HMS Indomitable was een Britse slagkruiser van de Invincible-klasse die in 1908 in dienst kwam bij de Royal Navy. Het schip nam tijdens de Eerste Wereldoorlog deel aan de achtervolging van Goeben en Breslau, het bombardement op de Dardanellen, de Slag bij de Doggersbank en de Slag bij Jutland.
Ontwerp en constructie
HMS Indomitable werd ontworpen als een vroeg type slagkruiser, waarin zwaar geschut werd gecombineerd met hoge snelheid. De schepen van de Invincible-klasse werden tot 1911 formeel aangeduid als pantserkruisers. Daarna kregen zij door een besluit van de Admiraliteit de aanduiding slagkruiser. Deze indeling paste bij een nieuwe Britse visie op grote oorlogsschepen, waarin snelheid moest helpen om vijandelijke kruisers te achterhalen en om grotere vlooteenheden te ondersteunen.
Het schip was groter dan de oudere pantserkruisers van de Minotaur-klasse. HMS Indomitable had een lengte van 172,8 meter, een breedte van 24,0 meter en een diepgang van 9,1 meter bij diepe belading. De normale waterverplaatsing bedroeg 17.250 long ton, overeenkomend met ongeveer 17.530 ton. Bij diepe belading liep dit op tot 20.420 long ton, ongeveer 20.750 ton. Daarmee was het schip zwaarder dan de directe voorgangers uit de Britse kruiserbouw.
De voortstuwing bestond uit twee gekoppelde sets Parsons-turbines met directe aandrijving. De installatie was ontworpen voor 41.000 aspaardenkracht, maar haalde tijdens proeven in 1908 bijna 48.000 aspaardenkracht. De ontwerpsnelheid was 25 knopen, terwijl het schip tijdens proeven 26,1 knopen bereikte. De stoom werd geleverd door 31 Babcock & Wilcox-waterpijpketels in vier ketelruimen. Met volledige brandstofvoorraad kon HMS Indomitable bij 10 knopen ongeveer 3.090 zeemijl afleggen.
HMS Indomitable werd gebouwd door Fairfield Shipbuilding & Engineering in Govan. De kiel werd gelegd op 1 maart 1906 en de tewaterlating volgde op 16 maart 1907. Het schip werd op 25 juni 1908 in dienst gesteld, nog voordat de afwerking geheel was afgerond. De directe aanleiding was de reis van de prins van Wales naar Canada voor de herdenking van driehonderd jaar Quebec.
Bewapening
De hoofdbewapening van HMS Indomitable bestond uit acht BL 12-inch Mk X-kanonnen van 305 millimeter. Deze waren geplaatst in vier hydraulisch aangedreven dubbeltorens. De opstelling gaf het schip een zware salvo-capaciteit voor een kruiserachtig ontwerp. Daardoor kon HMS Indomitable optreden tegen pantserkruisers en deelnemen aan gevechten tussen grotere vlooteenheden. De bewapening weerspiegelde de Britse keuze om snelheid en zwaar kaliber samen te brengen in één scheepstype.
De secundaire bewapening bestond oorspronkelijk uit zestien QF 4-inch Mk III-kanonnen van 102 millimeter. In 1915 werden de kanonnen op de torendaken verplaatst naar de bovenbouw en werd het totale aantal teruggebracht tot twaalf. De resterende kanonnen kregen plaatsing in kazematten en werden voorzien van schilden tegen weersinvloeden en vijandelijk vuur. In 1917 werden de QF Mk III-kanonnen vervangen door twaalf BL 4-inch Mk VII-kanonnen.
De luchtafweer werd tijdens de oorlog aangepast aan veranderende dreigingen. Vanaf juli 1915 voerde het schip een QF 3-inch 20 cwt-luchtafweerkanon op een hoge affuit achter op de bovenbouw. Daarnaast was vanaf november 1914 een 3-ponder Hotchkiss-kanon op een hoge opstelling aanwezig, dat tot augustus 1917 werd gebruikt. In april 1917 kwam daar een BL 4-inch Mk VII op een hoge opstelling bij. Verder had de klasse vijf onderwater geplaatste torpedobuizen van 450 millimeter en veertien torpedo’s.
