De Mark 37 was een Amerikaanse elektrisch aangedreven torpedo voor onderzeebootbestrijding. Het wapen werd na de Tweede Wereldoorlog ontwikkeld voor de U.S. Navy, kwam in de jaren vijftig in gebruik en werd gebouwd in een reeks van meer dan 3.300 exemplaren. Het ontwerp hoorde bij onderzeebootoorlog in de Koude Oorlog.
Ontwikkeling na de Tweede Wereldoorlog
De technische ontwikkeling van de Mark 37 begon in 1946 bij Westinghouse. De U.S. Navy zocht na 1945 naar een torpedo die beter paste bij onderzeebootoorlog in de vroege Koude Oorlog. Eerdere torpedo’s waren vaak bedoeld voor rechtlijnige aanvallen of voor doelen aan de oppervlakte. De Mark 37 werd juist ontworpen voor het opsporen en aanvallen van onderzeeboten, waarbij akoestische geleiding en elektrische voortstuwing samen werden toegepast in één wapensysteem.
De ontwerpers gebruikten bestaande ervaringen met andere Amerikaanse torpedo’s. Het concept van passieve doelzoeking kwam voort uit de Mark 27, terwijl actieve doelzoeking was getest met aangepaste Mark 18-torpedo’s. Voor de Mark 37 werd daarbij een nieuwe romp ontwikkeld. Tussen 1955 en 1956 werden dertig torpedo’s geproduceerd voor ontwikkelingsproeven. Kort daarna begon de grootschalige productie, waardoor het wapen een vaste plaats kreeg binnen de Amerikaanse onderzeebootbewapening.
De ontwikkeling moet worden gezien tegen de achtergrond van snel veranderende onderzeeboottechniek. Na de oorlog namen snelheid, duikdiepte en onderwaterduur van onderzeeboten toe. Daardoor werd het moeilijker om een doel alleen met vooraf berekende koersgegevens te raken. Een torpedo had daarom eigen waarneming en koerscorrectie nodig. De Mark 37 was een antwoord op die behoefte, met een ontwerp dat luisteren, zenden en sturen in één wapensysteem samenbracht.
Elektrische voortstuwing en lancering
De Mark 37 gebruikte elektrische voortstuwing, wat invloed had op de manier waarop hij uit de lanceerbuis kwam. In plaats van met perslucht uit de buis te worden gestoten, kon de torpedo zelf uit de buis zwemmen. Daardoor ontstond minder geluid tijdens de lancering. Voor een onderzeeboot was dat een praktisch voordeel, omdat het de akoestische waarneembaarheid van de lancering verminderde.
De torpedo had een diameter van 19 inch, gelijk aan ongeveer 48 centimeter. Toch was hij bedoeld voor gebruik vanuit 21-inch torpedobuizen, de standaardmaat van 533 millimeter. Om de waterstroom rond de romp tijdens het uitzwemmen goed te laten verlopen, werden geleidestukken van ongeveer één inch dik aangebracht. Die constructie maakte het mogelijk om een smallere torpedo betrouwbaar te gebruiken in een bredere lanceerbuis.
De elektrische motor had ook invloed op het akoestische profiel tijdens de vaart. Een elektrisch aangedreven torpedo produceerde geen uitlaatgassen zoals sommige andere voortstuwingssystemen. Dat paste bij een wapen dat zijn doel met sonar moest vinden. Tegelijk vroeg elektrische voortstuwing om een batterij met voldoende capaciteit. De verhouding tussen snelheid, bereik en energievoorraad bleef daardoor een vast aandachtspunt bij de inzet van de Mark 37.
Zoeksysteem en besturing
De Mark 37 Mod 0 combineerde verschillende vormen van besturing. In het eerste deel van de baan zorgde gyroscopische besturing voor een rechte koers. Daarna gebruikte de torpedo passieve sonar om geluiden van het doel te volgen. In de laatste fase, op ongeveer 700 yard van het doel, schakelde hij over op actieve sonar met Dopplerwerking. Daarmee kon de torpedo de beweging van het doel nauwkeuriger volgen.
