Home Holocaust Concentratiekamp Mittelbau-Dora en raketproductie

Concentratiekamp Mittelbau-Dora en raketproductie

Amerikaanse soldaten laten burgers uit Nordhausen lichamen van gevangenen uit concentratiekamp Mittelbau-Dora begraven in massagraven, 1945.
Onder toezicht van Amerikaanse soldaten begraven burgers uit Nordhausen de lichamen van gevangenen van concentratiekamp Mittelbau-Dora in 1945.

Concentratiekamp Mittelbau-Dora (ook concentratiekamp Mittelbau genoemd).was een nazi-concentratiekamp bij Nordhausen in Thüringen. Het ontstond in augustus 1943 als buitenkamp van Buchenwald en werd in 1944 zelfstandig. Gevangenen uit bezet Europa moesten er tunnels uitbouwen en V-1- en V-2-wapens produceren. Meer dan 20.000 van ongeveer 60.000 gevangenen overleefden het kampcomplex niet.

Locatie en soort en doel van dit concentratiekamp

Ligging en ontstaan

Mittelbau-Dora lag bij Nordhausen in de Duitse deelstaat Thüringen, aan de Kohnstein in de zuidelijke Harz. Het kamp begon op 28 augustus 1943 als Arbeitslager Dora, een buitenkamp van Buchenwald. De keuze voor deze plek hing samen met de bestaande tunnelinstallaties in de berg, die sinds 1936 waren aangelegd voor een ondergronds brandstofdepot van de Wehrmacht. Na het geallieerde bombardement op Peenemünde in augustus 1943 besloot de nationaalsocialistische leiding de productie van raketten naar beter afgeschermde locaties te verplaatsen.

Soort kamp

Mittelbau-Dora was een concentratiekamp dat vanaf het begin nauw verbonden was met de oorlogsindustrie. Anders dan vroege concentratiekampen, waar opsluiting en terreur op zichzelf al een doel vormden, draaide dit kamp vooral om het inzetten van gevangenen voor bouw, mijnwerk en wapenproductie. In de zomer van 1944 groeide Dora uit tot een zelfstandig concentratiekamp met een netwerk van buitenkampen. Het kamp werd daardoor niet alleen een plaats van gevangenschap, maar ook het bestuurlijke centrum van een groter dwangarbeidscomplex in de regio Nordhausen.

Doel van het kampcomplex

Het doel van Mittelbau-Dora was tweeledig. Eerst moesten gevangenen de tunnels in de Kohnstein uitbreiden en ombouwen tot een ondergrondse fabriek. Vervolgens werden zij ingezet voor de assemblage van de A4-raket, later vooral bekend als de V-2, en voor de productie van de V-1. Daarnaast leverde het kamp arbeidskrachten voor spoorlijnen, bovengrondse bouwprojecten, olie-installaties en ondergrondse vliegtuigproductie. Tegen het voorjaar van 1945 telde het systeem rond de veertig kampen, met grote buitenkampen als Ellrich, Harzungen en Rottleberode.

Concentratiekamp personeel

SS-leiding en commandanten

De dagelijkse leiding van het kamp lag bij de SS. Otto Förschner was gedurende het grootste deel van de bestaansperiode commandant van Dora en later van Mittelbau. Op 1 februari 1945 werd hij vervangen door Richard Baer, die met personeel uit Auschwitz naar Nordhausen kwam. Onder Baer verscherpte het geweld in de laatste oorlogsmaanden. Franz Hössler werd toen Schutzhaftlagerführer van het kamp, terwijl Eduard Wirths als Standortarzt optrad. De bewaking bestond uit SS-personeel uit Buchenwald en later in groeiende mate uit overgeplaatste bewakers uit Auschwitz.

Administratie, arbeid en bewaking

Binnen het kamp werkte een uitgebreid apparaat van bewakers, artsen, administrateurs en arbeidsinzetfunctionarissen. Max Sell leidde in 1945 de Arbeitseinsatz-Dienststelle, die de inzet van gevangenen over de werkcommando’s verdeelde. Hans Schurz stond aan het hoofd van de Politische Abteilung, de lokale kamp-Gestapo. Josef Kollmer voerde eerder het bevel over het SS-wachtbataljon. Daarnaast dwong de SS gevangenen tot functies als blokoudste, kampoudste, verpleger of schrijver. Deze functies boden slechts beperkte handelingsruimte en bleven onder volledige SS-controle.

