijd.
Direct na de bevrijding
Bij de bevrijding waren veel SS’ers al gevlucht. Een deel van de achtergebleven bewakers en medewerkers werd door gevangenen aangevallen en gedood. Daarna begon het verzamelen van bewijs. Overlevenden zoals Jack Taylor, Simon Wiesenthal en de Spaanse fotograaf Francesc Boix speelden later een rol bij het documenteren van de misdrijven. Na de Duitse capitulatie lag Mauthausen in de Sovjetzone van bezet Oostenrijk. Sinds 1949 is het terrein een nationale gedenkplaats; het hoofdkamp is later als museum en herinneringscentrum ingericht.
Berechting
Hoofdproces en vervolgzaken
Van 29 maart tot 13 mei 1946 vond in Dachau het hoofdproces plaats onder de naam United States vs. Hans Altfuldisch et al. Alle 61 verdachten werden veroordeeld. In dat hoofdproces kregen 58 beklaagden de doodstraf en 3 levenslang; 49 doodvonnissen werden daadwerkelijk voltrokken. Daarna volgden nog 61 verwante processen. In de vervolgzaken werden 306 mensen aangeklaagd. De straffen waren toen meestal lager, al werden nog 37 doodvonnissen uitgevoerd. In de Britse zone volgde ook een proces over het buitenkamp Loibl Pass, met twee doodstraffen.
Namen van veroordeelden en hun straffen
Tot de veroordeelden behoorden Hans Altfuldisch, plaatsvervangend kampleider, die ter dood werd veroordeeld en in 1947 werd geëxecuteerd. Ook kamparts Eduard Krebsbach kreeg de doodstraf en werd in 1947 opgehangen. Erich Wasicky, die betrokken was bij vergassingen en medische misdrijven, werd eveneens ter dood veroordeeld en in 1947 geëxecuteerd. Adolf Zutter, adjudant van commandant Ziereis, kreeg ook de doodstraf. August Eigruber, de regionale partijleider in Opper-Oostenrijk die nauw bij het kampstelsel betrokken was, werd veroordeeld tot de dood door ophanging en in 1947 geëxecuteerd. In een later West-Duits proces kreeg Karl Chmielewski, voormalig commandant van Gusen, levenslange gevangenisstraf.
Voortvluchtigen en niet-berechte daders
Niet alle daders kwamen voor de rechter. Franz Ziereis werd na zijn arrestatie zwaar gewond en stierf in 1945, nog vóór een proces. Georg Bachmayer pleegde aan het einde van de oorlog zelfmoord. De bekendste voortvluchtige dader uit de kring van Mauthausen was kamparts Aribert Heim. Hij verdween na de oorlog, leefde jarenlang onder een andere naam en verscheen nooit voor een rechtbank voor zijn daden in Mauthausen en Gusen. In Oostenrijk eindigde het laatste grote proces tegen een voormalige SS’er uit het kampcomplex, dat tegen Johann Gogl in 1975, in vrijspraak.
Conclusie
Mauthausen was een concentratiekamp dat uitgroeide tot een groot kampcomplex met een dubbele functie: politieke onderdrukking en economische uitbuiting. Die twee functies kwamen samen in een systeem van dwangarbeid, mishandeling, honger en gerichte moord. De buitenkampen, vooral Gusen, waren geen randverschijnsel maar een wezenlijk onderdeel van het geheel. Door de combinatie van steengroeven, oorlogsindustrie en structurele uitputting stierven meer dan 90.000 mensen. De naoorlogse processen brachten een deel van de daders voor de rechter, maar niet iedereen werd berecht. Het terrein is tegenwoordig een plaats van historische documentatie en herinnering.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Cpl Donald R. Ornitz, US Army, Public domain, via Wikimedia Commons
- Abzug, Robert (1987). Inside the Vicious Heart. Oxford: Oxford University Press. ISBN 0-19-504236-0.
- Berman, Joshua A. (2023). The Book of Lamentations. Cambridge: Cambridge University Press. doi:10.1017/9781108334921.004. ISBN 9781108424417.
- Bischof, Günter; Pelinka, Anton (1996). Austrian Historical Memory and National Identity. New Brunswick: Transaction Publishers. ISBN 1-56000-902-0.
- Bloxham, Donald (2003). Genocide on Trial: War Crimes Trials and the Formation of Holocaust History and Memory. Oxford: Oxford University Press. ISBN 0-19-925904-6.
- Brown, Daniel Patrick (2002). The Camp Women: The Female Auxiliaries Who Assisted the SS in Running the Nazi Concentration Camp System. Atglen: Schiffer Publishing. ISBN 0-7643-1444-0.
- Burleigh, Michael (1997). Ethics and Extermination: Reflections on Nazi Genocide. Cambridge: Cambridge University Press. ISBN 0-521-58816-2.
