Home Voertuigen Gemechaniseerde artillerie Sturmtiger Duitse aanvalsmortier 1944

Sturmtiger Duitse aanvalsmortier 1944

Amerikaanse troepen bij een intact buitgemaakte Sturmpanzer VI Sturmtiger, gefotografeerd op 14 april 1945.
Een intacte Sturmpanzer VI Sturmtiger na buitmaking door Amerikaanse troepen op 14 april 1945.

De Sturmtiger was een Duits pantservoertuig uit de Tweede Wereldoorlog, gebouwd op het chassis van de Tiger I en uitgerust met een 380 mm raketaangedreven mortier. Het voertuig was ontworpen voor zware vuursteun aan infanterie in steden en versterkte gebieden, maar kwam pas beschikbaar toen Duitsland vooral militair verdedigend optrad.

Ontwikkeling

De ontwikkeling van de Sturmtiger kwam voort uit de Duitse ervaringen met stadsgevechten aan het oostfront. Tijdens de Slag om Stalingrad in 1942 bleek dat gewone tanks en aanvalskanonnen moeite hadden met zwaar verdedigde gebouwen en betonnen stellingen. De Wehrmacht beschikte toen over de Sturm-Infanteriegeschütz 33B, een variant van de Sturmgeschütz III met een 15 cm zwaar infanteriekanon. Twaalf van deze voertuigen gingen bij Stalingrad verloren.

Na Stalingrad werd gezocht naar een beter beschermd voertuig voor directe infanteriesteun. De Sturmpanzer IV, door de geallieerden ook Brummbär genoemd, kwam vanaf begin 1943 in productie. Dit voertuig gebruikte het chassis van de Panzer IV en droeg een 15 cm StuH 43 L/12. Het bood meer pantserbescherming dan eerdere oplossingen, maar de Duitse legerleiding bleef behoefte houden aan een zwaarder systeem voor korte afstand en stedelijke gevechten.

Aanvankelijk werd gedacht aan een voertuig op basis van de Tiger I met een 210 mm houwitser. Dat wapen was echter niet beschikbaar op het moment dat de plannen concreet werden. Daarom werd gekozen voor een 380 mm raketwerper, aangepast uit een dieptebomwerper van de Kriegsmarine. Daarmee veranderde het project van een zwaar aanvalskanon in een gespecialiseerd mortiervoertuig met een zeer grote springlading.

In september 1943 werden plannen opgesteld waarbij Krupp nieuwe gepantserde Tiger I-rompen zou leveren. Henschel zou het chassis assembleren en Alkett zou de vaste bovenbouw plaatsen. Het eerste prototype was in oktober 1943 gereed en werd aan Adolf Hitler getoond. De eerste rompen moesten in december 1943 worden geleverd. Op 20 februari 1944 waren de eerste drie Sturmtigers door Alkett voltooid.

De productie kwam traag op gang en bleef beperkt. Hitler vroeg pas op 19 april 1944 om productie van het wapen, waarna twaalf bovenbouwen en wapens moesten worden geplaatst op herbouwde Tiger I-chassis. De eerste drie voertuigen van de productiereeks waren in augustus 1944 gereed. Tijdens een bespreking van 18 tot en met 20 augustus 1944 werd gemeld dat tussen 15 en 21 september nog zeven voertuigen gereed moesten komen. In september volgden tien exemplaren en in december 1944 nog vijf.

Naam en taak

De officiële Duitse aanduiding van het voertuig was Sturmmörserwagen 606/4 mit 38 cm RW 61. In de praktijk raakte de naam Sturmtiger het meest ingeburgerd, mede omdat het voertuig direct was afgeleid van de Tiger I. De naam verwees naar de functie als stormmortier: een zwaar gepantserd voertuig dat dicht bij het front een krachtige lading op een versterkt doel kon afvuren.

De hoofdtaak was het ondersteunen van infanterie bij aanvallen op gebouwen, bunkers en andere versterkte doelen. Het voertuig was niet ontworpen als gewone tankjager of als mobiel artilleriestuk voor lange afstand. De Sturmtiger moest juist optreden in situaties waarin infanterie op korte afstand werd opgehouden door beton, metselwerk of sterk verdedigde posities. Die taak bepaalde zowel de bewapening als de zware voorzijde van het pantser.

