Home Schepen Torpedobootjagers HMS Hotspur – Britse torpedobootjager 1936–1972

HMS Hotspur – Britse torpedobootjager 1936–1972

Zijaanzicht van HMS Hotspur met camouflageschema, 12-ponder luchtafweergeschut en vervangende achterste torpedobuizen.
HMS Hotspur (H01), bakboordzijde, in niet-officieel camouflageschema met 12-ponder luchtafweergeschut in plaats van torpedobuizen.

HMS Hotspur was een torpedobootjager uit de H-klasse van de Britse Royal Navy, gebouwd in de jaren 1930. Het schip speelde een rol in meerdere maritieme operaties van de Spaanse Burgeroorlog tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hotspur werd ingezet in zowel de Atlantische Oceaan als de Middellandse Zee en nam deel aan verschillende zeeslagen, waaronder de Slag bij Kaap Matapan en de Slag om Narvik. De loopbaan van het schip werd na de oorlog voortgezet onder de vlag van de Dominicaanse Republiek.

Technische kenmerken

Afmetingen en voortstuwing

Bij standaardbelasting had HMS Hotspur een waterverplaatsing van 1.350 ton, oplopend tot 1.883 ton bij volle belading. De lengte bedroeg 98,5 meter, met een breedte van 10,1 meter en een diepgang van 3,8 meter. De voortstuwing bestond uit twee Parsons stoomturbines, aangedreven door drie Admiralty waterpijpketels. Deze leverden gezamenlijk 34.000 pk, goed voor een topsnelheid van 36 knopen. De actieradius was 5.530 zeemijlen bij een kruissnelheid van 15 knopen.

Bewapening en bemanning

De oorspronkelijke bewapening van het schip omvatte vier enkel opgestelde 120 mm kanons (QF 4.7 inch Mk IX), twee viervoudige .50 kaliber mitrailleurs en twee viervoudige 533 mm torpedobuizen. Voor onderzeebootbestrijding had het schip een dieptebommenrail en twee werpers, met een voorraad van 20 dieptebommen, later verhoogd tot 35. De bemanning bestond in vredestijd uit 137 personen, oplopend tot 146 tijdens oorlogsomstandigheden. HMS Hotspur was uitgerust met een ASDIC-systeem, waarmee zij vijandelijke onderzeeërs kon opsporen en bestrijden. 

Latere aanpassingen

Vanaf medio 1940 werd de luchtafweerbewapening versterkt. De achterste torpedobuizen werden vervangen door een 76 mm luchtafweerkanon, terwijl de viervoudige mitrailleurs plaatsmaakten voor 20 mm Oerlikon-kanons. Daarnaast werden extra Oerlikons geplaatst in de voorste bovenbouw.

Bouw en pre-oorlogsdienst

HMS Hotspur werd op 27 februari 1935 op stapel gezet bij Scotts Shipbuilding & Engineering Company in Greenock, Schotland. De tewaterlating vond plaats op 23 maart 1936 en de oplevering volgde op 29 december datzelfde jaar. De kosten, exclusief door de overheid geleverde uitrusting, bedroegen £253.037.

Na in dienst te zijn gesteld, werd Hotspur toegewezen aan de 2e torpedobootjagerflottielje van de Middellandse Zeevloot. In de periode 1937–1939 patrouilleerde het schip regelmatig in Spaanse wateren ter ondersteuning van het niet-interventiebeleid van Groot-Brittannië en Frankrijk tijdens de Spaanse Burgeroorlog. In augustus 1939 werd een geplande modernisering in Sheerness Dockyard voortijdig beëindigd wegens de toenemende spanningen in Europa.

Vroege inzet tijdens de Tweede Wereldoorlog

Operatie Wilfred en de Slag om Narvik

In april 1940 nam Hotspur deel aan Operatie Wilfred, gericht op het leggen van zeemijnen bij de Noorse kust om de aanvoer van Zweeds ijzererts naar Duitsland te blokkeren. Op 10 april nam het schip deel aan de Eerste Slag om Narvik. Tijdens deze confrontatie werd Hotspur zwaar beschadigd na een aanvaring met haar zusterschip HMS Hunter en meerdere treffers van Duitse torpedobootjagers. De schade was ernstig: een ketel werd uitgeschakeld, de stroomvoorziening viel uit, het bereikapparaat werd vernietigd en 18 bemanningsleden kwamen om.

