
De Bund Deutscher Mädel (BDM) ontstond in de jaren twintig van de twintigste eeuw als onderdeel van de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei (NSDAP). In 1923 werden de eerste zogenaamde „Mädchenschaften“ opgericht, later ook „Schwesternschaften der Hitler-Jugend“ genoemd. Deze lokale groepen waren kleinschalig en hadden weinig invloed. In juni 1930 werden zij samengevoegd tot de Bund Deutscher Mädel.
Onder leiding van Elisabeth Greiff-Walden groeide het ledenaantal van de BDM tot 1.711 meisjes in 1931. In datzelfde jaar werd de organisatie opgenomen in de Hitlerjugend. Naast de BDM bestonden er andere meisjesgroepen zoals de Nationalsozialistische Schülerinnenbund (NSS) en de Jungmädelgruppen van de NS-Frauenschaft. De eerste lokale groepen werden in 1930 en 1931 opgericht in onder andere Berlijn en Danzig.
De gecoördineerde uitbreiding vanaf 1933
Met de benoeming van Baldur von Schirach tot Reichsjugendführer in juni 1933 begon een systematische integratie van jeugdorganisaties in de nationaalsocialistische jeugdstructuur. Veel bestaande jeugdverenigingen werden verboden of gedwongen opgeheven. Uitzonderingen vormden de katholieke jeugdorganisaties, die tijdelijk beschermd werden door het Reichskonkordat, maar ook deze stonden onder zware druk.
Het „Gesetz über die Hitlerjugend“ van 1 december 1936 maakte lidmaatschap van de Hitlerjugend en daarmee de BDM verplicht voor alle Duitse meisjes tussen 10 en 18 jaar, met uitzondering van degenen die door raciale bepalingen uitgesloten werden. Hierdoor werd de BDM met 4,5 miljoen leden in 1944 de grootste meisjesorganisatie ter wereld.
Ideologie en opvoedingsdoelen
Genderrollen binnen de nationaalsocialistische ideologie
De BDM werd opgezet als instrument van ideologische opvoeding, waarbij meisjes voorbereid werden op hun toekomstige rol in de volksgemeenschap. Volgens een toespraak van Adolf Hitler tijdens de Vrouwenconferentie in 1935 lag de taak van de vrouw in het baren en opvoeden van kinderen voor de natie. Jutta Rüdiger, vanaf 1937 Reichsreferentin van de BDM, stelde in 1939 dat meisjes gevormd moesten worden tot „sterke en moedige vrouwen“ die als echtgenotes en moeders de nationaalsocialistische wereldbeschouwing zouden voortzetten.
De nadruk lag op gehoorzaamheid, fysieke training, huiselijke vaardigheden en het cultiveren van een gevoel van rasbewustzijn. Zo moesten jonge meisjes leren koken, naaien en een huis gezellig kunnen inrichten. Fysieke opvoeding ging gepaard met bewustzijn van het eugenetisch beleid van het regime. De „echte Duitse vrouw“ werd gezien als „hoedster van de zuiverheid van het bloed en het volk“.
Culturele indoctrinatie
Het maandblad Das Deutsche Mädel speelde een centrale rol in de verspreiding van nationaalsocialistische normen en waarden onder meisjes. Hierin werden moederschap, erfgoed en nationale identiteit gepromoot. Ook volksdansen, volksliederen en traditionele verhalen vormden onderdeel van het educatieve programma.
Sommige leidende figuren binnen de Reichsjugendführung bepleitten een zekere zelfstandigheid voor meisjes, zoals Georg Usadel, die jeugd beschouwde als een waardevolle levensfase op zich. Toch bleef de officiële lijn die van voorbereiding op een traditionele vrouwelijke rol, zij het binnen een kader van dienstbaarheid aan de natie.
Activiteiten en dagelijks leven
Vrijetijdsbesteding en fysieke opvoeding
BDM-activiteiten vonden vaak buiten plaats en omvatten wandelingen, sport, zang en toneel. Veel aandacht ging uit naar kamperen, gymnastiek en groepsactiviteiten. Anders dan bij jongens ontbraken specialistische afdelingen zoals de Motor- of Flieger-HJ. De enige uitzondering was de Gezondheidsdienst voor meisjes.