Toen de Sturmtiger in 1944 beschikbaar kwam, was de strategische situatie voor Duitsland veranderd. De Wehrmacht verloor op meerdere fronten terrein en had steeds minder mogelijkheden voor geplande aanvallen in steden. Daardoor werd het voertuig vaak anders gebruikt dan waarvoor het oorspronkelijk was ontwikkeld. In plaats van aanvallende infanterie te begeleiden, kwam het vooral terecht in verdedigende gevechten aan het westfront en in Duitsland zelf.

Ontwerp en afmetingen

De Sturmtiger gebruikte het chassis en de ophanging van een late Tiger I. De oorspronkelijke toren en een deel van de bovenbouw werden verwijderd om ruimte te maken voor een vaste, gesloten gevechtsruimte. Deze opbouw stond aan de voorzijde van het voertuig en gaf de Sturmtiger zijn hoekige vorm. De keuze voor een vaste opbouw vereenvoudigde de plaatsing van het grote wapen, maar beperkte de richting waarin snel kon worden gevuurd.

Vergeleken met de Tiger I was de Sturmtiger korter. De totale lengte bedroeg 6,28 meter, terwijl de Tiger I 8,45 meter lang was wanneer het kanon werd meegerekend. Dat verschil kwam vooral doordat de Sturmtiger geen lang naar voren stekend kanon had. Het voertuig was ook iets lager, met een hoogte van 2,85 meter tegenover ongeveer 3 meter voor de Tiger I.

Het gewicht nam door de zware opbouw en bepantsering toe tot ongeveer 68 ton. Een gewone Tiger I woog ongeveer 57 ton. Die toename had gevolgen voor mobiliteit, onderhoud en transport. De motor, aandrijving en onderstelconstructie waren al zwaar belast bij de Tiger I, en de Sturmtiger voegde daar extra massa aan toe. Daardoor was het voertuig vooral geschikt voor korte verplaatsingen binnen vooraf gekozen gevechtsgebieden.

Bepantsering

De bepantsering was afgestemd op gevechten op korte afstand. De schuine voorplaat van de bovenbouw was 150 mm dik en stond onder een hoek van 47 graden. De zijkanten en achterkant van de bovenbouw waren 82 mm dik. De voorkant van de romp had 100 mm pantser, of 150 mm wanneer een extra pantserplaat was aangebracht. Daardoor kreeg het voertuig veel bescherming tegen frontaal vuur.

Ook andere delen van de romp kregen uiteenlopende pantserdikten. De bovenkant van de voorromp had 70 mm pantser, terwijl de onderste voorzijde 62 mm dik was. De vloer was met 28 mm veel dunner, zoals gebruikelijk bij tanks uit deze periode. Het ontwerp legde daarmee de nadruk op bescherming aan de kant waar vijandelijk vuur tijdens de geplande inzet het meest werd verwacht.

Bewapening en munitie

De hoofdbewapening was de 380 mm Raketen-Werfer 61 L/5.4. Dit wapen was een achterlaadbare loop die een korte, raketaangedreven granaat afvuurde. De munitie was ongeveer 1,5 meter lang en kon tot 376 kilogram wegen. Afhankelijk van het type projectiel bevatte de lading springstof of een holle lading voor gebruik tegen versterkingen en gewapend beton.

Het springprojectiel kon een explosieve lading van ongeveer 125 kilogram dragen. Het bereik liep op tot ongeveer 6.000 meter, hoewel voor het gewone springprojectiel ook een bereik van 5.650 meter wordt genoemd. Bij het afvuren werd het projectiel eerst met een normale lading versneld tot ongeveer 45 meter per seconde. Daarna bracht een raketlading van ongeveer 40 kilogram de snelheid op ongeveer 250 meter per seconde.

De holle lading was bedoeld om versterkte doelen te doorboren. Volgens de technische gegevens kon dit type projectiel tot ongeveer 2,5 meter gewapend beton binnendringen. Dat maakte het wapen geschikt voor bunkers, gebouwen en andere harde doelen. Voor open terrein en snel bewegende doelen was het minder geschikt, omdat de munitie groot was, het laden langzaam verliep en de nauwkeurigheid niet was bedoeld voor fijn gericht tankgevecht.

