Home Personen Duits Reinhard Heydrich: Architect van de Holocaust

Reinhard Heydrich: Architect van de Holocaust

Reinhard Heydrich als SS-Brigadeführer zit aan bureau als hoofd Beierse politie in kantoor, 1934
Reinhard Heydrich, SS-Brigadeführer en hoofd van de Beierse politie, aan zijn bureau in 1934

Reinhard Tristan Eugen Heydrich (1904–1942) was een hooggeplaatste SS- en politiefunctionaris in nazi-Duitsland. Als hoofd van de Sicherheitsdienst, de Gestapo en later het Reichssicherheitshauptamt gaf hij leiding aan vervolging, deportatie en massamoord in bezet Europa. Zijn naam is verbonden met de Wannseeconferentie, het bestuur in Bohemen en Moravië en de uitbouw van het nationaalsocialistische terreurapparaat.

Vroege leven en opleiding

Gezin en jeugd

Heydrich werd op 7 maart 1904 geboren in Halle an der Saale als zoon van componist en operazanger Bruno Heydrich en Elisabeth Krantz. Het gezin leefde in een cultureel welgesteld milieu rond een eigen conservatorium, waardoor muziek van jongs af aan een vaste plaats innam in zijn opvoeding. Hij leerde viool en piano spelen en bleef vooral aan de viool gehecht. Hoewel later geruchten circuleerden over Joodse afkomst aan vaderszijde, is daar in de beschikbare genealogische documentatie geen bevestiging voor gevonden. De kinderen werden rooms-katholiek opgevoed.

School, vorming en politieke omgeving

Op school gold Heydrich als een goede leerling met aanleg voor exacte vakken. Daarnaast sportte hij veel, vooral zwemmen en schermen, terwijl zijn hoge stem en geruchten over zijn afkomst hem kwetsbaar maakten voor spot. De nederlaag van Duitsland in 1918 en de onrust in Halle werkten sterk door in zijn politieke vorming. In 1919 sloot hij zich als vijftienjarige aan bij een Freikorps-eenheid die in Halle werd ingezet, maar er is geen bewijs dat hij aan gevechten deelnam. In deze jaren ontwikkelde hij ook een blijvende afkeer van communisme en de naoorlogse orde.

Interbellum: marine, NSDAP en SS

Marinecarrière en ontslag

In 1922 trad Heydrich toe tot de Reichsmarine. De marine bood hem status, vaste inkomsten en een strak georganiseerde loopbaan. Hij doorliep zijn opleiding in Kiel en Mürwik, werd officier voor verbindingsdiensten en diende onder meer op de Schleswig-Holstein. In 1928 bereikte hij de rang van Oberleutnant zur See. Zijn marineloopbaan eindigde echter abrupt in 1931, nadat een erezaak over een verbroken huwelijksbelofte was uitgelopen op ontslag wegens gedrag dat onverenigbaar werd geacht met de erecode van een officier.

Toetreding tot NSDAP en SS

Kort na zijn ontslag sloot Heydrich zich in 1931 aan bij de NSDAP en enkele weken later bij de SS. Via Karl von Eberstein kwam hij in contact met Heinrich Himmler, die juist werkte aan een eigen inlichtingenapparaat binnen de SS. Heydrich wist Himmler tijdens hun eerste gesprek te overtuigen dat hij zo’n dienst kon opbouwen. Dat werd het begin van een snelle machtsstijging. In december 1931 trouwde hij met Lina von Osten, die al overtuigd nationaalsocialist was en zijn politieke oriëntatie verder versterkte.

Opbouw van de Sicherheitsdienst

Vanaf augustus 1931 gaf Heydrich leiding aan de nieuwe inlichtingendienst van de SS, die later de naam Sicherheitsdienst kreeg. Hij bouwde een netwerk van informanten op en liet grote kaartbestanden aanleggen over politieke tegenstanders, partijleden en andere personen die voor de leiding van belang waren. Zijn werkwijze was administratief, systematisch en gericht op controle. Na de machtsovername van Hitler in 1933 kreeg hij in München greep op de politieke politie. Daarmee werd de koppeling tussen partij, SS en staatsapparaat snel hechter.

