USS Hutchins (DD-476) was een Amerikaanse torpedobootjager van de Fletcherklasse, in dienst van 1942 tot 1945. Het schip beschermde konvooien en ondersteunde landingen in de Stille Oceaan. Het vocht ook in de Straat van Surigao. Een Japanse aanval met een explosievenboot bij Okinawa maakte op 27 april 1945 een einde aan zijn gevechtsinzet.
Ontwerp en constructie
Bouw en naamgeving
De kiel van Hutchins werd op 27 september 1941 gelegd bij de Boston Navy Yard in Massachusetts. De tewaterlating volgde op 20 februari 1942, waarbij de weduwe van de naamgever als doopster optrad. De Amerikaanse marine stelde het schip op 17 november 1942 in dienst. De eerste commandant was Lieutenant Commander Edwin W. Herron.
De naam verwees naar marinevlieger Carlton Barmore Hutchins, geboren in 1904. Op 2 februari 1938 kwam zijn PBY-vliegboot tijdens een oefening voor de Californische kust in botsing met een ander vliegtuig. Hij bleef aan de besturing om bemanningsleden gelegenheid te geven met hun parachutes te ontsnappen. Hutchins kwam bij de crash om het leven en ontving postuum de Medal of Honor.
Afmetingen en voortstuwing
Het schip was ongeveer 114,8 meter lang en 12,1 meter breed. De opgegeven maximale diepgang bedroeg circa 5,4 meter. De standaardwaterverplaatsing was 2.050 long ton, overeenkomend met ongeveer 2.083 metrische ton. Met brandstof, munitie en voorraden lag de waterverplaatsing van een beladen Fletcher hoger, rond 2.900 long ton.
Vier oliegestookte ketels leverden stoom aan twee turbinesets, die via tandwieloverbrengingen twee schroefassen aandreven. Het gezamenlijke vermogen bedroeg 60.000 shaft horsepower, ongeveer 44,7 megawatt. De officiële scheepsgeschiedenis vermeldt een snelheid van 37 knopen. Het opgegeven vaarbereik bedroeg ongeveer 6.500 zeemijl bij 15 knopen, waarbij belading, zeegang en machinegebruik de werkelijk haalbare afstand beïnvloedden.
Hutchins behoorde tot de vroege Fletchers met een hoge, afgeronde brugopbouw. De klasse combineerde kanonnen, torpedo’s en onderzeebootbestrijdingswapens op een romp met een doorlopend hoofddek. De oorspronkelijke personeelssterkte wordt opgegeven als 273 officieren en manschappen. De uitbreiding van luchtafweer en elektronische apparatuur tijdens de oorlog vergrootte binnen deze klasse ook de behoefte aan bedieningspersoneel.
Bewapening
Geschut en luchtafweer
De hoofdbewapening bestond uit vijf afzonderlijk opgestelde 5-inch/38-kanonnen met een kaliber van 127 millimeter. Deze waren geschikt voor het beschieten van schepen, kustdoelen en vliegtuigen. Twee stonden voor de brug en drie in het achterste gedeelte van het schip. De aanduiding 38 verwees naar de looplengte, uitgedrukt in eenheden van het kaliber.
Voor luchtafweer op kortere afstand beschikte Hutchins over 40mm-Boforskanonnen en 20mm-Oerlikonkanonnen. Begin 1943 stond een dubbele 40mm-opstelling op het achterdek, met 20mm-wapens op verschillende plaatsen langs de opbouw. Bij werkzaamheden in Pearl Harbor kwamen twee dubbele 40mm-opstellingen naast de achterste schoorsteen. Daarmee beschikte het schip in juni 1943 over zes 40mm-lopen; de lichte bewapening werd gedurende de oorlog verder aangepast.
Torpedo’s en dieptebommen
Twee draaibare vijfvoudige lanceerinrichtingen bevatten samen tien torpedobuizen van 533 millimeter. Deze wapens waren bestemd voor aanvallen op oppervlakteschepen en werden bij Surigao daadwerkelijk ingezet. Voor onderzeebootbestrijding waren dieptebommen beschikbaar, met werpers langs de scheepszijden en afwerpbanen op het achterschip. De combinatie maakte inzet als konvooibegeleider, artillerieschip en deelnemer aan nachtelijke oppervlaktegevechten mogelijk.
