Franz Stärfl, ook vermeld als Xaver Stärfel en Franz Stofel, was een Duitse SS-Hauptscharführer die tijdens de Tweede Wereldoorlog leiding gaf aan het KZ-buitencommando Kleinbodungen van Mittelbau-Dora. Na zijn arrestatie door Britse militairen werd hij in het Bergen-Belsen-proces veroordeeld voor oorlogsmisdrijven en op 13 december 1945 in Hameln door ophanging geëxecuteerd.
Vroege leven en opleiding
Franz Stärfl werd op 5 oktober 1915 geboren in Hamburg, toen onderdeel van het Duitse Keizerrijk. Hij komt in historische gegevens ook voor onder de namen Xaver Stärfel en Franz Stofel. Over zijn gezinssituatie, jeugd en schoolopleiding zijn weinig nadere gegevens vastgelegd. Daarom blijft zijn vroege leven in hoofdzaak beperkt tot de vaststaande datum en plaats van geboorte.
Tijdens zijn jeugd veranderde Duitsland van keizerrijk naar republiek en later naar nationaalsocialistische dictatuur. Stärfl was te jong om aan de Eerste Wereldoorlog deel te nemen. Zijn volwassen loopbaan begon in de jaren waarin militaire en paramilitaire organisaties in Duitsland opnieuw ruimte kregen. De eerste vastgelegde stap in zijn openbare loopbaan was militaire dienst, niet een burgerlijk beroep of een afgeronde beroepsopleiding.
De beperkte gegevens over zijn opleiding maken een nauwkeurige beschrijving van zijn vorming niet mogelijk. Wel staat vast dat zijn latere carrière niet werd bepaald door academische of civiele scholing, maar door dienstverbanden binnen militaire en SS-structuren. Dat gegeven sluit aan bij zijn latere functies, die vooral draaiden om bewaking, bevelvoering en kamporganisatie.
Interbellum: aansluiting bij Reichswehr en SS
Van oktober 1934 tot 1935 diende Stärfl in de Reichswehr. Deze periode viel kort voor de omvorming van de Reichswehr tot Wehrmacht in 1935. De dienst gaf hem een eerste plaats binnen de Duitse militaire organisatie, maar zijn verdere loopbaan verplaatste zich naar de SS. Volgens de beschikbare gegevens zag hij daar meer kans op een bestaan als beroepsmilitair.
Op 1 april 1936 trad Stärfl toe tot de SS, met SS-nummer 281.620. Hij werd ingedeeld bij de SS-Totenkopfverbände, de SS-eenheden die belast waren met bewaking en organisatie van concentratiekampen. Zijn plaatsing bracht hem naar het concentratiekamp Dachau, een van de eerste kampen binnen het nationaalsocialistische kampstelsel. Daar begon zijn langdurige inzet binnen de concentratiekamp-SS.
De overstap naar de SS betekende dat Stärfl werd opgenomen in een organisatie die direct verbonden was met bewaking, terreur en dwangarbeid. Zijn functies waren daardoor geen gewone frontdienst binnen een legeronderdeel. Hij werkte binnen het kampapparaat van nazi-Duitsland, waar bewakers en onderofficieren macht uitoefenden over gevangenen, arbeidscommando’s en kampdiscipline.
Dachau had binnen het kampstelsel een vaste plaats als kamp en als locatie waar SS-personeel ervaring opdeed met bewakingstaken. Voor Stärfl betekende de plaatsing dat hij al voor het begin van de Tweede Wereldoorlog vertrouwd raakte met de praktijk van concentratiekampbeheer. Zijn latere functies in Mittelbau-Dora en Kleinbodungen sloten aan bij deze eerdere kampdienst.
Deelname aan de Tweede Wereldoorlog
Vanaf maart 1939 tot januari 1944 was Stärfl actief in het kampgebied van Dachau. Hij leidde daar onder meer kleine arbeidscommando’s in het magazijn- en kampgebied. Deze taken plaatsten hem dicht bij de dagelijkse werking van het concentratiekamp. Dachau fungeerde in deze jaren niet alleen als kamp, maar ook als opleidings- en ervaringsplaats voor personeel van de concentratiekamp-SS.
De leiding over arbeidscommando’s hield in dat gevangenen onder toezicht werden ingezet voor taken die door de kamporganisatie waren vastgesteld. Bij dergelijke functies ging het om aanwezigheid bij appèls, bewaking tijdens arbeid en het volgen van bevelen van hogere SS-commandanten. De functie gaf Stärfl praktische ervaring met dwangarbeid binnen het kampstelsel, nog voordat hij naar Mittelbau-Dora werd overgeplaatst.
Midden januari 1944 werd Stärfl overgeplaatst naar het kampcomplex Mittelbau-Dora. Dit kamp was verbonden met dwangarbeid voor de Duitse raketproductie, waaronder werkzaamheden rond de A4-raket, beter aangeduid als V-2. De productie en reparatie vonden plaats binnen een stelsel van hoofd- en buitenkampen. Gevangenen werden ingezet onder omstandigheden waarin arbeid, bewaking en uitputting nauw met elkaar samenhingen.