Industriële en technische leiding

Naast de kamp-SS stond een industriële leiding die de productie organiseerde. Mittelwerk GmbH werd opgericht om de ondergrondse raketfabriek te beheren. Bij de opzet en het toezicht speelden Hans Kammler, Albert Speer en Karl Saur een grote rol. Albin Sawatzki leidde de fabriek in operationele zin, terwijl Helmut Bischoff de beveiliging van het project bewaakte. Ook technici en ingenieurs van het raketprogramma, onder wie Wernher von Braun, Walter Dornberger en Arthur Rudolph, waren bij de productie betrokken. Hun werk was direct afhankelijk van gevangenenarbeid uit het kampcomplex.

Gevangenen en slachtoffers

Herkomst van de gevangenen

De gevangenen van Mittelbau-Dora kwamen uit vrijwel alle delen van bezet Europa. In de eerste fase bestond een groot deel uit Sovjetburgers, Polen en Fransen, vaak gearresteerd als politieke gevangenen, verzetsmensen of dwangarbeiders. Later kwamen ook gevangenen uit andere kampen naar Dora, onder meer uit Peenemünde, Wiener Neustadt, Auschwitz en Gross-Rosen. Na mei 1944 arriveerden ook Joodse gevangenen in grotere aantallen. Tussen april en augustus 1944 werden bovendien veel Sinti en Roma vanuit Auschwitz-Birkenau naar Mittelbau overgebracht.

Aantallen en sterfte

Tussen augustus 1943 en maart 1945 passeerden ongeveer 60.000 gevangenen het kampcomplex Mittelbau-Dora. Het exacte aantal doden is niet volledig vast te stellen, omdat registraties onvolledig waren en transporten vaak slecht werden gedocumenteerd. Conservatieve schattingen gaan uit van meer dan 20.000 doden. Dat betekent dat ongeveer een derde van alle gevangenen niet overleefde. Alleen al in de eerste maanden, van oktober 1943 tot maart 1944, stierven in Dora bijna 2.900 mensen, terwijl nog eens duizenden ernstig zieken naar andere kampen werden afgevoerd, waar velen alsnog omkwamen.

Laatste oorlogsmaanden

In de laatste oorlogsmaanden veranderde de samenstelling van de gevangenenpopulatie opnieuw. Vanaf het einde van 1944 en vooral begin 1945 bereikten duizenden evacuatietransporten uit Auschwitz en Gross-Rosen het kampcomplex. Daaronder bevonden zich ook vrouwen, kinderen en veel zwaar verzwakte Joodse gevangenen. De overbevolking nam daardoor snel toe. In maart 1945 zaten meer dan 40.000 mensen in ongeveer veertig kampen van het Mittelbau-systeem. Vooral zieken en uitgeputte gevangenen werden geconcentreerd in de Boelcke-Kaserne bij Nordhausen, waar grote aantallen gevangenen stierven.

Doodsoorzaken

Honger, uitputting en tunnelomstandigheden

De belangrijkste doodsoorzaken in Mittelbau-Dora lagen in de combinatie van honger, uitputting en de omstandigheden in de tunnels. In de eerste maanden leefden veel gevangenen ondergronds, zonder behoorlijke slaapruimte, sanitair of bescherming tegen kou en vocht. Er waren slechts tonnen als latrines en de lucht in de tunnels was slecht. Tegelijk moesten gevangenen zeer lange werkdagen maken, soms tot ongeveer veertien uur, vaak met zwaar sjouw- en graafwerk. Wie door ondervoeding of uitputting niet meer kon werken, verloor meestal ook de beperkte kans op medische hulp of rust.

Ziekten en medische verwaarlozing

Ziekten verspreidden zich snel door de combinatie van ondervoeding, overbevolking en slechte hygiëne. Tuberculose, longontsteking en tyfus kwamen veel voor. De ziekenbarakken boden slechts beperkte opvang en waren geen plaats van herstel. Gevangenen werden alleen behandeld als de SS verwachtte dat zij snel weer inzetbaar zouden zijn. In de praktijk stierven velen aan ziekte, verzwakking en gebrek aan verzorging. Medische afdelingen dienden daarom vooral om de arbeidskracht te bewaken, niet om de gezondheid van gevangenen te beschermen.