Na voorlopige reparaties in de Lofoten werd het schip overgebracht naar Chatham Dockyard, waar het tussen mei en juli volledig werd hersteld.

Middellandse Zeegebied: 1940–1941

Slag om Dakar en aanval op Italiaanse onderzeeër

Na herstel werd Hotspur toegewezen aan de 13e flottielje, gestationeerd in Gibraltar. Tijdens Operatie Hurry escorteerde zij het vliegdekschip HMS Argus, dat jachtvliegtuigen naar Malta vervoerde. In september 1940 nam het schip deel aan de Slag om Dakar, waarbij Franse en Britse schepen tegenover elkaar stonden.

Op 20 oktober ramde Hotspur de Italiaanse onderzeeër Lafolè na een gezamenlijke aanval met HMS Griffin en HMS Gallant. Hierbij liep Hotspur wederom schade op, die voorlopig werd hersteld in Gibraltar en later permanent in Malta.

Deelname aan de Slag bij Kaap Matapan

Vanaf maart 1941 werd het schip weer actief in de Middellandse Zee, waar het deelnam aan de Slag bij Kaap Matapan. Hotspur escorteerde slagschepen en transportschepen en voerde bombardementen uit op haveninstallaties in Tripoli en Benghazi.

Evacuatie van troepen uit Griekenland en Kreta

Tussen april en mei 1941 nam Hotspur deel aan de evacuatie van geallieerde troepen uit Griekenland en Kreta. Op 29 mei werd HMS Imperial, onbestuurbaar geraakt door een luchtaanval, tot zinken gebracht door Hotspur om te voorkomen dat het schip in vijandelijke handen zou vallen.

Syrisch-Libanese Veldtocht en verdere inzet

In juni 1941 ondersteunde Hotspur de geallieerde invasie van Syrië en Libanon. Daarnaast voerde het schip onderzeebootpatrouilles uit en escorteerde het konvooien naar Tobroek. Op 25 november overleefde het schip de aanval waarbij slagschip HMS Barham door een Duitse onderzeeër tot zinken werd gebracht. In december vernietigde Hotspur, samen met HMS Hasty, de Duitse onderzeeër U-79.

 

Inzet in het Verre Oosten en Atlantisch gebied

Overplaatsing naar de Eastern Fleet

In maart 1942 werd HMS Hotspur overgeplaatst naar de Eastern Fleet in de Indische Oceaan. Tijdens de Japanse aanval op Ceylon (Sri Lanka) in april speelde het schip geen actieve rol in de strijd, maar het maakte deel uit van de eenheden van Force A. In juni keerde het tijdelijk terug naar de Middellandse Zee voor Operatie Vigorous, een poging om een bevoorradingskonvooi van Alexandrië naar Malta te begeleiden. Tijdens deze missie moest Hotspur haar zusterschip HMS Hasty, dat getroffen was door een torpedo, tot zinken brengen om te voorkomen dat het schip zou worden buitgemaakt.

In september 1942 escorteerde Hotspur het vliegdekschip HMS Illustrious tijdens de geallieerde invasie van Madagascar. Deze actie maakte deel uit van Operatie Ironclad, bedoeld om te voorkomen dat Japanse strijdkrachten toegang zouden krijgen tot de strategisch gelegen Franse kolonie.

Conversie tot escortdestroyer

Aanpassingen in 1943

Begin 1943 keerde Hotspur terug naar het Verenigd Koninkrijk voor een ingrijpende conversie tot escortdestroyer. Deze modernisering, uitgevoerd in Sheerness tussen maart en mei, bracht aanzienlijke technische veranderingen met zich mee. De vuurleidingssystemen boven de brug werden verwijderd en vervangen door een Type 271-radar voor oppervlaktedoelen. Bovenop de mast werd een Type 290-radar voor algemene oppervlaktebewaking geïnstalleerd, samen met een hoogfrequente richtingzoeker (HF/DF) op een aparte paalmast achteraan.

De bewapening werd eveneens aangepast. Twee van de originele 4,7-inch kanons werden verwijderd, evenals het 3-inch luchtafweerkanon en de torpedobuizen. In plaats daarvan kreeg het schip een Hedgehog dieptebomwerper, zes 20 mm Oerlikon-kanons en verbeterde radar- en communicatieapparatuur. Deze aanpassingen maakten Hotspur beter geschikt voor konvooibegeleiding en onderzeebootbestrijding.

