Home Oorlogsmisdaden KZ-Außenlager Regensburg 1945: Colosseum subkamp

KZ-Außenlager Regensburg 1945: Colosseum subkamp

Gedenksteen uit 1994 in Stadtamhof, Regensburg, ter herinnering aan het KZ-Außenkommando Flossenbürg Colosseum-subkamp.
Gedenksteen in Stadtamhof, opgericht in 1994, herdenkt de slachtoffers van het KZ-Außenlager Regensburg (Colosseum).

KZ-Außenlager Regensburg, in de volksmond bekend als Außenkommando Colosseum, bestond slechts enkele weken van 19 maart tot 23 april 1945 in het gasthaus Colosseum aan Stadtamhof 5. Het kamp was het laatste buitenkamp van Flossenbürg en werd ingericht om circa 400 gevangenen, onder wie Joden en andere vervolgden uit heel Europa, onder dwang in te zetten voor het herstel van spoorlijnen en rangeerterreinen na zware bombardementen. De gevangenen leefden in uiterst slechte omstandigheden, zonder medische zorg of voldoende voedsel, en werden blootgesteld aan mishandelingen, uitputtende arbeid, levensgevaarlijke luchtaanvallen en een dodenmars kort voor de bevrijding.

Locatie en soort en doel van dit concentratiekamp

Ligging en inrichting

Het subkamp bevond zich in het gasthaus Colosseum, Stadtamhof 5, ongeveer tweehonderd meter ten noorden van de Donau, direct over de Steinerne Brücke tegenover de Altstadt. De grote danszaal op de eerste verdieping diende als slaapruimte; ramen waren dichtgetimmerd en met prikkeldraad beveiligd. Er was één toilet en één waterkraan. De keuken bevond zich provisorisch in de open lucht op de binnenplaats tegenover het gebouw. De SS-bewaking huisde in de gelagkamer op de begane grond, wat de scheiding tussen gevangenen en bewakers praktisch en zichtbaar maakte.

Oprichting en duur

Het kamp werd opgericht op 19 maart 1945 als laatste satelliet van KZ Flossenbürg en bestond tot 23 april 1945. De meeste mannen waren kort tevoren vanuit Flossenbürg overgeplaatst, vaak na een langer traject door eerdere kampen en subkampen zoals Auschwitz, Buchenwald en Gross-Rosen. De duur van iets meer dan vijf weken weerspiegelt de versnelde, chaotische fase van de oorlog in Zuid-Duitsland. Het kamp had een tijdelijk karakter, zonder medische verzorgingsinfrastructuur of structurele voorzieningen voor zieken en uitvallers.

Doel en werkzaamheden

Het primaire doel was het herstellen van oorlogsschade aan het spoor: puinruimen, kraters vullen, dwarsliggers vervangen en rails leggen. De inzetplaatsen lagen vooral bij het Hauptbahnhof en de rangeerterreinen. Dagelijks marcheerden de mannen over de Steinerne Brücke door de binnenstad naar het werk, herkenbaar aan het geluid van houten klompen op kinderkopjes. De opdrachten waren risicovol door herhaalde luchtalarmen en niet-ontplofte munitie. Volgens enkele meldingen verrichtte een deel van de gevangenen ook arbeid bij de Regensburger fabriek van Messerschmitt AG.

Concentratiekamp personeel

Commandant en plaatsvervanger

De commandant was SS-Oberscharführer Ludwig Plagge. Hij stond bekend om hardhandige disciplinaire methoden en alcoholmisbruik. In januari 1947 werd hij in Krakau in het Auschwitzproces ter dood veroordeeld. Zijn plaatsvervanger was SS-Oberscharführer Erich Liedtke, die gevangenen frequent sloeg en mishandelde. De dagelijkse leiding concentreerde zich op maximale arbeidsoutput onder dwang, met dreigementen tijdens het appel dat ontsnapping collectieve represailles zou uitlokken. Dit kader bepaalde het geweldsniveau bij werkcommando’s en tijdens avondlijke appèls.