Lichamelijke opvoeding was gericht op harmonie en gratie in plaats van kracht. Rhythmic gymnastiek stond centraal als voorbereiding op het moederschap en het vormen van een gezonde volksgemeenschap.
Binnenactiviteiten en verplichtingen
In de wintermaanden organiseerde de BDM handwerk- en knutselavonden. De standaardkleding bestond uit een donkerblauwe rok, witte blouse en een zwart halssjaaltje. Sieraden waren beperkt toegestaan. Activiteiten werden regelmatig herhaald, en soms als inhoudsloos ervaren. Echter, groepsgevoel en kameraadschap bleven belangrijk.
Zomerkampen en winterreizen, gesubsidieerd voor minder draagkrachtige families, waren populair. Vanaf 1938 werd een verplicht „Landfrauenjahr“ ingevoerd, waarin meisjes als huishoudelijke of agrarische hulp werkten op het platteland. Seksuele contacten tussen BDM-leden en mannen leidden tot publieke kritiek, vooral na meldingen van zwangerschappen onder deelneemsters van deze kampen.
Organisatiestructuur en lidmaatschap
Hiërarchie binnen de BDM
De Bund Deutscher Mädel was opgedeeld in meerdere niveaus die zowel geografisch als organisatorisch gedefinieerd waren. De kleinste eenheid was de „Mädelschaft“, bestaande uit ongeveer 10 tot 15 meisjes. Daarboven volgden de „Mädelschar“ (drie Mädelschaften), de „Mädelgruppe“ (drie Mädelscharen) en de „Mädelring“ (vier Mädelgruppen, zo’n 360 tot 540 meisjes).
Deze structuren werden georganiseerd binnen grotere geografische eenheden zoals de „Untergau“, „Obergau“ en het „Gebiet“. Tot 1938 waren er 20 Obergauen; na de annexatie van Oostenrijk en het Sudetenland groeide dit aantal tot 42. Binnen deze structuur fungeerden vrouwelijke leidinggevenden op lagere niveaus als gelijkwaardig aan mannelijke Hitlerjugend-leiders, terwijl ze op hogere niveaus ondergeschikt waren aan mannelijke functionarissen.
Verplichte deelname en selectiecriteria
Vanaf 1936 werd het lidmaatschap van de BDM wettelijk verplicht voor alle meisjes tussen 10 en 18 jaar. Voor meisjes van 10 tot 14 jaar bestond de Jungmädelbund (JM), waarna zij doorgaans doorstroomden naar de BDM. Voor jonge vrouwen van 17 tot 21 jaar was er het aanvullende programma „Werk Glaube und Schönheit“, dat de overgang naar de NS-Frauenschaft voorbereidde.
Vanaf 1939 werd het lidmaatschap afhankelijk gesteld van een „Ariërverklaring“, waarmee meisjes met een joodse achtergrond of andere als „onzuiver“ geclassificeerde afkomst uitgesloten werden. Daarmee werd de BDM expliciet onderdeel van het racistische beleid van het regime.
Verband met beroepsleven en scholing
De deelname aan de BDM had directe gevolgen voor scholing en carrièrekansen. Werkgevers zoals ambachtslieden en overheden werden aangemoedigd om alleen meisjes aan te nemen die lid waren van de nationaalsocialistische jeugdorganisaties. De BDM fungeerde zo niet alleen als opvoedingsinstrument, maar ook als voorwaarde voor maatschappelijke participatie.
Opleiding en leiderschap
Jeugd leidt jeugd
Zoals bij de Hitlerjugend gold ook bij de BDM het principe dat de jeugd zichzelf moest leiden. Meisjes konden doorgroeien tot Mädelschafts- of Gruppenführerin, afhankelijk van hun inzet en politieke betrouwbaarheid. Deze leidinggevende meisjes werden opgeleid in speciale cursussen en weekeinden waarin zowel praktische als ideologische scholing werd aangeboden.