Mittelbau-Dora bestond niet alleen uit het hoofdkamp, maar ook uit buitenkampen die dicht bij werkplaatsen, bouwlocaties en productieplaatsen lagen. Kleinbodungen hoorde tot dit netwerk. De buitenkampen maakten het mogelijk om gevangenen op verschillende locaties te laten werken zonder de band met het concentratiekampstelsel te verbreken. Daardoor bleef de SS verantwoordelijk voor bewaking, straf en dagelijkse orde.
Op 1 april 1944 werd Stärfl bevorderd tot SS-Hauptscharführer. Vanaf augustus 1944 was hij Kommandoführer bij de opbouw van een buitenkamp in Kleinbodungen. Deze functie hield in dat hij direct betrokken was bij de organisatie van gevangenenarbeid en bewaking op locatie. Kleinbodungen hoorde bij het kampcomplex Mittelbau-Dora en kreeg een rol in het werk voor de Duitse raketindustrie.
Van 3 oktober 1944 tot begin april 1945 was Stärfl Lagerführer van het buitenkamp Kleinbodungen. In dit kamp zaten ongeveer 620 buitenlandse gevangenen. Zij moesten dwangarbeid verrichten in een rakettenreparatiewerk voor de A4, de raket die vooral onder de naam V-2 werd aangeduid. Het werk stond in verband met de Mittelwerk GmbH en maakte deel uit van de Duitse poging om de raketproductie ondanks de oorlogssituatie voort te zetten.
De positie van Lagerführer gaf Stärfl gezag over de dagelijkse kamporde, de bewaking en de inzet van gevangenen. In een buitenkamp als Kleinbodungen lag de nadruk op arbeid buiten het hoofdkamp, maar de gevangenen bleven onderdeel van het concentratiekampstelsel. De afstand tot het hoofdkamp veranderde daarom niets aan de dwang, de SS-controle en de afhankelijkheid van gevangenen van kamporders.
De datum van zijn aanstelling in Kleinbodungen maakt zijn functie nauw verbonden met de laatste oorlogsmaanden. In die periode stonden productie, evacuatiebevelen en instortende Duitse verdedigingslijnen naast elkaar. Voor de gevangenen betekende dat voortzetting van dwangarbeid tot kort voor de ontruiming. Voor de SS betekende het dat kampen en buitenkampen onder druk van het naderende front werden verplaatst of opgeheven.
Begin april 1945 naderde het 9e Leger van de Verenigde Staten het gebied van Mittelbau-Dora. Op 4 april 1945 kreeg Stärfl van SS-Obersturmführer Franz Hössler opdracht om het buitenkamp Kleinbodungen te ontruimen. De gevangenen moesten aanvankelijk via Herzberg per spoor worden afgevoerd. Door de oorlogsomstandigheden en luchtaanvallen kwam dat transport niet tot uitvoering zoals gepland.
Op 5 april 1945 verlieten 610 gevangenen het kamp onder leiding van Stärfl, zijn plaatsvervanger Wilhelm Dörr en 45 SS-mannen. De tocht liep van Kleinbodungen naar Herzberg en vervolgens verder richting Bergen-Belsen. In de praktijk werd de ontruiming een gedwongen mars. De periode van 4 tot en met 11 april 1945 vormt daardoor het deel van zijn loopbaan dat direct werd behandeld bij zijn latere veroordeling.
Tijdens de mars wisten enkele gevangenen te ontkomen. Op 10 april 1945 bereikte het transport de omgeving van Groß Hehlen, ten noorden van Celle, in de nabijheid van het frontgebied. Daar werden vier tot vijf gevangenen doodgeschoten wegens vluchtpogingen of omdat zij het tempo niet konden volgen. De groep verkeerde op dat moment in een gebied waar militaire bewegingen en kampbewaking elkaar raakten.
Op 11 april 1945 kwamen ongeveer 590 gevangenen uit Kleinbodungen aan in Bergen-Belsen. Het verschil tussen het aantal vertrokken en aangekomen gevangenen hangt samen met ontsnappingen, dodelijke schietincidenten en de omstandigheden van de gedwongen verplaatsing. Bergen-Belsen was in deze laatste fase van de oorlog overvol, slecht bevoorraad en zwaar getroffen door ziekte, sterfte en instortend kampbeheer.
Na de oorlog
Op 15 april 1945 bevrijdden Britse troepen het concentratiekamp Bergen-Belsen. Zij troffen daar ongeveer 60.000 overlevenden en meer dan 10.000 doden aan. Het kamp vormde op dat moment een direct vast te stellen plaats van massale sterfte en ontregeling. Het aanwezige SS-kamppersoneel werd vastgezet door Britse militairen, onder wie ook personen die kort daarvoor met transporten in Bergen-Belsen waren aangekomen.
Na de bevrijding moesten leden van het SS-kamppersoneel lichamen wegdragen en begraven in massagraven. Stärfl werd door Britse militairen gearresteerd en verhoord. Hij bevond zich in 1945 in Britse gevangenschap. Zijn naam werd vervolgens verbonden aan het proces waarin kampfunctionarissen en bewakers van Bergen-Belsen en Auschwitz werden berecht voor oorlogsmisdrijven.
