
Generaal Winkelman kende de hoofdlijnen van Plan D (Breda-variant) en wist dat het Franse Zevende Leger naar Breda zou oprukken. Zijn keuze om de Nederlandse hoofdmacht uit Noord-Brabant terug te nemen, maakte de Peel-Raamstelling niet meer bruikbaar als steunpunt voor de Franse ontplooiing.
Generaal Izaak Reijnders zag echter de Peel-Raamstelling als schakel binnen deze samenhang. Generaal Henri Winkelman hanteerde verouderde doctrines, hield vast aan de Vesting Holland en blokkeerde daarmee de Franse ontplooiing.
Plan D en de Lage Landen
Plan D was het Franse verdedigingsplan voor een Duitse aanval door België en Nederland. De Franse legerleiding wilde de Duitse opmars niet pas op Frans grondgebied opvangen, maar de strijd naar voren brengen. Franse en Britse troepen moesten België binnentrekken zodra Duitsland de aanval inzette. De noordelijke uitbreiding van dit plan bracht het Franse Zevende Leger richting Breda.
De Breda-variant gaf Noord-Brabant een vaste plaats in de geallieerde operatie. Het Franse Zevende Leger moest naar Breda oprukken om contact te maken met Nederlandse troepen. Die aansluiting vroeg om Nederlandse weerstand in Noord-Brabant. De Peel-Raamstelling hoorde daarom niet alleen een Nederlandse verdedigingslijn te zijn, maar ook een steunpunt voor de Franse ontplooiing.
Reijnders en de Peel-Raamstelling
Reijnders wilde standhouden in de Peel-Raamstelling. Hij zag deze stelling niet als een losse linie, maar als onderdeel van een bredere verdediging waarin Nederland, België en Frankrijk met elkaar verbonden waren. De stelling moest tijd voor het Franse leger geven, Duitse snelheid breken en voorkomen dat Noord-Brabant direct als doorgangsgebied naar Moerdijk, Rotterdam en Antwerpen werd gebruikt.
Reijnders begreep dat de Duitse aanval niet alleen om frontale druk draaide. De Duitse oorlogvoering was gericht op snelheid, verbindingen, luchtlandingen en snelle aansluiting van grondtroepen. Daarom was Noord-Brabant van groot militair belang. De Peel-Raamstelling lag precies op de route waar de Duitse beweging naar Moerdijk, Rotterdam en Antwerpen moest worden vertraagd.
Bij Reijnders had de Peel-Raamstelling drie vaste functies. De stelling moest het Franse Zevende Leger de kans geven zich te ontplooien, de Duitse route naar Moerdijk en Rotterdam vertragen en de verbinding tussen Nederland, Frankrijk en Antwerpen beschermen. Dat was de kern van zijn strategische inzicht. Noord-Brabant mocht niet worden losgelaten op het moment dat Franse hulp onderweg was.
Winkelman en de Vesting Holland
Winkelman hield vast aan de strategie van standhouden in de Vesting Holland. In zijn opzet kreeg het hart van Nederland de hoogste prioriteit. Daardoor werd Noord-Brabant minder behandeld als verbindingsruimte met de Franse opmars. De Peel-Raamstelling verloor in deze benadering haar functie als schakel tussen Nederlandse verdediging en Franse hulp.
Winkelman hield vast aan oudere doctrines waarin vaste linies en de Vesting Holland centraal stonden. Die benadering paste totaal niet bij de moderne oorlogvoering van 1940. De Duitse aanval draaide om luchtlandingstroepen, pantserdivisies, bruggen, snelheid en diepe doorstoten. Juist in Noord-Brabant moest die snelheid worden gebroken, omdat daar de Duitse route naar Moerdijk en Rotterdam lag.
Hij had totaal geen lering getrokken uit de Spaanse Burgeroorlog, de inzet van gemechaniseerde eenheden tijdens de veldtocht in Polen en de Winteroorlog in Finland.
Winkelman kende Plan D en wist dat het Franse Zevende Leger richting Breda zou komen. Hij wist ook dat de Franse hulp in Noord-Brabant aansluiting moest vinden met Nederlandse troepen. Toch trok hij de Nederlandse hoofdmacht uit het gebied terug dat die hulp moest opvangen. Daardoor ontstond een militair vacuüm waar Duitse troepen gebruik van konden maken.
Vanuit militair oogpunt was zijn strategie moeilijk te verklaren. Zij werkte in het voordeel van de Duitse operatie, had een nadelige invloed op Plan D en beïnvloedde daarmee de uitkomst. Van een bevelhebber op het hoogste niveau mocht juist worden verwacht dat hij samenhang, timing en de aansluiting met het Franse leger beter zou bewaken.
