Georg Wetzell (5 maart 1869 – 3 januari 1947) was een Duitse generaal der infanterie, stafofficier en militair publicist. Hij diende in het keizerlijke Duitse leger, werkte tijdens de Eerste Wereldoorlog bij de Oberste Heeresleitung en was van 1925 tot 1927 chef van het Truppenamt binnen de Reichswehr en later adviseur in China.
Vroege leven en opleiding
Wetzells vormende jaren zijn vooral bekend uit zijn militaire opleiding. Op 1 oktober 1889 trad hij als Fahnenjunker toe tot Pioniersbataljon nr. 16 van het Pruisische leger in Metz. Een Fahnenjunker was een officierskandidaat die tegelijk in de troependienst werd gevormd. De keuze voor de pioniers bracht hem vroeg in aanraking met techniek, veldversterkingen en militaire infrastructuur.
Metz was in deze periode een belangrijke garnizoensstad binnen het Duitse keizerrijk. Voor pionierseenheden was die omgeving van praktische waarde, omdat vestingwerken, spoorlijnen en grensverdediging daar sterk aanwezig waren. Wetzell begon zijn loopbaan daardoor in een militaire omgeving waarin techniek en operaties dicht bij elkaar lagen. Die combinatie bleef later herkenbaar in zijn werk als stafofficier.
Zijn eerste officiersrang volgde aan het einde van augustus 1891. Wetzell werd toen bevorderd tot Sekondeleutnant, de rang die overeenkwam met tweede luitenant. Op 1 oktober 1893 werd hij overgeplaatst naar Pioniersbataljon nr. 20, eveneens gelegerd in Metz. Vervolgens volgde hij verdere vorming aan de Verenigde Artillerie- en Genieschool, waar artilleristische, technische en geniegebonden kennis bij elkaar kwamen.
In 1898 werd Wetzell geplaatst bij Infanterieregiment nr. 144. Binnen dat regiment werd hij bevorderd tot Premierleutnant, een rang die boven de tweede luitenant stond. Deze overstap van pioniers naar infanterie verbreedde zijn militaire ervaring. Hij kreeg daardoor niet alleen met technische steun aan operaties te maken, maar ook met gewone troependienst, infanterietactiek en de dagelijkse praktijk van regimentscommandovoering.
Van 1901 tot 1903 volgde Wetzell de Pruisische stafopleiding. Deze opleiding was bedoeld voor officieren die geschikt werden geacht voor hogere planning, commandovoering en analyse van operaties. Na afloop werd hij toegewezen aan de Generale Staf. Daarmee verschoof zijn loopbaan duidelijk van regimentsdienst naar stafwerk, waarin voorbereiding, coördinatie en militaire besluitvorming een centrale plaats hadden.
De Generale Staf vormde binnen het Pruisisch-Duitse leger het centrum van militaire planning. Officieren die daar werkten, moesten operaties kunnen beoordelen op terrein, tijd, troepensterkte en verbindingen. Wetzells opleiding sloot aan bij die eisen. Zijn latere functies bij korpsstaven, legerleiding en het Truppenamt laten zien dat zijn loopbaan vooral langs de lijn van analyse en bevelsvoorbereiding verliep.
Deelname aan de Eerste Wereldoorlog
Wetzell begon de Eerste Wereldoorlog als ervaren stafofficier. Op 1 oktober 1912 was hij bevorderd tot majoor. Op 22 maart 1913 werd hij als Ia, de eerste stafofficier voor operaties, geplaatst bij de staf van het IIIe Legerkorps. Deze functie vroeg om kennis van bevelvoering, kaarten, marsroutes, gevechtsplanning en de uitvoering van bevelen door ondergeschikte eenheden.
Na het uitbreken van de oorlog bleef Wetzell bij het IIIe Legerkorps. Op 9 maart 1915 werd hij chef-staf van dit korps. In die rol moest hij de verbinding leggen tussen bevelhebber, divisies, logistieke diensten en andere stafonderdelen. Het werk van een korpsstaf bestond niet alleen uit het voorbereiden van aanvallen, maar ook uit het regelen van verplaatsingen, bevoorrading, aflossing en verdediging.
