
De Torpedo Mark 28 was een Amerikaanse elektrische torpedo van 533 millimeter met passieve akoestische zelfsturing. De Amerikaanse marine ontwikkelde dit wapen tijdens de Tweede Wereldoorlog voor onderzeeboten die Japanse escorteschepen moesten aanvallen. In de oorlog op de Stille Oceaan werd de Mk 28 beperkt ingezet, maar zij was een stap naar akoestisch geleide zware torpedo’s.
Ontwikkeling van de torpedo
De ontwikkeling van de Mark 28 kwam voort uit eerder Amerikaans onderzoek naar akoestische wapens. Tijdens de ontwikkeling van de Mark 24 Fido, een door vliegtuigen afgeworpen anti-onderzeebootwapen, werkten afdeling 6 van het National Defense Research Committee, civiele laboratoria en marine-instellingen aan geluidsdetectie onder water. Onderzoekers stelden vervolgens voor om vergelijkbare akoestische principes toe te passen op standaardtorpedo’s van de Amerikaanse marine. Het doel was niet alleen een torpedo te bouwen die recht vooruit liep, maar een wapen dat kon reageren op geluid van een vijandelijk schip.
Eind 1942 kreeg dit voorstel nog geen directe voorrang binnen de Amerikaanse torpedoprogramma’s. Dr. John Tate, fysicus aan de Universiteit van Minnesota en hoofd van afdeling 6, bracht het idee onder de aandacht van de marine. Viceadmiraal Julius Furer, die onderzoek en ontwikkeling bij de Amerikaanse marine coördineerde, wees erop dat de beschikbare testterreinen al zwaar belast waren. Daardoor moest het voorstel worden afgewogen tegen lopende projecten, waaronder verbeteringen aan bestaande torpedo’s en ander onderwaterwapenonderzoek.
De houding van de marine veranderde toen duidelijk werd dat Duitsland werkte aan een akoestisch geleide torpedo. De Duitse G7es Falke maakte aannemelijk dat geluidssturing niet alleen een laboratoriumidee was, maar ook operationele waarde kon krijgen. In april 1943 versnelde de Amerikaanse marine daarom het onderzoek. Twee Mark 18-torpedo’s werden naar het Harvard Underwater Sound Laboratory in Cambridge, Massachusetts, gestuurd. Deze torpedo’s dienden als basis voor proeven met akoestische besturing in een zwaar onderwaterwapen.
De keuze voor de Mark 18 als uitgangspunt was logisch binnen de Amerikaanse torpedotechniek. Dit type was elektrisch aangedreven en kon daardoor zonder gasbelspoor door het water lopen. Voor een akoestisch wapen was dat gunstig, omdat een stillere aandrijving de kans vergrootte dat hydrofoons geluid van buiten konden waarnemen. Toch betekende dit niet dat de Mark 18 vanzelf geschikt was voor zelfsturing. De bestaande torpedo moest eerst worden onderzocht op eigen geluid, mechanische trillingen en bruikbaarheid van de neusruimte.
Het Harvard Underwater Sound Laboratory begon met het meten van het eigen geluid van de torpedo. In de neus, op de plaats van de springkop, werden hydrofoons, versterkers en opnameapparatuur geplaatst. Daardoor konden onderzoekers vastleggen welke geluiden de torpedo zelf produceerde tijdens het varen. De resultaten lieten zien dat de Mark 18 veel geluid maakte. Vooral aandrijving, overbrenging, metaalcontact en cavitatie rond de schroef verstoorden de waarneming van geluid dat van een doel moest komen.
Het verminderen van eigen geluid werd daarom een hoofdtaak in het ontwerp. Onderzoekers isoleerden delen van de aandrijfas en brachten een geluiddempende afdichting aan tussen de neussectie en de romp van de torpedo. Daarmee werd direct metaalcontact beperkt. Tegelijk werd gewerkt aan betere hydrofoons en versterkers. De torpedo moest geluid uit de richting van het doel kunnen onderscheiden van geluid dat achter de torpedo of langs de aslijn ontstond. Zonder die scheiding zou passieve akoestische sturing onbetrouwbaar blijven.
Aan het einde van 1944 waren de proeven ver genoeg gevorderd om een torpedo met akoestische besturing te bouwen die bij hogere snelheid kon functioneren. Een vierkanaals versterker maakte nauwkeuriger richtingbepaling mogelijk, terwijl verbeteringen aan de constructie het eigen geluid verminderden. Toch ontstond daarnaast een eenvoudiger richting voor productie. Studies van HUSL en Bell Labs lieten zien dat een torpedo met één schroef bij ongeveer twintig knopen uitvoerbaar was. Daarmee werd een deel van het probleem rond tandwielgeluid vermeden.
De productie van de nieuwe Mark 28 werd toegewezen aan Western Electric. Dit bedrijf leverde voor het einde van de Tweede Wereldoorlog enkele honderden exemplaren aan de Amerikaanse marine. De levering kwam echter laat in de oorlog, waardoor het wapen slechts in kleine aantallen in gevechtssituaties werd gebruikt. Het onderzoek stopte niet met de Mark 28. Bell Labs en Western Electric werkten verder aan de Mark 29, een opvolger die ontworpen werd voor een snelheid van 25 knopen.
