Dezső László was een Hongaarse beroepsmilitair die diende in de Eerste en Tweede Wereldoorlog en werd gevormd binnen de Hongaarse officierstraditie. Hij doorliep functies van vaandrig tot kolonel-generaal, voerde in 1944–1945 het Eerste Hongaarse Leger aan en werd na de oorlog berecht, geëxecuteerd en in 1999 door het Hongaarse Hooggerechtshof vrijgesproken.
Vroege leven en opleiding
Dezső László werd op 23 juli 1894 geboren in Lovászpatona, een plaats in het toenmalige Hongaarse deel van de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. In bronnen komt zijn naam ook voor met de titel vitéz, die verbonden was met de Hongaarse Orde van Vitéz. De Hongaarse uitspraak van zijn naam wordt weergegeven als [ˈdɛʒø ˈviteːz ˈlaːslo]. Zijn geboorteplaats en opleiding plaatsen hem in een generatie officieren die vóór 1914 werd gevormd binnen de militaire cultuur van Midden-Europa.
Zijn militaire vorming begon aan een cadettenschool, waar hij werd voorbereid op een loopbaan als officier. Na zijn afstuderen volgde in 1911 zijn bevordering tot vaandrig. Daarmee trad hij op jonge leeftijd toe tot het officierenkorps, nog vóór het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. De opleiding gaf hem basiskennis van bevelvoering, discipline, kaartlezen, wapengebruik en de organisatie van eenheden. Deze voorbereiding bepaalde het begin van een lange loopbaan in Hongaarse en later ook met Duitsland verbonden militaire structuren.
Cadettenscholen vormden in deze periode een vaste route naar militaire dienst op officiersniveau. De nadruk lag op praktische inzetbaarheid, kennis van bevelslijnen en aanpassing aan de hiërarchie van het leger. Voor László betekende dit dat zijn loopbaan al vroeg werd gekoppeld aan professionele krijgskunde. Zijn latere functies in de Generale Staf en aan de Ludovica Militaire Academie sluiten aan bij die achtergrond, omdat zij beide vroegen om kennis van opleiding, administratie en commandovoering.
Deelname aan de Eerste Wereldoorlog
Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende László als officier aan meerdere fronten. Hij werd ingezet aan het Servische front, het Italiaanse front en het oostfront. In de aangeleverde biografische gegevens wordt hij voor deze periode vermeld als kapitein, terwijl zijn frontdienst ook in verband wordt gebracht met de rang van eerste luitenant. Zijn oorlogservaring viel daardoor samen met de grote frontwisselingen van Oostenrijk-Hongarije tussen 1914 en 1918.
De inzet aan verschillende fronten betekende dat László te maken kreeg met uiteenlopende vormen van oorlogvoering. Op de Balkan, in Italië en in het oosten verschilden terrein, bevoorrading en operationele omstandigheden sterk van elkaar. Aan het einde van de oorlog kwam hij in Italiaanse krijgsgevangenschap terecht. Na zijn vrijlating in 1919 sloot hij aan bij de Hongaarse Nationale Legerorganisatie. Daarmee ging zijn loopbaan over van de keizerlijke en koninklijke militaire omgeving naar de nieuwe Hongaarse strijdkrachten na de oorlog.
De Eerste Wereldoorlog gaf László ervaring met frontdienst binnen een leger dat op verschillende strijdtonelen tegelijk werd ingezet. Voor officieren betekende dit werken onder wisselende omstandigheden, met nadruk op bevelsuitvoering, contact tussen eenheden en het handhaven van orde onder druk. Zijn latere overstap naar staffuncties kan binnen die loopbaan worden geplaatst. De oorlogsjaren vormden daardoor de eerste lange fase van zijn militaire praktijk.
Interbellum: loopbaan in de Hongaarse krijgsmacht
Na zijn terugkeer uit krijgsgevangenschap werd László stafofficier binnen het Hongaarse Nationale Leger. Deze fase volgde op de ontbinding van Oostenrijk-Hongarije en de vorming van een zelfstandig Hongaars militair apparaat. In 1920 en 1921 volgde hij onderwijs aan de militaire academie. Daarna bekleedde hij verschillende staffuncties. Zijn loopbaan ontwikkelde zich daardoor vooral binnen planning, organisatie en opleiding, niet uitsluitend binnen directe troepenaanvoering.
Tussen 1921 en 1925 diende László als lager officier in Várpalota. Deze periode past in de bredere heropbouw van de Hongaarse krijgsmacht na de Eerste Wereldoorlog. Voor officieren betekende dit werken binnen beperkte middelen, gewijzigde grenzen en een leger dat opnieuw moest worden ingericht. László bleef in deze jaren onderdeel van het beroepsmatige officierskorps. Zijn functies wijzen op een geleidelijke overgang van veldervaring naar administratieve en stafmatige verantwoordelijkheden.
