Paul Heinrich Maischein was een Duitse SS-Rottenführer die tijdens de Tweede Wereldoorlog dienstdeed in Auschwitz, Moringen, Mittelbau-Dora en Rottleberode. In de laatste twee kampen werkte hij als SS-saniteitsmedewerker. In april 1945 begeleidde hij gevangenen tijdens de ontruiming van Rottleberode. Een Amerikaans militair gerecht veroordeelde hem in 1947 tot vijf jaar gevangenisstraf.
Vroege leven en opleiding
Paul Heinrich Maischein werd op 6 juni 1912 geboren in Lampertheim, in het zuiden van de huidige Duitse deelstaat Hessen. Zijn jeugd viel grotendeels samen met de laatste jaren van het Duitse Keizerrijk en de periode van de Weimarrepubliek. Toen de Eerste Wereldoorlog eindigde, was hij zes jaar oud. Van deelname aan die oorlog kon daarom geen sprake zijn.
Over zijn ouders, thuissituatie en schooltijd bevatten de bekende biografische gegevens geen nadere informatie. Ook een beroepsopleiding, diploma of medische scholing is niet gedocumenteerd. Vaststaat alleen dat Maischein vóór zijn toetreding tot de SS als machinearbeider werkte. Die beroepsvermelding is relevant, omdat latere aanduidingen als saniteitsmedewerker niet mogen worden gelijkgesteld met een opleiding tot arts of verpleegkundige.
De beschikbare gegevens noemen evenmin een jeugdorganisatie, politieke partij of andere instelling waarbij Maischein vóór 1939 aangesloten zou zijn geweest. Daardoor kan zijn ontwikkeling naar dienst binnen de SS niet stap voor stap worden gereconstrueerd. Zijn burgerberoep en zijn geboortegegevens vormen de enige vastgelegde onderdelen van zijn leven vóór de oorlog. Het eerstvolgende gedocumenteerde moment is zijn aansluiting bij de Waffen-SS in 1939.
Interbellum: arbeidsleven en toetreding tot de Waffen-SS
Tijdens het interbellum bereikte Maischein de volwassen leeftijd en werkte hij als machinearbeider. De geraadpleegde biografische gegevens noemen geen werkgever, werkplaats of precieze technische taak. Ook de duur van zijn werkzaamheden in dit beroep is niet vastgelegd. De aanduiding machinearbeider maakt daarom alleen duidelijk dat hij vóór zijn SS-loopbaan industrieel handwerk verrichtte, zonder verdere gegevens over zijn positie of vakbekwaamheid.
Vanaf 1939 behoorde Maischein tot de Waffen-SS, maar een exacte datum van toetreding is niet overgeleverd. Evenmin is gedocumenteerd bij welk onderdeel hij aanvankelijk werd ingedeeld of welke opleiding hij binnen de organisatie volgde. De bekende gegevens vermelden niet of hij zich vrijwillig meldde of langs een andere weg werd opgenomen. Zijn latere plaatsingen tonen wel dat zijn dienst zich vanaf 1940 binnen het concentratiekampstelsel afspeelde.
De vermelding van de Waffen-SS moet worden onderscheiden van zijn latere functies bij kampstaven. De Waffen-SS bestond uit bewapende SS-eenheden, terwijl de bewaking en het bestuur van concentratiekampen eigen organisatorische onderdelen kenden. Personeel kon echter tussen SS-formaties en kampdiensten worden overgeplaatst. Bij Maischein is zo’n overgang zichtbaar in zijn overplaatsing naar de wachcompagnie van Auschwitz, kort na de oprichting van dat kamp.
Deelname aan de Tweede Wereldoorlog
Dienst in Auschwitz
Na de inrichting van concentratiekamp Auschwitz in juni 1940 werd Maischein naar de daar aanwezige wachcompagnie overgeplaatst. Auschwitz lag bij het door Duitsland bezette Poolse Oświęcim en ontving op 14 juni 1940 het eerste grote transport Poolse gevangenen. De wachcompagnie maakte deel uit van het SS-apparaat dat het kamp bewaakte en de opsluiting van gevangenen afdwong. Over de exacte datum van Maischeins aankomst is geen nadere informatie gepubliceerd.