Het wapensysteem vroeg om een aangepaste afvoer van raketgassen. De hete uitlaatgassen mochten niet in de gevechtsruimte komen, maar konden ook niet zonder schade in de loop worden opgesloten. Daarom kreeg de loopmond een ring met ventilatieopeningen. Die openingen voerden de gassen naar buiten en gaven het wapen een herkenbaar uiterlijk. Dit technische detail was noodzakelijk voor veilig gebruik in een gesloten voertuig.

Bemanning en uitrusting

De Sturmtiger had een bemanning van vijf personen. Door het gewicht en de grootte van de munitie moesten meerdere bemanningsleden helpen bij het laden. In het voertuig konden veertien granaten worden meegenomen. Eén daarvan zat in de loop, één kon op de laadgoot liggen en de overige granaten werden in twee opslagrekken geplaatst. De beperkte munitievoorraad paste bij de functie van het voertuig, maar maakte bevoorrading belangrijk.

Aan de achterkant van de bovenbouw was een laadkraan geplaatst. Daarmee konden de zware projectielen via het laadluik in het voertuig worden gebracht. Zonder zo’n hulpmiddel was het verplaatsen van granaten van honderden kilo’s nauwelijks uitvoerbaar. Toch bleef het laden arbeidsintensief, omdat de bemanning in een beperkte ruimte werkte en ieder schot voorbereiding vroeg.

Voor de nabije verdediging had de Sturmtiger aanvullende bewapening. Aan de voorkant bevond zich een 7,92 mm MG 34-machinegeweer. Verder was bij het laadluik een Nahverteidigungswaffe aangebracht, een inrichting voor korteafstandsbescherming tegen vijandelijke infanterie. Deze middelen waren nodig omdat een groot voertuig in stedelijk gebied kwetsbaar bleef voor aanvallen van dichtbij, vooral wanneer het hoofdwapen werd geladen.

Er was ook voorzien dat elke Sturmtiger steun zou krijgen van een munitiedrager op hetzelfde Tiger I-chassis. Zo’n voertuig moest extra projectielen aanvoeren en de inzetduur verlengen. In de praktijk werd slechts één munitiedrager voltooid. Daardoor bleef de logistieke ondersteuning beperkt, terwijl de grote projectielen juist veel ruimte, tijd en transportcapaciteit vroegen.

Operationele inzet

Voor de bediening van de Sturmtiger werden drie Panzer Sturmmörser Kompanien gevormd: 1000, 1001 en 1002. Deze eenheden zouden aanvankelijk veertien voertuigen krijgen, maar dat aantal werd later teruggebracht tot vier per compagnie. Elk onderdeel werd verdeeld in twee pelotons. De kleine aantallen laten zien dat de Sturmtiger geen breed verspreid standaardwapen werd, maar een gespecialiseerd middel voor bijzondere opdrachten.

Panzer Sturmmörser Kompanie 1000 werd op 13 augustus 1944 opgericht. Deze eenheid werd ingezet tijdens de Opstand van Warschau met twee voertuigen. Ook het prototype werd in een afzonderlijke actie gebruikt. De inzet in Warschau sloot het meest aan bij de oorspronkelijke taak, omdat het ging om gevechten in bebouwd gebied en het beschieten van zwaar verdedigde posities.

Panzer Sturmmörser Kompanie 1001 volgde in september 1944 onder kapitein von Gottberg. Kompanie 1002 werd daarna opgericht onder luitenant Zippel. De voertuigen van de compagnieën 1000 en 1001 werden later ingezet tijdens het Ardennenoffensief. Daarbij ging het om in totaal zeven Sturmtigers. In deze fase lag het Duitse optreden niet meer bij lang voorbereide stedelijke aanvallen, maar bij pogingen om verloren initiatief tijdelijk terug te winnen.