Het actieve sonarsysteem werkte met magnetostrictieve transducers op 60 kilohertz. Deze componenten zetten elektrische energie om in geluidsgolven en verwerkten terugkerende echo’s. De eerste elektronica was gebaseerd op miniatuurvacuümbuizen, zoals in veel militaire systemen uit die periode. Latere moderniseringen vervingen deze onderdelen door halfgeleidertechniek. Daardoor werd de besturing minder afhankelijk van oudere buiselektronica en beter geschikt voor langdurig gebruik.
De combinatie van passieve en actieve werking had een duidelijke functie. Passieve sonar beperkte het eigen uitgezonden geluid zolang de torpedo het doel kon horen. Actieve sonar gaf daarna extra informatie over afstand en beweging. Die overgang was vooral bedoeld voor de eindnadering, waar koersfouten sneller gevolgen konden hebben. De Mark 37 gebruikte daardoor niet één methode, maar een opeenvolging van systemen die elk een andere fase van de aanval ondersteunden.
Modellen en modernisering
De Mark 37 Mod 1 was langer, zwaarder en langzamer dan de Mod 0. Daar stond tegenover dat deze uitvoering betere doelverwerving bood en meer mogelijkheden had om wendbare onderzeeboten te onderscheppen. Een belangrijk verschil was de draadgeleiding. Via een draadverbinding kon de afvurende onderzeeboot de torpedo tijdens het begin van de aanval bijsturen, waardoor de kans op een correcte nadering toenam.
Vanaf 1967 begon een programma voor herbouw van bestaande torpedo’s. De Mod 0 werd daarbij opgewerkt tot Mod 3, terwijl de Mod 1 werd omgebouwd tot Mod 2. Deze modernisering omvatte meerdere technische wijzigingen. De magnetostrictieve transducers werden vervangen door piëzo-elektrische transducers. Hierdoor nam het bereik voor doelverwerving toe van ongeveer 700 yard tot ongeveer 1.000 yard, zonder verlies van gevoeligheid bij toenemende diepte.
De aanpassingen tonen hoe de Mark 37 tijdens zijn gebruiksduur werd aangepast aan nieuwe eisen. Modernisering was niet beperkt tot één onderdeel, maar raakte sonar, elektronica en besturing. De vervanging van oudere componenten maakte het mogelijk om bestaande voorraden langer te gebruiken. Voor een marine met grote aantallen torpedo’s was dat praktisch, omdat volledige vervanging van een wapensysteem veel tijd, opleiding en onderhoudscapaciteit vroeg.
Batterijen, bereik en prestaties
De Mark 37 gebruikte een Mark 46 zilver-zinkbatterij in combinatie met een elektrische motor met twee snelheden. Dit systeem maakte een stille voortstuwing mogelijk en paste bij het doel van een akoestisch geleide torpedo. De batterijen hadden echter een bekend risico op oververhitting. In sommige gevallen kon dat leiden tot brand of explosie. Oefentorpedo’s gebruikten daarom herlaadbare batterijen voor herhaald gebruik tijdens training.
Het bereik hing samen met de gekozen snelheid. Bij 17 knopen kon de Mark 37 ongeveer 23.000 yard afleggen, wat neerkomt op ongeveer 21 kilometer. Bij 26 knopen daalde het bereik tot ongeveer 10.000 yard, of 9,1 kilometer. De maximale operationele diepte lag rond 1.000 voet, ongeveer 300 meter. De gevechtskop bevatte ongeveer 330 pond HBX-3 springstof en was uitgerust met een contactontsteker.
De prestaties waren vooral voldoende tegen doelen die minder dan 20 knopen haalden en niet dieper opereerden dan ongeveer 1.000 voet. Binnen die grenzen kon de torpedo zijn sonar en snelheid effectief inzetten. Tegen snellere of dieper varende onderzeeboten namen de beperkingen toe. Daardoor werd duidelijk dat latere torpedo’s meer vermogen, sterkere sensoren en grotere operationele marges nodig hadden.