Tot de algemene taken van een kampwachcompagnie behoorden de buitenbewaking, het begeleiden van gevangenen en de beveiliging van arbeidscommando’s. De beschikbare persoonsgegevens vermelden niet welke posten Maischein zelf bezette of aan welke afzonderlijke handelingen hij deelnam. Daarom kunnen de algemene taken van zijn eenheid niet zonder meer als persoonlijke daden aan hem worden toegeschreven. Zijn plaatsing toont wel dat hij als SS-lid deel uitmaakte van de personele organisatie van Auschwitz.
Overplaatsing naar Moringen
In het najaar van 1941 werd Maischein vanuit Auschwitz voor dienst naar het jeugdconcentratiekamp Moringen gestuurd. Dit kamp was in juni 1940 ingericht voor mannelijke jongeren en jongvolwassenen die volgens nationaalsocialistische maatstaven als afwijkend, ongehoorzaam of zogenaamd asociaal werden beschouwd. De gevangenen werden ingedeeld volgens racistische en biologisch-deterministische categorieën. Zij stonden onder streng toezicht en moesten onder gebrekkige leefomstandigheden dwangarbeid verrichten.
De bronnen geven voor Maischein in Moringen geen afzonderlijke functie, rangwijziging of concrete taak aan. Hij kan daar daarom niet op grond van zijn latere werk automatisch als saniteitsmedewerker worden aangeduid. Vaststaat uitsluitend dat hij er vanaf het najaar van 1941 voor dienst was geplaatst. Uiterlijk in januari 1944 eindigde deze plaatsing, omdat hij vanaf die maand in het kamp Dora binnen het latere complex Mittelbau-Dora werkte.
Moringen verschilde in doelgroep en bestuur van Auschwitz, maar maakte eveneens deel uit van het nationaalsocialistische stelsel van vrijheidsberoving en dwangarbeid. Ongeveer 1.500 mannelijke jongeren verbleven er tussen 1940 en de opheffing van het kamp in april 1945. Minstens tientallen gevangenen overleden door leefomstandigheden, ziekte, geweld of de gevolgen van hun gevangenschap. Maischeins verblijf bij de kampstaf viel in de periode waarin dit systeem verder werd uitgebreid.
Saniteitsdienst in Mittelbau-Dora
Van januari tot en met december 1944 was Maischein als SS-Sanitätsdienstgrad in Dora werkzaam. Dora was in augustus 1943 ontstaan als buitenkamp van Buchenwald en werd in oktober 1944 de kern van het zelfstandige concentratiekamp Mittelbau. De benaming Mittelbau-Dora omvat zowel het hoofdkamp als het later opgebouwde netwerk van buitenkampen rond Nordhausen. Maischeins dienst begon dus voordat Mittelbau bestuurlijk van Buchenwald werd losgemaakt.
Gevangenen moesten in en rond de Kohnstein tunnels uitbreiden en ondergrondse productie voor Duitse bewapeningsprojecten uitvoeren. In het complex werden onder meer onderdelen van de V1 en V2 vervaardigd, terwijl voedsel, hygiëne, huisvesting en medische verzorging ontoereikend waren. In totaal kwamen ongeveer 60.000 mensen in het Mittelbau-complex terecht en ongeveer 20.000 van hen overleden. Tegen deze achtergrond werkte Maischein in de ziekenafdeling van Dora.
De Duitse aanduiding SS-Sanitätsdienstgrad verwees naar een functionaris van de medische kampdienst. Zo’n functie betekende niet automatisch dat de betrokkene arts was of een volwaardige verpleegkundige opleiding had gevolgd. Voor Maischein is geen medische bevoegdheid gedocumenteerd, terwijl zijn eerdere beroep als machinearbeider bekend is. Zijn werk in de ziekenafdeling bracht hem wel rechtstreeks binnen de door de SS beheerste registratie en verzorging van zieke en gewonde gevangenen.