Bepantsering
De bescherming van HMS Indomitable was afgestemd op het oorspronkelijke slagkruiserconcept, maar bleef lichter dan bij slagschepen. De waterlijnpantsergordel had midscheeps een maximale dikte van 152 millimeter. Deze dikte liep ruwweg tussen de voorste en achterste 12-inch geschuttorens. Naar de boeg werd de gordel dunner tot 102 millimeter en achter de achterste toren liep de gordel niet door. Deze verdeling liet zien dat bescherming vooral rond de vitale delen lag.
De geschuttorens en barbettes kregen 178 millimeter pantser. De daken van de torens waren beschermd met 76 millimeter Krupp non-cemented armour. Het hoofddek had een dikte van 25 tot 51 millimeter, terwijl het lagere dek 38 tot 64 millimeter pantser droeg. Ter hoogte van de magazijnen en granaatkamers waren torpedoschotten van zacht staal aangebracht met een dikte van 64 millimeter. Na Jutland werd extra pantser toegevoegd rond de magazijnen en torendaken, maar het totale toegevoegde gewicht bleef onder 102 ton.
Sensoren
HMS Indomitable werd gebouwd vóór de komst van radar en moderne elektronische sensoren. De gevechtswaarneming berustte daarom vooral op optische middelen, uitkijkposten, afstandmeting en vuurleiding op basis van zicht. Bij gevechten op grote afstand moesten waarnemers de val van granaten volgen en correcties doorgeven. Dit maakte zicht, rook, nevel en communicatie tot bepalende factoren bij het richten en beoordelen van treffers.
Voor verbinding en coördinatie gebruikte het schip de middelen die in deze periode gangbaar waren bij de Royal Navy. Seinlampen, vlagseinen en draadloze telegrafie ondersteunden het contact met andere schepen en commandanten. De draadloze installatie was van waarde bij vlootoperaties, maar berichten konden vertraagd, onvolledig of verkeerd begrepen worden. Tijdens de gevechten bij Goeben en Breslau en bij de Doggersbank speelde communicatie dan ook een duidelijke rol in het verloop van de operatie.
Modificaties
De aanpassingen aan HMS Indomitable betroffen vooral bewapening, bescherming en later ook luchtvaartvoorzieningen. In 1915 werden delen van de secundaire bewapening verplaatst, terwijl de kanonnen beter werden beschermd tegen weersinvloeden en vuur. Deze wijziging paste bij de ervaring dat open of kwetsbaar geplaatste bemanningen bij langdurige inzet extra risico liepen. In 1917 volgde vervanging van de 4-inch QF-kanonnen door BL 4-inch Mk VII-kanonnen.
De luchtafweer werd stapsgewijs uitgebreid, omdat luchtwaarneming en luchtaanvallen tijdens de oorlog aan betekenis wonnen. Het 3-ponder Hotchkiss-kanon, het 3-inch luchtafweerkanon en later het 4-inch kanon op hoge opstelling vormden samen een aangepast verdedigingspakket. Deze middelen waren beperkt naar latere maatstaven, maar pasten bij de fase waarin marines nog ervaring opdeden met bescherming tegen vliegtuigen.
Na de Slag bij Jutland kreeg HMS Indomitable extra bescherming boven de magazijnen en op de torendaken. De Britse verliezen van slagkruisers tijdens die slag wezen op het gevaar van inslaand vuur en branddoorslag naar munitieruimten. In 1918 werden bovendien twee startplatforms voor vliegtuigen aangebracht boven de midscheepse geschuttorens. Daarmee kreeg het schip een beperkte mogelijkheid om vliegtuigen te laten opstijgen voor verkenning of ondersteuning.
Status schip tijdens de oorlog
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was HMS Indomitable nog bruikbaar als snelle zware eenheid. Het schip had voldoende snelheid om deel te nemen aan achtervolgingen en vlootacties, zoals bleek in de Middellandse Zee en later bij de Doggersbank. Toch was het ontwerp al vanaf het begin afhankelijk van een compromis. Het zware geschut maakte het schip slagvaardig, maar de bescherming was minder sterk dan bij slagschepen.