Vanaf mei 1936 kreeg László een hogere plaats binnen de Generale Staf. Hij werd hoofd van de 1e afdeling van de chef van de Generale Staf. Op 1 februari 1937 volgde zijn benoeming tot stafchef van de 1e Gemengde Brigade. Vervolgens keerde hij op 1 november 1938 terug als hoofd van de 1e afdeling van de chef van de Generale Staf. Deze functies tonen een loopbaan in het centrum van militaire voorbereiding, personeelsorganisatie en bevelsstructuur in de jaren voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog.
De Generale Staf had een centrale rol in de voorbereiding van legeronderdelen, de verwerking van informatie en de uitwerking van bevelen. Een afdeling binnen deze staf werkte niet los van het veldleger, maar stond in verbinding met opleiding, personeelszaken en operationele planning. László’s herhaalde plaatsing bij de 1e afdeling wijst daarom op continuïteit in zijn stafloopbaan. Zijn benoeming bij de 1e Gemengde Brigade gaf daarnaast ervaring op het niveau van een grote samengestelde eenheid.
Deelname aan de Tweede Wereldoorlog
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bekleedde László zowel opleidings- als bevelsfuncties. Tussen 1941 en 1943 was hij commandant van de Ludovica Militaire Academie, een instelling die officieren opleidde voor de Hongaarse strijdkrachten. In deze periode wordt hij ook vermeld in de rang van luitenant-generaal. Zijn werkzaamheden aan de academie lagen in het verlengde van zijn eerdere stafervaring, omdat militaire opleiding nauw verbonden was met doctrine, bevelvoering en selectie van officieren.
László voerde ook het bevel over de 7e Lichte Divisie, bekend als de Sopron-divisie. Deze eenheid vocht aan het oostfront in de Sovjet-Unie. Zijn bevel over deze divisie duurde tot 12 augustus 1942. De inzet aan het oostfront plaatste Hongaarse troepen binnen de bredere oorlog van Duitsland en zijn bondgenoten tegen de Sovjet-Unie. Voor de Hongaarse legerleiding betekende dit optreden op grote afstand van het eigen grondgebied, met zware eisen aan bevoorrading, communicatie en commandovoering.
Het bevel over een lichte divisie verschilde van een zuivere staffunctie. Een divisiecommandant moest bevelen vertalen naar beweging, verdediging, verbinding met ondergeschikte commandanten en afstemming met hogere legerorganen. Aan het oostfront kwamen daar afstand, klimaat, verliezen en logistieke druk bij. De functie van László bij de 7e Lichte Divisie hoort daarom bij het operationele deel van zijn loopbaan. Zij bracht hem rechtstreeks in de oorlog tegen de Sovjet-Unie.
Na de machtsovername door de Pijlkruiserspartij veranderde László’s positie opnieuw. Ferenc Szálasi benoemde hem tot commandant van het Eerste Hongaarse Leger. Op 1 november 1944 ontving hij de rang van kolonel-generaal. Deze benoeming vond plaats in de laatste fase van de oorlog, toen Hongarije militair en politiek sterk onder druk stond. Het Eerste Hongaarse Leger maakte deel uit van de laatste verdediging van Hongaarse belangen onder een regering die verbonden bleef met Duitsland.
László bleef commandant van het Eerste Hongaarse Leger tot het einde van de oorlog. In april 1945 werd hij door Amerikaanse troepen gevangengenomen. Daarmee eindigde zijn actieve militaire loopbaan. Zijn gevangenneming bracht hem in geallieerde handen, waarna uitlevering aan Hongarije volgde. De overgang van commandant naar gevangene vormde het begin van een gerechtelijk traject dat in de jaren na 1945 zou uitlopen op meerdere processen.
Na de oorlog
Na de Tweede Wereldoorlog werd László uitgeleverd aan Hongarije. Daar werd hij berecht door de volksrechtspraak die na de oorlog zaken tegen militairen en politieke functionarissen behandelde. In 1946 veroordeelde de Nationale Raad van Volksrechtbanken hem tot vijftien jaar gevangenisstraf op beschuldiging van oorlogsmisdrijven. Deze straf betekende niet het einde van de zaak, omdat de politieke omstandigheden in Hongarije daarna verder veranderden.
De naoorlogse berechting van militaire bevelhebbers vond plaats in een periode waarin Hongarije zijn staatsinstellingen opnieuw inrichtte. Volksrechtbanken behandelden zaken die verband hielden met oorlog, bezetting, samenwerking met Duitsland en verantwoordelijkheid van bestuurders of commandanten. László’s zaak viel binnen deze bredere juridische behandeling van het oorlogsverleden. De eerste veroordeling tot gevangenisstraf werd later gevolgd door een strengere uitspraak in een nieuw proces.
Na de communistische machtsconcentratie werd de zaak opnieuw behandeld. In de herziening van het proces kreeg László de doodstraf opgelegd. Er volgde nog een aanbeveling voor presidentiële gratie, maar president Árpád Szakasits wees deze af. László werd op 8 juni 1949 in Boedapest geëxecuteerd. Zijn dood vond plaats in een periode waarin de Hongaarse rechtsorde steeds sterker onder communistische controle kwam te staan.
