Zyklon B was een bestrijdingsmiddel op basis van waterstofcyanide dat nazi-Duitsland tijdens de Holocaust als moordmiddel gebruikte. De SS zette het vooral in de gaskamers van Auschwitz-Birkenau en ook in Majdanek. Het product was oorspronkelijk ontwikkeld voor professionele ongediertebestrijding en het ontluizen van kleding. Daardoor kreeg een industrieel pesticide een centrale plaats in de systematische massamoord.
Samenstelling en werking
Zyklon B was geen samengeperst gas, maar een handelsproduct waarin vloeibaar waterstofcyanide aan een poreuze drager was gebonden. Daarvoor werden onder meer diatomeeënaarde, een poreus gipsproduct onder de naam Erco en schijfjes van cellulose gebruikt. Afhankelijk van de uitvoering bevatte het mengsel daarnaast een stabilisator en een prikkelende waarschuwingsstof, waaronder ethylbroomacetaat. Het product werd geleverd in luchtdicht afgesloten metalen blikken met verschillende inhoudsmaten.
De drager maakte vervoer, opslag en verdeling beter beheersbaar dan bij onverpakt vloeibaar waterstofcyanide. Zodra een blik werd geopend, kwam de werkzame stof geleidelijk als damp vrij uit het dragermateriaal. De snelheid daarvan hing onder meer samen met de temperatuur, de luchtcirculatie en het gebruikte materiaal. Het kookpunt van waterstofcyanide ligt bij ongeveer 25,6 graden Celsius, maar de stof kan ook beneden die temperatuur verdampen en een gevaarlijke concentratie in de lucht vormen.
Waterstofcyanide verstoort de cellulaire ademhaling doordat cyanide zich bindt aan cytochroom-c-oxidase, een enzym in de mitochondriën. Daardoor wordt de elektronentransportketen geremd en kunnen cellen zuurstof niet meer normaal benutten voor de productie van adenosinetrifosfaat, meestal afgekort tot ATP. Vooral de hersenen en het hart zijn gevoelig voor dit snelle verlies aan bruikbare energie. Bij een hoge concentratie kunnen bewusteloosheid, stuipen, ademstilstand en overlijden binnen korte tijd volgen.
De bewering dat blootgestelde personen aanvankelijk niets voelen, is te algemeen. Mogelijke vroege verschijnselen zijn hoofdpijn, duizeligheid, verwardheid, zwakte, benauwdheid, misselijkheid en braken, terwijl een zeer hoge dosis snel tot instorting kan leiden. Waterstofcyanide kan naar bittere amandelen ruiken, maar een groot deel van de bevolking kan deze geur niet waarnemen. Bovendien biedt de geur geen betrouwbare waarschuwing, omdat gevaarlijke concentraties al aanwezig kunnen zijn voordat iemand de stof herkent.
Ontwikkeling en naam
Waterstofcyanide werd in de negentiende eeuw al toegepast bij de bestrijding van insecten. Vanaf de jaren 1880 werd het in Californië gebruikt voor het begassen van citrusbomen, waarna toepassingen volgden in graansilo’s, molens, goederenwagons en schepen. De grote vluchtigheid maakte het middel bruikbaar voor het behandelen van afgesloten ruimten, maar veroorzaakte ook ernstige risico’s. Daarom waren luchtdichte afsluiting, beschermingsmiddelen, metingen en langdurige ventilatie noodzakelijk.
De Deutsche Gesellschaft für Schädlingsbekämpfung, meestal afgekort tot Degesch, ontwikkelde in het begin van de jaren 1920 een beter hanteerbare vorm. Walter Heerdt werd in de octrooiaanvraag als uitvinder genoemd, terwijl ook Bruno Tesch en andere chemici aan de ontwikkeling deelnamen. Degesch vroeg het Duitse octrooi DE 438818 op 20 juni 1922 aan; de verlening volgde op 27 december 1926. Het beschermde een methode waarbij waterstofcyanide via een dragermateriaal gecontroleerd kon vrijkomen.