Bepantsering
Hutchins had geen zware pantsergordel zoals een slagschip. De Fletcherklasse bezat plaatselijke bescherming tegen splinters, onder meer rond de machine-installatie en bepaalde gevechtsopstellingen. Deze bescherming kon schade door fragmenten beperken, maar bood geen vergelijkbare weerstand tegen zware granaten of onderwaterexplosies. Waterdichte compartimenten, pompen en de werkzaamheden van schadebestrijdingsploegen waren daarom eveneens van belang voor het behoud van het schip na een treffer.
Sensoren en dataverwerking
Radar en vuurleiding
Hutchins beschikte over afzonderlijke middelen voor luchtwaarneming, oppervlaktewaarneming en vuurleiding. Een radar uit de SC-serie diende voor het opsporen van vliegtuigen en het geven van waarschuwingen aan de bemanning. De SG-radar was gericht op het waarnemen van schepen en kustlijnen. Deze verdeling ondersteunde zowel de verdediging van een vlootverband als het varen en vechten bij duisternis.
De SG-installatie bepaalde afstand en richting en presenteerde contacten op een Plan Position Indicator. Op dit ronde scherm verschenen echo’s in hun positie ten opzichte van het eigen schip. Door opeenvolgende waarnemingen te vergelijken, kon het personeel koers en snelheid van een doel bepalen. De werkelijke detectieafstand hing af van onder meer doelgrootte, antennehoogte en weersomstandigheden
De 127mm-kanonnen werden centraal aangestuurd met het Mark 37 Gun Fire Control System. Dit verbond een richttoestel en optische waarneming met radarafstandsmeting en een elektromechanisch vuurleidingsrekentoestel. Het systeem berekende de benodigde richting en elevatie van de kanonnen terwijl schip en doel bewogen. Vuurleidingsradar vervulde daarmee een andere taak dan de zoekradars: het leverde nauwkeuriger gegevens voor het beschieten van een geselecteerd doel.
Sonar en onderwaterwaarneming
Voor onderwaterdetectie beschikte Hutchins over actieve sonar uit de QC-serie. Actieve sonar zond geluidspulsen uit en gebruikte terugkerende echo’s om richting en afstand van een onderwatercontact te bepalen. Deze gegevens ondersteunden het manoeuvreren voor een aanval met dieptebommen. De waarneming bleef afhankelijk van geluidsomstandigheden in het water, de snelheid van het schip en verstoring door de eigen machines en schroeven.
Combat Information Center
Tijdens de herstelwerkzaamheden in Pearl Harbor in 1943 werd Hutchins uitgerust met nieuwe apparatuur voor het Combat Information Center, afgekort CIC. Hier werden radarwaarnemingen, meldingen van uitkijken en berichten van andere eenheden bijeengebracht. Het personeel zette contacten en verplaatsingen op kaarten en plotborden. Zo kreeg de commandant een samenhangend overzicht van eigen schepen, mogelijke tegenstanders en naderende luchtformaties.
De verwerking bestond uit menselijke beoordeling, handmatig plotwerk en het gebruik van radarindicatoren en rekenhulpmiddelen. Interne telefoonverbindingen brachten informatie naar de brug en de vuurleiding. Radiotelefonie ondersteunde de uitwisseling met andere schepen van het verband. De commandant bleef verantwoordelijk voor manoeuvres en wapengebruik, terwijl het CIC de informatie ordende die voor deze beslissingen nodig was.
Tijdens nachtgevechten hielp deze werkwijze bij het volgen van doelen en het bewaren van de eigen positie binnen de formatie. Bij landingen ondersteunde zij de bewaking van zee- en luchtruim. Radarcontacten vereisten daarbij voortdurend identificatie en vergelijking met andere meldingen. De gevechtswaarde berustte dus op de samenwerking tussen apparatuur, verbindingen, procedures en geoefend personeel.
Modificaties
Hutchins was aanvankelijk aangewezen als een van zes Fletchers die een katapult voor een verkenningswatervliegtuig zouden krijgen. Die installatie zou ruimte innemen die anders beschikbaar was voor geschut en torpedobuizen. Bij Hutchins werd het plan niet uitgevoerd. Het schip ging als torpedobootjager met vijf 127mm-kanonnen en twee torpedolanceerinrichtingen in operationele dienst, zonder een eigen verkenningsvliegtuig.
De werkzaamheden in Pearl Harbor vanaf 30 mei 1943 betroffen onder meer de luchtafweerbewapening. Tijdens schietoefeningen op 25 juni veroorzaakte een elektrische storing een schot in de eigen schoorsteen. Negen bemanningsleden kwamen om en twintig raakten gewond. Tijdens het daaropvolgende herstel werd ook de apparatuur van het CIC vernieuwd, waarna het schip zijn opleiding en operationele voorbereiding voortzette.