Overige bewakers en organisatie

De bewaking telde ongeveer vijftig SS-mannen, waaronder leden van de SS-Totenkopfverbände en personen die als Volksdeutsche werden aangeduid. Kapo’s, geselecteerd uit de gevangenen, handhaafden de interne orde en dreven het werktempo op. Verslagen noemen routinematige slagen en schoppen als reactie op uitputting of vermeende traagheid. Er zijn verwijzingen dat John Demjanjuk tot de bewakers behoord zou hebben; zijn latere veroordeling als kampmedewerker betrof medeplichtigheid aan moord, maar niet specifiek dit subkamp. De personele bezetting weerspiegelt het laat-oorlogse patroon van snelle inzet en beperkte administratieve opbouw.

Gevangenen en slachtoffers

Herkomst en samenstelling

Ongeveer 400 mannen werden geïnterneerd. Onder hen bevonden zich 128 als Joden vervolgde personen, waaronder 67 Polen en 42 Hongaren. Daarnaast telde de groep 84 niet-Joodse Polen, 63 Sovjetonderdanen, 62 Belgen, 25 Fransen, 22 Duitsers en een restant uit tien andere nationaliteiten. De heterogene samenstelling is kenmerkend voor Flossenbürg-subkampen in de sloteconomie van het Derde Rijk. Veel mannen hadden al lange, uitputtende transporten en selecties achter de rug, waardoor hun fysieke conditie bij aankomst sterk verzwakt was.

Leefomstandigheden en voeding

De nachtelijke huisvesting was in de danszaal op een met houtkrullen en zaagsel bedekte vloer. De mannen lagen dicht opeen, zonder matrassen of dekens, met slechte ventilatie en afgesloten ramen. Hygiëne was minimaal door het ontbreken van sanitaire capaciteit; ziektes konden zich door gebrek aan water en zeep snel verspreiden. Eten bestond uit brood en verdunde soep, onvoldoende voor zware arbeid. Zieke of arbeidsongeschikte gevangenen ontvingen geen zorg. De keukendienst werd gerund door twee Poolse gevangenen, onder wie Tadeusz Sobolewicz, die later getuigde over de omstandigheden.

Dagelijkse mars en uitputting

Elke ochtend marcheerden de gevangenen over de brug en door de stad naar het spoorwegemplacement. De tocht was zichtbaar voor de bevolking en illustreerde de inzet van kampgevangenen in het stedelijke centrum. Na circa twaalf uur arbeid volgde de terugtocht, waarbij sterkeren uitgeputten ondersteunden. Een handkar vervoerde doden en stervenden. ’s Avonds werden lange appèls gehouden, soms met extra straffen. De combinatie van arbeid, ondervoeding en slaaponthouding leidde tot snelle lichamelijke achteruitgang en verhoogde mortaliteit.

Doodsoorzaken

Geallieerde bombardementen en blindgangers

Een directe doodsoorzaak waren bombardementen op het spoorwegknooppunt, waarbij gevangenen zonder dekking moesten doorwerken. Ten minste tien mannen kwamen bij één luchtaanval om. Niet-ontplofte bommen en munitie vergrootten het risico tijdens puinruimen en baanherstel. Deze werkomgeving, met voortdurende luchtalarmen, maakte het arbeidsterrein tot een gevaarlijke zone waar veiligheidsmaatregelen ontbraken. De tijdsdruk om treinverkeer te herstellen beperkte elke vorm van voorzorg of schuilmogelijkheden.

Onder­voeding, ziekte en mishandeling

Structurele ondervoeding, gecombineerd met zware fysieke belasting, veroorzaakte uitputting, infecties en verergering van bestaande aandoeningen. Het ontbreken van medische zorg leidde ertoe dat behandelbare ziekten fataal konden aflopen. Mishandelingen door bewakers en kapo’s veroorzaakten verwondingen en verzwakking. De avondlijke appèls, soms urenlang, droegen bij aan verergerde uitputting. In de Regensburger registers zijn tussen 23 maart en 10 april 35 sterfgevallen vastgelegd; een stadslijst noemt 44 namen, met hogere schattingen door niet-geregistreerde doden.