Gestapo, politie en partijstaat

In 1934 kreeg Heydrich de leiding over de Gestapo toen Hermann Göring deze macht aan Himmler overdroeg. In hetzelfde jaar speelde hij een rol bij de zuivering van de SA tijdens de Nacht van de Lange Messen, waarmee de positie van de SS binnen de partij beslissend werd versterkt. Daarna werkte hij mee aan de samenvoeging van politie en SS. Vanaf 1936 stond hij aan het hoofd van de Sicherheitspolizei en de SD. In november 1938 coördineerde hij met een telegram de arrestaties en bestuurlijke afhandeling tijdens de Kristallnacht, waarna duizenden Joden in concentratiekampen terechtkwamen.

Internationale uitbreiding en ideologische verharding

In de tweede helft van de jaren dertig verbreedde Heydrich zijn werkterrein zich verder. De SD verzamelde onder zijn leiding systematisch gegevens over maatschappelijke stemming en mogelijke tegenstanders, terwijl hij tegelijk meewerkte aan druk op Oostenrijk in de aanloop naar de Anschluss. Bij de Olympische Spelen van Berlijn in 1936 leverde hij veiligheidswerk, waarvoor hij later het Duitse Olympische Ereteken eerste klasse kreeg. In 1936 verliet hij bovendien de rooms-katholieke kerk en sloot hij zich aan bij de Gottgläubig-beweging, in lijn met het wereldbeeld dat Himmler binnen de SS wilde bevorderen. In 1940 werd hij president van de Internationale Kriminalpolizeiliche Kommission, de voorloper van Interpol, waarvan het hoofdkwartier naar Berlijn werd verplaatst.

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

RSHA, bezet Polen en de Einsatzgruppen

Na het uitbreken van de oorlog nam Heydrich een leidende plaats in binnen het veiligheidsapparaat van het Derde Rijk. In september 1939 werden de SD, de Gestapo en de Kriminalpolizei samengebracht in het Reichssicherheitshauptamt, kortweg RSHA, onder zijn leiding. In de aanloop naar de inval in Polen was hij betrokken bij de geënsceneerde grensincidenten van Operatie Himmler, waaronder de actie bij de zender van Gleiwitz. Vervolgens stuurde hij het beleid aan waarmee Poolse elites, geestelijken en bestuurders werden opgepakt of vermoord.

Polen, verdwijningen en bestuurlijke repressie

Binnen het bezette Polen viel Heydrichs apparaat niet alleen Joodse gemeenschappen aan, maar ook de Poolse bestuurlijke en culturele bovenlaag. Voor Operatie Tannenberg en de Intelligenzaktion werd een speciaal coördinatiekader ingericht binnen de Gestapo. In 1939 en 1940 werden daarbij tienduizenden Polen vermoord, onder wie veel leraren, geestelijken, oud-officieren en andere leden van de intelligentsia. Later kreeg de SD ook verantwoordelijkheid voor het Nacht-und-Nebel-beleid in West-Europa, waarbij tegenstanders van de Duitse bezetting zonder open proces konden verdwijnen in gevangenissen en kampen.

Getto’s, deportaties en massamoord

Heydrich gaf in september 1939 instructies om Joodse inwoners in bezet gebied te concentreren in grotere steden en er Judenräte te vormen. Die maatregelen vormden een vroege fase in het stelsel van getto’s, onteigening en deportatie. Op aanwijzing van Himmler organiseerde hij bovendien de inzet van Einsatzgruppen achter het front. Deze eenheden opereerden eerst in Polen en later op grote schaal in de Sovjet-Unie. In de geschiedschrijving worden aan deze groepen en hun lokale helpers meer dan twee miljoen dodelijke slachtoffers toegeschreven, onder wie ongeveer 1,3 miljoen Joden.

Van Görings opdracht naar Wannsee

Op 31 juli 1941 gaf Hermann Göring Heydrich schriftelijk opdracht om de bestuurlijke en organisatorische voorbereiding te treffen voor een zogenaamde totale oplossing van het Joodse vraagstuk in het Duitse machtsgebied. Daarmee kreeg hij een coördinerende rol tussen ministeries, partijorganen en politie-instanties. Op 20 januari 1942 zat hij de Wannseeconferentie voor, waar vertegenwoordigers van verschillende rijksdiensten de deportatie van de Joodse bevolking van Europa bespraken en afstemden. De conferentie was geen beginpunt van de moordpolitiek, maar wel een moment van formele coördinatie.

