Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden planning, doctrines en tactieken gevormd door strategische behoeften en technologische ontwikkelingen. Planning omvatte grootschalige operaties zoals Operatie Barbarossa, de Duitse invasie van de Sovjet-Unie, en de geallieerde invasie in Normandië. Militaire doctrines, zoals de Duitse Blitzkrieg, richtten zich op snelheid en verrassing om vijandelijke linies te doorbreken. Aan geallieerde zijde werd de nadruk gelegd op gecombineerde operaties tussen land-, zee- en luchtstrijdkrachten.
Tactieken varieerden van loopgravenoorlogvoering tot mobiele oorlogvoering. Technologie, zoals tanks, vliegtuigen en radar, speelde een essentiële rol in deze methoden. Troepen werden vaak ingezet op basis van logistieke overwegingen en strategische prioriteiten. Innovaties in oorlogsvoering werden voortdurend aangepast aan veranderende situaties, wat leidde tot complexe veldslagen en aanhoudende campagnes die zowel militaire als civiele gebieden beïnvloedden.