Doden tijdens evacuatie

Tijdens de evacuatie in de nacht van 22 op 23 april 1945 begonnen schietincidenten en executies van achterblijvers of ontsnappingspogingen. De negen dagen durende dodenmars richting Landshut en Mühldorf kostte veel levens door uitputting, schotwonden en ontbering. Overdag werd in schuren gerust, ’s nachts gelopen om luchtwaarneming te vermijden. Geschat wordt dat slechts circa vijftig mannen de mars overleefden, hetgeen de mortaliteit in deze eindfase onderstreept en verklaart waarom de exacte dodentallen in Regensburg zelf onzeker bleven.

Vonden er medische experimenten of dwangarbeid plaats?

Medische experimenten

Er zijn geen aanwijzingen dat in het Außenlager Regensburg medische experimenten op gevangenen zijn uitgevoerd. De infrastructuur en de korte bestaansduur wijzen op een ad-hoc werkkamp zonder medische faciliteiten. Beschrijvingen van overlevenden en overzichtswerken plaatsen het subkamp in de categorie arbeidsinzet gericht op herstel van infrastructuur, zonder een experimenteel medisch programma. De afwezigheid van medische staf ter plaatse ondersteunt deze interpretatie binnen de beschikbare bronnen.

Dwangarbeid

Dwangarbeid was de kernfunctie van het kamp. Het betrof herstel van spoorlijnen, het verplaatsen van puin en het herstellen van wissels en dwarsliggers onder tijdsdruk. De inzet vond primair plaats op en rond het Hauptbahnhof Regensburg. Daarnaast zijn er meldingen van arbeid bij Messerschmitt AG in de stad en bij het nabijgelegen Außenlager Obertraubling, waar gevangenen de gebombardeerde landingsbaan van een bedrijfsveld moesten repareren. Deze taken waren gevaarlijk, fysiek zwaar en werden uitgevoerd zonder beschermingsmiddelen of adequate voeding.

Bevrijding

De directe bevrijding van het kamp vond niet in het gebouw zelf plaats, omdat de gevangenen vooraf waren afgevoerd. In de nacht van 22 op 23 april 1945 werd het kamp, op 28 zwaargewonden en één overledene na, “ontruimd”. De gevangenen begonnen aan een dodenmars in zuidelijke richting via onder meer Landshut en Mühldorf. Op 1 mei 1945 werden overlevenden door Amerikaanse troepen bij Laufen aan de Salzach aangetroffen, nadat de SS-bewaking de colonne had achtergelaten. Voor wie Regensburg niet verliet, resteerden tijdelijke begrafenissen op stedelijke begraafplaatsen.

Berechting

Onderzoek en vervolging

In de jaren zestig onderzocht de Zentralstelle in Ludwigsburg de gebeurtenissen in het Außenlager Regensburg. De procedures gingen later over naar het Openbaar Ministerie in München en werden in de jaren zeventig beëindigd. Deze stopzetting weerspiegelt de bredere problemen bij naoorlogse vervolging van misdrijven in kleine, kortstondige subkampen. Documentatie was gefragmenteerd en veel betrokkenen waren gevlucht, gesneuveld of onvindbaar, wat bewijsvoering bemoeilijkte en tot sepot leidde in afzonderlijke dossiers.

Veroordeelden en voortvluchtige oorlogsmisdadigers

Ludwig Plagge, commandant te Regensburg en eerder werkzaam in andere kampen, werd in januari 1947 in Krakau ter dood veroordeeld. Over de strafrechtelijke afdoening rond Erich Liedtke is in de aangeleverde bronnen geen veroordelingsuitspraak vermeld. John Demjanjuk werd in 2011 in Duitsland veroordeeld wegens medeplichtigheid aan moord als kampbewaker, zij het niet specifiek voor Regensburg. Voor veel overige bewakers ontbreken gerechtelijke uitspraken. Het gevolg is dat meerdere daders niet zijn veroordeeld of als voortvluchtig/onveroordeeld moeten worden aangemerkt in de beschikbare literatuur.