Tijdens de oorlog bleef HMS Indomitable in dienst door onderhoud, reparaties en gerichte aanpassingen. Het schip werd voor 1914 meermaals hersteld of aangepast en lag in juli 1914 in Malta voor werkzaamheden toen de internationale crisis de planning veranderde. Na een elektrische brand in 1915 waren reparaties nodig. Tegen 1918 was het schip verouderd ten opzichte van nieuwere slagkruisers, maar het bleef inzetbaar voor patrouilles, vlootdienst en ondersteunende taken.
Operationele geschiedenis
In dienststelling en vroege inzet
Na de indienststelling in juni 1908 bracht HMS Indomitable de prins van Wales naar Canada voor de Quebec-herdenking. Tijdens de terugreis haalde het schip een gemiddelde snelheid die dicht bij 25 knopen lag. Na terugkeer werd de afwerking bij de bouwer voltooid. In oktober 1908 kwam het schip bij de Nore Division van de Home Fleet. In 1909 volgde plaatsing bij het 1st Cruiser Squadron, waar het later vlaggenschip werd van schout-bij-nacht S. Colville. Tussen 1910 en 1913 vonden verschillende onderhoudsbeurten plaats.
Middellandse Zee en Dardanellen
In augustus 1913 werd HMS Indomitable naar de Middellandse Zee overgeplaatst om samen met HMS Invincible het 2nd Battlecruiser Squadron te vormen. Op 4 augustus 1914 ontmoette het schip, samen met HMS Indefatigable en onder bevel van admiraal Archibald Berkeley Milne, de Duitse schepen Goeben en Breslau. Die waren onderweg na een beschieting van Philippeville in Frans Algerije. Omdat Groot-Brittannië en Duitsland op dat moment nog niet formeel in oorlog waren, werden de Duitse schepen gevolgd maar niet aangevallen.
Goeben en Breslau bereikten Messina om kolen in te nemen. Britse schepen moesten daarbij rekening houden met de Italiaanse neutraliteit en mochten de Straat van Messina niet vrij binnenlopen. Milne verwachtte nog een Duitse uitbraak naar het westen en plaatste zijn eenheden daarom verspreid. HMS Indomitable werd naar Bizerte gestuurd om te bunkeren en daar beter te kunnen reageren op een Duitse beweging in het westelijke Middellandse Zeegebied. De Duitse schepen voeren echter oostwaarts richting Constantinopel.
HMS Indomitable bleef daarna in de Middellandse Zee voor de blokkade van de Dardanellen. Op 3 november 1914 nam het schip deel aan een beschieting van Ottomaanse forten bij de zeestraat, samen met HMS Indefatigable en de Franse slagschepen Suffren en Vérité. De aanval moest de verdedigingswerken testen en de reactie van de Ottomaanse strijdkrachten vaststellen. Een granaat trof het magazijn van het fort bij Sedd el Bahr. Tien kanonnen werden uit hun positie gedrukt maar niet vernietigd, en er vielen 86 Ottomaanse doden.
Slag bij de Doggersbank
In januari 1915 voer een Duitse slagkruisermacht onder admiraal Franz von Hipper uit richting de Doggersbank. De Britten onderschepten Duitse berichten en stuurden een sterkere slagkruisermacht onder admiraal David Beatty naar zee. HMS Indomitable maakte deel uit van deze formatie. Tijdens de achtervolging haalde het schip meer dan 26 knopen, maar het bleef de langzaamste eenheid binnen Beatty’s slagkruisers en raakte daardoor geleidelijk achter op de nieuwere schepen.
De Duitse pantserkruiser Blücher raakte zwaar beschadigd en verloor snelheid. Beatty gaf HMS Indomitable opdracht om het schip aan te vallen. Door verwarring in de Britse seinvoering en schade aan HMS Lion richtten ook andere Britse slagkruisers hun vuur op Blücher, terwijl de hoofdmacht van Hipper wegkwam. HMS Indomitable vuurde 134 granaten af op Blücher, dat uiteindelijk kapseisde en zonk. Na afloop kreeg HMS Indomitable de taak om de zwaar beschadigde HMS Lion naar de haven te slepen, een tocht die meer dan anderhalve dag duurde.