De naam diende ter onderscheiding van het eerdere middel Zyklon A, dat methylcyanoformiaat als werkzame component had. Onderdelen van dat oudere product vielen na de Eerste Wereldoorlog onder beperkingen die verband hielden met chemische oorlogvoering. Waarom de latere uitvoering precies de letter B kreeg, is niet met zekerheid vastgesteld. Documenten uit de ontwikkelingsperiode geven geen eenduidige verklaring voor een rechtstreeks verband met Blausäure, het Duitse woord voor blauwzuur.
Productie en distributie
Degussa werd in 1922 volledig eigenaar van Degesch, maar de eigendomsverhoudingen veranderden later. Vanaf 1930 bezaten Degussa en IG Farben ieder 42,5 procent van de aandelen, terwijl Th. Goldschmidt AG de overige 15 procent hield. Degussa behield de leiding over de onderneming en Degesch beheerde de merk- en octrooirechten. IG Farben was dus aandeelhouder, maar niet de enige eigenaar of de oorspronkelijke octrooihouder van Zyklon B.
De productie en verkoop verliepen via meerdere ondernemingen. Dessauer Werke en later ook Kaliwerke Kolin vervaardigden het middel in opdracht van Degesch, waarna het in voorgeschreven blikken en met vaste etiketten werd verpakt. Heerdt-Lingler, afgekort als Heli, verzorgde vooral de verkoop in het westen en zuiden van het afzetgebied. Tesch & Stabenow, doorgaans Testa genoemd, bediende het gebied ten oosten van de Elbe en leverde onder meer aan Auschwitz en Majdanek.
Voor de oorlog vormden buitenlandse afnemers een belangrijk deel van de markt. In Duitsland nam de vraag na 1939 toe door het gebruik bij de Wehrmacht, in opslagplaatsen en in kampen waar grote groepen onder slechte hygiënische omstandigheden verbleven. Het grootste deel van de geleverde hoeveelheden bleef bestemd voor ongediertebestrijding en ontsmetting. Een veel kleiner deel was echter voldoende voor het vermoorden van zeer grote groepen mensen, omdat zoogdieren gevoeliger zijn voor waterstofcyanide dan de insecten waarvoor de normale doseringen waren berekend.
Gebruik als pesticide
Het toegestane gebruik van Zyklon B bestond vooral uit het bestrijden van luizen, kakkerlakken en ander ongedierte. Schepen, pakhuizen, koelhuizen, molens, treinen en verblijfsruimten konden na afsluiting worden begast. Kleding en beddengoed werden in speciale ontsmettingskamers behandeld om luizen te doden, omdat deze vlektyfus konden overbrengen. Ook in concentratiekampen werd een groot deel van de voorraad voor dit doel ingezet tijdens pogingen om epidemieën te beheersen.
De behandeling vereiste speciaal opgeleid personeel en strenge veiligheidsmaatregelen. Na het verspreiden van het product moest de behandelde ruimte gesloten blijven en vervolgens grondig worden geventileerd en gecontroleerd. Ongevallen kwamen voor wanneer blikken lekten, beschermingsmiddelen tekortschoten of mensen een ruimte te vroeg betraden. Het bestaan van een legitieme toepassing verandert niets aan het latere misbruik, maar is nodig om productiegegevens en leveringsadministraties historisch juist te beoordelen.
Misbruik in concentratiekampen
De SS kende Zyklon B aanvankelijk als ontsmettingsmiddel voor gebouwen en kleding. In Auschwitz I werd het op 3 september 1941 voor het eerst gebruikt om een grote groep mensen te doden in de kelder van Blok 11. De slachtoffers waren ongeveer zeshonderd Sovjetkrijgsgevangenen en circa 250 zieke Poolse gevangenen. Latere verklaringen over een eerdere proef in augustus zijn niet voldoende om die precieze datering boven de kampdocumentatie te plaatsen.
De kelder van Blok 11 bleek voor de daders moeilijk te ontruimen en te ventileren. Daarom werd het mortuarium bij crematorium I in Auschwitz I eind september 1941 tot gaskamer verbouwd, waarna daar volgende groepen werden vermoord. Vanaf maart 1942 verschoof de massamoord naar twee verbouwde boerderijen bij Auschwitz II-Birkenau, die als Bunker 1 en Bunker 2 werden aangeduid. Deze locaties vormden de overgang naar grotere, speciaal ingerichte gaskamers en crematoria.