In augustus 1916 werd Wetzell overgeplaatst naar de Oberste Heeresleitung, de hoogste Duitse legerleiding aan het front. Hij werd chef van de operatieafdeling van de Generale Staf van het Veldleger. Deze afdeling hield zich bezig met de planning van grootschalige operaties. Wetzell kreeg daardoor een positie waarin zijn werk rechtstreeks verband hield met de strategische keuzes van de Duitse oorlogvoering.
Als chef van de operatieafdeling werkte Wetzell niet als frontcommandant, maar als planner binnen het hoogste bevelsapparaat. Zijn taak lag bij het opstellen, uitwerken en afstemmen van operaties. Zulke werkzaamheden vroegen om inzicht in meerdere fronten tegelijk. Daarbij moesten beschikbare troepen, spoorwegcapaciteit, bevoorrading en het gewenste tijdstip van aanvallen in één samenhangend bevelsplan worden geplaatst.
Zijn werk bij de Oberste Heeresleitung werd in 1916 officieel erkend. Op 11 december 1916 ontving Wetzell de Pour le Mérite, een hoge Pruisische militaire onderscheiding. De toekenning paste bij zijn functie in de operationele planning. In deze periode werkte de Duitse legerleiding aan nieuwe offensieve mogelijkheden, terwijl het front in het westen door loopgravenoorlog en uitputting werd beheerst.
In 1917 werkte Wetzell nauw samen met Erich Ludendorff. Ludendorff was als Eerste Kwartiermeester-Generaal een van de hoogste leiders van de Duitse oorlogsinspanning. Wetzell kreeg een directe rol bij de voorbereiding van de Slag bij Caporetto. Deze operatie leidde tot een grote overwinning van Duitse en Oostenrijks-Hongaarse troepen op het Italiaanse leger. Voor zijn aandeel in de planning ontving hij op 1 november 1917 het eikenloof bij de Pour le Mérite.
De planning van Caporetto paste bij een bredere Duitse poging om doorbraakoperaties beter te organiseren. Bij deze aanval werden Duitse en Oostenrijks-Hongaarse middelen gezamenlijk ingezet tegen Italiaanse posities. Voor Wetzell betekende dit dat operationele planning niet alleen binnen één leger verliep, maar ook tussen bondgenoten moest worden afgestemd. Dat verklaart de plaats van Caporetto binnen zijn militaire loopbaan.
In oktober 1917 drong Wetzell bij Ludendorff aan op een aanval in het vroege voorjaar van 1918. De reden daarvoor lag in de verwachte aankomst van grotere aantallen Amerikaanse troepen aan het westfront. Op 11 november 1917 vergezelde hij Ludendorff naar de conferentie van Mons. Daar werd overleg gevoerd met kroonprins Rupprecht van Beieren, kroonprins Wilhelm van Pruisen en hun chefs-staf, von Kuhl en von der Schulenburg.
Wetzell gaf de voorkeur aan een aanval op het Franse leger. Hij beschouwde Frankrijk als de grotere en gevaarlijkere tegenstander. Ludendorff koos uiteindelijk voor een aanval op het Britse Expeditieleger en gaf opdracht tot de planning van Operatie Michael. Wetzell bleef betrokken bij de uitwerking van de offensieve plannen. Ook de vervolgoffensieven Operatie Georgette en Operatie Blücher werden door hem gepland.
Aan het einde van september 1918 kreeg Wetzell een nieuwe functie als chef-staf van het 5e Leger. Deze benoeming viel in een periode waarin de Duitse militaire positie snel verslechterde. De geallieerde druk nam toe en de Duitse reserves raakten uitgeput. Na het einde van de oorlog kwam Wetzell niet buiten de militaire organisatie te staan, maar werd hij tijdelijk chef-staf van het XVIIIe Legerkorps.