Konvooibegeleiding en laatste oorlogsoperaties

Noord-Atlantische en Ierse Zee

Na haar modernisering werd Hotspur in juni 1943 toegewezen aan Escort Group C4 voor konvooibescherming in de Noord-Atlantische Oceaan. In juni 1944 volgde overplaatsing naar de 14e Escort Group. Eind oktober werd het schip voor een laatste maal grondig gerefit in Barrow-in-Furness, een proces dat duurde tot maart 1945. Daarna escorteerde Hotspur konvooien in de Ierse Zee tot aan de Duitse overgave in mei 1945. In deze laatste maanden werd de Hedgehog-werper vervangen door een opnieuw geïnstalleerd 4,7-inch kanon.

Training en inzet tot het einde van de oorlog

Na de Duitse capitulatie werd het schip kortstondig toegewezen aan de Rosyth Escort Force, waarna het in augustus 1945 werd ingezet bij het Derry Training Squadron voor opleidingsdoeleinden.

Naoorlogse dienst en verkoop

Britse dienst na 1945

Na het einde van de oorlog bleef Hotspur enkele jaren actief. In juni 1946 werd zij ingedeeld bij de 4e Escort Group. In februari–maart 1947 onderging het schip een onderhoudsbeurt in de Portsmouth Dockyard en werd vervolgens toegewezen aan de 3e Escort Flotilla, gevestigd in Portland Harbour. Eind 1947 werd besloten het schip uit dienst te stellen. Op 20 januari 1948 werd Hotspur in reserve geplaatst in afwachting van haar uiteindelijke bestemming.

Overdracht aan de Dominicaanse Republiek

Op 23 november 1948 werd HMS Hotspur verkocht aan de Dominicaanse Republiek en herdoopt tot Trujillo, naar dictator Rafael Trujillo. Het schip onderging aanpassingen, waaronder de installatie van een Amerikaanse SG-1 radar en een Type 291 luchtwaarschuwingsradar. Ook werden vier Bofors 40 mm luchtafweerkanons geplaatst ter vervanging van de Oerlikons.

In juni 1953 nam het schip deel aan de vlootschouw ter gelegenheid van de kroning van koningin Elizabeth II. Na de dood van Trujillo in 1961 werd het schip hernoemd tot Duarte in 1962. In 1972 werd het schip uiteindelijk voor sloop verkocht.

Conclusie

HMS Hotspur vertegenwoordigde het type torpedobootjager dat de Royal Navy gedurende de Tweede Wereldoorlog veelzijdig inzette in meerdere maritieme theaters. Van patrouilles in Spaanse wateren tot deelname aan grote zeeslagen in Noorwegen en de Middellandse Zee, heeft het schip een actieve en langdurige loopbaan gekend. De ombouw tot escortdestroyer en inzet bij konvooien weerspiegelen de aanpassing aan veranderende maritieme omstandigheden. De verkoop aan de Dominicaanse Republiek markeerde het einde van een maritiem tijdperk voor dit schip dat bijna vier decennia in actieve dienst bleef.

Bronnen en meer informatie

 

  1. Afbeelding: photographer not identified, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Colledge, J. J.; Warlow, Ben (2006). Ships of the Royal Navy: The Complete Record of all Fighting Ships of the Royal Navy (Rev. ed.). London: Chatham Publishing. ISBN 978-1-86176-281-8.

  3. English, John (1993). Amazon to Ivanhoe: British Standard Destroyers of the 1930s. Kendal: World Ship Society. ISBN 0-905617-64-9.

  4. Gardiner, Robert; Chumbley, Stephen; Budzbon, Przemysław (1995). Conway’s All the World’s Fighting Ships 1947–1995. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 1-55750-132-7.

  5. Haarr, Geirr H. (2009). The German Invasion of Norway, April 1940. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-1-59114-310-9.

  6. Rohwer, Jürgen (2005). Chronology of the War at Sea 1939–1945: The Naval History of World War Two (Third Revised ed.). Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 1-59114-119-2.

  7. Whitley, M. J. (1988). Destroyers of World War Two: An International Encyclopedia. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 0-87021-326-1.

  8. Bronnen Mei1940