Jane Bernigau: Gross-Rosen 1944 kampbewaker

Gerda “Jane” Bernigau (5 oktober 1908 – 23 maart 1992) was een Duitse kampfunctionaris binnen het systeem van nazi-concentratiekampen. Zij werkte als vrouwelijke bewaakster en later als Oberaufseherin in onder meer Lichtenburg, Ravensbrück, Mauthausen-Gusen en Gross-Rosen. Haar loopbaan toont hoe vrouwelijke SS-hulpkrachten werden ingezet bij bewaking, opleiding en organisatie van dwangarbeid.

Vroege leven en opleiding

Gerda Bernigau werd geboren op 5 oktober 1908 in Sagan, dat destijds in Duitsland lag en tegenwoordig Żagań in Polen is. Over haar familieachtergrond en schoolopleiding zijn weinig vaste gegevens bewaard gebleven. De bekende gegevens over haar jeugd zijn daarom beperkt tot haar geboorteplaats, geboortedatum en latere werkzaamheden. Dat past bij veel dossiers van vrouwelijke kampbewakers, waarin vooral dienstgegevens en naoorlogse verhoren zijn vastgelegd.

Bernigau werkte als jonge vrouw in weeshuizen voordat zij in het concentratiekampsysteem terechtkwam. Die arbeidsachtergrond wijst op ervaring in instellingen waar toezicht, orde en dagelijkse verzorging een rol speelden. Toch zegt dit op zichzelf niets over haar latere kampfunctie. De overstap naar kampdienst vond plaats in de context van nazi-Duitsland, waar het regime vanaf de jaren dertig steeds meer personeel nodig had voor bewaking, administratie en dwangarbeid.

Over een formele opleiding van Bernigau tot onderwijzeres, verpleegkundige of administratief medewerker zijn geen vaste gegevens bekend. De overgang naar kampbewaking lijkt daarom vooral te zijn vastgelegd via haar dienstplaatsen binnen het kampapparaat. Dat maakt haar loopbaan moeilijk te reconstrueren vanuit gewone burgerlijke bronnen, maar duidelijker vanuit kampadministratie, verhoren en studies naar vrouwelijke bewakers.

Interbellum: Van instellingswerk naar kampdienst

Bernigau trad in 1938 toe tot de kampstaf van Lichtenburg, een vroeg concentratiekamp in het oosten van Duitsland. Lichtenburg had in deze periode een plaats binnen de ontwikkeling van het latere vrouwenkampensysteem. Vrouwelijke gevangenen werden er bewaakt door vrouwelijke toezichthouders, die onder mannelijke SS-leiding werkten. Voor Bernigau betekende deze plaatsing het begin van een loopbaan binnen de kamporganisatie.

De functie van vrouwelijke kampbewaker was binnen het nazistische kampensysteem nauw verbonden met discipline, controle en arbeidsinzet. Vrouwelijke bewaaksters waren geen gewone civiele werknemers, maar maakten deel uit van een hiërarchisch apparaat dat de gevangenen aan dwang, bewaking en straffen onderwierp. Zij hielden toezicht in barakken, werkplaatsen, appèls en transporten. Daardoor werden zij een vaste schakel in de dagelijkse uitvoering van kampbeleid.

In Lichtenburg kreeg Bernigau ervaring met de organisatie van gevangenenbewaking. Vervolgens werd zij in mei 1939 naar Ravensbrück gestuurd, het kamp dat uitgroeide tot het grootste concentratiekamp voor vrouwen binnen nazi-Duitsland. Ravensbrück werd ook een opleidings- en doorgangspunt voor vrouwelijke kampbewakers. De plaatsing daar bracht Bernigau dichter bij de kern van het vrouwenkampensysteem, dat tijdens de oorlog sterk werd uitgebreid.

Haar ontwikkeling binnen de kampdienst viel samen met de toenemende vraag naar vrouwelijke toezichthouders. Toen de nazi-economie meer gebruik maakte van gevangenenarbeid, ontstonden nieuwe buitenkampen bij fabrieken, bouwprojecten en andere werkplaatsen. Vrouwelijke gevangenen moesten daar worden bewaakt door personeel dat de regels van de SS kende. Bernigau kwam zo terecht in een systeem waarin bewaking en arbeidsorganisatie steeds meer in elkaar grepen.

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Bernigau ingezet in meerdere concentratiekampen en buitenkampen. In september 1942 of september 1943 werd zij als bewaakster geplaatst bij het buitenkamp Sankt Lambrecht, dat hoorde bij het kampcomplex Mauthausen-Gusen. De verschillende jaartallen worden in de literatuur naast elkaar genoemd. Vast staat dat haar werkterrein zich in deze periode uitbreidde buiten de kampen waar zij eerder had gediend.