Technische opbouw
De Mark 28 was een zware torpedo voor lancering vanuit onderzeeboten. Het wapen had een diameter van 533 millimeter, wat overeenkwam met de standaardmaat van Amerikaanse onderzeebootbuizen. De lengte bedroeg ongeveer 6,2 meter en het totale gewicht lag rond 1270 kilogram. De torpedo was bedoeld tegen oppervlakteschepen, in het bijzonder escorteschepen die Japanse konvooien beschermden en Amerikaanse onderzeeboten konden bedreigen met dieptebommen, sonar en patrouilleacties.
De springkop van de Mark 28 bevatte ongeveer 265 kilogram HBX. Dit explosief werd gebruikt omdat het krachtig was en geschikt voor onderwaterontploffingen tegen scheepsrompen. De torpedo gebruikte een contactontsteker van het type Mark 14 Mod 2. Daardoor moest de torpedo het doel raken om de springkop tot ontploffing te brengen. In vergelijking met eerdere problemen rond magnetische ontstekers paste deze keuze bij een eenvoudiger en beter controleerbaar ontstekingsprincipe.
De aandrijving van de Mark 28 was elektrisch. De motor werd gevoed door een batterij die door zeewater werd geactiveerd. Een elektrische torpedo had als voordeel dat zij geen opvallend spoor van uitlaatgassen aan het wateroppervlak achterliet. Dat was belangrijk voor onderzeeboten, omdat een zichtbaar torpedospoor de positie van de aanvaller kon verraden. De Mark 28 was daardoor verwant aan de Mark 18, die eveneens een elektrische torpedo was en als technische basis diende.
De operationele snelheid van de Mark 28 bedroeg ongeveer 19,6 knoop. Het bereik lag rond 4000 yard, of ongeveer 3657 meter. Die snelheid was lager dan die van sommige niet-akoestische torpedo’s, maar paste bij het passieve geluidssysteem. Een te hoge snelheid zou het eigen geluid vergroten en de hydrofoons minder bruikbaar maken. De torpedo was dus geen wapen dat vooral op snelheid vertrouwde, maar op het volgen van geluid uit de richting van een doel.
Het akoestische systeem werkte passief. Dat betekende dat de torpedo zelf geen geluidspuls uitzond, maar luisterde naar geluid van het doel, vooral naar schroef- en machinegeluid. Voor een aanval op escorteschepen was dit van belang, omdat zulke schepen vaak actief manoeuvreerden rond konvooien of jacht maakten op onderzeeboten. De torpedo moest na lancering een koers kunnen corrigeren wanneer het doel zich ten opzichte van de oorspronkelijke schietlijn verplaatste.
De Mark 28 verschilde daarmee van de Mark 24 Fido, hoewel beide wapens voortkwamen uit akoestisch onderzoek. De Fido was bestemd voor vliegtuigen en richtte zich op onderzeeboten. De Mark 28 was zwaarder, had het standaardkaliber voor onderzeeboten en moest tegen oppervlakteschepen worden gebruikt. Daardoor lagen de eisen anders. Een escorteschip maakte meer geluid en voer aan de oppervlakte, maar het kon ook sneller reageren en van koers veranderen zodra een aanval werd vermoed.
Over de eerste fase na lancering bestaan uiteenlopende technische beschrijvingen. Sommige beschrijvingen noemen een inertiaal geleidingssysteem dat de torpedo eerst op een ingestelde koers hield, voordat de akoestische besturing de eindfase overnam. Dit onderdeel wordt niet overal op dezelfde manier bevestigd. Vast staat wel dat de Mark 28 gebaseerd was op de Mark 18 en dat het passieve akoestische systeem het herkenbare nieuwe onderdeel van het ontwerp vormde.
Het ontwerp van de Mark 28 laat zien welke beperkingen akoestische torpedo’s in de jaren veertig hadden. De hydrofoons moesten doelgeluid kunnen waarnemen, terwijl de torpedo zelf door motor, schroef en stroming geluid veroorzaakte. Daarom waren snelheid, geluidsdemping en mechanische eenvoud nauw met elkaar verbonden. De keuze voor elektrische aandrijving en een relatief lage snelheid was dus geen los technisch detail, maar onderdeel van het functioneren van het totale systeem.
Gebruik en diensttijd
De Mark 28 was bedoeld om Amerikaanse onderzeeboten een ander aanvalsmiddel te geven tegen Japanse escorteschepen. Deze schepen beschermden transporten en vormden een direct gevaar voor onderzeeboten na een aanval op een konvooi. Een torpedo die op geluid kon sturen, bood een mogelijkheid om een bewegend escorteschip aan te vallen wanneer een gewone rechte koers minder kans bood. De Mk 28 hoorde daarmee bij de ontwikkeling van wapens tegen de anti-onderzeebootverdediging.
