![Biskupia_Gorka_executions_-_9_-_Kapo,_Pauls,_Steinhoff_(left_to_right)[1] Johann Pauls vlak voor executie door ophanging in Gdańsk 1946, bewaakt en geboeid bij galg tijdens openbaar proces](https://sp-ao.shortpixel.ai/client/to_webp,q_lossy,ret_img,w_400,h_283/https://mei1940.org/wp-content/uploads/2026/05/Biskupia_Gorka_executions_-_9_-_Kapo_Pauls_Steinhoff_left_to_right1.jpg)
Johann Pauls, ook John Pauls genoemd, was een Duitse SS-Oberscharführer die in het concentratiekamp Stutthof diende. Hij werd geboren op 9 februari 1908 in Danzig en na de oorlog in Gdańsk berecht. In het eerste Stutthof-proces kreeg hij de doodstraf voor oorlogsmisdrijven, waarna hij op 4 juli 1946 werd opgehangen.
Vroege leven en opleiding
Johann Pauls werd geboren in Danzig als derde kind van Johann August Pauls en Minna Steingräber. Zijn jeugd viel in een stad die eerst deel uitmaakte van het Duitse Keizerrijk en na de Eerste Wereldoorlog de Vrije Stad Danzig werd. Over zijn jeugd zijn vooral familiegegevens bekend. Die gegevens plaatsen hem in een Duitstalige omgeving rond Danzig, het latere Gdańsk.
De naam van Pauls komt in historische gegevens in twee vormen voor: Johann Pauls en John Pauls. Beide vormen verwijzen naar dezelfde persoon. Het gebruik van verschillende namen hangt samen met Duitse, Poolse en Engelstalige beschrijvingen van dezelfde zaak. Voor een nauwkeurige biografie is vooral van belang dat geboorteplaats, overlijdensdatum, SS-rang en Stutthof-proces met elkaar overeenkomen.
Pauls volgde een opleiding tot bruggenbouwer en schoolde zich daarna verder tot bruggenmeester. Dat beroep sloot aan bij technisch en uitvoerend werk aan bruggen, wegen en stedelijke infrastructuur. Vervolgens werkte hij als Senatsarbeiter in dienst van de Vrije Stad Danzig. Daarmee was hij vóór zijn latere SS-dienst eerst werkzaam in een civiele functie binnen het bestuur en de openbare werken van Danzig.
Op 25 maart 1933 trouwde Pauls in Danzig met Lina Johanna Oelsner, die toen negentien jaar oud was. Uit dit huwelijk kwamen acht kinderen voort. Deze gezinsgegevens zijn van belang omdat zij laten zien dat zijn particuliere leven naast zijn politieke en militaire loopbaan doorliep. De latere berechting richtte zich echter op zijn rol binnen het kampstelsel, niet op zijn gezin.
Interbellum: Danzig, NSDAP en SS
Pauls sloot zich op 1 april 1931 in de Vrije Stad Danzig aan bij de NSDAP en de SS. Zijn NSDAP-lidmaatschapsnummer was 501.538. De toetreding vond plaats in het interbellum, toen Danzig een aparte staatsrechtelijke positie had en de Duitse nationaalsocialistische beweging daar ook politieke aanhang opbouwde. Zijn aansluiting bij partij en SS kwam dus ruim vóór zijn inzet in een concentratiekamp.
De Vrije Stad Danzig had tussen de wereldoorlogen een eigen bestuur, maar stond politiek onder druk door Duitse nationalistische groepen. Binnen die omgeving kregen de NSDAP en verwante organisaties steeds meer invloed. Pauls trad in deze plaatselijke politieke werkelijkheid toe tot de partij en de SS. Daardoor werd zijn loopbaan vanaf 1931 verbonden met de nationaalsocialistische machtsopbouw rond Danzig.
De overgang van civiel werk naar partijorganisatie en SS-dienst verliep in stappen. Pauls bleef aanvankelijk verbonden aan Danzig, maar zijn politieke keuze bracht hem binnen een organisatie die later rechtstreeks bij het Duitse kampstelsel betrokken was. Zijn vroege lidmaatschap leverde hem ook het Ehrenwinkel der Alten Kämpfer op, een onderscheidingsteken voor vroege leden van de nationaalsocialistische beweging.