Geweld, executies en transporten

Naast ziekte en uitputting eiste direct geweld veel slachtoffers. Mishandeling, willekeurige slagen en standrechtelijke executies hoorden bij het dagelijks kampbestaan. Volgens de bekende cijfers werden ongeveer 350 gevangenen opgehangen, onder wie circa 200 wegens vermeende sabotage. In februari en maart 1945 liep het aantal executies verder op. Ook transporten en dodenmarsen kostten vele levens. Gevangenen die tijdens de ontruiming van begin april 1945 niet meer konden meelopen, werden vaak ter plekke doodgeschoten. Bij het bloedbad van Gardelegen werden bovendien meer dan duizend gevangenen uit Mittelbau- en Neuengamme-transporten vermoord.

Bombardement en sterven in de Boelcke-Kaserne

Een bijzondere doodsoorzaak in de laatste fase was het geallieerde bombardement op Nordhausen van 3 en 4 april 1945. De Boelcke-Kaserne, waar de SS duizenden zieke en stervende gevangenen had samengebracht, werd zwaar getroffen. Daarbij kwamen naar schatting 1.300 tot 1.500 Mittelbau-gevangenen om. Tegelijk maakte de kazerne zichtbaar hoe ver het kampcomplex was ontwricht. De ruimte diende als overloopkamp voor mensen die al nauwelijks meer konden lopen of werken. Veel anderen stierven daar zonder bombardement al aan ziekte, honger en totale uitputting.

Vonden er medische experimenten of dwamngarbeid plaats?

Dwangarbeid als kern van het kamp

Dwangarbeid stond centraal in Mittelbau-Dora. Gevangenen werden eerst ingezet voor het uitbreken van tunnels, het aanleggen van spoorverbindingen en het transport van materiaal. Vanaf begin 1944 moesten steeds meer gevangenen aan lopende banden en in werkhallen onderdelen voor V-2-raketten en V-1-vliegende bommen monteren. Daarnaast werden zij gebruikt voor andere militaire projecten in de Harz, zoals ondergrondse fabrieken voor vliegtuigen en installaties voor de brandstofindustrie. Het kamp was dus niet alleen een plaats van opsluiting, maar een arbeidsreservoir voor de Duitse oorlogsindustrie.

Arbeid, selectie en vervanging

De SS en de betrokken industrie beschouwden gevangenen vooral als vervangbare arbeidskrachten. Wie technisch geschoold was, kon op assemblagelijnen worden geplaatst, terwijl anderen zware bouw- en graafarbeid verrichtten. Naarmate gevangenen verzwakten, volgde vaak overplaatsing naar zwaardere commando’s, naar ziekenbarakken of naar buitenkampen met nog slechtere omstandigheden. Dit selectiesysteem zorgde ervoor dat de zwaksten steeds sneller uitvielen. In de laatste maanden werden bovendien grote aantallen zieken uit andere kampen naar Mittelbau gebracht, terwijl de productie van raketten nog doorging.

Medische zorg in dienst van de productie

In Mittelbau-Dora bestond wel een medische infrastructuur, maar die was hoofdzakelijk gericht op selectie, isolatie en het zo lang mogelijk inzetbaar houden van de arbeidskracht. De ziekenafdeling werd uitgebreid toen besmettelijke ziekten de raketproductie begonnen te bedreigen. SS-artsen en verplegers hielden toezicht, maar veel dagelijkse zorg werd uitgevoerd door gevangenenartsen en gevangenenverplegers. Diagnostiek, zoals röntgenonderzoek en sputumcontrole bij tuberculose, werd mede gebruikt om gevangenen af te zonderen of uit te selecteren. Ernstig zieken werden vaak doorgestuurd naar andere kampen of naar de Boelcke-Kaserne, waar de overlevingskans minimaal was.

Medische experimenten

In de geschiedschrijving over Mittelbau-Dora ligt het accent niet op een afzonderlijk en omvangrijk programma van medische experimenten, maar op minimale behandeling, medische selectie en verwaarlozing binnen een systeem van dwangarbeid. Dat neemt niet weg dat medische handelingen in het kamp vaak onderdeel waren van onderdrukking. Onderzoek, isolatie en opname in de ziekenbarakken stonden in de eerste plaats in dienst van orde, productie en afvoer van wie niet meer kon werken. Voor gevangenen betekende dat meestal geen bescherming, maar een andere fase van hetzelfde geweldssysteem.