Status schip tijdens de oorlog
Hutchins was tijdens zijn inzet een recent gebouwde torpedobootjager die verschillende taken binnen de Amerikaanse vloot vervulde. Het schip beschikte over radar, centrale vuurleiding en vanaf 1943 over een ingericht Combat Information Center. Deze combinatie sloot aan bij de Amerikaanse werkwijze voor nachtgevechten en vlootverdediging. De uitrusting werd tijdens de oorlog aangepast, terwijl schade de operationele beschikbaarheid herhaaldelijk onderbrak.
De aanvaring bij Saidor leidde begin 1944 tot herstel van de boeg in Australië. Na de beschadiging door een wrak bij Leyte volgde een werfperiode in San Francisco. Daarna keerde Hutchins terug voor de operaties tegen Iwo Jima en Okinawa. De explosieschade van april 1945 maakte het schip voor de resterende oorlogsmaanden onbeschikbaar.
Operationele geschiedenis
Eerste reizen en de Aleoeten
Na proefvaarten in Casco Bay, Maine, vertrok Hutchins op 17 maart 1943 uit Boston met twee tankers naar Galveston. Via het Panamakanaal bereikte het schip op 11 april San Diego. Vervolgens begeleidde het transporten naar Nieuw-Caledonië en Espiritu Santo. Op 30 mei arriveerde het in Pearl Harbor voor aanpassingen aan de bewapening.
Na herstel en aanvullende uitrusting keerde Hutchins op 11 juli terug naar San Diego. Een week later vertrok het met tanklandingsschepen van het type Landing Ship, Tank (LST) naar Adak. Op 15 augustus ondersteunde het de bezetting van Kiska, dat door Japanse troepen was ontruimd. Daarna volgden patrouilles en vlootoefeningen in de Aleoeten tot het vertrek op 18 november.
Nieuw-Brittannië en de Admiraliteitseilanden
Via Milne Bay, bereikt op 19 december, begeleidde Hutchins landingsschepen naar Cape Gloucester op Nieuw-Brittannië. De landing van 26 december moest de zeestraten tussen Nieuw-Brittannië en Nieuw-Guinea helpen beveiligen. Tijdens Japanse luchtaanvallen claimde Hutchins één neergeschoten vliegtuig en een aandeel in een tweede. Daarna volgden een bevoorradingskonvooi vanuit Buna en begeleiding van landingsschepen naar Saidor.
Bij Saidor botste Hutchins tijdens een regenbui op een andere torpedobootjager. Het vertrok op 16 januari 1944 naar Cairns voor boegherstel en voer daar op 22 februari weer uit. Op 28 februari sloot het zich aan bij de amfibische groep van Daniel E. Barbey. Vanaf de volgende dag beschoot het doelen op Manus en patrouilleerde het met het verband van Victor Crutchley, die zijn vlag voerde op HMAS Shropshire.
Hollandia, Wakde en Biak
Beschietingen van Wewak en Hansa Bay in maart en april ondersteunden de afleiding voor de aanval op Hollandia. Hutchins vertrok op 18 april van Cape Sudest en verleende op 22 april vuursteun bij Hollandia. Daarna beschermde het escortevliegdekschepen en beschoot het Wakde. Op 10 mei voer het naar het gebied ten zuiden van Truk voor het redden van Amerikaanse vliegtuigbemanningen na een B-24-aanval.
Op 17 mei ondersteunde Hutchins de operatie bij Wakde en Sarmi, gevolgd door Biak op 27 mei. In de nacht van 8 op 9 juni ontmoette Crutchleys verband Japanse torpedobootjagers die versterkingen aanvoerden. De Japanse schepen lieten hun gesleepte troepenvaartuigen los en trokken zich terug. Tijdens de achtervolging werd op grote afstand geschoten, totdat de geallieerden kort voor 02.30 uur omkeerden.
Van Nieuw-Guinea naar Leyte
In juli gaf Hutchins vuursteun bij Noemfoor en werkte het tussen 15 en 25 juli samen met PT-boten bij Aitape tegen Japanse verbindingen. Op 30 juli ondersteunde het de landing bij Sansapor. Augustus omvatte een verblijf in Sydney, onderhoud en oefeningen bij Nieuw-Guinea. Op 12 september vertrok het vanuit Humboldt Bay voor de landingen op Morotai.