Gebruik bij de U.S. Navy en vervanging
De Mark 37 werd lange tijd gebruikt als Amerikaanse onderzeebootgelanceerde torpedo voor onderzeebootbestrijding. Het wapen sloot aan bij een periode waarin onderzeeboten steeds vaker zelf als jager op andere onderzeeboten werden ingezet. De torpedo was vooral geschikt tegen doelen met een snelheid onder 20 knopen en een diepte van minder dan 1.000 voet. Binnen die grenzen bood hij een werkbaar bereik en een bruikbaar zoeksysteem.
De productie van meer dan 3.300 exemplaren wijst op een brede plaats binnen de Amerikaanse voorraad. Zulke aantallen waren nodig voor operationele inzet, opleiding, beproeving en reservevorming. Een torpedo was bovendien niet alleen een gevechtsmiddel, maar ook een onderhoudsobject met batterijen, elektronica, sonaronderdelen en mechanische componenten. De inzetbaarheid hing daarom af van technische verzorging, opslagcondities en getraind personeel.
De opkomst van snellere en dieper duikende onderzeeboten maakte verdere ontwikkeling nodig. Vanaf 1972 begon de U.S. Navy de Mark 37 te vervangen door de Mark 48. Dat nieuwe type was ontworpen voor zwaardere eisen aan snelheid, diepte en trefkans. In de jaren zeventig werd de Mark 37 bij de U.S. Navy uitgefaseerd. De resterende voorraden werden daarna deels aangepast en verkocht aan buitenlandse marines.
Exportmodellen en buitenlandse inzet
De Mark 37 vormde de basis voor verschillende exportuitvoeringen. De typen NT37C, NT37D, NT37E en NT37F waren afgeleid van het oorspronkelijke ontwerp, maar kregen wijzigingen die aansloten bij de wensen van buitenlandse gebruikers. Daarmee bleef de technische basis van de Mark 37 nog bruikbaar nadat de U.S. Navy was overgestapt op moderner materieel. De exportmodellen tonen hoe een torpedo-ontwerp na binnenlandse vervanging toch een tweede gebruiksfase kon krijgen.
Een voorbeeld was de NT-37C, die onder meer met Israël in verband wordt gebracht. Bij deze aangepaste uitvoering werden oudere vacuümbuisgeleidingssystemen vervangen door halfgeleiderelektronica. Daarnaast werd de elektrische voortstuwing vervangen door een vloeibare monopropellant. Daardoor veranderde niet alleen de besturing, maar ook het voortstuwingssysteem. De basis bleef herkenbaar als Mark 37-ontwerp, terwijl de prestaties en onderhoudseisen veranderden door de nieuwe techniek.
Afgeleide toepassing als zeemijn
De romp van de Mark 37 werd ook gebruikt voor de Mk 67 Submarine-Launched Mobile Mine. Dit systeem kwam in 1983 in dienst en was bedoeld om vanaf een onderzeeboot mijnen te plaatsen in gebieden die moeilijk bereikbaar waren voor een mijnenleggend vaartuig. De mobiele mijn kon na lancering zelfstandig naar een doelgebied zwemmen, bijvoorbeeld een kanaal, haven, ondiep water of een nauwe toegang.
De Mk 67 kon tot ongeveer 10 mijl afleggen voordat hij zijn doelgebied bereikte. Dat gaf een onderzeeboot de mogelijkheid om op afstand te blijven van een bewaakt gebied. Het systeem was daardoor geschikt voor situaties waarin directe mijnlegging risico’s of beperkingen opleverde. De mobiele fase maakte gebruik van het torpedoconcept, terwijl de eindfunctie niet langer een directe aanval was maar het afsluiten of bedreigen van een vaarroute.
Na aankomst in het doelgebied zonk de Mk 67 naar de zeebodem. Daar functioneerde hij als een invloedmijn, vergelijkbaar met een conventioneel gelegde zeemijn. De ontsteker was geautomatiseerd en gebruikte magnetische, akoestische en druksensoren. Hierdoor kon de mijn reageren op kenmerken van passerende schepen. De toepassing laat zien dat de Mark 37-romp niet alleen als torpedo bruikbaar was, maar ook als basis voor een ander onderwaterwapen.