Massamoord in Auschwitz-Birkenau
In Birkenau kwamen tussen maart en juni 1943 de crematoria II, III, IV en V met gaskamers in bedrijf. De SS liet in de gebouwen gasdichte deuren, openingen voor de invoer van Zyklon B en ventilatiesystemen aanbrengen. Daarmee werd het doden onderdeel van een vaste infrastructuur die aansloot op de deportaties per trein. De installaties maakten het mogelijk om grote transporten binnen korte tijd te selecteren, te vermoorden en de lichamen te verbranden.
Bij aankomst voerde de SS selecties uit waarbij artsen en andere functionarissen bepaalden wie voorlopig voor dwangarbeid werd geregistreerd. Kinderen, ouderen, veel vrouwen met kleine kinderen en personen die als niet-arbeidsgeschikt werden beoordeeld, werden doorgaans rechtstreeks naar de gaskamers gestuurd. De slachtoffers kregen misleidende mededelingen over douchen en ontsmetting en moesten hun bezittingen en kleding achterlaten. Daarna sloot de SS de ruimte en werd Zyklon B door daarvoor aangebrachte openingen ingebracht.
Na ventilatie moesten gevangenen van de Sonderkommandos de lichamen verwijderen en naar de crematieovens brengen. Zij werkten onder dwang en werden zelf geregeld vermoord om getuigen uit te schakelen. Waardevolle voorwerpen, haar en tandgoud werden vóór de crematie door de SS verzameld. Deze handelingen maakten deel uit van dezelfde georganiseerde vervolgings- en vernietigingspolitiek als de deportaties, selecties en gedwongen arbeid.
In het gehele kampcomplex Auschwitz werden ongeveer 1,1 miljoen mensen vermoord, onder wie circa één miljoen Joden. Niet ieder slachtoffer stierf door vergassing, maar het grootste deel van de Joden die bij aankomst niet voor arbeid werden geselecteerd, werd met Zyklon B gedood. Daarom is het onjuist om zonder nadere uitleg te stellen dat precies 1,1 miljoen mensen door dit middel zijn vermoord. Het totale aantal slachtoffers van Zyklon B kan niet exact worden vastgesteld en wordt doorgaans op ongeveer één miljoen geschat.
De massale vergassingen in Auschwitz eindigden in het najaar van 1944. Op 30 oktober vond volgens onderzoek van het Staatsmuseum Auschwitz-Birkenau de laatste massale vergassing plaats. In november gaf Heinrich Himmler opdracht de moordinstallaties te ontmantelen, terwijl de SS bewijsmateriaal probeerde te vernietigen. Bij de bevrijding van Auschwitz op 27 januari 1945 trof het Rode Leger onder meer lege blikken en andere sporen van het gebruik van Zyklon B aan.
Gebruik in andere kampen
Majdanek beschikte over gaskamers waarin zowel koolstofmonoxide als Zyklon B werd gebruikt. Daarnaast is moorddadig gebruik van waterstofcyanide gedocumenteerd in Mauthausen, Sachsenhausen, Neuengamme, Ravensbrück en Stutthof, al verschilden schaal, inrichting en periode per kamp. In Neuengamme werden in 1942 twee groepen met samen 448 Sovjetkrijgsgevangenen met Zyklon B gedood. In Ravensbrück vermoordde de SS tussen eind januari en april 1945 ongeveer 5.000 tot 6.000 gevangenen in een provisorische gaskamer.
Niet ieder vernietigingskamp gebruikte Zyklon B. In Bełżec, Sobibór en Treblinka werden slachtoffers gedood met koolstofmonoxide uit motoruitlaatgassen, terwijl Chełmno hoofdzakelijk gaswagens gebruikte. Ook de aanwezigheid van een gaskamer bewijst niet automatisch dat Zyklon B daar voor massamoord werd ingezet. In Dachau werd in 1942 een nieuwe gaskamer voltooid, maar er bestaat geen geloofwaardig bewijs dat deze ruimte voor het massaal vermoorden van gevangenen is gebruikt.