Het Franse Zevende Leger onder Generaal Henri Giraud
Het Franse Zevende Leger onder Generaal Henri Giraud, was het sterkste geallieerde leger. Het kreeg binnen Plan D de opdracht om naar Breda op te rukken. Dit leger was niet zomaar een langzaam infanterieleger. Het bevatte sterke, moderne en gedeeltelijk gemotoriseerde formaties die geschikt waren voor een snelle beweging naar de noordelijke flank.
Tot het Franse Zevende Leger behoorden onder meer het I Legerkorps, het XVI Legerkorps, de 1e Division Légère Mécanique, de 9e Division d’Infanterie Motorisée, de 25e Division d’Infanterie Motorisée, de 21e Division d’Infanterie en de 60e Division d’Infanterie. De gevechtssterkte lag rond 120.000 tot 150.000 militairen. Dat gaf dit leger aanzienlijke gevechtskracht.
De 1e Division Légère Mécanique was een van de beste gemechaniseerde formaties van Frankrijk. Deze divisie beschikte over moderne tanks, pantserwagens, motorrijders en ondersteunende artillerie. De 9e Division d’Infanterie Motorisée en de 25e Division d’Infanterie Motorisée gaven het Zevende Leger extra mobiliteit. Juist daarom werd dit leger naar Breda gestuurd.
De Nederlandse eenheden in Noord-Brabant
De Nederlandse verdediging in Noord-Brabant steunde op de Maaslinie, de Peel-Raamstelling, het IIIe Legerkorps, de Peeldivisie en de Lichte Divisie. De Maaslinie moest de eerste Duitse opmars vertragen. De Peel-Raamstelling moest daarna de Duitse snelheid breken. Het IIIe Legerkorps en de Lichte Divisie vormden de sterkere Nederlandse component in het gebied.
De terugtrekking van het IIIe Legerkorps en de Lichte Divisie had grote gevolgen. Deze eenheden moesten juist het gebied dragen waar het Franse Zevende Leger aansluiting moest vinden. Door deze troepen uit Noord-Brabant terug te nemen, werd de Peel-Raamstelling teruggebracht tot een zwakkere voorliggende positie. Daardoor verloor zij haar verbindende functie binnen Plan D.
Een leger dat te hulp komt, moet worden opgevangen. Dat betekent dat er een gebied moet zijn waar bondgenootschappelijke eenheden kunnen aankomen, verzamelen, informatie krijgen, versterking ontvangen en contact maken met de eigen troepen. Noord-Brabant had die functie moeten vervullen. Door de strategie van Winkelman werd dat gebied niet voldoende vastgehouden.
De Duitse eenheden en de route naar Moerdijk
De Duitse aanval op Nederland stond onder Heeresgruppe B, onder bevel van Generaloberst Fedor von Bock. Het Duitse 18e Leger onder Generaal Georg von Küchler viel Nederland aan. Binnen deze operatie kreeg de 9e Pantserdivisie onder Generalmajor Alfred Ritter von Hubicki de taak om via Noord-Brabant naar Moerdijk en Rotterdam door te stoten.
De Duitse luchtlandingstroepen onder Generaal Kurt Student hadden tot taak bruggen, vliegvelden en knooppunten in het westen van Nederland te bezetten. De bruggen bij Moerdijk, Dordrecht en Rotterdam waren daarbij van groot belang. Deze luchtlandingstroepen konden hun positie niet onbeperkt zelfstandig vasthouden. Zij hadden snelle aansluiting nodig met Duitse grondtroepen.
Daarom was de route door Noord-Brabant van groot gewicht. De 9e Pantserdivisie moest de verbinding leggen tussen de Duitse opmars over land en de luchtlandingstroepen bij Moerdijk, Dordrecht en Rotterdam. De Peel-Raamstelling lag op de route waar deze verbinding vertraagd had moeten worden. Als die vertraging was gelukt, waren de Duitse parachutisten langer geïsoleerd geraakt.
Moerdijk, Rotterdam en Antwerpen
Moerdijk vormde de brug naar het westen van Nederland. Wie de Moerdijkbruggen beheerste, beheerste de toegang van Noord-Brabant naar Dordrecht en Rotterdam. De Duitse luchtlandingstroepen namen de bruggen in, terwijl de 9e Pantserdivisie vanuit het zuiden moest aansluiten. Deze combinatie maakte Rotterdam kwetsbaar voor een aanval vanuit de lucht en over land.
Rotterdam viel niet los te zien van Noord-Brabant. De Duitse grondroute naar Rotterdam liep via de ruimte waar de Peel-Raamstelling Duitse snelheid had moeten breken. Wanneer Noord-Brabant werd losgelaten, kreeg de Duitse opmars meer ruimte richting Moerdijk. Daardoor werd de verbinding met de luchtlandingstroepen mogelijk en kwam Rotterdam sneller onder druk te staan.