Zijn huwelijk in maart 1933 vond plaats in hetzelfde jaar waarin de nationaalsocialisten in Duitsland de macht overnamen. Voor Danzig betekende dit geen eenvoudige kopie van de situatie in Berlijn, maar de politieke invloed van de NSDAP nam ook daar toe. Pauls bevond zich in deze periode in een combinatie van burgerlijk werk, gezinsvorming en vaste aansluiting bij partij en SS.
Deelname aan de Tweede Wereldoorlog
Reservepolitie en Waffen-SS
Vanaf 21 juli 1939 diende Pauls bij de politie in de reserve. Deze dienst liep tot 31 oktober 1941 en omvatte daarmee zowel de laatste weken vóór de Duitse aanval op Polen als de eerste oorlogsjaren. Op 1 november 1941 werd hij ingedeeld bij de Waffen-SS, waar hij als SS-Schütze der Reserve aan infanterie en wachtdienst werd verbonden.
Zijn periode bij de Waffen-SS duurde tot 11 maart 1943. Daarna volgde een volgende stap binnen de SS-organisatie. Na de zaak Bartsch tegen Pauls werd hij in april 1943 overgeplaatst naar de SS-Totenkopfsturmbann bij het concentratiekamp Sachsenhausen. Deze eenheden waren verbonden aan het bewaken en besturen van concentratiekampen. Daarmee kwam Pauls in een functieomgeving terecht waarin kampbewaking centraal stond.
De overplaatsing naar Sachsenhausen past binnen de bredere structuur van SS-dienst tijdens de oorlog. Kampbewaking werd niet uitgevoerd door gewone politie alleen, maar door SS-eenheden die speciaal met concentratiekampen waren verbonden. De stap van reservepolitie naar Waffen-SS en vervolgens naar een Totenkopf-eenheid bracht Pauls dichter bij het dagelijkse geweld van het kampstelsel.
Dienst in Stutthof
Na zijn overplaatsing werd Pauls als SS-Oberscharführer ingezet bij de bewakingsdienst van het concentratiekamp Stutthof. Stutthof lag bij het dorp Stutthof, het huidige Sztutowo, in de omgeving van Danzig. Het kamp maakte deel uit van het Duitse nazistische concentratiekampstelsel. Pauls werd daar in verband gebracht met toezicht, dwangarbeid en de behandeling van kampgevangenen.
Stutthof functioneerde als kamp waarin gevangenen werden vastgehouden, bewaakt en tot arbeid gedwongen. Het kampterrein werd tijdens de oorlog uitgebreid. Voor die uitbreiding waren voorbereidende werkzaamheden nodig, waaronder het vrijmaken van bosgrond en het geschikt maken van terrein. Juist bij deze werkzaamheden kwam Pauls in beeld, omdat hij toezicht hield op gevangenen die buiten de gewone barakkenstructuur zwaar lichamelijk werk moesten verrichten.
Binnen Stutthof was Pauls verbonden aan de zogenoemde Waldkolonne. Dit was een gevangenencommando dat bosgebieden moest rooien en terrein moest voorbereiden voor uitbreiding van het kamp. Het werk bestond uit het kappen van bomen, het verplaatsen van zware stammen en het egaliseren van grond. De arbeid vond plaats onder dwang en onder omstandigheden waarin voedsel, rust en bescherming ontoereikend waren.
De Waldkolonne had een aparte plaats binnen de arbeidscommando’s van het kamp. Gevangenen moesten fysiek zwaar werk uitvoeren in de buitenlucht en stonden daarbij onder toezicht van SS-personeel en kapo’s. Kapo’s waren gevangenen die door de kamporganisatie een toezichthoudende functie kregen. Dit systeem versterkte de druk op gevangenen, omdat dwang niet alleen van SS’ers kwam, maar ook via de interne kampstructuur werd opgelegd.