Waarschuwingsstoffen en leveringen
Een waarschuwende toevoeging moest het risico bij normaal professioneel gebruik verkleinen door ogen en slijmvliezen te prikkelen. Tijdens de oorlog werd het aandeel van zulke stoffen verminderd en uiteindelijk in bepaalde uitvoeringen weggelaten, mede wegens schaarste. Administratieve stukken tonen dat Auschwitz vanaf juni 1943 ook leveringen zonder waarschuwingsstof ontving. Latere Duitse strafzaken verbonden deze uitvoering aan het doden van mensen, maar niet van ieder afzonderlijk geleverd blik kan het gebruik worden vastgesteld.
Daarom is de vaak herhaalde bewering dat de nazi’s één algemene opdracht gaven om al het Zyklon B in strijd met de wet zonder waarschuwingstof te produceren te absoluut. Er waren verschillende samenstellingen en leveringen, terwijl het gewone ontsmettingsgebruik naast de massamoord bleef bestaan. De moordfunctie blijkt niet alleen uit de chemische samenstelling, maar vooral uit bouwtekeningen, bestellingen, transportgegevens, getuigenverklaringen en kampadministratie. Deze gegevens moeten gezamenlijk worden beoordeeld om de bestemming van partijen te reconstrueren.
Berechting na de oorlog
Bruno Tesch, directeur van Tesch & Stabenow, en zijn plaatsvervanger Karl Weinbacher stonden in maart 1946 voor een Brits militair gerecht in het Curiohaus in Hamburg. De aanklacht betrof het bewust leveren van Zyklon B aan de SS voor het doden van gevangenen. Beiden werden schuldig bevonden, ter dood veroordeeld en op 16 mei 1946 in de gevangenis van Hamelen opgehangen. Technisch medewerker Joachim Drosihn werd vrijgesproken omdat zijn positie onvoldoende invloed op de leveringen gaf.
Gerhard Peters, directeur van Degesch, werd vanaf 1948 in meerdere Duitse procedures vervolgd. Hij kreeg aanvankelijk een gevangenisstraf, maar werd in 1955 na herzieningen vrijgesproken omdat de rechters zijn strafrechtelijke kennis en bijdrage niet voldoende bewezen achtten. In het Neurenbergse IG Farben-proces werden ook bestuurders aangeklaagd wegens hun relatie tot Degesch. Zij werden op dit onderdeel vrijgesproken omdat hun bepalende invloed op de bedrijfsvoering en hun kennis van het moordgebruik volgens het tribunaal niet waren bewezen.
Latere processen richtten zich ook op SS-personeel dat het middel bestelde, beheerde of bij de gaskamers gebruikte. Tijdens het eerste Frankfurter Auschwitzproces werden onder anderen Robert Mulka en kampapotheker Victor Capesius veroordeeld voor hun aandeel in de misdrijven van het kamp. De uiteenlopende uitspraken tonen het verschil tussen historische betrokkenheid en individueel bewezen strafrechtelijke verantwoordelijkheid. Voor een veroordeling moest niet alleen een zakelijke of bestuurlijke band, maar ook kennis, invloed en concrete medewerking worden vastgesteld.
Historisch bewijs en ontkenning
Het gebruik van Zyklon B voor massamoord berust op een brede en onderling samenhangende bewijslast. Daaronder vallen Duitse bouwstukken, bestelformulieren, leveringsgegevens, SS-correspondentie, overgebleven blikken, kampdocumenten en verklaringen van daders en overlevenden. Ook de resten van gaskamers en forensisch onderzoek maken deel uit van dat bewijs. Geen afzonderlijke vondst draagt de volledige reconstructie, maar de verschillende categorieën bevestigen gezamenlijk dezelfde historische gang van zaken.
Holocaustontkenners hebben geprobeerd twijfel te zaaien met ondeskundig genomen monsters en onjuiste vergelijkingen tussen ontluizingskamers en moordgaskamers. Het onderzoek van Fred Leuchter uit 1988 was methodologisch ondeugdelijk, onder meer omdat hij zonder verantwoorde monstername grote stukken materiaal liet analyseren. Pools forensisch onderzoek uit 1994 vond cyanideverbindingen in zowel ontluizingskamers als gaskamers, maar niet in onderzochte woonruimten. Verschillen in concentratie zijn verklaarbaar door dosis, blootstellingsduur, materiaal, weersinvloeden en de chemische omstandigheden waaronder Pruisisch blauw ontstaat.