Antwerpen lag aan de zuidelijke kant van dezelfde strategische ruimte. De Franse opmars naar Breda moest de verbinding tussen België, Frankrijk en Nederland ondersteunen. Wanneer Noord-Brabant niet werd vastgehouden, werd ook de route richting Antwerpen verzwakt. Daardoor viel de strategische keten uiteen: Antwerpen, Breda, Peel-Raamstelling, Moerdijk en Rotterdam.
De Franse hulp werd geblokkeerd
Winkelman had door zijn strategie tot gevolg dat het Franse Zevende Leger zich niet kon ontplooien. De Franse voorhoede kwam naar Noord-Brabant, maar het gebied waarin de aansluiting moest plaatsvinden werd door de Nederlandse hoofdmacht verlaten. Daardoor werd de Franse hulp niet opgevangen. Een bondgenootschappelijke operatie kan niet functioneren wanneer het aansluitgebied wordt losgelaten.
De divisies die onderweg waren, konden hun gevechtskracht niet versterken op de plaats waarvoor zij waren gestuurd. De 1e Division Légère Mécanique kon vooruitgaan, maar de achterop komende formaties hadden ruimte, wegen, verzorging, brandstof, bevelvoering en contact met Nederlandse troepen nodig. Zonder die voorwaarden werd het sterke Franse Zevende Leger verspreid en onvolledig ingezet.
Winkelman wist dat de Fransen kwamen en hij wist wat de gevolgen waren van terugtrekking uit Noord-Brabant. Hij wist dat Plan D uitging van Franse beweging richting Breda. Hij wist dat de Peel-Raamstelling en de Nederlandse troepen in Brabant de Franse ontplooiing moesten ondersteunen. Toch hield hij vast aan de Vesting Holland. Daarmee blokkeerde hij de Franse hulp.
De Peel-Raamstelling als gemiste strategische rem
De Peel-Raamstelling lag op de route waar Duitse snelheid gebroken moest worden. Deze stelling had tijd moeten winnen voor het Franse Zevende Leger en voor de achterop komende Franse divisies. De strategie van Reijnders hield de voorwaarden voor Franse ontplooiing in Noord-Brabant beter in stand dan de strategie van Winkelman.
Een langere verdediging van de Peel-Raamstelling had de Duitse doorstoot naar Moerdijk kunnen vertragen. Daardoor waren de Duitse luchtlandingstroepen bij Moerdijk, Dordrecht en Rotterdam langer afhankelijk gebleven van beperkte voorraden en kwetsbare posities. Parachutisten en luchtlandingstroepen kunnen bruggen grijpen, maar zij houden die posities niet dagenlang zonder versterking, zware wapens en voldoende munitie.
Bij vertraging van de Duitse grondtroepen was de situatie bij de bruggen anders geworden. De Moerdijkbruggen hadden dan onder grotere druk kunnen komen te staan. Nederlandse en Franse eenheden hadden meer tijd kunnen krijgen om tegenaanvallen te organiseren. De Duitse verbinding tussen luchtlanding en pantseropmars was dan minder vanzelfsprekend geweest.
Waarom Winkelmans bevelvoering faalde
Winkelmans bevelvoering faalde in de koppeling tussen Nederlandse verdediging en Franse ontplooiing. Hij kende Plan D, maar gaf de Peel-Raamstelling niet de plaats die deze binnen de Franse opmars naar Breda moest hebben. Hij hield vast aan de Vesting Holland en liet de ruimte los waar de Franse steun moest worden opgevangen.
Zijn strategie creëerde een militair vacuüm in Noord-Brabant. Het IIIe Legerkorps en de Lichte Divisie werden teruggenomen uit het gebied waar zij nodig waren om het Franse Zevende Leger op te vangen. Daardoor konden de Fransen zich niet ontplooien. De sterke Franse formaties konden hun kracht niet ontwikkelen op de plaats waarvoor zij waren gestuurd.
De fout bij Moerdijk past in dezelfde lijn. De bruggen waren van groot belang voor de toegang tot de Vesting Holland. Toch vielen zij intact in Duitse handen en konden Duitse luchtlandingstroepen daar standhouden tot grondtroepen aansluiting maakten. Door de terugtocht uit Noord-Brabant werd de Duitse route naar deze bruggen niet voldoende geblokkeerd.
Reijnders tegenover Winkelman
Het verschil tussen Reijnders en Winkelman lag in strategisch inzicht. Reijnders zag de Peel-Raamstelling als onderdeel van een groter geheel. Voor hem waren Noord-Brabant, Breda, Antwerpen, Moerdijk en Rotterdam met elkaar verbonden. Hij begreep dat de Franse hulp alleen betekenis had wanneer Nederland het aansluitgebied vasthield.
