
De NS-Frauenschaft was de vrouwenorganisatie van de NSDAP. Zij ontstond in oktober 1931 uit meerdere nationalistische en nationaalsocialistische vrouwenverbanden en kreeg na 1933 een rol in gelijkschakeling, scholing, huishoudelijke voorlichting en moederopleidingen. De organisatie ondersteunde het nationaalsocialistische vrouwenbeeld, maar kreeg binnen partij en staat weinig politieke macht.
Ontstaan en plaats binnen de NSDAP
Voorgeschiedenis en oprichting
De NS-Frauenschaft ontstond in oktober 1931 als samenvoeging van verschillende nationalistische en nationaalsocialistische vrouwenverbanden. Tot deze voorlopers behoorde de Deutscher Frauenorden, die in 1926 in Berlijn was opgericht. De bundeling moest de versnipperde vrouwenorganisaties dichter bij de partijstructuur brengen. Vanaf dat moment viel de Frauenschaft onder de Reichsleitung van de NSDAP, waardoor zij formeel een onderdeel werd van het partijapparaat.
Afbakening tegenover jeugdorganisaties
De NS-Frauenschaft richtte zich niet op meisjes en jonge vrouwen binnen de jeugdorganisatie van de partij. Die groep viel onder de Bund Deutscher Mädel, de vrouwelijke tak van de Hitlerjugend. Voor jonge vrouwen tussen 18 en 21 jaar werd in 1938 Glaube und Schönheit opgericht. Daardoor ontstond een leeftijdsgebonden indeling waarin meisjes, jonge vrouwen en volwassen vrouwen onder verschillende organisaties werden geplaatst.
Beperkte taakstelling
Bij de reorganisatie legde NSDAP-Reichsleiter Gregor Strasser de taken van de vrouwenorganisatie vast. De werkzaamheden moesten zich vooral richten op economie, ziekenverzorging en deelname aan politieke scholing voor vrouwelijke NSDAP-leden. De organisatie kreeg daarmee een uitvoerende en vormende functie, maar geen zelfstandige machtspositie. De afbakening maakte duidelijk dat de partij vrouwen wel wilde inzetten, maar binnen nauw omschreven terreinen.
Gelijkschakeling en vrouwenbeeld na 1933
Inpassing in het Deutsche Frauenwerk
Na de machtsovername in 1933 werd de NS-Frauenschaft gebruikt bij de gelijkschakeling van bestaande vrouwenverenigingen. Veel niet-nationaalsocialistische vrouwengroepen werden ondergebracht onder het Deutsche Frauenwerk, dat als koepelorganisatie functioneerde. De NS-Frauenschaft nam daarin een sturende positie in. Het doel was niet pluralisme, maar ordening naar de politieke en maatschappelijke doelen van het regime.
Verhouding tussen NS-Frauenschaft en Deutsche Frauenwerk
De NS-Frauenschaft en het Deutsche Frauenwerk waren nauw met elkaar verbonden, maar hadden niet dezelfde plaats. De Frauenschaft was rechtstreeks aan de NSDAP gekoppeld en vormde de partijgebonden kern. Het Deutsche Frauenwerk diende als breder verband voor gelijkgeschakelde vrouwenorganisaties. In de praktijk liepen scholing, voorlichting en organisatorische taken vaak door elkaar, vooral op lokaal en regionaal niveau.
Politieke positie binnen partij en staat
De politieke invloed van de NS-Frauenschaft binnen de NSDAP en op de machthebbers van de staat bleef zeer beperkt. De organisatie kon vrouwen mobiliseren, opleiden en controleren, maar nam geen plaats in als besluitvormend machtsorgaan. Deze beperkte positie sloot aan bij het nationaalsocialistische vrouwenbeeld. Daarin werd formele politieke machtsdeelname voor vrouwen niet als taak of ideaal voorgesteld.
Huisvrouw, moeder en opvoeder
De NS-Frauenschaft droeg het beeld uit van de Duitse vrouw als huisvrouw en moeder. Zorg, opvoeding en het dagelijks beheer van het gezin werden voorgesteld als de aangewezen levensruimte van vrouwen. De term vrouwelijke levensruimte sloot ook aan bij oudere begrippen uit de conservatief-burgerlijke vrouwenbeweging. Het regime gaf deze bestaande taal een nationaalsocialistische invulling en koppelde haar aan bevolkingspolitiek, gehoorzaamheid en rassendenken.