Naam en nalatenschap
Het Duitse woord Zyklon betekent cycloon, maar de handelsnaam raakte blijvend verbonden met de Holocaust. Daarom leidden latere pogingen om het woord voor andere producten te gebruiken tot protesten. Umbro stopte in 2002 met het gebruik van Zyklon voor een sportschoen en Siemens trok datzelfde jaar een Amerikaanse merkaanvraag voor huishoudelijke apparaten in. Deze reacties kwamen voort uit de historische betekenis van de naam, niet uit een chemische relatie tussen de nieuwe producten en het vroegere pesticide.
Waterstofcyanide bleef na 1945 industrieel en in streng gereguleerde bestrijdingsmiddelen in gebruik. Productnamen als Cyanosil kwamen in de naoorlogse handel voor, terwijl de Europese registratie later onder meer de namen Bluefume, Cyanopur en Uragan D2 vermeldde. Zulke hedendaagse middelen vallen onder veiligheids- en toelatingsregels en mogen niet zonder meer met de historische handelsvorm worden gelijkgesteld. Zyklon B zelf wordt in musea en onderzoek vooral behandeld als materieel bewijs van industriële betrokkenheid bij nationaalsocialistische massamoord.
Conclusie
Zyklon B ontstond als bestrijdingsmiddel waarin waterstofcyanide door een dragermateriaal hanteerbaar en doseerbaar werd gemaakt. Het werd op grote schaal voor ontsmetting gebruikt, maar de SS maakte het in Auschwitz-Birkenau en andere kampen tot een middel voor georganiseerde massamoord. De geschiedenis omvat daarom zowel chemische ontwikkeling en bedrijfsvoering als vervolging, vernietiging en naoorlogse rechtspraak. Een juiste beschrijving onderscheidt het normale pesticidegebruik, het gedocumenteerde moordgebruik en de verantwoordelijkheid van afzonderlijke personen en ondernemingen.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Alex Morley, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons
- Hayes, Peter (2004). From Cooperation to Complicity: Degussa in the Third Reich. Cambridge: Cambridge University Press. ISBN 0-521-78227-9.
- Kalthoff, Jürgen en Werner, Martin (1998). Die Händler des Zyklon B: Tesch & Stabenow. Eine Firmengeschichte zwischen Hamburg und Auschwitz. Hamburg: VSA-Verlag. ISBN 3-87975-713-5.
- Morsch, Günter en Perz, Bertrand (red.) (2011). Neue Studien zu nationalsozialistischen Massentötungen durch Giftgas. Berlijn: Metropol Verlag. ISBN 978-3-940938-99-2.
- Browning, Christopher R. (2004). The Origins of the Final Solution: The Evolution of Nazi Jewish Policy, September 1939 – March 1942. Lincoln: University of Nebraska Press. ISBN 0-8032-1327-1.
- Gutman, Yisrael en Berenbaum, Michael (red.) (1994). Anatomy of the Auschwitz Death Camp. Bloomington: Indiana University Press. ISBN 0-253-32684-2.
- Longerich, Peter (2010). Holocaust: The Nazi Persecution and Murder of the Jews. Oxford: Oxford University Press. ISBN 978-0-19-280436-5.
- Steinbacher, Sybille (2005). Auschwitz: A History. New York: Ecco. ISBN 0-06-082581-2.
- Rees, Laurence (2005). Auschwitz: A New History. New York: PublicAffairs. ISBN 1-58648-303-X.
- Nelson, David L. en Cox, Michael M. (2000). Lehninger Principles of Biochemistry. New York: Worth Publishers. ISBN 1-57259-153-6.
- Christianson, Scott (2010). The Last Gasp: The Rise and Fall of the American Gas Chamber. Berkeley: University of California Press. ISBN 978-0-520-25562-3.
- United Nations War Crimes Commission (1947). Law Reports of Trials of War Criminals, Volume I: The Zyklon B Case. Londen: His Majesty’s Stationery Office. Herdruk 1997. ISBN 1-57588-403-8.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800-1946