Bevrijding

Ontruiming van het kampcomplex

Begin april 1945 naderden Amerikaanse troepen het Harzgebied. De SS besloot daarop het grootste deel van het kampcomplex haastig te ontruimen. Gevangenen werden in goederenwagons geperst of te voet afgevoerd richting Bergen-Belsen, Sachsenhausen, Ravensbrück en andere locaties. Deze ontruiming verliep met veel geweld. Zieken en uitgeputten werden geslagen of doodgeschoten wanneer zij niet konden volgen. Een deel van de gevangenen uit Mittelbau kwam terecht in de transporten die later bij Gardelegen eindigden in een massamoord in een schuur.

11 april 1945

Toen Amerikaanse eenheden Nordhausen op 11 april 1945 bereikten, vonden zij in Dora en de Boelcke-Kaserne nog slechts een beperkt aantal overlevenden. De meeste gevangenen waren al weggevoerd. Wel troffen de troepen honderden zieke, gewonde of stervende mensen aan, naast grote aantallen lijken. In de Boelcke-Kaserne lagen ongeveer 1.300 doden. Amerikaanse oorlogscorrespondenten maakten foto’s en filmbeelden van deze situatie. Die opnamen werden kort na de bevrijding internationaal verspreid en behoren sindsdien tot de bekendste visuele documenten over nationaalsocialistische kampmisdaden.

Na de bevrijding

De bevrijding betekende niet dat het lijden direct eindigde. Veel overlevenden waren te zwak om te herstellen en overleden alsnog in de dagen of weken daarna. Amerikaanse instanties en later de UNRRA richtten het terrein van Dora en Harzungen in als opvang voor ontheemden. In mei 1945 verbleven daar ongeveer 14.000 mensen, onder wie voormalige dwangarbeiders, krijgsgevangenen en bevrijde kampgevangenen. Voor West-Europeanen verliep terugkeer vaak sneller, terwijl veel Oost-Europeanen langer moesten wachten en na terugkeer soms opnieuw onder verdenking kwamen te staan.

Berechting

Het Dora-proces

De belangrijkste naoorlogse zaak over Mittelbau-Dora was het Dora-proces in Dachau in 1947. Hans Möser kreeg de doodstraf en werd in 1948 opgehangen. Erhard Brauny, Otto Brinkmann, Emil Bühring, Rudolf Jacobi, Josef Kilian, Georg König en Wilhelm Simon kregen levenslang. Willi Zwiener kreeg 25 jaar gevangenisstraf. Arthur Kurt Andräe en Richard Walenta kregen 20 jaar. Oskar Helbig kreeg 20 jaar, later verlaagd naar 10 jaar. Heinrich Detmers kreeg 7 jaar. Walter Ernst Ulbricht en Paul H. Maischein kregen elk 5 jaar. Josef Fuchsloch, Kurt Heinrich, Georg Rickhey en Heinrich Schmidt werden vrijgesproken.

Nevenzaken en andere veroordelingen

Tijdens en na het Dora-proces liepen ook nevenzaken tegen lager geplaatst personeel. Albert Mueller kreeg 25 jaar, later verlaagd naar 10 jaar. Georg Finkenzeller kreeg 2 jaar. Philipp Klein kreeg 4 jaar. Stefan Palko kreeg 25 jaar, later verlaagd naar 15 jaar. Michail Grebinski werd vrijgesproken. Eerder waren in het Belsen-proces al enkele Mittelbau-functionarissen veroordeeld. Franz Hössler, Franz Stofel en Wilhelm Dörr kregen de doodstraf en werden op 13 december 1945 geëxecuteerd. Josef Kollmer, voormalig commandant van het SS-wachtbataljon van Dora, werd in Polen veroordeeld en op 28 januari 1948 geëxecuteerd.