Mauthausen-Gusen was een kampcomplex waarin gevangenen onder zware omstandigheden werden ingezet voor arbeid. Het buitenkamp Sankt Lambrecht maakte deel uit van deze bredere structuur van dwangarbeid en toezicht. Bernigau werkte daar als wardress, een Engelse term die in bronnen vaak wordt gebruikt voor vrouwelijke kampbewakers. In de Duitse kampadministratie viel haar functie onder de vrouwelijke Aufseherinnen, die toezicht hielden op gevangenen en werkcommando’s.

De plaatsing in Sankt Lambrecht laat zien dat vrouwelijke kampbewakers niet alleen in grote hoofdkampen werkten. Zij werden ook ingezet op kleinere locaties, waar gevangenenarbeid plaatsvond buiten het centrum van het kampcomplex. Juist in zulke buitenkampen was de dagelijkse macht van toezichthouders direct merkbaar, omdat bewaking, arbeid en verblijf vaak op dezelfde plaats samenkwamen.

In 1944 werd Bernigau overgeplaatst naar Gross-Rosen. Daar kreeg zij de functie van Oberaufseherin, oftewel hoofdbewaakster, over het systeem van vrouwelijke buitenkampen. Gross-Rosen ontwikkelde zich tot een kampcomplex met veel nevenkampen, vooral verbonden met arbeid voor de oorlogseconomie. Vrouwelijke gevangenen werden verspreid over verschillende locaties, waar toezicht en arbeidsinzet nauw moesten worden georganiseerd. De functie van Bernigau sloot direct aan bij die ontwikkeling.

De vrouwelijke buitenkampen van Gross-Rosen waren verbonden met een netwerk van productieplaatsen, werkcommando’s en regionale kampafdelingen. In zo’n structuur was centrale aansturing van bewaking nodig. Bernigau’s functie als Oberaufseherin plaatste haar boven gewone vrouwelijke bewakers en gaf haar een rol bij personele organisatie. Daarmee werd zij betrokken bij de praktische uitvoering van kampbeleid op meerdere locaties.

Als Oberaufseherin hield Bernigau zich bezig met de eerste opleiding van vrouwelijke bewaaksterkandidaten. Deze kandidaten kregen in Gross-Rosen een beginfase van hun training en werden daarna doorgestuurd naar Langenbielau en Reichenbach om hun cursus af te ronden. Daarmee had zij niet alleen een uitvoerende rol in de bewaking, maar ook een functie in de vorming van nieuw kampbewakingspersoneel. Dat maakte haar positie binnen het vrouwenkampensysteem bestuurlijk relevant.

De opleiding van nieuwe bewaaksters was nodig omdat het aantal buitenkampen toenam. Kandidaten moesten leren hoe appèls, transporten, toezicht op arbeid en omgang met bevelen werden uitgevoerd. De opleiding vond plaats binnen de ideologische en organisatorische kaders van de SS. Bernigau’s betrokkenheid bij die eerste training maakt haar loopbaan meer dan een reeks individuele dienstplaatsen.

Bernigau had gezag over ondergeschikte vrouwelijke bewakers en over vrouwelijke gevangenen in de buitenkampen. Dit gezag hoorde bij haar functie en werd uitgeoefend binnen de regels en bevelsstructuur van de SS. In de praktijk betekende dit dat zij toezicht kon houden op bewakers, dienstroosters, opleiding en dagelijkse controle. Voor gevangenen bepaalde de aanwezigheid van dergelijke functionarissen mede hoe het regime van arbeid, bewaking en sancties werd uitgevoerd.

Bij Gross-Rosen kwam Bernigau ook in aanraking met de uitbreiding van het buitenkampennetwerk. De kampcommandant inspecteerde regelmatig locaties en fabrieken waar gevangenen konden worden ingezet. Bernigau vergezelde hem soms bij bezoeken aan plaatsen die voor nieuwe kampen waren geselecteerd. Ook ging zij mee naar kampen en bedrijven waar de inzet van gevangenen moest worden geregeld. Deze werkzaamheden verbinden haar functie met de praktische organisatie van dwangarbeid.

De uitbreiding van vrouwenbuitenkampen maakte toezicht op gevangenenarbeid tot een centraal onderdeel van haar werk. Fabrieken en werkplaatsen hadden gevangenen nodig, terwijl de SS de bewaking en verdeling van arbeidskrachten regelde. Bernigau stond in die structuur aan de kant van de kamporganisatie. Haar taken betroffen niet alleen aanwezigheid bij appèls of barakken, maar ook de overdracht van bevelen, opleiding van personeel en controle op de uitvoering.