De BDM gaf maandelijks tijdschriften en instructiematerialen uit, zoals de Mädelschaft en de Führerinnenblätter. Deze moesten leidinggevenden ondersteunen bij het organiseren van „Heimabende“, waarin thema’s als volkskunde, gezondheid, moederschap en raszuiverheid centraal stonden.
Academies en beperkte toegang
Hoewel er in 1939 een jeugdleidersacademie in Braunschweig werd geopend, kregen meisjes daar slechts tijdelijk toegang. De ideologische ondergeschiktheid van vrouwen aan mannen binnen de NS-structuren betekende dat de ontwikkeling van vrouwelijk leiderschap in de praktijk beperkt bleef. Op hogere niveaus hadden vrouwelijke leidinggevenden beperkte autonomie en moesten zij verantwoording afleggen aan mannelijke HJ-functionarissen.
Invloed op bredere functies
Sommige BDM-leidsters kregen later ook functies in andere nationaalsocialistische instellingen. Een voorbeeld hiervan is Ilse Staiger, die de leiding kreeg over het SS-Helferinnenkorps ondanks dat zij formeel geen lid van de Waffen-SS was. De ervaring binnen de BDM diende hier als organisatorische voorbereiding.
Propaganda en culturele beïnvloeding
Liederen, tijdschriften en symboliek
De BDM verspreidde actief ideologisch materiaal via liedboeken zoals Wir Mädel singen en tijdschriften als Das Deutsche Mädel. Deze publicaties bevatten volksliederen, nationalistische en antisemitische teksten en richtlijnen voor het dagelijks leven volgens de nationaalsocialistische ideologie.
De invloed van propaganda beperkte zich niet tot formele bijeenkomsten. Zelfs eenvoudige gewoonten, zoals tafelgebeden, werden gebruikt om politieke loyaliteit te versterken. De jeugd werd zo van jongs af aan betrokken bij de cultus rond Hitler en het nationaalsocialistisch wereldbeeld.
Seksuele moraal en publieke perceptie
De fysieke scheiding van gezinnen tijdens kampen en landdiensten leidde tot een verslapping van de seksuele normen. In verschillende gevallen werden BDM-leden zwanger tijdens zomerkampen of andere groepsactiviteiten. Deze incidenten droegen bij aan een negatieve publieke beeldvorming. In de volksmond ontstonden spotnamen voor de organisatie zoals „Bund Deutscher Matratzen“ en „Bubi Drück Mich“.
Oorlogsperiode: inzet en veranderingen
Mobilisatie van meisjes voor de oorlog
Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939 werden de activiteiten van de Bund Deutscher Mädel in toenemende mate gericht op oorlogsondersteuning. Leden werden opgeleid en ingezet als hulpverleners in ziekenhuizen, lazaretten en luchtbeschermingsdiensten. Ze hielpen bij de opvang van vluchtelingen op treinstations en verleenden ondersteuning aan slachtoffers van bombardementen.
Daarnaast werkten meisjes in de landbouw en huishouding, met name in het kader van het verplichte dienstjaar. Deze arbeidsinzet werd gepresenteerd als een patriottische plicht en opvoedkundig moment, en speelde een rol in de organisatie van het thuisfront.
Opdrachten in bezette gebieden
Een bijzonder aspect van de BDM-activiteiten in oorlogstijd was de inzet in bezette gebieden, met name in het door Duitsland geannexeerde Reichsgau Wartheland in het westen van Polen. Hier kregen duizenden BDM-leden de taak om zogenaamde „Volksduitse“ kolonisten, die door het regime waren verplaatst ter vervanging van verdreven Poolse families, te ondersteunen. Hun werk omvatte het huishouden, kinderzorg en hulp bij taalverwerving.
Deze jonge meisjes kwamen in contact met achtergestelde bevolkingsgroepen en werden geconfronteerd met armoede, analfabetisme en sociale problemen. De ervaring was vaak ontluisterend, en de samenwerking met de SS bij de herbevolking van deze gebieden illustreerde de verwevenheid van de BDM met het bredere onderdrukkingsapparaat van het Derde Rijk.