In 1999, na het einde van het communistische staatsbestel in Hongarije, behandelde het Hongaarse Hooggerechtshof zijn zaak opnieuw. Het hof sprak hem vrij van het misdrijf waarvoor hij eerder was veroordeeld. Deze uitspraak veranderde de juridische beoordeling van zijn naoorlogse veroordeling. De vrijspraak betekende geen wijziging van zijn militaire loopbaan of functies, maar wel een andere formele beoordeling van de strafzaak die in 1949 tot zijn executie had geleid.
Militaire Rangen
László’s militaire rangontwikkeling begon met zijn bevordering tot vaandrig in 1911. Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij als officier en wordt hij verbonden met de rang van eerste luitenant en met de rang van kapitein. Na 1919 werd hij stafofficier binnen het Hongaarse Nationale Leger. In de jaren daarna lag zijn loopbaan steeds meer binnen stafdienst, opleiding en hogere bevelvoering.
In de Tweede Wereldoorlog bereikte László hogere generaalsrangen. Hij wordt genoemd als luitenant-generaal tijdens zijn periode rond de Ludovica Militaire Academie en het bevel over grote eenheden. Op 1 november 1944 volgde de bevordering tot kolonel-generaal. Deze rang hoorde bij zijn benoeming tot commandant van het Eerste Hongaarse Leger door Ferenc Szálasi na de machtsovername van de Pijlkruiserspartij.
Zijn rangen moeten worden onderscheiden van zijn functies. Een rang gaf zijn plaats binnen de militaire hiërarchie aan, terwijl een functie bepaalde welke eenheid of instelling hij leidde. László was achtereenvolgens verbonden aan frontdienst, stafwerk, brigadeorganisatie, militaire opleiding, divisiebevel en legerbevel. Daardoor liep zijn loopbaan van junior officier naar een van de hoogste rangen binnen de Hongaarse krijgsmacht aan het einde van de Tweede Wereldoorlog.
Onderscheidingen
László ontving verschillende Hongaarse onderscheidingen. Tot deze onderscheidingen behoorden het Commandeurskruis met ster van de Orde van Verdienste van het Koninkrijk Hongarije, het Commandeurskruis van dezelfde orde aan oorlogslint en het Officierskruis van die orde. Daarnaast werd hij onderscheiden met het Militair Verdienste Kruis derde klasse met oorlogsdecoratie en zwaarden. Deze onderscheidingen hadden betrekking op militaire dienst, rang en erkende verdiensten binnen de Hongaarse krijgsmacht.
Ook ontving hij meerdere medailles die verbonden waren aan oorlogsdienst en langdurige militaire inzet. Daaronder vielen zilveren en bronzen Militaire Verdienste Medailles aan oorlogslint met zwaarden, evenals de Hongaarse bronzen Militaire Verdienste Medaille aan oorlogslint. Verder droeg hij het Karl-Truppenkreuz, de Hongaarse Herinneringsmedaille aan de Eerste Wereldoorlog en het Dienstkruis voor officieren eerste klasse. Deze reeks weerspiegelt zijn dienst vanaf de Eerste Wereldoorlog tot de latere fasen van zijn loopbaan.
Naast Hongaarse onderscheidingen kreeg László ook buitenlandse onderscheidingen. Hij ontving de Orde van de Duitse Adelaar en het Commandeurskruis van de Orde van de Kroon van Italië. Verder werd hij onderscheiden met het IJzeren Kruis eerste klasse en het IJzeren Kruis tweede klasse uit de periode 1939–1945. Deze onderscheidingen passen bij de militaire relaties van Hongarije met Duitsland en Italië in de periode van de Tweede Wereldoorlog.
Op 3 maart 1945 ontving László het Ridderkruis van het IJzeren Kruis. Deze Duitse onderscheiding werd in de laatste maanden van de oorlog toegekend. Daarnaast droeg hij het ereteken van de Orde van Vitéz. De aanwezigheid van deze onderscheiding sluit aan bij het gebruik van de titel vitéz bij zijn naam. De volledige reeks onderscheidingen toont een loopbaan die zowel binnen Hongaarse als buitenlandse militaire orden werd erkend.
Conclusie
Dezső László’s loopbaan liep van cadetopleiding en frontdienst in de Eerste Wereldoorlog naar hoge bevelsfuncties in de Tweede Wereldoorlog. Hij was actief als stafofficier, commandant van een militaire academie, divisiecommandant en bevelhebber van het Eerste Hongaarse Leger. Na 1945 werd hij berecht, ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. De vrijspraak door het Hongaarse Hooggerechtshof in 1999 gaf zijn zaak later een andere juridische beoordeling.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: See page for author, Public domain, via Wikimedia Commons
- Fellgiebel, Walther-Peer (2000) [1986]. Die Träger des Ritterkreuzes des Eisernen Kreuzes 1939–1945 — Die Inhaber der höchsten Auszeichnung des Zweiten Weltkrieges aller Wehrmachtteile. Friedberg: Podzun-Pallas. ISBN 978-3-7909-0284-6.
- Kovács, Attila Ótott (2006). Die ungarischen Inhaber des Ritterkreuzes des Eisernen Kreuzes. Ranis: Scherzers Militaer-Verl. ISBN 978-3-938845-02-8.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946