Werk in het buitenkamp Rottleberode
Na zijn dienst in Dora werd Maischein van januari 1945 tot begin april 1945 in dezelfde medische functie geplaatst in Rottleberode. Dit buitenkamp was op 13 maart 1944 geopend en droeg binnen de SS-administratie de codenaam Heinrich. Op 1 november 1944 waren er 846 mannelijke gevangenen geregistreerd. Zij werden vooral ingezet voor het ondergrondse verplaatsingsproject A 5 in de grot Heimkehle en voor werkzaamheden ten behoeve van de Junkers-fabrieken.
De gevangenen bouwden de grot om tot productieruimte en monteerden er onderdelen voor de Junkers Ju 88 en Ju 188. Hun onderkomen bevond zich in een voormalige porseleinfabriek op enkele kilometers van de werkplek. Tijdens de winter van 1944 op 1945 verslechterden de leefomstandigheden en bleef de medische verzorging ontoereikend. Gedurende het bestaan van Rottleberode overleden ongeveer 150 gevangenen door ziekte, uitputting, geweld en de gevolgen van de omstandigheden.
Amerikaanse processtukken omschreven Maischein als medisch assistent in Rottleberode en als medewerker van de ziekenafdeling in Dora. Een bewaard gebleven overlijdensmelding van 24 maart 1945 vermeldt dat hij bij de dood van de Poolse gevangene Jan Kenner een schedelfractuur door een ongeval noteerde. Deze registratie is een concreet voorbeeld van zijn administratieve betrokkenheid bij sterfgevallen in het kamp. Het document stelt op zichzelf niet vast wie het letsel veroorzaakte of onder welke omstandigheden het ontstond.
Ontruiming en mars richting Gardelegen
In de nacht van 4 op 5 april 1945 ontruimde de SS de buitenkampen Rottleberode en Stempeda wegens de naderende Amerikaanse troepen. Ongeveer 1.500 gevangenen werden per trein en te voet weggevoerd en over verschillende groepen verdeeld. Maischein begeleidde een groep gevangenen uit Rottleberode tijdens de tocht tot in de omgeving van Gardelegen. Daarmee bleef hij ook tijdens de laatste fase van het kampbestaan bij een bewaakte evacuatie betrokken.
Bij Gardelegen kwamen gevangenen uit verschillende ontruimingstransporten samen. Op 13 april 1945 werden meer dan duizend van hen in de Isenschnibber-veldschuur opgesloten en vermoord door leden van de SS, de Wehrmacht, de nationaalsocialistische partijorganisatie en plaatselijke helpers. De biografische gegevens over Maischein vermelden alleen zijn begeleiding van de tocht tot nabij Gardelegen. Zij leggen niet vast dat hij bij de moord in de veldschuur aanwezig was of eraan deelnam.
Na de oorlog
Na de Duitse capitulatie werd Maischein door de geallieerden geïnterneerd. Hij behoorde vervolgens tot de negentien beklaagden in United States of America v. Kurt Andrae et al., zaaknummer 000-50-37. Deze procedure staat ook bekend als het Dachauer Dora-proces of het hoofdproces over Nordhausen. De zittingen begonnen op 7 augustus 1947 op het terrein van het voormalige concentratiekamp Dachau.
De algemene aanklacht betrof schendingen van de wetten en gebruiken van de oorlog binnen Mittelbau-Dora en de bijbehorende buitenkampen. Volgens de aanklagers hadden de beklaagden gezamenlijk deelgenomen aan een kampstelsel waarin gevangenen werden uitgehongerd, mishandeld, gemarteld en gedood. Alle negentien beklaagden verklaarden zich niet schuldig. Het gerecht beoordeelde zowel hun positie binnen de organisatie als het bewijsmateriaal over afzonderlijke gedragingen.
