Home Schepen Torpedobootjagers USS Charles Ausburne (DD-570): destroyer met elf battle stars

USS Charles Ausburne (DD-570): destroyer met elf battle stars

USS Charles Ausburne vaart bij de Salomonseilanden op 23 maart 1944, met bemanningsleden op het hoofddek.
USS Charles Ausburne (DD-570) tijdens een vaartocht bij de Salomonseilanden op 23 maart 1944.

USS Charles Ausburne (DD-570) was een Amerikaanse Fletcher-klasse torpedobootjager uit 1942. Het schip vocht in de Pacific bij de Salomonseilanden, Bougainville, de Marianen, de Filipijnen en Okinawa. Binnen Destroyer Squadron 23, de “Little Beavers”, ontving het squadron de Presidential Unit Citation; USS Charles Ausburne kreeg elf battle stars.

Ontwerp en constructie

USS Charles Ausburne behoorde tot de Fletcher-klasse, een Amerikaanse klasse torpedobootjagers voor lange operaties op oceaanafstand. De klasse combineerde snelheid, bereik, luchtafweer, torpedo’s en onderzeebootbestrijding in één romp. Daardoor waren deze schepen geschikt voor konvooiescorte, carrierbewaking, nachtelijke oppervlaktegevechten en ondersteuning van landingen. Het ontwerp had een doorlopend hoofddek, een ruime machine-installatie en voldoende brandstofcapaciteit voor inzet in de Pacific.

Het schip werd gebouwd door Consolidated Steel Corporation in Orange, Texas. De tewaterlating vond plaats op 16 maart 1942, met mevrouw W. H. Cotten als sponsor. USS Charles Ausburne werd op 24 november 1942 in dienst gesteld. Zij was het tweede marineschip dat werd genoemd naar Charles L. Ausburne, een matroos uit de Eerste Wereldoorlog die postuum het Navy Cross ontving. De spelling “Ausburne” volgde zijn eigen handtekening, hoewel familieleden ook “Ausburn” gebruikten.

De technische basis volgde de Fletcher-klasse. De lengte bedroeg 114,76 meter en de breedte 12,09 meter. De standaardwaterverplaatsing lag rond 2.050 long tons en nam in oorlogslast toe. De voortstuwing bestond uit stoomturbines met ketels, gekoppeld aan twee schroefassen. Met ongeveer 60.000 aspaarden kon het schip de hoge snelheid halen die nodig was voor carrierverbanden en torpedoaanvallen.

Bewapening

De hoofdbewapening bestond uit vijf 5-inch/38 caliber kanonnen in enkele geschuttorens. Deze kanonnen waren bedoeld voor vuur tegen oppervlakteschepen, kustdoelen en luchtdoelen. Bij landingsoperaties kon USS Charles Ausburne hiermee kuststellingen beschieten, terwijl dezelfde batterij ook werd gebruikt bij verdediging tegen vliegtuigen.

Voor oppervlaktegevechten beschikte het schip over tien 21-inch torpedobuizen, verdeeld over twee vijfvoudige opstellingen. Deze torpedo’s gaven de torpedobootjager slagkracht tegen kruisers en andere torpedobootjagers. In de nachtgevechten rond Bougainville en Kaap St. George was de combinatie van radarcontact, hoge snelheid, torpedolancering en geschutvuur van waarde.

De luchtafweer bestond uit middelzware en lichte wapens die tijdens de oorlog werden aangepast aan de dreiging vanuit de lucht. De Fletcher-klasse voer met 40 mm Bofors-kanonnen en 20 mm Oerlikon-kanonnen, naast de 5-inch kanonnen die ook luchtdoelen konden bestrijden. Deze wapens werden vooral gebruikt tijdens de Filipijnse campagne en bij Okinawa, waar Japanse luchtaanvallen en kamikazes veel druk op escorteschepen legden.

Voor onderzeebootbestrijding voerde USS Charles Ausburne dieptebommen en werpers voor dieptebommen. Deze middelen maakten het mogelijk om onderwatercontacten aan te vallen nadat sonar of visuele waarneming een aanwijzing gaf. De bewapening was breed opgebouwd, maar het schip was niet zwaar gepantserd.

Bepantsering

USS Charles Ausburne had geen bepantsering zoals een slagschip of kruiser. Dat paste bij het ontwerp van torpedobootjagers in de Tweede Wereldoorlog. De romp was bedoeld voor snelheid en wendbaarheid, niet voor het opvangen van zware granaten. Gewicht werd vooral gebruikt voor machines, brandstof, wapens, torpedo’s, sensoren en bereik.