Tijdens de oorlog op de Stille Oceaan was de Mark 28 de enige akoestisch zelfsturende torpedo van 533 millimeter die door de Amerikaanse marine in gevecht werd gebruikt. De inzet bleef echter beperkt. Amerikaanse onderzeeboten vuurden veertien exemplaren af tegen Japanse escorteschepen. Daarbij werden vier treffers geregistreerd. Deze aantallen tonen dat het wapen operationeel werd gebruikt, maar ook dat het geen omvangrijke rol kreeg binnen de Amerikaanse torpedocampagne tegen Japan.
De beperkte gevechtsinzet had vooral te maken met het moment waarop het wapen beschikbaar kwam. Western Electric leverde voor het einde van de oorlog wel enkele honderden torpedo’s, maar de oorlogssituatie veranderde snel in 1945. Nieuwe wapens die laat in productie kwamen, konden vaak niet meer op grote schaal worden ingevoerd, getest aan boord, verspreid over onderzeeboten en tactisch ingepast. De Mark 28 bereikte de vloot daardoor op een moment waarop de ruimte voor brede inzet kleiner werd.
Voor onderzeebootcommandanten vroeg de Mark 28 om een andere beoordeling dan een gewone torpedo. De lage snelheid betekende dat afstand, doelbeweging en geluidsomgeving zorgvuldig moesten worden ingeschat. Bovendien was het wapen vooral bruikbaar tegen schepen waarvan de schroeven en machines voldoende geluid produceerden voor passieve geleiding. In drukke konvooiomstandigheden kon geluidsrichting ingewikkeld zijn, omdat meerdere schepen tegelijk geluid maakten. De torpedo was dus technisch nieuw, maar niet onder alle omstandigheden eenvoudig te gebruiken.
De inzet tegen escorteschepen past binnen de Amerikaanse onderzeebootoorlog tegen Japanse scheepvaart. Amerikaanse onderzeeboten vielen transporten, tankers en marineschepen aan, terwijl Japanse escortevaartuigen probeerden konvooien te beschermen. Een gewone torpedo werd meestal berekend op koers, afstand en snelheid van het doel. De Mark 28 voegde daar een geleidingsfase aan toe, waarbij geluid van het doel een rol speelde nadat het wapen was gelanceerd.
Na 1945 bleef de Mark 28 in productie en dienst. In totaal werden ongeveer 1750 exemplaren geleverd aan de Amerikaanse marine. De voortgezette productie laat zien dat de marine waarde zag in akoestische geleiding, ook al had de oorlogsinzet een kleine omvang gehad. Tegelijk bleef de techniek zich ontwikkelen. Nieuwe ontwerpen moesten sneller, betrouwbaarder en beter geschikt zijn voor onderzeebootbestrijding en aanvallen op oppervlakteschepen in de naoorlogse vloot.
In 1960 werd de Mark 28 uit dienst genomen en vervangen door de Mark 37. De Mark 37 paste beter bij de technische eisen van de Koude Oorlog, waarin onderzeebootbestrijding, verbeterde sonar en veranderende marinetactiek meer gewicht kregen. Voor de Mark 28 betekende dit het einde van een dienstperiode die in de oorlog was begonnen en daarna in vredestijd was voortgezet. Haar plaats lag vooral in de overgang van rechte torpedo’s naar geleide onderwaterwapens.
De historische waarde van de Mark 28 ligt daarom niet alleen in het aantal ingezette torpedo’s. Het wapen laat zien hoe snel de Amerikaanse marine tijdens de Tweede Wereldoorlog reageerde op nieuwe ontwikkelingen in akoestische geleiding. Het verbond onderzoek naar onderwatergeluid, elektrische aandrijving, productiewerk door Western Electric en operationele inzet door onderzeeboten. Daarmee past de Mk 28 in een bredere ontwikkeling waarin torpedo’s steeds meer afhankelijk werden van sensoren en besturing.
Conclusie
De Torpedo Mark 28 was een Amerikaanse elektrische torpedo van 533 millimeter die passieve akoestische geleiding toepaste tegen oppervlakteschepen. Het ontwerp kwam voort uit onderzoek naar onderwatergeluid en uit de noodzaak om escorteschepen effectiever te kunnen aanvallen. De Mk 28 werd laat in de Tweede Wereldoorlog beschikbaar en werd veertien keer afgevuurd, met vier treffers. Na de oorlog bleef zij in productie en dienst tot 1960, waarna de Mark 37 haar verving. De Mark 28 hoort daardoor bij de overgang naar geleide torpedowapens.
Bronnen en meer informatie
- Branfill-Cook, Roger (2014). Torpedo. The Complete History of the World’s Most Revolutionary Naval Weapon. Barnsley: Seaforth Publishing. ISBN 978-1-84832-215-8.
- Rössler, Eberhard (1989). The U-Boat. The Evolution and Technical History of German Submarines. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 0-87021-966-9.
- Wildenberg, Thomas; Polmar, Norman (2010). Ship Killer. A History of the American Torpedo. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-1-59114-688-9.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946