Scholing, huishouden en zorg
Moederopleidingen
De moederopleidingscursussen vormden een breed verspreide activiteit van de NS-Frauenschaft. Tot 1937 had naar toenmalige organisatiegegevens ongeveer een vijfde van de vrouwen boven de twintig jaar zo’n cursus bezocht. De lessen gingen over zwangerschap, babyverzorging, opvoeding, gezondheid en huishoudelijke orde. De cursussen waren praktisch opgezet, maar stonden tegelijk in dienst van de ideologische vorming van vrouwen binnen het regime.
Lesmateriaal en opvoeding
De inhoud van de scholing was mede gebaseerd op Die deutsche Mutter und ihr erstes Kind van Johanna Haarer. Dit boek behandelde moederschap en zuigelingenzorg vanuit nationaalsocialistische uitgangspunten. Daardoor gingen praktische aanwijzingen samen met opvattingen over discipline, gezinsorde en rassenselectie. De cursussen waren dus niet alleen bedoeld om huishoudelijke kennis over te dragen, maar ook om vrouwen in het gewenste wereldbeeld te vormen.
Huishouding en consumptie
De NS-Frauenschaft hield zich ook bezig met voorlichting over huishouden en verbruik. In plaatsen als Tübingen vond publieke voorlichting plaats over consumentenkwesties, voedselbereiding en spaarzaam gebruik van grondstoffen. Een voorbeeld daarvan was de oproep Wir kochen heute mit Kraut, met recepten voor dagelijks gebruik. Huishouding werd zo verbonden met de economische zelfvoorziening van het Rijk en met de politieke eis om het gezin systeemgericht te laten functioneren.
Frauenschaftsavonden en scholingsinstellingen
De organisatie gebruikte vaste bijeenkomsten om toezicht, scholing en leiding te organiseren. Leden moesten ten minste eenmaal per maand deelnemen aan de wekelijks gehouden Frauenschaftsavonden. Daar werden thema’s behandeld als huishouding, gezondheid, opvoeding en politieke vorming. Voor kaderleden beschikte de NS-Frauenschaft bovendien over eigen Reichs- en Gauschulen. Deze instellingen moesten vrouwen voorbereiden op lokale en regionale taken binnen het organisatienetwerk.
Ziekenzorg en sociale taken
Zorgactiviteiten pasten binnen het officiële takenpakket van de NS-Frauenschaft. Ziekenverzorging, ondersteuning van gezinnen en hulp aan armen werden voorgesteld als passend bij de vrouwelijke taakopvatting van het regime. Daarbij ging het niet om onafhankelijke sociale zorg, maar om ondersteuning binnen de nationaalsocialistische orde. De organisatie maakte van zorg een middel om gezinnen, buurten en lokale gemeenschappen in het partijnetwerk op te nemen.
Oorlogstijd en bezettingsgebieden
Kindergroepen en arbeid
Tijdens de oorlog bouwde de NS-Frauenschaft kindergroepen op. Deze groepen moesten moeders ontlasten, vooral wanneer zij voor arbeid beschikbaar moesten zijn. De kinderopvang had dus een praktisch doel binnen de oorlogseconomie, maar bleef verbonden met opvoeding en toezicht. Daardoor kon de organisatie tegelijk gezinnen ondersteunen, vrouwenarbeid mogelijk maken en kinderen vroeg in contact brengen met de denkbeelden en regels van het regime.
Regionale werking in Grafschaft Bentheim
Onderzoek naar de Grafschaft Bentheim laat zien hoe de NS-Frauenschaft plaatselijk functioneerde. In deze regio had de organisatie veel leden en werd zij vooral tijdens de oorlog ingezet voor de werking van het nationaalsocialistische systeem. De scholing droeg er bij aan de racistische wereldbeschouwing van het regime te verspreiden. Bovendien hielpen lokale leden bij het uitvoeren van voorschriften in het dagelijks contact met krijgsgevangenen en dwangarbeiders.