De bescherming bestond uit waterdichte compartimenten, schadebestrijdingsmiddelen en beperkte afscherming rond bepaalde gevechtsposten. Geschutopstellingen en vuurleidingsapparatuur hadden bescherming tegen weer, splinters en klein kaliber vuur, maar geen zware pantsergordel. Bij treffers door bommen, torpedo’s of groot scheepsgeschut bleef een torpedobootjager kwetsbaar.

Sensoren en dataverwerking

De gevechtswaarde van USS Charles Ausburne werd niet alleen bepaald door wapens, maar ook door waarneming en verwerking van gegevens. Amerikaanse torpedobootjagers uit de Fletcher-klasse kregen tijdens de oorlog radar, sonar en vuurleidingssystemen die hun inzet bij nacht en slecht zicht verbeterden. In de campagne rond de Salomonseilanden was dit duidelijk zichtbaar. Tijdens de Slag bij Empress Augusta Bay op 2 november 1943 stonden de doelen om 02.27 uur duidelijk op de radar van het vlaggenschip. Ook bij Kaap St. George op 25 november 1943 werd een oppervlaktecontact op radar vastgesteld voordat het eskader de aanval inzette.

Voor luchtdetectie gebruikte de Fletcher-klasse in deze periode luchtzoekradar, zoals SC- of SC-2-radar. Daarmee konden inkomende vliegtuigen eerder worden waargenomen dan met alleen uitkijkposten. Voor oppervlaktewaarneming werd SG-radar gebruikt. Deze radar was van grote waarde in de nachtelijke wateren van de Salomonseilanden, waar eilanden, regenbuien, duisternis en kustlijnen het zicht beperkten. SG-radar gaf afstand en peiling van schepen of landmassa’s en ondersteunde daarmee koerskeuze, onderschepping en torpedoaanvallen.

De vuurleiding voor de 5-inch kanonnen verliep via de Mark 37 gun director, aangevuld met vuurleidingsradar. In de oorlog ontwikkelde deze apparatuur zich van eerdere FD- en Mark 4-systemen naar verbeterde Mark 12- en Mark 22-combinaties op Amerikaanse schepen. Het doel was niet alleen het richten van het geschut, maar ook het snel omzetten van waarneming naar bruikbare vuurcommando’s. Bij luchtaanvallen was die verwerking nodig om richting, hoogte, snelheid en dreiging van doelen te beoordelen.

Voor onderzeebootbestrijding beschikte het schip over QC sound gear, de actieve sonaruitrusting die op Amerikaanse destroyers werd gebruikt. Daarmee konden onderwatercontacten worden gezocht en gevolgd. De sonar leverde richting en afstandsindicatie, waarna dieptebommen of werpers konden worden ingezet. Dit maakte het schip bruikbaar voor konvooibescherming en voor anti-submarine patrol, zoals later bij Okinawa.

De verwerking van al deze informatie vond plaats via het Combat Information Center. Dit was bij Amerikaanse oorlogsschepen vanaf 1943 een vast onderdeel van moderne gevechtsvoering. In het CIC werden meldingen van radar, sonar, uitkijken, radio en andere schepen samengebracht op plotborden. Van daaruit gingen samengevatte gegevens naar de brug, de commandant, de vuurleiding en soms naar andere schepen in het verband. Voor USS Charles Ausburne was dit extra relevant omdat zij als vlaggenschip van Destroyer Division 45 en later binnen Destroyer Squadron 23 optrad. De combinatie van radar, CIC, radioverbindingen en getrainde plotting maakte snelle nachtelijke aanvallen mogelijk en zorgde dat de torpedobootjager in 1943 niet operationeel verouderd was.

Modificaties

Tijdens de oorlog onderging USS Charles Ausburne onderhoud en modernisering. Na intensieve inzet rond de Salomonseilanden kreeg het schip een korte revisie in Australië. Later volgde een werfperiode aan de Amerikaanse westkust, waarna de torpedobootjager op 5 november 1944 terugkeerde naar Ulithi.

Bij Fletcher-klasse schepen hadden zulke perioden meestal betrekking op onderhoud aan machines, romp, wapens, radar, communicatie en luchtafweer. De United States Navy paste escorteschepen tijdens de oorlog aan voor verdediging tegen vliegtuigen. Voor USS Charles Ausburne blijkt uit de latere inzet bij Mindoro, Lingayen en Okinawa dat het schip daarna weer geschikt was voor konvooiescorte, carrierbewaking, kustbeschieting, anti-submarine patrol en radar picket duty.

Status schip tijdens de oorlog

USS Charles Ausburne was tijdens haar oorlogsdienst een operationeel modern schip. De torpedobootjager kwam eind 1942 in dienst, in de periode waarin de United States Navy de lessen van de eerste oorlogsjaren in nieuwe scheepsklassen en systemen verwerkte. De Fletcher-klasse was ontworpen voor snelheid, lange afstand, zware destroyerbewapening en aanpassing aan radar.