Het eerste Stutthof-proces stelde later vast dat Pauls als opzichter van deze Waldkolonne kampgevangenen onmenselijk had behandeld. De werkzaamheden waren niet alleen zwaar door het terrein en de fysieke belasting, maar ook door mishandeling en de rol van SS’ers en kapo’s. In beschrijvingen van de Waldkolonne wordt de sterfte onder gevangenen als hoog weergegeven.
De rol van Pauls moet worden geplaatst binnen het kampregime van Stutthof, waarin bewaking, dwangarbeid, straf en geweld met elkaar verbonden waren. Een SS-Oberscharführer was geen kampcommandant, maar een onderofficier met gezag over gevangenen en lager geplaatste manschappen. Zijn verantwoordelijkheid lag daarom niet in algemeen beleid, maar in uitvoering, toezicht en concrete behandeling van gevangenen binnen toegewezen arbeidseenheden.
Zijn bekendste strafrechtelijke verwijt had betrekking op de behandeling van gevangenen, niet alleen op formeel lidmaatschap van de SS. Het hof keek naar zijn functie, de arbeidseenheid waarvoor hij verantwoordelijk was en het gedrag dat aan hem werd toegeschreven. Daardoor kreeg de Waldkolonne in zijn zaak een centrale plaats bij de beoordeling van schuld en straf.
Na de oorlog
Eerste Stutthof-proces
Na de Duitse nederlaag werd Pauls berecht in het eerste Stutthof-proces in Gdańsk. Het proces vond plaats van 25 april 1946 tot en met 31 mei 1946 voor een Speciaal Strafhof. Pauls stond terecht samen met voormalige leden van de kampbewaking en kapo’s. De zaak richtte zich op oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen gevangenen in Stutthof.
Het eerste Stutthof-proces was een van de vroege processen tegen personeel van Duitse concentratiekampen op Pools grondgebied. De zittingen behandelden niet het volledige kampstelsel, maar concrete daden van personen die aan Stutthof waren verbonden. Daarbij stond de vraag centraal welke rol de aangeklaagden hadden gespeeld bij mishandeling, dwangarbeid, sterfte en andere misdrijven tegen gevangenen.
Het hof achtte bewezen dat Pauls betrokken was bij misdrijven in het kamp, vooral door zijn optreden tegenover gevangenen van de Waldkolonne. Hij werd ter dood veroordeeld door ophanging. Samen met hem kregen ook andere voormalige bewakers en kapo’s zware straffen. De uitkomst maakte deel uit van de vroege naoorlogse vervolging van personeel van Duitse concentratiekampen in Polen.
Vonnis en executie
Na het doodvonnis probeerde Pauls in de gevangenis zelfmoord te plegen door zijn keel door te snijden. Hij overleefde die poging en bleef in hechtenis tot de uitvoering van het vonnis. Op 4 juli 1946 werd hij in Gdańsk openbaar opgehangen, samen met tien andere veroordeelden uit het eerste Stutthof-proces.
De executie vond plaats op de Wysoka Górka, ook verbonden met de Duitse naam Stolzenberg, bij Gdańsk. In andere aanduidingen wordt ook Biskupia Górka genoemd. Pauls werd met de andere veroordeelden op vrachtwagens naar de galg gebracht. Zijn handen en voeten waren vastgebonden. Aan zijn ene zijde bevond zich Gerda Steinhoff; aan de andere zijde stond een kapo van wie de naam niet vaststaat.
De openbare terechtstelling werd door een grote menigte bijgewoond. Verslagen noemen uiteenlopende aantallen toeschouwers, van tienduizenden tot hogere schattingen. Zulke verschillen komen vaker voor bij beschrijvingen van openbare gebeurtenissen kort na de oorlog. De kern van de gebeurtenis staat vast: Pauls werd op 4 juli 1946 in Gdańsk door ophanging geëxecuteerd na zijn veroordeling in het Stutthof-proces.