Technische kenmerken
De Mark 37 Mod 0 had een lengte van ongeveer 135 inch, gelijk aan 340 centimeter. De Mod 1 was langer en mat ongeveer 161 inch, of 410 centimeter. Het gewicht verschilde eveneens per uitvoering. De Mod 0 woog ongeveer 1.430 pond, of 650 kilogram. De Mod 1 kwam uit op ongeveer 1.660 pond, gelijk aan 750 kilogram. De diameter bleef bij beide uitvoeringen 19 inch.
De geleiding bestond uit een combinatie van passieve en actieve sonar. In het begin volgde de torpedo een door de gyroscoop bepaalde koers, waarna passieve luistertechniek werd gebruikt. In de eindfase nam actieve sonar het over. Bij de Mod 1 kwam daar draadgeleiding bij. De combinatie van deze systemen maakte de Mark 37 bruikbaar tegen onderwaterdoelen, maar de prestaties bleven afhankelijk van doelgeluid, snelheid, diepte en omgevingscondities.
Betekenis binnen onderzeebootoorlog
De Mark 37 past in de overgang van rechtlijnige torpedo’s naar doelzoekende onderwaterwapens. Zijn waarde lag niet in één afzonderlijk onderdeel, maar in de combinatie van elektrische voortstuwing, akoestische doelzoeking en latere draadgeleiding. Daardoor kon een onderzeeboot een doel aanvallen zonder volledig te vertrouwen op een vooraf berekende koers. Dat maakte de torpedo beter geschikt voor een omgeving waarin onderzeeboten elkaar actief opspoorden.
Tegelijk lieten de grenzen van de Mark 37 zien hoe snel onderzeeboottechniek veranderde. Nieuwe onderzeeboten konden sneller varen, dieper duiken en stiller opereren. Daardoor namen de eisen aan sonar, voortstuwing en besturing toe. De vervanging door de Mark 48 was daarom geen losstaande keuze, maar onderdeel van een bredere technische ontwikkeling. De Mark 37 bleef daarmee een overgangstype tussen de torpedo’s van de Tweede Wereldoorlog en latere zware torpedo’s.
Voor militair-historisch onderzoek is de Mark 37 vooral relevant als voorbeeld van naoorlogse Amerikaanse onderwaterbewapening. Het wapen verbindt ervaringen uit de Tweede Wereldoorlog met de technische eisen van de Koude Oorlog. De ontwikkeling laat zien hoe bestaande kennis uit eerdere torpedo’s werd gecombineerd met nieuwe sonartechniek. De latere herbouw en export tonen vervolgens hoe lang een basisontwerp bruikbaar kon blijven.
Conclusie
De Mark 37 was een naoorlogse Amerikaanse torpedo die elektrische voortstuwing en akoestische doelzoeking combineerde voor onderzeebootbestrijding. Het wapen werd vanaf de jaren vijftig geproduceerd en bleef tot in de jaren zeventig in gebruik bij de U.S. Navy. De verschillende uitvoeringen tonen een voortdurende aanpassing aan nieuwe technische eisen, zoals betere doelverwerving en draadgeleiding. Door latere exportmodellen en de afgeleide Mk 67-zeemijn bleef het ontwerp ook na de vervanging door de Mark 48 van praktisch nut.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: WerWil, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons
- Jones, Edward Monroe; Roderick, Shawn S. (2014). Submarine Torpedo Tactics: An American History. Jefferson: McFarland. ISBN 978-1-4766-1758-9.
- Friedman, Norman (1991). The Naval Institute Guide to World Naval Weapons Systems 1991/1992. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 0-87021-288-5.
- Zimmerman, Stan (2000). Submarine Technology for the 21st Century. 2nd ed. Victoria: Trafford Publishing. ISBN 1-55212-330-8.
- Watts, Anthony J., ed. (1997). Jane’s Underwater Warfare Systems 1997-1998. Coulsdon: Jane’s Information Group. ISBN 0-7106-1561-2.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946