In februari 1945, toen het Duitse kampensysteem door de militaire ontwikkelingen onder druk kwam te staan, verliet Bernigau Gross-Rosen met mannelijke SS-leiders richting Reichenau. Deze verplaatsing viel in de laatste fase van de oorlog, waarin kampen werden ontruimd, gevangenen werden verplaatst en personeel probeerde zich aan naderende geallieerde troepen te onttrekken. In mei 1945 vluchtte Bernigau. Zij werd na de oorlog niet strafrechtelijk vervolgd voor oorlogsmisdrijven.

De vlucht in mei 1945 markeert het einde van haar gedocumenteerde kampdienst. Voor veel kampfunctionarissen viel deze periode samen met vernietiging of verlies van administratie, verplaatsing van personeel en versnipperde naoorlogse onderzoeken. Daardoor konden latere autoriteiten niet altijd dezelfde mate van bewijs verzamelen. Bij Bernigau is bekend dat zij werd ondervraagd, maar niet dat zij voor een rechtbank verscheen.

Na de oorlog

Na de Duitse nederlaag leefde Bernigau in West-Duitsland. Haar aanwezigheid daar past bij het bredere beeld van voormalige kampfunctionarissen die na 1945 opnieuw een burgerlijk bestaan opbouwden. Voor veel vrouwelijke kampbewakers verliep de strafrechtelijke afhandeling ongelijk. Sommigen werden berecht in geallieerde of nationale processen, terwijl anderen slechts werden ondervraagd of buiten vervolging bleven.

De Duitse historica Isabell Sprenger vermeldt dat Bernigau meerdere keren door autoriteiten werd verhoord. Het laatste bekende verhoor vond plaats in 1976. Deze ondervragingen tonen dat haar naam nog decennia na de oorlog voorkwam in onderzoek naar vrouwelijke kampbewakers en het buitenkampensysteem van Gross-Rosen. Uit de bekende gegevens volgt echter niet dat deze verhoren leidden tot een strafzaak of veroordeling.

Het uitblijven van vervolging betekent niet dat haar kampdienst historisch buiten beeld bleef. Onderzoek naar vrouwelijke bewakers heeft juist aandacht gevraagd voor functies onder het niveau van kampcommandanten. Bernigau’s naam komt daardoor vooral naar voren in studies over Aufseherinnen, kampbewaking en vrouwenbuitenkampen. Dat onderzoek maakt duidelijk hoe uitvoerende en leidinggevende taken binnen het kampapparaat verdeeld waren.

Bernigau overleed op 23 maart 1992 in Husum. Zij was toen 83 jaar oud. Daarmee eindigde haar leven zonder een bekend strafproces over haar werkzaamheden in Lichtenburg, Ravensbrück, Sankt Lambrecht en Gross-Rosen. Haar naam bleef vooral verbonden met onderzoek naar vrouwelijke bewakers, de opleiding van kampbewakingspersoneel en de werking van de buitenkampen binnen het concentratiekampsysteem.

Militaire Rangen

Bernigau wordt in bronnen aangeduid als SS-Oberaufseherin. Deze aanduiding betekende dat zij hoofdbewaakster was binnen de vrouwelijke bewakingsstructuur van het concentratiekampensysteem. De term moet niet gelijk worden gesteld aan een gewone gevechtsrang in een veldleger. Het ging om een functie binnen de kampbewaking, verbonden met toezicht, opleiding en gezag over vrouwelijke bewakers en gevangenen.

De rang of functie Oberaufseherin stond boven gewone Aufseherinnen. Een Aufseherin hield toezicht op vrouwelijke gevangenen, werkcommando’s en kampafdelingen. Een Oberaufseherin had daarnaast een leidinggevende taak over andere bewaaksters en kon betrokken zijn bij opleiding, instructie en verdeling van personeel. In Gross-Rosen kreeg Bernigau juist in deze bovenliggende positie bekendheid binnen de vrouwelijke buitenkampen.

Het onderscheid tussen een kampfunctie en een gevechtsrang is belangrijk voor een nauwkeurige beschrijving. Bernigau leidde geen militaire eenheid aan het front, maar werkte binnen een bewakingsapparaat dat door de SS werd aangestuurd. Haar gezag lag in de dagelijkse kamppraktijk. Daar kon een hoofdbewaakster invloed uitoefenen op personeel, gevangenen en de uitvoering van bevelen.