Winkelman zag dit verband niet op dezelfde manier. Hij richtte zich op de Vesting Holland en nam de Nederlandse hoofdmacht terug uit Noord-Brabant. Daardoor maakte hij de Franse ontplooiing onmogelijk. Het Franse Zevende Leger was onderweg, maar de Nederlandse verdediging trok zich terug uit het gebied waar dit leger moest aansluiten.
Reijnders zocht aansluiting bij de bondgenootschappelijke oorlogvoering. Winkelman koos voor een defensieve eilandstrategie. Die keuze maakte Nederland zwakker, omdat het Franse Zevende Leger niet kon worden gebruikt zoals Plan D had bedoeld. De strategie van Reijnders bood de mogelijkheid om Duitse snelheid te breken. De strategie van Winkelman liet die mogelijkheid verloren gaan.
De gevolgen in mei 1940
De Peel-Raamstelling werd na de Duitse aanval snel ontruimd. Hierdoor verdween het Nederlandse verdedigingsgebied waarin het Franse Zevende Leger volgens de Breda-variant van Plan D aansluiting had moeten vinden. De snelle terugtrekking beperkte daardoor de mogelijkheden voor de Fransen om zich in Noord-Brabant volledig te ontplooien.
De Duitse 9e Pantserdivisie kon richting Moerdijk oprukken. De luchtlandingstroepen bij Rotterdam en Moerdijk kregen uiteindelijk de grondverbinding die zij nodig hadden. Rotterdam viel, terwijl de weg naar Antwerpen binnen dezelfde strategische ruimte open kwam te liggen. Het Franse Zevende Leger raakte verspreid en kon niet geconcentreerd optreden.
De snelle Duitse verbinding met de luchtlandingstroepen maakte de operatie bij Moerdijk, Dordrecht en Rotterdam militair bruikbaar. Daardoor werd de tijd voor Nederlandse en Franse tegenmaatregelen beperkt. Het Franse Zevende Leger raakte verspreid en kon niet geconcentreerd optreden in het gebied waarvoor het was ingezet.
Conclusie
Reijnders zag het strategische verband van Plan D. Hij wilde standhouden in de Peel-Raamstelling, omdat deze stelling tijd moest winnen voor het Franse Zevende Leger onder Generaal Henri Giraud. De Peel-Raamstelling lag op de route naar Moerdijk, Rotterdam en Antwerpen. Dit was de plaats waar de Duitse snelheid gebroken moest worden.
Winkelman faalde doordat hij vasthield aan de Vesting Holland en de Nederlandse hoofdmacht uit Noord-Brabant terugnam. Daardoor werd het gebied niet verdedigd, waar het Franse Zevende Leger volgens Plan D aansluiting had moeten vinden met de Nederlandse verdediging. Het Franse Zevende Leger was het sterke geallieerde leger aan de noordelijke flank, maar kon zich daardoor niet ontplooien zoals was voorzien. De divisies die onderweg waren, konden hun gevechtskracht niet ontwikkelen op de plaats waarvoor zij waren ingezet.
De strategie van Winkelman blokkeerde de Franse hulp. Door het loslaten van Noord-Brabant verloor de Peel-Raamstelling haar functie als verbindende stelling. De Duitse 9e Pantserdivisie kreeg ruimte richting Moerdijk en Rotterdam, terwijl de Duitse luchtlandingstroepen aansluiting konden krijgen met grondtroepen. Als de strategie van Reijnders was gevolgd, had het Franse Zevende Leger zich kunnen ontplooien en was een andere militaire situatie ontstaan.
Bronnen en meer informatie
- Jong, L. de (1969). Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Deel 2: Neutraal. ’s-Gravenhage: Staatsuitgeverij. ISBN 978-90-12-00473-2.
- Jong, L. de (1970). Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Deel 3: Mei ’40. ’s-Gravenhage: Staatsuitgeverij. ISBN 978-90-12-01638-4.
- Amersfoort, Herman en Kamphuis, Piet, red. (2012). Mei 1940: De strijd op Nederlands grondgebied. Amsterdam: Boom. ISBN 978-94-6105-702-0.
- Frieser, Karl-Heinz (2005). The Blitzkrieg Legend: The 1940 Campaign in the West. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-1-59114-294-2.
- Doughty, Robert A. (1985). The Seeds of Disaster: The Development of French Army Doctrine, 1919–1939. Hamden: Archon Books. ISBN 978-0-208-02096-3.
- Horne, Alistair (1969). To Lose a Battle: France 1940. London: Macmillan. ISBN 978-0-333-10264-0.
- Brongers, E.H. (2007). Generaal Reynders: Een miskend bevelhebber 1939–1940. Soesterberg: Aspekt. ISBN 978-90-5911-603-0.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946.