Op 30 december 1947 legde het Amerikaanse militaire gerecht de straffen op. Vijftien beklaagden werden veroordeeld en vier werden vrijgesproken; één veroordeelde kreeg de doodstraf en de anderen gevangenisstraffen. Maischein werd schuldig bevonden en kreeg vijf jaar gevangenisstraf, dezelfde strafduur als Walter Ulbricht uit Rottleberode. In de procesdocumentatie werd Maischein aangeduid als SS-Rottenführer, medewerker van de ziekenafdeling in Dora en medisch assistent in Rottleberode.
Na het vonnis werd Maischein opgesloten in War Criminal Prison No. 1 in Landsberg am Lech. Zijn straf bleef bij de latere beoordeling van het vonnis in stand. Hij kwam in oktober 1951 vrij en vestigde zich daarna in Baden-Württemberg. De bewaard gebleven korte levensbeschrijvingen noemen geen exacte woonplaats, beroep of maatschappelijke functie uit deze periode.
Tijdens het onderzoek rond de Frankfurter Auschwitz-processen werd Maischein over zijn verleden ondervraagd. Hij verklaarde toen dat hij niet met het kamp in aanraking was gekomen. Die verklaring strookt niet met de documentatie over zijn overplaatsing naar de wachcompagnie van Auschwitz in 1940. Er is geen latere strafrechtelijke veroordeling van hem in verband met Auschwitz gedocumenteerd.
Maischein overleed op 26 september 1988 in zijn geboorteplaats Lampertheim. Zijn overlijden werd opgenomen in het plaatselijke overlijdensregister onder nummer 229 van 1988. De plaats van overlijden maakt niet duidelijk of hij toen ook permanent in Lampertheim woonde. Over de laatste jaren van zijn leven bevatten de geraadpleegde biografische gegevens geen verdere bijzonderheden.
Militaire Rangen
De enige voor Maischein gedocumenteerde SS-rang is SS-Rottenführer. Dit was een lagere rang binnen de SS en werd in Amerikaanse processtukken weergegeven als corporal, vergelijkbaar met korporaal. De aanduiding geeft zijn plaats in de rangorde weer, maar zegt niet welke dagelijkse taken hij op iedere standplaats uitvoerde. Er is geen bevordering tot een hogere SS-rang vastgelegd.
SS-Sanitätsdienstgrad was geen afzonderlijke militaire rang, maar een functie binnen de medische dienst van de SS. In Dora werkte Maischein in de ziekenafdeling en in Rottleberode trad hij op als medisch assistent. Door het ontbreken van een gedocumenteerde medische opleiding kan hij niet als arts worden aangeduid. Rang en functie moeten daarom gescheiden blijven: hij was SS-Rottenführer en vervulde vanaf januari 1944 medische kamptaken.
Conclusie
Paul Heinrich Maischein was een machinearbeider die in 1939 tot de Waffen-SS toetrad en vervolgens op meerdere plaatsen binnen het concentratiekampstelsel diende. Zijn gedocumenteerde loopbaan voerde via de wachcompagnie van Auschwitz en het jeugdconcentratiekamp Moringen naar de medische kampdienst van Dora en Rottleberode. In april 1945 begeleidde hij een ontruimingstocht richting Gardelegen. Zijn naoorlogse veroordeling hield verband met zijn aandeel in het functioneren van Mittelbau-Dora en zijn buitenkampen.
De beschikbare gegevens leggen zijn standplaatsen, rang, medische functie, berechting en straf vast, maar geven slechts beperkt inzicht in afzonderlijke handelingen. Daarom moeten algemene werkzaamheden van kampbewakers of saniteitspersoneel niet automatisch als persoonlijk bewezen daden worden voorgesteld. Vaststaat dat een Amerikaans militair gerecht hem in 1947 schuldig bevond en tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeelde. Na zijn vrijlating leefde hij in West-Duitsland en overleed hij in 1988 in Lampertheim.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: unknown soldier or employee of the U.S. Army Signal Corps, Public domain, via Wikimedia Commons
- Klee, Ernst (2013). Auschwitz. Täter, Gehilfen, Opfer und was aus ihnen wurde. Ein Personenlexikon. Frankfurt am Main: S. Fischer. ISBN 978-3-10-039333-3.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946










