Home Schepen Torpedobootjagers HMS Hardy en de Slag om Narvik in 1940

HMS Hardy en de Slag om Narvik in 1940

H87 HMS Hardy, flottieljeleider van de Britse H-klasse torpedobootjagers, actief tijdens de Spaanse Burgeroorlog en WOII.
HMS Hardy, torpedobootjager en flottieljeleider van de Royal Navy, afgebeeld voor haar inzet bij de Slag om Narvik in 1940.

HMS Hardy (H87) was een torpedobootjager van de H-klasse en diende als flottieljeleider binnen de Royal Navy. Het schip werd besteld op 12 december 1934 en gebouwd door Cammell Laird and Company in Birkenhead. De kiellegging vond plaats op 30 mei 1935 en het schip werd te water gelaten op 7 april 1936. De officiële indienststelling volgde op 11 december van datzelfde jaar. De bouwkosten bedroegen £278.482, exclusief door de overheid geleverde uitrusting zoals bewapening.

A>Afmetingen en voortstuwing

HMS Hardy had een standaard waterverplaatsing van 1.455 long tons (1.478 ton) en een maximale waterverplaatsing van 2.053 long tons (2.086 ton). De lengte bedroeg 102,7 meter, de breedte 10,4 meter en de diepgang 3,9 meter. Voor de voortstuwing beschikte Hardy over twee Parsons stoomturbines die samen 38.000 shp (28.000 kW) leverden via twee schroefassen. De stoom werd opgewekt door drie Admiralty 3-drum waterpijpketels, waarmee een topsnelheid van 36 knopen (67 km/u) werd behaald.

Het schip kon 470 long tons (480 ton) stookolie meenemen, wat bij een snelheid van 15 knopen (28 km/u) resulteerde in een maximaal bereik van 5.530 zeemijlen (10.240 km). De bemanning bestond uit 175 officieren en manschappen.

B>Bewapening en uitrusting

De primaire bewapening bestond uit vijf enkelvoudige 120 mm (4,7 inch) kanonnen van het type QF Mark IX. Voor luchtafweer waren twee viervoudige 12,7 mm (0.5 inch) Vickers machinegeweren aanwezig. Daarnaast beschikte Hardy over twee viervoudige lanceerinrichtingen voor 533 mm torpedo’s en een dieptebommeninstallatie met één rail en twee werpers. In eerste instantie werden er 20 dieptebommen meegevoerd, wat na het uitbreken van de oorlog werd verhoogd naar 35.

Op het gebied van detectieapparatuur was het schip uitgerust met ASDIC, een vroege vorm van sonar, bedoeld voor onderzeebootdetectie.

Ope>Operationele inzet voor de Tweede Wereldoorlog

3>De Spaanse Burgeroorlog

Na de ingebruikname werd HMS Hardy toegewezen aan de 2e Destroyer Flotilla van de Mediterranean Fleet. Tussen 1937 en 1939 patrouilleerde het schip in Spaanse wateren tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk hadden een beleid van niet-interventie en HMS Hardy was betrokken bij de handhaving van het wapenembargo dat op beide strijdende partijen was opgelegd.

Op 13 mei 1937 liep HMS Hunter, een zusterschip, op een mijn nabij Almería. Hardy bleef in de buurt om indien nodig hulp te verlenen. Later dat jaar, op 23 mei, lag HMS Hardy afgemeerd in de haven van Palma, Mallorca, toen deze werd gebombardeerd door de Spaanse Republikeinse Luchtmacht. Het schip raakte daarbij niet beschadigd.

Herinzet na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog

Na het einde van de Spaanse Burgeroorlog onderging Hardy een onderhoudsbeurt in Devonport tussen juni en juli 1939. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, bevond het schip zich op Malta. In oktober 1939 werd het overgeplaatst naar Freetown, Sierra Leone, waar het deelnam aan operaties tegen Duitse handelsstorende schepen als onderdeel van Force K. Deze eenheid bestond uit onder andere de slagkruiser HMS Renown, het vliegdekschip HMS Ark Royal en de lichte kruiser HMS Neptune.

Op 17 december 1939 ontmoette Hardy de andere schepen van Force K en werd er voorraden ingenomen in Rio de Janeiro. De vloot voer vervolgens naar de monding van de Río de la Plata, in afwachting van een mogelijke uitbraak van het Duitse pantserschip Admiral Graf Spee, dat zich in Montevideo had teruggetrokken na de Zeeslag bij de Río de la Plata.

Terugk>Terugkeer naar het Verenigd Koninkrijk en voorbereiding op Noorwegen

ssen 25 januari en 12 februari 1940 werd HMS Hardy opnieuw onderhouden in Devonport, waarna het schip naar Greenock, Schotland, werd gestuurd voor konvooibescherming. Op 9 maart sloot het schip zich weer aan bij de 2e Destroyer Flotilla van de Home Fleet in Scapa Flow en werd opnieuw als vlaggenschip ingezet.

Op 6 april 1940 escorteerde HMS Hardy vier mijnenleggende torpedobootjagers van de 20e Flotilla tijdens operatie Wilfred. Doel was het leggen van mijnen in de Vestfjord, om de uitvoer van Zweeds ijzererts via Narvik naar Duitsland te verhinderen. De mijnen werden op 8 april gelegd, kort voordat de Duitse invasie van Noorwegen begon.