Theresienstadt en bestuurlijke coördinatie

In het protectoraat speelde Heydrich ook een rol in de deportatie van Joden uit Bohemen en Moravië. Op 10 oktober 1941 vond in Praag een overleg plaats over transporten naar Minsk en Riga, terwijl tegelijk de inrichting van Theresienstadt als doorvoer- en verzamelplaats werd voorbereid. Daarmee werden de Joodse gemeenschappen van het protectoraat rechtstreeks opgenomen in het bredere deportatie- en moordbeleid. De logistiek van deze maatregelen liep via het RSHA, waarin Heydrich zowel de politiepraktijk als de interdepartementale afstemming kon sturen.

Bohemen en Moravië

Op 27 september 1941 werd Heydrich benoemd tot plaatsvervangend rijksprotector van Bohemen en Moravië. Formeel bleef Konstantin von Neurath rijksprotector, maar de feitelijke macht lag voortaan bij Heydrich. In Praag stelde hij onmiddellijk de staat van beleg in, liet hij arrestaties uitvoeren en volgden binnen enkele dagen tientallen executies. Tegelijk probeerde hij de oorlogsproductie te stabiliseren door rantsoenen voor arbeiders aan te passen, de zwarte markt te bestrijden en de arbeidsorganisatie te verscherpen. Repressie en economisch bestuur liepen onder hem bewust door elkaar.

Bestuur, terreur en oorlogsinzet

Heydrich zag het protectoraat als een gebied dat volledig aan de Duitse oorlogseconomie ondergeschikt moest zijn. Culturele en politieke organisaties werden uitgeschakeld, verzetsnetwerken zwaar geraakt en duizenden Tsjechen gearresteerd, gedeporteerd of geëxecuteerd. In februari 1942 waren volgens zijn eigen bestuurspraktijk al honderden mensen ter dood gebracht en duizenden anderen vastgezet. Tegelijk vloog hij ook enkele missies als reserveofficier van de Luftwaffe, eerst in Noorwegen en later kort aan het oostfront, waar zijn toestel in juli 1941 door Sovjet-afweergeschut werd geraakt.

Aanslag in Praag en dood

De Tsjechoslowaakse regering in ballingschap besloot Heydrich uit te schakelen en liet de operatie uitvoeren door Jozef Gabčík en Jan Kubiš, die door de Britse Special Operations Executive waren getraind. Op 27 mei 1942 werd zijn auto in de Praagse wijk Libeň aangevallen. Gabčíks machinepistool weigerde, waarna Kubiš een aangepast explosief naar de wagen wierp. Heydrich raakte zwaar gewond en werd naar het Bulovka-ziekenhuis gebracht. Aanvankelijk leek herstel mogelijk, maar op 4 juni 1942 overleed hij aan bloedvergiftiging als gevolg van zijn verwondingen.

Lidice, Ležáky en de versnelling van het moordbeleid

Na de aanslag volgden omvangrijke represailles. De Duitse bezettingsmacht koppelde de daders ten onrechte aan Lidice en Ležáky, waarna beide dorpen werden verwoest. Mannen en oudere jongens werden doodgeschoten; vrouwen en kinderen werden gedeporteerd, waarvan een deel later werd vermoord. In bredere zin viel Heydrichs dood samen met een verdere versnelling van het vernietigingsbeleid dat kort daarvoor op bestuurlijk niveau was afgestemd. In 1942 werden de vernietigingskampen Bełżec, Sobibór en Treblinka operationeel in het kader van Aktion Reinhard.