Omgang met krijgsgevangenen en dwangarbeiders
De organisatie speelde op lokaal niveau een rol bij het bewaken van sociale grenzen die het regime oplegde. Daarbij ging het om regels rond contact met mensen die door de staat als niet-Duits of als fremdvölkisch werden aangeduid. De NS-Frauenschaft hielp deze voorschriften in het dagelijks leven te laten doorwerken. Dat maakte haar niet alleen een scholingsorganisatie, maar ook een instrument van controle in buurten, huishoudens en werkverbanden.
Activiteiten buiten Duitsland
Leden van de NS-Frauenschaft waren ook actief in bezette gebieden, waaronder Nederland en Polen. Hun werkzaamheden stonden daar in verband met het Duitse bezettingsbestuur en de organisatie van vrouwen binnen de bezettingsorde. De activiteiten waren niet los te zien van het bredere systeem van bezetting, uitsluiting en dwang. De precieze vorm verschilde per gebied, maar de functie bleef verbonden met scholing, toezicht en ondersteuning van het regime.
Organisatie en leiding
Bestuurlijke opbouw
De interne opbouw van de NS-Frauenschaft volgde de structuur van de NSDAP. De organisatie werkte met niveaus als Gau, Kreis, Ortsgruppe, Zelle en Block, waarbij soms ook de term Haushaltungsgruppe werd gebruikt. Deze indeling maakte fijnmazige controle en communicatie mogelijk. De partij kon daardoor landelijke richtlijnen omzetten in lokale opdrachten, terwijl informatie uit buurten en plaatsen weer naar hogere niveaus kon worden doorgegeven.
Kader en schaal
Aan het hoofd van elk van de veertig Gaue stond een Gaufrauenschaftsleiterin. Daaronder werkten ongeveer achthonderd Kreisfrauenschaftsführerinnen en circa 28.000 Ortsfrauenschaftsführerinnen. Deze aantallen tonen de omvang van het organisatienetwerk. De leiding bestond uit vrouwen, maar hun bevoegdheden waren gebonden aan de partijhiërarchie. Het bestuur was daarom omvangrijk en zichtbaar, zonder dat het een zelfstandige politieke koers kon bepalen.
Ledenaantallen
Volgens eigen organisatiegegevens had de NS-Frauenschaft op 31 december 1932 109.320 leden. Net als bij de NSDAP gold tijdelijk een opnamestop voor nieuwe leden. In 1939 werd een ledenaantal van ongeveer 2,2 miljoen genoemd. Deze groei hing samen met de machtsovername, de gelijkschakeling van vrouwenverenigingen en de plaats die de organisatie kreeg in scholing, huishoudelijke voorlichting en lokale mobilisatie.
Elsbeth Zander en Lydia Gottschewski
Elsbeth Zander, geboren in 1888 en overleden in 1963, was de oprichtster en eerste voorzitter van de Deutscher Frauenorden. Deze organisatie werd ook aangeduid als Rotes Hakenkreuz. In april 1933 werd Zander door Reichsorganisationsleiter Robert Ley uit de leiding van de NS-Frauenschaft verwijderd. Daarna werd Lydia Gottschewski, die ook Reichsleiterin van de Bund Deutscher Mädel was, leidster van de NS-Frauenschaft.
Gertrud Scholtz-Klink
Vanaf 24 februari 1934 tot het einde van de Tweede Wereldoorlog stond Gertrud Scholtz-Klink aan het hoofd van de NS-Frauenschaft. Zij droeg de titel Reichsfrauenführerin en leidde ook het Deutsche Frauenwerk. Onder haar leiding werd de organisatie verder ingebed in het systeem van scholing, huishouden, zorg en lokale mobilisatie. De functie gaf haar zichtbaarheid, maar bleef afhankelijk van de mannelijke partijtop en de politieke grenzen van het regime.
Symbolen en openbare zichtbaarheid
De NS-Frauenschaft kende eigen symbolen, uniformelementen en standarten. Ook voor de Reichsfrauenführerin bestond een eigen autostandaard, waarmee haar functie zichtbaar werd binnen partijceremonieel en openbaar optreden. Zulke uiterlijke vormen pasten bij de ordening van de NSDAP, waarin rang, organisatie en gehoorzaamheid visueel werden benadrukt. De zichtbaarheid van de organisatie betekende echter niet dat zij een zelfstandige machtspositie kreeg.