Latere zaken

Niet alle zaken werden direct na 1945 afgerond. Otto Förschner, de voormalige commandant van Dora, werd in mei 1946 door de Amerikanen geëxecuteerd na een andere zaak over misdrijven in Dachau-buitenkampen. In de zogenoemde Essen-Dora-zaak werden Erwin Busta en Ernst Sander op 8 mei 1970 veroordeeld tot respectievelijk acht en een half en zeven en een half jaar gevangenisstraf. Helmut Bischoff stond in deze zaak eveneens terecht, maar zijn procedure werd wegens zijn gezondheid opgeschort en leidde niet tot een eindvonnis.

Verdachten die aan een eindvonnis ontkwamen

Een deel van de verantwoordelijken ontkwam aan een volledige berechting. Richard Baer, van februari tot april 1945 commandant van Mittelbau, leefde na de oorlog onder de schuilnaam Karl Neumann. Hij werd pas in december 1960 gearresteerd, maar stierf in 1963 in voorlopige hechtenis voordat een proces tegen hem kon beginnen. Hans Kammler, die vanuit de SS een centrale rol speelde in de bouw- en productieorganisatie rond Mittelbau, verdween in mei 1945 en verscheen nooit voor een rechter. Ook andere industriële betrokkenen werden niet of pas veel later juridisch aangesproken.

Conclusie

Mittelbau-Dora was een concentratiekamp waarin gevangenschap, dwangarbeid en oorlogsproductie volledig met elkaar waren verweven. Het kamp ontstond uit de verplaatsing van de Duitse raketproductie naar de Kohnstein en groeide uit tot een uitgebreid netwerk van buitenkampen rond Nordhausen. De sterfte werd vooral veroorzaakt door honger, ziekte, uitputting, mishandeling, executies en de dodenmarsen van 1945. De naoorlogse berechting leidde tot een aantal doodstraffen en gevangenisstraffen, maar niet alle verantwoordelijken werden veroordeeld. Daardoor bleef de juridische afwikkeling van Mittelbau-Dora onvolledig, ondanks de omvang van de misdrijven. Op het voormalige kampterrein bevindt zich tegenwoordig een gedenkplaats en museum.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: United States Holocaust Memorial Museum #83927, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Béon, Yves (1997). Planet Dora: A Memoir of the Holocaust and the Birth of the Space Age. Boulder: Westview Press. ISBN 0-8133-3272-9.
  3. Collier, Basil (1976). The Battle of the V-Weapons, 1944–1945. Yorkshire: The Emfield Press. ISBN 0-7057-0070-4.
  4. Hunt, Linda (1991). Secret Agenda: The United States Government, Nazi Scientists, and Project Paperclip, 1945 to 1990. New York: St. Martin’s Press. ISBN 0-312-05510-2.
  5. Kiosze, Philipp; Steger, Florian (2020). The Everyday Life of Patients With Tuberculosis in the Concentration Camp of Mittelbau-Dora (1943–1945). Frontiers in Medicine, 7. DOI 10.3389/fmed.2020.526839.
  6. Knoch, Habbo, red. (2010). Bergen-Belsen: Historical Site and Memorial. Stiftung niedersächsische Gedenkstätten. ISBN 978-3-9811617-9-3.
  7. Neufeld, Michael J. (1995). The Rocket and the Reich: Peenemünde and the Coming of the Ballistic Missile Era. New York: The Free Press. ISBN 978-0-02-922895-1.
  8. Schafft, Gretchen E.; Zeidler, Gerhard (2011). Commemorating Hell: The Public Memory of Mittelbau-Dora. Urbana: University of Illinois Press. ISBN 978-0-252-03593-7.
  9. Sellier, André (2003). A History of the Dora Camp: The Untold Story of the Nazi Slave Labor Camp That Secretly Manufactured V-2 Rockets. Chicago: Ivan R. Dee. ISBN 978-1-56663-511-0.
  10. Tooze, Adam (2006). The Wages of Destruction: The Making and Breaking of the Nazi Economy. London: Penguin. ISBN 978-0-14-100348-1.
  11. Wagner, Jens-Christian (2001). Produktion des Todes: Das KZ Mittelbau-Dora. Göttingen: Wallstein. ISBN 978-3-89244-439-8.
  12. Wagner, Jens-Christian; Grützbauch, Johanna; Heubaum, Regine (2011). Mittelbau-Dora Concentration Camp 1943–1945: Companion Volume to the Permanent Exhibition at the Mittelbau-Dora Concentration Camp Memorial. Göttingen: Wallstein. ISBN 978-3-8353-1026-1.
  13. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946