Na de oorlog

Graf, herinnering en documentatie

Heydrich werd in 1942 begraven op de Invalidenfriedhof in Berlijn. Zijn precieze grafplaats werd na 1945 niet meer publiek gemarkeerd, mede om verering door neonazistische groepen te voorkomen. In de naoorlogse geschiedschrijving is hij uitgegroeid tot een kernpersoon in studies over SS, Gestapo, RSHA en Holocaust. Archieven in Berlijn, München en elders bevatten omvangrijke persoons- en bestuursdossiers over zijn loopbaan, zijn genealogie en zijn rol in het Duitse bezettings- en vernietigingsbeleid.

Weduwe, nalatenschap en beeldvorming

Lina Heydrich voerde in West-Duitsland meerdere procedures om een weduwenpensioen te verkrijgen en kreeg daarin uiteindelijk gelijk. Die uitkomst riep veel kritiek op, omdat haar man niet werd behandeld als organisator van misdaden tegen de menselijkheid, maar als gesneuvelde generaal. Ook in de beeldvorming bleef Heydrich een onderwerp van debat. Biografieën, tentoonstellingen en studies over de Wannseeconferentie, het protectoraat en de veiligheidsdiensten laten vooral zien hoe hij bureaucratische planning, politiegeweld en ideologische doelstellingen met elkaar verbond.

Militaire Rangen

Heydrich begon zijn loopbaan als kadet en officier in de Reichsmarine en bereikte daar de rang van Oberleutnant zur See. Binnen de SS steeg hij in elf jaar van Untersturmführer naar SS-Obergruppenführer und General der Polizei, een van de hoogste rangen in het SS- en politieapparaat. Daarnaast bezat hij een reservefunctie in de Luftwaffe en vloog hij operationele missies als jachtvlieger. Zijn loopbaan toont hoe partij, politie en krijgsmacht in nazi-Duitsland in elkaar konden grijpen zonder duidelijke institutionele scheiding.

Onderscheidingen

Tot de onderscheidingen die aan Heydrich werden verleend behoorden het Gouden Partijinsigne, de Deutsches Olympia-Ehrenzeichen eerste klasse, het IJzeren Kruis tweede en eerste klasse, het Verwundetenabzeichen in goud, het Kriegsverdienstkreuz eerste klasse met zwaarden en diverse luchtvaartonderscheidingen. Na zijn dood kende Hitler hem bovendien de hoogste graad van de Duitse Orde toe. Deze onderscheidingen weerspiegelden zowel zijn positie binnen de partijstaat als zijn verbinding met politie, SS en Luftwaffe.

Conclusie

Reinhard Heydrich behoorde tot de hoogste bestuurders van het nationaalsocialistische veiligheidsapparaat. Vanuit functies bij SD, Gestapo, Sicherheitspolizei en RSHA gaf hij vorm aan vervolging, deportatie en massamoord in Duitsland en bezet Europa. Zijn rol in Bohemen en Moravië, zijn voorzitterschap van de Wannseeconferentie en zijn betrokkenheid bij de inzet van Einsatzgruppen maken hem tot een centrale naam in de geschiedenis van de Holocaust en de Duitse bezettingspolitiek.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: By Bundesarchiv, Bild 152-50-10 / Friedrich Franz Bauer / CC-BY-SA 3.0, CC BY-SA 3.0 de, Link
  2. Gerwarth, Robert (2011). Reinhard Heydrich. Biographie. Siedler. ISBN 978-3-88680-894-6.
  3. Browning, Christopher R. (2004). The Origins of the Final Solution. University of Nebraska Press. ISBN 0-8032-1327-1.
  4. Hilberg, Raul (1985). The Destruction of the European Jews. Holmes & Meier. ISBN 0-8419-0910-5.
  5. Longerich, Peter (2012). Heinrich Himmler: A Life. Oxford University Press. ISBN 978-0-19-959232-6.
  6. Evans, Richard J. (2005). The Third Reich in Power. Penguin. ISBN 978-0-14-303790-3.
  7. MacDonald, Callum (1998). The Killing of Reinhard Heydrich. Da Capo Press. ISBN 978-0-306-80860-9.
  8. Rhodes, Richard (2002). Masters of Death. Vintage Books. ISBN 0-375-70822-7.
  9. Kershaw, Ian (2008). Hitler: A Biography. W.W. Norton. ISBN 978-0-393-06757-6.
  10. De aanslag is verfilmd in 1964: Atentat