- Demeritt, Linda C. (1999). Representations of History: The “Mühlviertler Hasenjagd” as Word and Image. Modern Austrian Literature, 32(4), 135–145. JSTOR 24648890.
- Dobosiewicz, Stanisław (1977). Mauthausen/Gusen; obóz zagłady. Warsaw: Ministry of National Defence Press. ISBN 83-11-06368-0.
- Dobosiewicz, Stanisław (1980). Mauthausen/Gusen; Samoobrona i konspiracja. Warsaw: Wydawnictwa MON. ISBN 83-11-06497-0.
- Dobosiewicz, Stanisław (2000). Mauthausen–Gusen; w obronie życia i ludzkiej godności. Warsaw: Bellona. ISBN 83-11-09048-3.
- Fisher, Joseph (2017). The Heavens were Walled In. Vienna: New Academic Press. ISBN 978-3-7003-1956-6.
- Freund, Florian; Kranebitter, Andreas (2016). On the Quantitative Dimension of Mass Murder at the Mauthausen Concentration Camp and its Subcamps. In: Memorial Book for the Dead of the Mauthausen Concentration Camp: Commentaries and Biographies. Vienna: New Academic Press. ISBN 978-3-7003-1975-7.
- Gilbert, Martin (1987). The Holocaust: A History of the Jews of Europe During the Second World War. New York: Owl Books. ISBN 0-8050-0348-7.
- Grzesiuk, Stanisław (1985). Pięć lat kacetu. Warsaw: Książka i Wiedza. ISBN 83-05-11108-3.
- Haunschmied, Rudolf A.; Mills, Jan-Ruth; Witzany-Durda, Siegi (2008). St. Georgen-Gusen-Mauthausen – Concentration Camp Mauthausen Reconsidered. Norderstedt: Books on Demand. ISBN 978-3-8334-7610-5.
- Jones, Michael (2015). After Hitler: The Last Ten Days of World War II in Europe. London: Penguin. ISBN 9780698407817.
- Pike, David Wingeate (2000). Spaniards in the Holocaust: Mauthausen, Horror on the Danube. London: Routledge. ISBN 0-415-22780-1.
- Preston, Paul (2013). The Spanish Holocaust: Inquisition and Extermination in Twentieth-Century Spain. New York: W. W. Norton & Company. ISBN 0393345912.
- Richardson, Elizabeth C. (1995). United States vs. Leprich. In: Administrative Law and Procedure. Albany: Thomson Delmar Learning. ISBN 0-8273-7468-2.
- Ryan, Michael D., ed. (1981). Human Responses to the Holocaust: Perpetrators and Victims, Bystanders and Resisters. Lewiston, New York: Edwin Mellen Press. ISBN 0-88946-901-6.
- Schmidt, James (2005). “Not These Sounds”: Beethoven at Mauthausen. Philosophy and Literature, 29, 146–163. doi:10.1353/phl.2005.0013. ISSN 0190-0013. S2CID 201741314.
- Shermer, Michael; Grobman, Alex (2002). The Gas Chamber at Mauthausen. In: Denying History: Who Says the Holocaust Never Happened and Why Do They Say It? Berkeley: University of California Press. ISBN 0-520-23469-3.
- Snyder, Timothy D. (2015). Black Earth: The Holocaust as History and Warning. New York: Crown. ISBN 978-1-101-90346-9.
- Speer, Albert (1970). Inside the Third Reich. New York: The Macmillan Company. ISBN 0-88365-924-7.
- Terrance, Marc (1999). Concentration Camps: A Traveler’s Guide to World War II Sites. Boca Raton: Universal Publishers. ISBN 1-58112-839-8.
- van Uffelen, Chris (2010). Contemporary Museums – Architecture, History, Collections. Berlin: Braun Publishing. ISBN 9783037680674.
- Waller, James (2002). Becoming Evil: How Ordinary People Commit Genocide and Mass Killing. Oxford: Oxford University Press. ISBN 0-19-514868-1.
- Weissman, Gary (2004). Fantasies of Witnessing: Postwar Efforts to Experience the Holocaust. Ithaca: Cornell University Press. ISBN 0-8014-4253-2.
- Żeromski, Tadeusz (1983). Międzynarodówka straceńców. Warsaw: Książka i Wiedza. ISBN 83-05-11175-X.
- Le Chêne, Evelyn (1971). Mauthausen, The History of a Death Camp. London: Methuen. ISBN 0-416-07780-3.
- Austrian Ministry of the Interior (2005). Das sichtbare Unfassbare – Fotografien aus dem Konzentrationslager Mauthausen. Vienna: Mandelbaum Verlag. ISBN 978385476-158-7.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946