Na het Ardennenoffensief werden Sturmtigers vooral gebruikt bij de verdediging van Duitsland en aan het westfront. Tot de inzetgebieden behoorden ook de gevechten in het Reichswald. Hun zware bewapening kon schade aanrichten aan vaste doelen, maar de voertuigen waren traag, schaars en moeilijk te bevoorraden. Bovendien stond de Duitse krijgsmacht in 1945 onder druk door brandstoftekorten, geallieerde luchtmacht en de snelle opmars van vijandelijke grondtroepen.

Bij de strijd rond de brug bij Remagen werden voertuigen van Sturmmörserkompanie 1000 en 1001 ingezet. In totaal ging het om zeven eenheden. De opdracht was onder meer om de brug met de 380 mm mortier te beschieten. De nauwkeurigheid bleek daarvoor onvoldoende, waardoor het wapen niet geschikt was om een smal doel als een brug betrouwbaar te raken.

In beschrijvingen van de gevechten bij Düren en Euskirchen wordt ook melding gemaakt van een Sturmtiger die een groep stilstaande Sherman-tanks trof met een 380 mm projectiel. Volgens die melding werden vrijwel alle betrokken Shermans uitgeschakeld en vielen er doden en gewonden onder de bemanningen. Dit geldt in de beschikbare overlevering als het enige beschreven geval waarin een Sturmtiger in tank-tegen-tankverband wordt genoemd.

Overgebleven voertuigen

Van de Sturmtiger zijn enkele resten en bewaarde onderdelen in museumcollecties opgenomen. Een voertuig met chassisnummer 250174 bevindt zich in het Deutsches Panzermuseum in Munster. Dit exemplaar is afkomstig uit de collectie van de Wehrtechnische Studiensammlung in Koblenz, die het voertuig verkreeg uit de Aberdeen Proving Ground Collection. Het voertuig toont de vaste bovenbouw en de grote 380 mm loop.

Een tweede Sturmtiger met chassisnummer 205543 bevindt zich in het tankmuseum van Kubinka in Rusland. Dit voertuig geldt als buitgemaakt door oprukkende eenheden van het Rode Leger in het Elbegebied in april 1945. Daarnaast is een 380 mm Raketen-Werfer opgenomen in de collectie van The Tank Museum in Engeland. Deze bewaarde stukken maken technisch onderzoek naar het ontwerp mogelijk.

Conclusie

De Sturmtiger was een gespecialiseerd Duits pantservoertuig dat werd ontwikkeld voor infanteriesteun in stedelijke en versterkte gebieden. Het combineerde het zware chassis van de Tiger I met een 380 mm raketaangedreven mortier en dikke frontale bepantsering. Door de late productie, het kleine aantal voertuigen en de verdedigende situatie van Duitsland werd het systeem slechts beperkt ingezet.

De technische opzet maakte de Sturmtiger geschikt voor het beschieten van bunkers en gebouwen, maar minder geschikt voor snel veranderende gevechten. De beperkte munitievoorraad, het zware gewicht en de moeilijke bevoorrading beperkten de praktische waarde. Binnen de militaire geschiedenis blijft het voertuig vooral relevant als voorbeeld van Duitse pogingen om zware vuursteun voor korte afstand te combineren met tankbepantsering.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: Unknown member of US Army, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Chamberlain, Peter; Doyle, Hilary L.; Jentz, Thomas L. (technical editor) (1993). Encyclopedia of German Tanks of World War Two: A Complete Illustrated Directory of German Battle Tanks, Armoured Cars, Self-propelled Guns, and Semi-tracked Vehicles, 1933–1945. London: Arms and Armour Press. ISBN 1-85409-214-6.
  3. Jentz, Thomas L. (1999). Panzer Tracts No. 8: Sturmgeschütz – s.Pak to Sturmmoerser. Darlington: Darlington Productions, Inc. ISBN 1-892848-04-X.
  4. Livesey, Jack (2007). Armoured Fighting Vehicles of World Wars I and II. London: Southwater. ISBN 978-1-84476-370-2.
  5. Trojca, Waldemar; Jaugitz, Markus (2008). Sturmtiger and Sturmpanzer in Combat. Katowice: Model Hobby. ISBN 978-83-60041-29-1.
  6. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946.