Slag bij Jutland
Eind mei 1916 was HMS Indomitable met het 3rd Battlecruiser Squadron tijdelijk toegevoegd aan de Grand Fleet. Onder schout-bij-nacht Horace Hood voer het squadron vooruit om aansluiting te zoeken bij Beatty’s slagkruisers. Tijdens de aanloop naar de slag onderschepte HMS Invincible berichten over vijandelijke schepen. Hood verhoogde de snelheid en probeerde de Duitse eenheden af te snijden. Later kwam de lichte kruiser Chester onder vuur te liggen, waarna Hood zijn slagkruisers inzette om de Duitse lichte kruisers weg te drijven.
Rond 18.00 uur kwamen de schepen van de Invincible-klasse onder torpedoaanval te liggen, maar de torpedo’s misten. Kort daarna kwamen de Britse slagkruisers in gevecht met Duitse eenheden. HMS Indomitable trof Derfflinger driemaal en Seydlitz eenmaal. De strijd kreeg kort daarop een zwaar verlies voor het squadron toen HMS Invincible door vuur van Lützow en Derfflinger explodeerde en in twee delen brak. HMS Indomitable en HMS Inflexible bleven daarna bij Beatty en namen later opnieuw Duitse schepen onder vuur.
Laatste oorlogsjaren
Na Jutland werden de overgebleven Britse slagkruisers opnieuw ingedeeld. HMS Indomitable en HMS Inflexible kwamen in het 2nd Battlecruiser Squadron. De Duitse vloot ondernam daarna minder acties waarbij een open treffen met de Grand Fleet werd gezocht. Voor HMS Indomitable betekende dit dat de latere oorlogsjaren vooral uit patrouilles en paraatheid bestonden. In augustus 1916 kreeg het schip extra bescherming bij magazijnen en torendaken. Begin 1918 volgden de startplatforms voor vliegtuigen op de midscheepse torens.
Na de oorlog
Na het einde van de Eerste Wereldoorlog verloren veel oudere Britse oorlogsschepen snel hun plaats binnen de vloot. HMS Indomitable behoorde tot de overgebleven schepen van de Invincible-klasse, maar het ontwerp was toen ingehaald door nieuwere scheepstypen en veranderde maritieme eisen. In 1919 werd het schip naar de Reserve Fleet overgebracht. In maart 1920 werd het buiten dienst gesteld en op 1 december 1921 verkocht voor sloop.
Conclusie
HMS Indomitable was een vroege Britse slagkruiser die de overgang tussen pantserkruiser en modern kapitaalschip laat zien. Het schip combineerde zware bewapening met hoge snelheid, maar had een bescherming die later als beperkt werd beoordeeld. Tijdens de Eerste Wereldoorlog nam het deel aan meerdere grote maritieme gebeurtenissen, waaronder de achtervolging van Goeben en Breslau, de Doggersbank en Jutland. Na 1918 was het schip technisch en operationeel ingehaald, waarna verkoop voor sloop volgde.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding, Illustratie van de Britse slagkruiser HMS Indomitable via wiki commons
- Roberts, John (1997). Battlecruisers. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 1-55750-068-1.
- Burt, R. A. (1986). British Battleships of World War One. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 0-87021-863-8.
- Campbell, John (1986). Jutland: An Analysis of the Fighting. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 0-87021-324-5.
- Carlyon, Les (2001). Gallipoli. London: Transworld Publishers. ISBN 0-385-60475-0.
- Johnston, Ian; Buxton, Ian (2013). The Battleship Builders: Constructing and Arming British Capital Ships. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 978-1-59114-027-6.
- Massie, Robert (2004). Castles of Steel: Britain, Germany and the Winning of the Great War. New York: Random House. ISBN 0-224-04092-8.
- Osborne, Eric W. (2004). Cruisers and Battle Cruisers: An Illustrated History of Their Impact. Santa Barbara: ABC-CLIO. ISBN 1-85109-369-9.
- Parkes, Oscar (1990). British Battleships, Warrior 1860 to Vanguard 1950: A History of Design, Construction, and Armament. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 1-55750-075-4.
- Preston, Antony (1985). Great Britain and Empire Forces. In Gray, Randal, Conway’s All the World’s Fighting Ships 1906–1921. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 0-85177-245-5.
- Tarrant, V. E. (1986). Battlecruiser Invincible: The History of the First Battlecruiser, 1909–16. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 0-87021-147-1.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946