De status van het schip blijkt uit haar opdrachten. Zij diende als vlaggenschip voor Destroyer Division 45 en opereerde binnen Destroyer Squadron 23 onder Arleigh A. Burke. Het schip werd gebruikt voor nachtelijke onderscheppingen, carrierbewaking, amfibische landingen en konvooibescherming. Omdat USS Charles Ausburne vanaf 1943 radar en een vorm van Combat Information Center gebruikte, voldeed zij aan de militaire norm voor moderne Amerikaanse destroyers in dat jaar.

Operationele geschiedenis

Atlantische konvooidienst

De eerste operationele opdracht van USS Charles Ausburne lag op de Atlantische Oceaan. Van 1 april tot 8 mei 1943 escorteerde zij een konvooi van New York naar Casablanca en keerde met een ander konvooi terug. Op 11 mei sloot het schip zich in Boston aan bij het nieuw gevormde Destroyer Squadron 23. Zij werd aangewezen als vlaggenschip van Destroyer Division 45.

Salomonseilanden en Bougainville

Op 28 juni 1943 bereikte USS Charles Ausburne Nouméa in Nieuw-Caledonië. Daarna volgden patrouilles en escortes rond Guadalcanal, met konvooien naar het eiland en verbindingen tussen Efate en Espiritu Santo. Vanaf 27 augustus lag zij op Port Purvis bij Florida Island. Daar maakte zij deel uit van een verband dat de Japanse “Tokyo Express” moest hinderen. Deze nachtelijke tochten werden gebruikt om troepen uit de Salomonseilanden te verplaatsen. Ook nam het schip deel aan proefnemingen met night fighters.

Het eerste gevechtscontact met vijandelijke vliegtuigen kwam op 7 september 1943. In de nacht van 27 op 28 september bracht USS Charles Ausburne twee Japanse barges bij Vella Lavella tot zinken. Op 23 oktober hees kapitein Arleigh A. Burke zijn bevelsvlag aan boord. Onder zijn leiding kreeg Destroyer Squadron 23 de bijnaam “Little Beavers”. Het squadron ontving voor zijn acties de Presidential Unit Citation.

Bij de landing in Empress Augusta Bay begon USS Charles Ausburne op 31 oktober 1943 met beschietingen van Japanse vliegvelden bij Buka en stellingen bij de Shortlands. In de vroege uren van 2 november kwam het verband in contact met een Japanse strijdmacht uit Rabaul. Tijdens de Slag bij Empress Augusta Bay voerde USS Charles Ausburne met andere torpedobootjagers een torpedoaanval uit. Daarna nam zij deel aan het afmaken van Sendai en het tot zinken brengen van Hatsukaze. Vervolgens begeleidde zij de beschadigde Foote terug naar Purvis Bay.

Op 25 november 1943 volgde de Slag bij Kaap St. George. Het Amerikaanse eskader onderschepte Japanse schepen in St. George Channel. USS Charles Ausburne nam deel aan de aanval waarbij Ōnami, Makinami en later Yūgiri verloren gingen. De Amerikaanse schepen liepen daarbij geen schade op. In december ging het schip door met patrouilles, escortes, luchtafweer en kustbeschietingen rond Bougainville, waaronder vuur op het vliegveld bij Bonis.

Marianen en carrieroperaties

Na een korte revisie in Australië keerde USS Charles Ausburne op 30 januari 1944 terug naar de noordelijke Salomonseilanden. Op 3 februari voer zij opnieuw uit en weerstond een zware luchtaanval tijdens een bombardementsmissie aan de noordkust van Bougainville. Daarna volgden patrouilles, zoektochten en een beschieting van Kavieng op 18 februari. Van 20 tot 24 februari voerde het squadron acties uit rond New Ireland, waarbij een sleepboot, kustmijnenlegger, klein vrachtschip en barges werden vernietigd.

Op 26 maart 1944 sloot USS Charles Ausburne zich op zee aan bij de 5th Fleet. Een dag later verliet Arleigh Burke het schip om stafchef te worden bij de Fast Carrier Task Force onder admiraal Marc Mitscher. Daarna diende de torpedobootjager in het scherm van carrierverbanden, toen Task Force 58 genoemd. Zij begeleidde aanvallen op Palau, Yap, Ulithi en Woleai, en later operaties rond Hollandia, Truk en Ponape. Van 6 juni tot 6 juli 1944 beschermde zij carriers tijdens aanvallen op Tinian, Saipan, Pagan, Guam en Iwo Jima. Ook beschoot zij kustverdediging op Guam en schermde USS Essex af.