Verbod en denazificatie na 1945
Opheffing door de Geallieerde Controleraad
Na de Duitse nederlaag werd de NS-Frauenschaft verboden. Het Kontrollratsgesetz Nr. 2 van 10 oktober 1945 bepaalde de opheffing en liquidatie van nationaalsocialistische organisaties. Daarbij werd ook het bezit van de NS-Frauenschaft in beslag genomen. Het verbod maakte deel uit van de bredere ontmanteling van de NSDAP, haar onderdelen en aanverwante organisaties door de Geallieerde Controleraad.
Beoordeling van leidinggevenden
Kreisfrauenschaftsleiterinnen vielen onder de categorie Hauptschuldige binnen het automatische arrest. Zij werden geïnterneerd en vervolgens betrokken bij de denazificatieprocedures. Deze behandeling laat zien dat de geallieerde autoriteiten de organisatie niet alleen als een vrouwenvereniging zagen, maar als onderdeel van het bestuurlijke en ideologische systeem van het regime. Vooral leidinggevende vrouwen werden daarom beoordeeld op hun functie, positie en bijdrage aan de organisatie.
Conclusie
De NS-Frauenschaft was een partijgebonden vrouwenorganisatie die tussen 1931 en 1945 een uitvoerende rol speelde binnen de NSDAP en het nationaalsocialistische bestuur. De organisatie richtte zich op scholing, huishouding, moederopleidingen, zorg, lokale mobilisatie en toezicht. Zij droeg het officiële vrouwenbeeld van het regime uit en hielp bij de gelijkschakeling van andere vrouwenverenigingen. Haar politieke macht bleef beperkt, maar haar praktische werking reikte tot in gezinnen, buurten, oorlogstijd en bezettingsgebieden.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Landesarchiv Baden-Württemberg, Staatsarchiv Sigmaringen N 1/68 Nr. 936, CC BY 4.0, via Wikimedia Commons
- Livi, Massimiliano (2005). Gertrud Scholtz-Klink. Die Reichsfrauenführerin. Münster: Lit-Verlag. ISBN 978-3-8258-8376-8.
- Lensing, Helmut (2023). “Hüterinnen der Familie, Erzieherinnen der Jugend und Betreuerinnen der Armen und Kranken” [?] – Die NS-Frauenschaft und das Deutsche Frauenwerk in der Grafschaft Bentheim 1929–1945. In: Studiengesellschaft für Emsländische Regionalgeschichte (Hrsg.). Emsländische Geschichte 30. Meppen: Studiengesellschaft für Emsländische Regionalgeschichte, S. 231–323. ISBN 978-3-9821831-7-6. ISSN 0947-8582.
- Meyer, Kathrin (2004). Entnazifizierung von Frauen: die Internierungslager der US-Zone Deutschlands 1945–1952. Berlin: Metropol. ISBN 978-3-936411-24-9.
- Wagner, Leonie (2012). “Hüterinnen der Rasse” – Frauenorganisationen der NSDAP. In: Becker, Stephanie; Studt, Christoph (Hrsg.). “Und sie werden nicht mehr frei sein ihr ganzes Leben.” Funktion und Stellenwert der NSDAP, ihrer Gliederungen und angeschlossenen Verbände im “Dritten Reich”. Berlin: LIT, S. 248–267. ISBN 978-3-643-11892-9.
- Wagner, Leonie (2010). Nationalsozialistische Frauenansichten. Vorstellungen von Weiblichkeit und Politik führender Frauen im Nationalsozialismus. 2., überarbeitete Auflage. Berlin: Mensch & Buch Verlag. ISBN 978-3-86664-765-7.
- Mück, Wolfgang (2016). NS-Hochburg in Mittelfranken: Das völkische Erwachen in Neustadt an der Aisch 1922–1933. Neustadt an der Aisch: Verlag Philipp Schmidt. ISBN 978-3-87707-990-4.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946