Binnen het SS-kampapparaat bleef de hoogste leiding in handen van mannelijke commandanten en andere SS-officieren. Vrouwelijke functionarissen zoals Bernigau opereerden binnen die hiërarchie, maar konden op de werkvloer veel invloed uitoefenen. Hun positie was vooral merkbaar in vrouwenafdelingen, buitenkampen en arbeidslocaties. Daardoor is haar functie van belang voor het begrijpen van de dagelijkse organisatie van bewaking en dwangarbeid.

Onderscheidingen

Bernigau ontving in 1944 het Kriegsverdienstkreuz II. Klasse ohne Schwerter, in het Nederlands het Oorlogsverdienstkruis Tweede Klasse zonder Zwaarden. Deze onderscheiding werd in nazi-Duitsland toegekend voor diensten die verband hielden met de oorlogsinspanning, zonder dat daarbij gevechtsdienst centraal stond. De toevoeging “zonder Zwaarden” duidde op een niet-frontgebonden vorm van dienst binnen het regime.

De toekenning aan Bernigau vond plaats tijdens haar periode van kampdienst. In de bekende gegevens wordt de onderscheiding verbonden met haar inzet voor het Derde Rijk en haar werk binnen het concentratiekampensysteem. Voor een beoordeling van haar loopbaan is vooral van belang dat de onderscheiding laat zien dat haar werkzaamheden door de nazistische autoriteiten werden erkend als onderdeel van de oorlogsinspanning.

Conclusie

Gerda “Jane” Bernigau was een Duitse kampfunctionaris die van 1938 tot 1945 werkzaam was binnen verschillende onderdelen van het nazi-concentratiekampensysteem. Haar loopbaan verliep van Lichtenburg en Ravensbrück naar Sankt Lambrecht en Gross-Rosen. Vooral in Gross-Rosen kreeg zij als Oberaufseherin een leidinggevende functie binnen de vrouwelijke bewaking en opleiding van nieuw personeel.

Haar werkzaamheden waren verbonden met toezicht op gevangenen, opleiding van bewaaksters en organisatie van dwangarbeid in buitenkampen. In 1944 ontving zij het Oorlogsverdienstkruis Tweede Klasse zonder Zwaarden. Na 1945 leefde zij in West-Duitsland, werd zij meerdere keren verhoord en bleef strafvervolging uit. Zij overleed in 1992 in Husum. Haar biografie behoort tot het onderzoek naar vrouwelijke kampbewakers en de werking van het kampapparaat.

Bronnen en meer informatie

  1. Helm, Sarah (2015). If This Is A Woman: Inside Ravensbrück: Hitler’s Concentration Camp for Women. London: Little, Brown Book Group. ISBN 978-0-7481-1243-2.
  2. Benz, Wolfgang; Distel, Barbara, red. (2006). Der Ort des Terrors. Geschichte der nationalsozialistischen Konzentrationslager. Band 4: Flossenbürg, Mauthausen, Ravensbrück. München: C.H. Beck. ISBN 978-3-406-52964-1.
  3. Brown, Daniel Patrick (2002). The Camp Women: The Female Auxiliaries Who Assisted the SS in Running the Nazi Concentration Camp System. Atglen: Schiffer Publishing. ISBN 978-0-7643-1444-5.
  4. Gutterman, Bella (2008). A Narrow Bridge to Life: Jewish Forced Labor and Survival in the Gross-Rosen Camp System, 1940–1945. New York/Oxford: Berghahn Books. ISBN 978-1-84545-206-3.
  5. Sprenger, Isabell (1995). Aufseherinnen in den Frauen-Außenlagern des Konzentrationslagers Groß-Rosen. WerkstattGeschichte 12: 21-33. ISSN 0942-704X.
  6. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946.
Previous articleSU-76 Sovjet 1942-1945 gemechaniseerd geschut
Next articleWanda Klaff: Stutthof 1944–1946 rechtszaak
Redactie Mei 1940
De redactie van mei1940.org bestaat uit een diverse groep schrijvers met een gemeenschappelijke interesse in de Tweede Wereldoorlog. Sommigen hebben een militaire achtergrond en brengen praktijkervaring en strategisch inzicht mee, terwijl anderen een academische of wetenschappelijke opleiding hebben gevolgd, zoals aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) of in historisch onderzoek. Deze combinatie van expertise zorgt voor diepgaande, goed onderbouwde artikelen die zowel feitelijk accuraat als analytisch sterk zijn. De redactie streeft ernaar om objectieve en goed gedocumenteerde informatie te bieden, waarbij kennis en ervaring samenkomen om een genuanceerd beeld te schetsen van deze ingrijpende periode in de geschiedenis.