Interbellum: Reichswehr, China en publicaties
Na de Eerste Wereldoorlog werd Wetzell opgenomen in de Reichswehr. Deze krijgsmacht van de Weimarrepubliek was kleiner dan het keizerlijke leger en werkte binnen de beperkingen die na 1919 waren opgelegd. In 1920 werd Wetzell bevorderd tot Oberst. Zijn behoud binnen de Reichswehr laat zien dat zijn stafervaring ook na de nederlaag bruikbaar werd geacht voor de nieuwe militaire organisatie.
In 1921 werd Wetzell inspecteur van de Nachrichtentruppen, aangeduid als In 7, binnen het ministerie van de Reichswehr. Deze troepen waren verbonden met berichtenverkeer, verbindingen en militaire communicatie. Op 1 december 1923 volgde zijn bevordering tot Generalmajor. Daarmee kwam hij in de hogere leiding van de Reichswehr terecht, op een terrein dat voor moderne commandovoering van groot belang was.
Wetzell stond in de jaren 1925 tot 1927 aan de top van het Truppenamt. Op 1 februari 1926 werd hij chef van dit bureau, en op 1 februari 1927 volgde zijn bevordering tot Generalleutnant. Het Truppenamt vervulde binnen de Reichswehr staf- en planningsfuncties. Door de beperkingen na de Eerste Wereldoorlog had deze instelling een bijzondere plaats in de Duitse militaire organisatie.
Het Truppenamt werkte binnen een leger dat formeel beperkt was in omvang en structuur. Toch bleef de behoefte aan opleiding, planning en doctrine bestaan. Wetzells aanstelling past daardoor in de poging van de Reichswehr om militaire kennis te bewaren en te ordenen. Zijn functie verbond de ervaring van de Eerste Wereldoorlog met de opbouw van een kleiner, professioneel leger.
In april 1927 werd Wetzell uit zijn functie bij het Truppenamt ontheven. Daarna werd hij overgeplaatst naar de staf van Gruppenkommando I in Berlijn. Op 31 oktober 1927 ging hij met pensioen in de rang van General der Infanterie. Na zijn afscheid uit actieve dienst richtte hij het militaire tijdschrift Deutsche Wehr op, waarmee hij actief bleef binnen het publieke militaire debat.
Vanaf 1930 werkte Wetzell vier jaar als algemeen militair adviseur voor de Chinese regering in Nanking. Deze functie viel binnen de bredere Duits-Chinese samenwerking die tussen 1926 en 1941 bestond. Zijn rol in China sloot aan bij zijn achtergrond als stafmilitair. Het ging om advies over militaire vraagstukken, niet om een Duits veldcommando binnen een Europees leger.
Na zijn periode in China werd Wetzell actief in militaire publicaties. Op 1 oktober 1934 werd hij hoofdredacteur van het Militär-Wochenblatt. Daarnaast schreef en redigeerde hij militaire en politieke beschouwingen. Tot zijn werken behoren Von Falkenhayn zu Hindenburg-Ludendorff uit 1921, Der Bündniskrieg uit 1937 en Die deutsche Wehrmacht uit 1939.
Deelname aan de Tweede Wereldoorlog
Tijdens de Tweede Wereldoorlog had Wetzell geen actieve commandofunctie in het veldleger. Zijn rol lag in deze periode bij militaire publicistiek. Hij bleef hoofdredacteur van het Militär-Wochenblatt tot december 1942, toen het blad werd stopgezet. Daarmee was zijn werk in de oorlogsjaren verbonden met redactie, analyse en militaire berichtgeving, niet met bevelvoering aan het front.
Deze fase verschilde sterk van zijn rol tijdens de Eerste Wereldoorlog. In 1916, 1917 en 1918 werkte hij binnen de hoogste operationele planning van het Duitse leger. In de Tweede Wereldoorlog was hij daarentegen een gepensioneerde officier die via een militair weekblad actief bleef. Zijn werkzaamheden staan in deze periode in het teken van het tijdschrift en niet van een commandopost bij een leger of legerkorps.