De Sla>De Slag om Narvik en de ondergang van HMS Hardy

anval op Narvik

Op 9 april 1940 ontving kapitein Bernard Warburton-Lee het bevel van de Admiraliteit om Duitse schepen in de haven van Narvik aan te vallen. De volgende ochtend, tijdens een sneeuwstorm, leidde HMS Hardy vier zusterschippen (HMS Hunter, HMS Havock, HMS Hotspur en HMS Hostile) de Ofotfjord binnen voor een verrassingsaanval op de Duitse schepen in de haven van Narvik.

Bij de eerste aanval wist een torpedo afgevuurd door HMS Hardy het achterschip van de Duitse torpedobootjager Z21 Wilhelm Heidkamp af te blazen, waarbij de Duitse eskadercommandant, commodore Friedrich Bonte, om het leven kwam. Het schip zonk de volgende dag. Een andere torpedo trof een koopvaardijschip, en vier andere torpedo’s werden afgevuurd op twee Duitse torpedobootjagers, maar misten hun doel. De explosies veroorzaakten wel schade aan de ertsdokken.

Tweede aanval en Duitse tegenaanval

Later die ochtend lanceerde kapitein Warburton-Lee een tweede aanval op de haven. Door slechte zichtomstandigheden was de effectiviteit van deze actie beperkt. Kort daarna werden de Britse torpedobootjagers geconfronteerd met drie Duitse tegenstanders. Terwijl de Britse schepen zich westwaarts terugtrokken, sloten nog twee Duitse torpedobootjagers zich aan bij de achtervolging.

Deze schepen slaagden erin om een T-formatie in te nemen, waarmee zij HMS Hardy zwaar onder vuur namen. De voorste kanonnen van Hardy werden uitgeschakeld en meerdere treffers op de brug en bovenbouw zetten het schip in brand. Kapitein Warburton-Lee werd dodelijk gewond aan het hoofd en alle andere officieren op de brug kwamen om of raakten gewond, op één na: Paymaster Lieutenant G.H. Stanning, de secretaris van de kapitein. Ondanks zijn verwondingen nam Stanning het commando over.

De stranding bij Vidrek

Toen de machinekamer werd getroffen en de voortstuwing uitviel, gaf Stanning bevel om het schip aan de grond te zetten nabij het plaatsje Vidrek, om te voorkomen dat het zonk. De eerste officier, die zich elders op het schip bevond, nam vervolgens het bevel over en beval de evacuatie.

De bemanning bleef zo lang mogelijk op hun posten. De laatste torpedo werd nog afgevuurd op een Duits schip, zonder resultaat. Het achterste kanon vuurde tot het geen munitie meer had. Uiteindelijk verlieten de overlevenden het schip.

Verlies en evacuatie

Kapitein Warburton-Lee werd naar de wal gebracht, waar hij een uur later overleed aan zijn verwondingen. In totaal overleefden 139 bemanningsleden de aanval, waarvan 26 ernstig gewond raakten.

Bij hoogtij werd HMS Hardy losgetrokken van de kust en dreef zij af naar het uiteinde van de Skjomenfjord. Daar kapseisde het wrak in ondiep water. De resten van het schip waren nog zichtbaar in 1963.

Herinnerin>Herinnering en begraafplaatsen

Håkvik-begraafplaats, ten zuiden van Narvik, zijn 32 niet-geïdentificeerde bemanningsleden van HMS Hardy begraven. Zij liggen daar naast twee geïdentificeerde slachtoffers van zusterschip HMS Hunter.

Kapitein Warburton-Lee werd postuum onderscheiden met het Victoria Cross, de hoogste Britse militaire onderscheiding voor dapperheid. Zijn moed en leiderschap tijdens de Slag om Narvik worden erkend als van uitzonderlijk belang binnen de Britse marinegeschiedenis.

Conclusie

Conclusie vertegenwoordigt een belangrijk onderdeel van de Britse maritieme inzet in de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog. Als flottieljeleider vervulde het schip een centrale rol in verschillende internationale conflicten, van de Spaanse Burgeroorlog tot de Noorse campagne van 1940. De aanval op Narvik en de ondergang van het schip illustreren de tactische uitdagingen waarmee torpedobootjagers werden geconfronteerd in de vroege fase van de oorlog. Ondanks het verlies van het schip en vele levens, had de actie strategisch effect op de Duitse bevoorrading en demonstratie van Britse bereidheid om risicovolle operaties uit te voeren in vijandelijk gecontroleerde gebieden.

Bronnen en me>Bronnen en meer informatie

beelding: Royal Navy official photographer, Public domain, via Wikimedia Commons
  • English, John (1993). Amazon to Ivanhoe: British Standard Destroyers of the 1930s. World Ship Society. ISBN 0-905617-64-9.

  • Haarr, Geirr H. (2009). The German Invasion of Norway, April 1940. Naval Institute Press. ISBN 978-1-59114-310-9.

  • Rohwer, Jürgen (2005). Chronology of the War at Sea 1939–1945. Naval Institute Press. ISBN 1-59114-119-2.

  • Whitley, M. J. (1988). Destroyers of World War Two: An International Encyclopedia. Naval Institute Press. ISBN 0-87021-326-1.

  • Bronnen Mei1940