Daar beschoot Hutchins op 16 september vliegvelden en keerde op 29 september terug naar Seeadler Harbor. Vervolgens bereidde het zich voor op de invasie van de Filipijnen. Op 20 oktober bereikte het de Golf van Leyte, waar het kustdoelen beschoot en landingstroepen ondersteunde. Na de eerste landingen bewaakte het de toegang tot de golf.
De Straat van Surigao
In de vroege ochtend van 25 oktober vormde Hutchins het vlaggenschip van Captain K. M. McManes, commandant van Destroyer Squadron 24. Dit verband opereerde op de rechterflank van Jesse Oldendorfs strijdmacht, tegenover de naderende Japanse groep van Shōji Nishimura. Omstreeks 03.30 uur voerden de jagers torpedoaanvallen uit, gevolgd door een tweede aanval. Na een vuurgevecht met Japanse zware schepen trokken zij terug om Oldendorfs slagschepen en kruisers ruimte te geven voor hun geschut.
Michishio zonk tijdens deze slag na een torpedotreffer van USS McDermut. De toeschrijving van een beslissende vervolgaanval aan Hutchins wordt niet ondersteund door het wrakonderzoek van 2017. Op 26 oktober raakte Hutchins een niet op de kaart aangegeven wrak. Het bleef tot 29 oktober bijdragen aan de luchtafweer en bereikte op 25 november, via Pearl Harbor, San Francisco voor herstel.
Iwo Jima en Okinawa
Op 26 januari 1945 keerde Hutchins terug naar Pearl Harbor en vertrok op 3 februari richting Saipan. Het begeleidde vliegdekschepen tijdens de operatie tegen Iwo Jima. De groep arriveerde drie dagen voor de landing en bleef gedurende februari en maart ondersteuning bieden.
Na een verblijf op Ulithi vertrok het op 27 maart naar Okinawa. Daar beschermde het vanaf 1 april transportschepen en verzorgde het vanaf 4 april vuursteun. Overdag beschoot het kustdoelen; ’s nachts beveiligde het grotere schepen tegen lucht- en oppervlakteaanvallen.
Op 6 april claimde Hutchins meerdere neergeschoten vliegtuigen en redde het overlevenden van USS Newcomb. Ook op 12 en 13 april volgden luchtaanvallen. Op 27 april liet een Japanse explosievenboot een lading naast de romp ontploffen. Ondanks zware schade vielen geen slachtoffers en kreeg de bemanning de waterinstroom onder controle. Via Kerama Retto ging het schip voor herstel naar Portland, waar het op 15 juli aankwam.
Na de oorlog
Bij het einde van de oorlog waren de reparaties aan Hutchins nog niet voltooid. Op 20 september 1945 werd het schip naar Puget Sound gesleept. De buitendienststelling vond plaats op 30 november 1945 in Bremerton, in de staat Washington. In januari 1948 werd het voor de sloop verkocht aan Learner & Co. in Oakland, Californië.
Voor zijn inzet tijdens de Tweede Wereldoorlog ontving Hutchins zes battle stars. Deze onderscheidingstekens registreerden deelname aan erkende operaties en campagnes. Het schip keerde na de beschadiging bij Okinawa niet meer terug in operationele dienst. Daarmee bleef zijn actieve loopbaan beperkt tot de oorlogsjaren.
Conclusie
USS Hutchins combineerde konvooibescherming, vuursteun en torpedoaanvallen tijdens opeenvolgende campagnes in de Stille Oceaan. De radaruitrusting, centrale vuurleiding en het in 1943 aanwezige Combat Information Center ondersteunden waarneming en besluitvorming onder gevechtsomstandigheden. De gevechtsinzet eindigde door zware explosieschade bij Okinawa, terwijl herstel bij de Japanse capitulatie nog gaande was. Na de buitendienststelling in 1945 volgde verkoop voor de sloop in 1948.
Bronnen en meer informatie
- Naval History Division (1968). Dictionary of American Naval Fighting Ships. Deel III: G–K, lemma Hutchins. Washington, D.C.: Government Printing Office. ISBN 0-16-002018-2.
- Friedman, Norman (1982). U.S. Destroyers: An Illustrated Design History. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-0-87021-733-3.
- Raven, Alan (1986). Fletcher-Class Destroyers. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-0-87021-193-5.
- Wolters, Timothy S. (2013). Information at Sea: Shipboard Command and Control in the U.S. Navy, from Mobile Bay to Okinawa. Baltimore: Johns Hopkins University Press. ISBN 978-1-4214-1026-5. DOI 10.1353/book.26768.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946