Conclusie

Het KZ-Außenlager Regensburg fungeerde in de laatste oorlogsweken als dwangarbeidslocatie voor het herstel van de spoorinfrastructuur. De combinatie van ondervoeding, onbeschermde arbeid onder bombardementen en systematische mishandeling leidde tot hoge sterfte, zowel in het kamp als tijdens de daaropvolgende dodenmars. De personele kern bestond uit een klein SS-commando met kapo’s, onder leiding van Ludwig Plagge. De korte bestaansduur en het geïmproviseerde karakter verklaren het gebrek aan voorzieningen en medische zorg. Naoorlogse vervolging was beperkt, waardoor slechts enkele verantwoordelijken juridisch werden aangepakt, terwijl veel betrokkenen buiten beeld bleven.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: AgneshmCC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons
  2. Benz, Wolfgang; Distel, Barbara (2006). Der Ort des Terrors. Band 4: Flossenbürg, Mauthausen, Ravensbrück. München: C.H. Beck. ISBN 3-406-52964-X.
  3. Halter, Helmut (1994). Stadt unterm Hakenkreuz: Kommunalpolitik in Regensburg während der NS-Zeit. Regensburg: Universitätsverlag Regensburg. ISBN 3-9803470-6-0.
  4. Klee, Ernst (2003). Das Personenlexikon zum Dritten Reich: Wer war was vor und nach 1945. Frankfurt am Main: S. Fischer Verlag. ISBN 3-10-039309-0.
  5. Sobolewicz, Tadeusz (1998). But I Survived. Oświęcim: Auschwitz-Birkenau State Museum. ISBN 83-85047-63-8.
  6. Sobolewicz, Tadeusz (1999). Aus der Hölle zurück: Von der Willkür des Überlebens im Konzentrationslager. Frankfurt am Main: S. Fischer Verlag. ISBN 3-596-14179-6.
  7. Verheyen, Henk (2009). Bis ans Ende der Erinnerung. Bonn: Pahl-Rugenstein. ISBN 978-3-89144-421-4.
  8. Megargee, Geoffrey P. (ed.) (2009). Encyclopedia of Camps and Ghettos, 1933–1945, Vol. 1. Bloomington: Indiana University Press / United States Holocaust Memorial Museum. ISBN 978-0-253-35328-3.
  9. Heigl, Peter (1989). Konzentrationslager Flossenbürg: In Geschichte und Gegenwart. Regensburg: Mittelbayerischer Verlag. ISBN 3-921114-29-2.
  10. Brendel, Peter; et al. (1985). Das Lager Colosseum in Regensburg. In: Die Kriegsjahre in Deutschland 1939 bis 1945. Hamburg: Verlag für Erziehung und Wissenschaft. ISBN 3-8103-0808-3.
  11. Simon-Pelanda, Hans (1996). Im Herzen der Stadt: Das Außenlager Colosseum in Regensburg. Dachauer Hefte, 12. ISSN 0257-9472.
  12. Puvogel, Ulrike; Stankowski, Martin (1995). Gedenkstätten für die Opfer des Nationalsozialismus. Band 1. Berlin/Bonn: Edition Hentrich. ISBN 3-89331-208-0.
  13. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946
Previous articleConcentratiekamp Flossenbürg: arbeid, terreur en berechting
Next articleLudwig Plagge SS-Oberscharführer en oorlogsmisdadiger
Redactie Mei 1940
De redactie van mei1940.org bestaat uit een diverse groep schrijvers met een gemeenschappelijke interesse in de Tweede Wereldoorlog. Sommigen hebben een militaire achtergrond en brengen praktijkervaring en strategisch inzicht mee, terwijl anderen een academische of wetenschappelijke opleiding hebben gevolgd, zoals aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) of in historisch onderzoek. Deze combinatie van expertise zorgt voor diepgaande, goed onderbouwde artikelen die zowel feitelijk accuraat als analytisch sterk zijn. De redactie streeft ernaar om objectieve en goed gedocumenteerde informatie te bieden, waarbij kennis en ervaring samenkomen om een genuanceerd beeld te schetsen van deze ingrijpende periode in de geschiedenis.