Na de executie werd het lichaam van Pauls overgebracht naar het prosektorium van de Medische Academie in Gdańsk. Daarmee eindigde de strafrechtelijke afhandeling van zijn zaak kort na het einde van de oorlog. Zijn naam bleef daarna vooral verbonden aan drie onderdelen: de SS-bewaking van Stutthof, de Waldkolonne en het eerste Stutthof-proces.
Militaire Rangen
De bekende rangen van Pauls tonen een loopbaan binnen de SS waarin hij van reservist naar een onderofficiersfunctie in het kampstelsel ging. De rang SS-Schütze der Reserve hoorde bij zijn periode in de Waffen-SS. De rang SS-Oberscharführer werd verbonden aan zijn latere dienst in Stutthof en aan zijn functie als opzichter binnen de kampbewaking.
- Periode: 21 juli 1939 tot 31 oktober 1941
Functie: Reservist bij de politie
Organisatie: Reservepolitie - Periode: 1 november 1941 tot 11 maart 1943
Functie: SS-Schütze der Reserve
Organisatie: Waffen-SS, infanterie en wachtdienst - Periode: Vanaf 1943 tot 1945
Functie: SS-Oberscharführer
Organisatie: SS-bewakingsdienst bij Stutthof
De rang SS-Oberscharführer was een onderofficiersrang binnen de SS. Voor Pauls is die rang vooral relevant door de bevoegdheid die hij in de praktijk tegenover gevangenen kon uitoefenen. In het Stutthof-proces ging het niet om rang alleen, maar om de combinatie van functie, toezicht en bewezen behandeling van gevangenen in de Waldkolonne.
Onderscheidingen
Aan Pauls worden twee onderscheidingen toegeschreven. Het Ehrenwinkel der Alten Kämpfer verwees naar vroeg lidmaatschap van de nationaalsocialistische beweging. Daarnaast wordt het Danziger Kreuz, II. Klasse, genoemd. Deze onderscheidingen geven vooral informatie over zijn politieke binding aan Danzig en de NSDAP-omgeving, maar veranderen niets aan de latere beoordeling van zijn handelen in Stutthof.
Het Ehrenwinkel der Alten Kämpfer had vooral een politieke lading, omdat het werd verbonden aan personen die al vroeg lid waren van de nationaalsocialistische beweging. Het Danziger Kreuz hoorde bij onderscheidingen uit de politieke omgeving van Danzig. In een biografie van Pauls zijn deze vermeldingen ondersteunend, maar zijn veroordeling berustte op zijn gedrag als kampfunctionaris.
Conclusie
Johann Pauls was een Duitse SS-onderofficier die via partij- en SS-lidmaatschap in Danzig terechtkwam in het kampstelsel van nazi-Duitsland. Zijn naam is vooral verbonden aan Stutthof, waar hij als SS-Oberscharführer toezicht hield op gevangenenarbeid. De Waldkolonne, waarvoor hij verantwoordelijk werd gehouden, werkte aan uitbreiding van het kampterrein onder zware dwangomstandigheden.
Na de oorlog werd Pauls in Gdańsk berecht in het eerste Stutthof-proces. Het hof achtte zijn betrokkenheid bij onmenselijke behandeling van gevangenen bewezen en veroordeelde hem tot de doodstraf. Zijn executie op 4 juli 1946 maakte hem tot een van de voormalige Stutthof-bewakers die kort na de oorlog publiekelijk werden gestraft.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Polish authorities, Public domain, via Wikimedia Commons
- Drywa, Danuta (2004). The Extermination of Jews in Stutthof Concentration Camp 1939–1945. Gdańsk: Stutthof Museum in Sztutowo. ISBN 978-83-88836-80-0.
- Jantzen, Mark; Thiesen, John D. (red.) (2020). European Mennonites and the Holocaust. Toronto: University of Toronto Press. ISBN 978-1-4875-3724-1.
- Stone, Dan (2023). De Holocaust: een onvoltooide geschiedenis. Amsterdam: Atlas Contact. ISBN 978-90-450-4627-3.
- Szubarczyk, Piotr (2003). Powróz na szczęście. Biuletyn Instytutu Pamięci Narodowej 7(30): 41–45. ISSN 1641-9561.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946