Het Bergen-Belsen-proces liep van 17 september tot 17 november 1945. Het proces werd gevoerd door een Britse militaire rechtbank. Stärfl werd aangeklaagd wegens zijn verantwoordelijkheid voor misdrijven tijdens de gedwongen verplaatsing van gevangenen uit Kleinbodungen naar Bergen-Belsen. De aanklacht richtte zich vooral op dodelijk geweld tegen gevangenen tijdens de mars in april 1945.
De zaak tegen Stärfl draaide om individuele verantwoordelijkheid binnen een bevelsstructuur. Hij had de gevangenen niet als gewone transportgroep begeleid, maar als Lagerführer en SS-onderofficier onder dwang laten verplaatsen. De rechtbank beoordeelde daarom niet alleen het bestaan van het evacuatiebevel, maar ook de wijze waarop gevangenen tijdens de mars werden behandeld en bewaakt.
Stärfl verklaarde zich niet schuldig. De rechtbank kwam op 17 november 1945 tot een schuldigverklaring en veroordeelde hem ter dood door ophanging. Ook Wilhelm Dörr, zijn plaatsvervanger tijdens de ontruiming van Kleinbodungen, kreeg de doodstraf. De uitspraak plaatste de gebeurtenissen tussen 4 en 11 april 1945 binnen de juridische beoordeling van oorlogsmisdrijven door kamp-SS-personeel.
Op 13 december 1945 werd Franz Stärfl geëxecuteerd in de gevangenis van Hameln, in geallieerd bezet Duitsland. De Britse scherprechter Albert Pierrepoint voltrok het vonnis. Stärfl was op dat moment 30 jaar oud. Zijn doodsoorzaak was ophanging na een rechterlijk vonnis. Daarmee eindigde zijn strafzaak minder dan acht maanden na de bevrijding van Bergen-Belsen.
Militaire Rangen
Stärfls eerste militaire verbondenheid lag bij de Reichswehr, waarin hij van oktober 1934 tot 1935 diende. Over een specifieke rang in die periode zijn in de biografische gegevens geen nadere details opgenomen. Zijn verdere militaire identiteit lag vooral bij de SS. Daar werkte hij niet binnen een normaal legerfront, maar binnen de SS-organisaties die de concentratiekampen bewaakten en bestuurden.
Binnen de SS bereikte Stärfl de rang van SS-Hauptscharführer. Deze rang was een onderofficiersrang binnen de SS en gaf hem in kampverband gezag over ondergeschikten en gevangenen. Op 1 april 1944 werd hij tot deze rang bevorderd. Zijn functies als Kommandoführer en Lagerführer sluiten aan bij die rang, omdat zij uitvoerende leiding in een kamp- en arbeidsomgeving inhielden.
De aanduiding Hauptscharführer plaatst zijn functie op onderofficiersniveau. Het ging om een rang onder het officiersniveau, maar met directe macht binnen het kamp. In de praktijk kon een kamp-SS’er met die rang bevelen geven over arbeidsploegen, bewakingspersoneel en gevangenen. Binnen Kleinbodungen was de combinatie van rang en functie daarom bepalend voor zijn dagelijkse gezag.
Zijn eenheid werd aangeduid als SS-Totenkopfverbände. Deze formatie was verbonden met de bewaking van concentratiekampen en met personeel dat binnen het kampstelsel werd ingezet. In sommige latere aanduidingen komt een hogere officiersrang voor, maar de juiste rang in de kerngegevens is SS-Hauptscharführer. Die rang past ook bij de functies die hij in Dachau, Mittelbau-Dora en Kleinbodungen vervulde.
Conclusie
Franz Stärfl was een Duitse SS-onderofficier wiens loopbaan vrijwel geheel verbonden raakte met het concentratiekampstelsel. Hij begon bij de Reichswehr, trad in 1936 toe tot de SS en werkte daarna jarenlang in Dachau. In 1944 kreeg hij functies binnen Mittelbau-Dora en werd hij Lagerführer van Kleinbodungen. Zijn rol bij de gedwongen mars naar Bergen-Belsen leidde na de oorlog tot arrestatie, berechting en veroordeling. Op 13 december 1945 werd hij in Hameln geëxecuteerd na het vonnis in het Bergen-Belsen-proces.
Bronnen en meer informatie
- United Nations War Crimes Commission (1997). Law Reports of Trials of War Criminals, Selected and Prepared by the United Nations War Crimes Commission. Buffalo (New York): William S. Hein Publishing. ISBN 1-57588-403-8.
- Wagner, Jens-Christian (2001). Produktion des Todes: Das KZ Mittelbau-Dora. Göttingen: Wallstein Verlag. ISBN 3-89244-439-0.
- Wagner, Jens Christian (2008). Außenlager Kleinbodungen. In Benz, Wolfgang; Distel, Barbara (red.). Der Ort des Terrors. Geschichte der nationalsozialistischen Konzentrationslager. Band 7. München: C.H. Beck. ISBN 978-3-406-52967-2.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946