Na de oorlog
Na de Tweede Wereldoorlog was Wetzell een gepensioneerde militair die vooral bekend bleef door zijn vroegere stafwerk, zijn publicaties en zijn rol als militair adviseur. Zijn loopbaan liep van het Pruisische leger via de Oberste Heeresleitung naar de Reichswehr en daarna naar militaire publicistiek. Hij overleed op 3 januari 1947, minder dan twee jaar na het einde van de oorlog in Europa.
Zijn plaats in de militaire geschiedschrijving hangt vooral samen met de Duitse operationele planning in 1916, 1917 en 1918. Caporetto, de voorbereidingen voor de voorjaarsaanvallen van 1918 en zijn functie bij het Truppenamt vormen de voornaamste onderdelen van zijn loopbaan. Daarnaast laat zijn advieswerk in China zien dat Duitse stafofficieren uit de Eerste Wereldoorlog ook buiten Europa werden ingezet.
Militaire Rangen
Wetzells militaire loopbaan verliep via technische troependienst, infanteriedienst, stafwerk en hogere leiding. De genoemde rangen tonen een geleidelijke opbouw van officierskandidaat tot generaal der infanterie. De rangbenamingen zijn deels Duits gehouden, omdat zij verbonden zijn met de Pruisische en Reichswehrstructuur waarin hij diende. Daarbij sluiten de data aan bij de genoemde benoemingen uit zijn carrière.
- Fahnenjunker: 1 oktober 1889
- Sekondeleutnant: eind augustus 1891
- Premierleutnant: 1898
- Major: 1 oktober 1912
- Oberst: 1920
- Generalmajor: 1 december 1923
- Generalleutnant: 1 februari 1927
- General der Infanterie: 31 oktober 1927, bij pensionering
Onderscheidingen
Wetzell ontving op 11 december 1916 de Pour le Mérite. Deze orde behoorde tot de hoogste militaire onderscheidingen binnen Pruisen en het Duitse keizerrijk. De toekenning vond plaats in de periode waarin hij chef van de operatieafdeling van de Generale Staf van het Veldleger was. Zijn werk lag toen bij de planning van grote operaties aan de fronten van de Eerste Wereldoorlog.
Op 1 november 1917 ontving Wetzell het eikenloof bij de Pour le Mérite. Deze aanvullende onderscheiding werd toegekend na zijn bijdrage aan de planning van de campagne tegen Italië. De Slag bij Caporetto was daarbij het centrale militaire resultaat. De combinatie van de oorspronkelijke orde en het eikenloof onderstreepte zijn erkenning als stafofficier binnen de Duitse oorlogvoering.
Conclusie
Georg Wetzell was een Duitse militair wiens loopbaan vooral werd bepaald door stafwerk, operationele planning en militaire organisatie. Zijn vroege vorming bij de pioniers en infanterie leidde tot een positie in de Generale Staf. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkte hij bij de hoogste legerleiding en was hij betrokken bij de planning van Caporetto en de Duitse offensieven van 1918.
Na 1918 bleef Wetzell actief binnen de Reichswehr, waar hij uiteindelijk chef van het Truppenamt werd. Zijn latere werk als adviseur in China, hoofdredacteur en auteur plaatste hem ook buiten de actieve troependienst. Zijn loopbaan maakt hem vooral relevant voor de studie van Duitse stafcultuur, militaire planning en de overgang van keizerlijk leger naar Reichswehr.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Berliner August Scherl Verlag, Public domain, via Wikimedia Commons
- Hildebrand, Karl-Friedrich; Zweng, Christian (2011). Die Ritter des Ordens Pour le Mérite der I. Weltkriegs. Band 3: P–Z. Bissendorf: Biblio Verlag. ISBN 3-7648-2586-3.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946