Filipijnen en Okinawa

Na een werfperiode aan de Amerikaanse westkust keerde USS Charles Ausburne op 5 november 1944 terug naar Ulithi. In november bewaakte zij carriers die luchtdekking leverden voor konvooien naar Leyte. Van 19 tot 24 december leidde zij de eerste bevoorradingskonvooien van San Pedro Bay naar Mindoro. Op 21 december werden meerdere luchtaanvallen, waaronder een aanval met kamikazes, door de escorte bestreden.

Op 4 januari 1945 voer USS Charles Ausburne met transportschepen naar Lingayen Gulf. Op 7 januari werd een Japanse luchtaanval afgeweerd. Later onderzocht zij met drie andere torpedobootjagers een radarcontact. Dit bleek Hinoki te zijn, die door Amerikaans vuur tot zinken werd gebracht. Op 9 en 10 januari dekte het schip de landingen en vuurde 5-inch granaten ter ondersteuning van troepen aan land. Daarna volgden twee maanden escorte- en patrouilledienst tussen Lingayen en San Pedro Bay.

In maart en april 1945 ondersteunde USS Charles Ausburne landingen bij Panay en Negros. Ook leverde zij nachtelijke verlichting en oproepvuur bij Negros en Parang op Mindanao. Op 16 mei bereikte zij Hagushi bij Okinawa. Na anti-submarine patrol beschermde zij landingen op Aguni Shima. Op 23 juni kreeg zij radar picket duty rond Okinawa, die zij zonder schade overleefde. Zij bleef tot het einde van de oorlog op patrouille bij Okinawa.

Na de oorlog

USS Charles Ausburne verliet Okinawa op 10 september 1945. Op 17 oktober arriveerde zij in Washington, D.C., waar het squadron de Presidential Unit Citation ontving. Daarna bezocht het schip New York en voer vervolgens naar Charleston in South Carolina. Daar werd zij op 18 april 1946 buiten dienst gesteld en in reserve geplaatst.

Op 12 april 1960 werd het schip overgedragen aan de Bondsrepubliek Duitsland. In Duitse dienst kreeg zij de naam Zerstörer 6, met NAVO-aanduiding D180. In 1962 stond zij onder bevel van Kapitänleutnant Otto von Bülow, een voormalige U-bootcommandant en drager van het Knight’s Cross of the Iron Cross with Oak Leaves. USS Charles Ausburne werd op 1 december 1967 uit de Amerikaanse marinelijst geschrapt. In oktober 1968 werd Zerstörer 6 uit dienst genomen bij de Bundesmarine en daarna gesloopt.

Conclusie

USS Charles Ausburne was een moderne Amerikaanse torpedobootjager binnen de Fletcher-klasse. Het schip combineerde snelheid, 5-inch geschut, torpedo’s, luchtafweer, onderzeebootbestrijding, radar, sonar en dataverwerking in het Combat Information Center. Daardoor paste het schip bij de Amerikaanse gevechtsnormen van 1943 en was het niet operationeel verouderd.

De oorlogsdienst begon met konvooidienst op de Atlantische Oceaan en verschoof daarna naar de Pacific. USS Charles Ausburne nam deel aan acties bij de Salomonseilanden, Bougainville, de Marianen, de Filipijnen en Okinawa. De elf battle stars en de Presidential Unit Citation voor Destroyer Squadron 23 tonen haar inzet in meerdere gevechtszones.

Bronnen en meer informatie

  1. Hildebrand, Hans H.; Röhr, Albert; Steinmetz, Hans-Otto (1982). Die Deutschen Kriegsschiffe: Biographien – ein Spiegel der Marinegeschichte von 1815 bis zur Gegenwart: Band 6. Herford: Koehlers Verlagsgesellschaft MbH. ISBN 3-7822-0237-6.
  2. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946
Previous articleUSS Northampton CA-26 bij Tassafaronga 1942
Redactie Mei 1940
De redactie van mei1940.org bestaat uit een diverse groep schrijvers met een gemeenschappelijke interesse in geschiedenis, militaire geschiedenis en de Tweede Wereldoorlog. Sommige redacteuren hebben een militaire achtergrond en brengen praktijkervaring, operationeel inzicht en kennis van commandostructuren mee. Andere redacteuren houden zich bezig met historisch onderzoek, educatieve content en kennisprojecten. Door deze combinatie van achtergronden ontstaan goed gedocumenteerde artikelen waarin feitelijke nauwkeurigheid, bronnenkritiek, context en analyse centraal staan. De redactie streeft naar objectieve en zorgvuldig onderbouwde publicaties die bijdragen aan een beter begrip van deze belangrijke periode in de geschiedenis.