Overgang naar paramilitaire rollen
Gedurende de oorlog werden sommige BDM-leden gerekruteerd voor het SS-Gefolge, de vrouwelijke ondersteuningsdiensten van de SS. Ongeveer 3.000 meisjes traden op vrijwillige basis toe. Sommigen van hen werden later opgeleid tot bewaaksters in concentratiekampen. Dit benadrukt dat het bereik van de BDM niet beperkt bleef tot opvoeding en sociale vorming, maar ook militaire en repressieve taken kon omvatten.
Einde van de organisatie
Verbod en juridische afwikkeling
Met de capitulatie van Duitsland in mei 1945 kwam er een einde aan de Bund Deutscher Mädel. De geallieerde bezettingsautoriteiten verboden de organisatie via het „Kontrollratsgesetz Nr. 2“, dat gericht was op de ontmanteling van alle nationaalsocialistische structuren. Het vermogen van de BDM werd in beslag genomen, en haar leiderschap en voormalige leden konden onderworpen worden aan denazificatieprocedures.
De BDM werd officieel ontbonden als onderdeel van het bredere verbod op de Hitlerjugend. Pogingen tot heroprichting of voortzetting in andere vormen werden strikt verhinderd door de bezettingsmacht.
Herinneringen en verwerking
In de jaren na de oorlog kwamen voormalige BDM-leden naar voren met uiteenlopende herinneringen. Sommige vrouwen spraken over kameraadschap, avontuur en idealisme, anderen over indoctrinatie, teleurstelling en schuldgevoel. Publicaties van voormalige leden, zoals Eva Sternheim-Peters en Melita Maschmann, bieden inzicht in de manier waarop deze ervaringen werden verwerkt.
De BDM was voor veel meisjes een bepalend onderdeel van hun jeugd. Voor sommigen bood het structuur en gemeenschap, terwijl het voor anderen vooral als een instrument van onderdrukking en ideologische manipulatie werd ervaren.
Conclusie
De Bund Deutscher Mädel was tussen 1930 en 1945 de belangrijkste meisjesorganisatie binnen het nationaalsocialistische Duitsland. Wat begon als een kleine jeugdbeweging binnen de NSDAP groeide, onder invloed van staatsdwang en ideologische indoctrinatie, uit tot een massale organisatie met miljoenen leden. Door verplichte deelname en intensieve ideologische scholing fungeerde de BDM als een instrument voor de staat om meisjes te vormen naar het nationaalsocialistische vrouwbeeld: gehoorzaam, dienstbaar, fysiek gezond en gericht op moederschap en het „raszuiver“ houden van de volksgemeenschap.
De activiteiten binnen de BDM waren veelzijdig, variërend van sport, handwerk en volkskunst tot deelname aan propaganda en inzet in oorlogstijd. De organisatie bood meisjes ook sociale kansen en status, maar altijd binnen de grenzen van het regime. De inzet in bezette gebieden en de betrokkenheid van sommige leden bij de SS onderstrepen de rol van de BDM als onderdeel van het bredere systeem van repressie en kolonisatie.
Na de oorlog werd de BDM ontbonden en verboden, en de verwerking van het lidmaatschap verliep moeizaam. Voor sommige voormalige leden bleef het een herinnering aan kameraadschap en jeugd, voor anderen een pijnlijke confrontatie met hun rol binnen een onderdrukkend regime. De BDM is daarmee niet alleen een historisch fenomeen, maar ook een onderwerp van morele en pedagogische reflectie.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Bundesarchiv, Bild 183-2000-0110-500 / CC-BY-SA 3.0, CC BY-SA 3.0 DE, via Wikimedia Commons
- Pine, Lisa (2010). Education in Nazi Germany. Oxford: Berg. ISBN 978-1-84788-765-8.
- Kater, Michael H. (2004). Hitler Youth. Cambridge, MA: Harvard University Press. ISBN 978-0-674-03935-3.
- Shirer, William L. (1960). The Rise and Fall of the Third Reich: A History of Nazi Germany. New York: Simon and Schuster. ISBN 978-1-4516-5168-3.
- Nicholas, Lynn H. (2006). Cruel World: The Children of Europe in the Nazi Web. New York: Vintage Books. ISBN 978-0-679-77663-6.
- Koonz, Claudia (1987). Mothers in the Fatherland: Women, the Family, and Nazi Politics. New York: St. Martin’s Press. ISBN 978-0-312-54933-4.
- Koonz, Claudia (2003). The Nazi Conscience. Cambridge, MA: Harvard University Press. ISBN 978-0-674-01172-4.
- Grunberger, Richard (1971). The 12-Year Reich: A Social History of Nazi Germany 1933–1945. New York: Holt, Rinehart and Winston. ISBN 978-0-03-076435-7.
- Rupp, Leila J. (1978). Mobilizing Women for War: German and American Propaganda 1939–1945. Princeton: Princeton University Press. ISBN 978-0-691-04649-2.
- Kater, Michael H. (2004). Hitler Youth. Cambridge, MA: Harvard University Press. ISBN 978-0-674-01496-1.
- Miller-Kipp, Gisela (2001). “Auch Du gehörst dem Führer”: Die Geschichte des Bundes Deutscher Mädel (BDM) in Quellen und Dokumenten. Weinheim: Juventa Verlag. ISBN 978-3-7799-1131-9.
- Reese, Dagmar (2006). Growing Up Female in Nazi Germany. Translated by William Templer. Ann Arbor: University of Michigan Press. ISBN 978-0-472-03190-6.
- Mosse, George L. (2003). Nazi Culture: Intellectual, Cultural and Social Life in the Third Reich. Madison: University of Wisconsin Press. ISBN 978-0-299-19304-1.
- Baird, Jay W. (1974). The Mythical World of Nazi War Propaganda 1939–1945. Minneapolis: University of Minnesota Press. ISBN 978-0-8166-0741-2.
- Lukas, Richard C. (2001). Did the Children Cry? Hitler’s War Against Jewish and Polish Children, 1939–1945. New York: Hippocrene Books. ISBN 978-0-7818-0893-4.
- Selby, Scott A. (2012). The Axmann Conspiracy: A Nazi Plan for a Fourth Reich and How the U.S. Army Defeated It. New York: Berkley/Penguin. ISBN 978-1-101-61138-8.
- Bennett, Geoffrey (2005). Naval Battles of the First World War. Barnsley: Pen & Sword Military Classics. ISBN 978-1-84415-300-8.
- Kater, Michael H. (2005). Hitler-Jugend: Die Jugend des Dritten Reiches. Aus dem Englischen von Jürgen Peter Krause. Darmstadt: Primus-Verlag. ISBN 3-89678-252-5.
- Klönne, Arno (1982). Jugend im Dritten Reich: Die Hitler-Jugend und ihre Gegner. Dokumente und Analysen. Düsseldorf: Diederichs. ISBN 3-424-00723-4.
- Reese, Dagmar (Hrsg.) (2007). Die BDM-Generation: Weibliche Jugendliche in Deutschland und Österreich im Nationalsozialismus. Potsdamer Studien Band 19. Berlin: Verlag für Berlin-Brandenburg. ISBN 978-3-86650-530-8.
- Sternheim-Peters, Eva (2015). Habe ich denn allein gejubelt? Eine Jugend im Nationalsozialismus. München: Europa Verlag. ISBN 978-3-95890-010-3.
- Mühlenberg, Jutta (2011). Das SS-Helferinnenkorps. Ausbildung, Einsatz und Entnazifizierung der weiblichen Angehörigen der Waffen-SS 1942–1949. Hamburg: Diplomica Verlag. ISBN 978-3-8428-7021-1.
- Miller-Kipp, Gisela (Hrsg.) (2001). „Auch Du gehörst dem Führer.“ Die Geschichte des Bundes Deutscher Mädel (BDM) in Quellen und Dokumenten. Weinheim: Juventa-Verlag. ISBN 3-7799-1131-0.
- Bronnen Mei1940









