Home Schepen Torpedobootjagers HMS Achates:A-klasse destroyer in dienst 1930–1942

HMS Achates:A-klasse destroyer in dienst 1930–1942

HMS Achates, Britse A-klasse torpedobootjager met Hedgehog ASW-installatie ter vervanging van het A-kanon, varend op zee
HMS Achates, A-klasse torpedobootjager van de Royal Navy, aangepast voor escortetaken met een Hedgehog-onderzeebootwapen

HMS Achates was een Britse A-klasse torpedobootjager, gebouwd eind jaren 1920 en opgeleverd in 1930. Zij diende aanvankelijk in de Mediterranean Fleet en werd in de Tweede Wereldoorlog vooral ingezet voor konvooiescortes. Achates zonk op 31 december 1942 in de Battle of the Barents Sea tijdens de verdediging van convoy JW 51B.

Ontwerp en constructie

In het midden van de jaren 1920 liet de Royal Navy twee proefontwerpen bouwen om lessen uit de Eerste Wereldoorlog te verwerken: HMS Ambuscade (Yarrow) en HMS Amazon (Thornycroft). De latere A-klasse, waaronder Achates, was gebaseerd op Amazon. Het ontwerp werd iets vergroot en kreeg twee extra torpedobuizen ten opzichte van het prototype.

De standaardwaterverplaatsing bedroeg 1.350 long tons (ongeveer 1.370 ton) en de diepbeladen waterverplaatsing 1.773 long tons (ongeveer 1.801 ton). De lengte over alles was 323 voet (98,5 meter), met een breedte van 32 voet 3 inch (9,83 meter) en een diepgang van 12 voet 3 inch (3,73 meter). Deze maten pasten bij de rol als snelle escorteboot, bedoeld voor inzet in destroyerflottieljes.

Voor de voortstuwing gebruikte de klasse twee Brown-Curtis geared steam turbines, elk op een eigen schroefas. Stoom kwam van drie Admiralty 3-drum boilers. Het vermogen lag rond 34.000 shaft horsepower (circa 25.000 kW), met een ontwerp­snelheid van 35 knopen (ongeveer 65 km/uur). Tijdens proefvaarten werd 35,5 knopen gehaald bij 34.596 shp. De bunkercapaciteit gaf een actieradius van circa 4.800 zeemijl (ongeveer 8.900 km) bij 15 knopen. De bemanning bestond uit 134 officieren en manschappen en nam toe tot 143 in 1940.

Bewapening

De hoofdbewapening van de A-klasse bestond uit vier QF 4.7-inch (120 mm) Mk IX-kanonnen in enkelopstelling. Ze stonden in twee superfiring paren: twee voor de brug en twee achter de opbouw. Voor luchtafweer waren bij oplevering twee QF 2-pounder Mk II (40 mm) aanwezig, opgesteld op een platform tussen de schoorstenen.

Voor torpedo-aanvallen waren twee bovendekse viervoudige lanceerinrichtingen voor 21-inch (533 mm) torpedo’s gemonteerd. De schepen voerden ook mijnenveegparavanes op het achterdek; die ruimteclaim beperkte de dieptebomvoorziening bij oplevering tot drie chutes, met per chute twee dieptebommen. In de loop van de oorlog nam het aantal dieptebommen en de afvuurmiddelen toe, en werden onderdelen van de bewapening aangepast om de escorterol tegen onderzeeboten te versterken.

Bepantsering

In de beschikbare beschrijving van HMS Achates wordt geen specifieke bepantsering, pantsergordel of gepantserd dek genoemd. Dat past bij de rol van een torpedobootjager: het ontwerp legde de nadruk op snelheid, bereik en bewapening, met bescherming vooral door de scheepsconstructie, compartimentering en schadebestrijding in plaats van zwaar pantser.

Sensoren en dataverwerking

Bij onderzeebootbestrijding en konvooiescorte draaide de informatievoorziening van een destroyer om detectie, classificatie en snelle overdracht van contactgegevens. Voor de A-klasse werd ruimte gereserveerd voor ASDIC (sonar), maar dat systeem was bij oplevering niet standaard ingebouwd. In de oorlogsjaren beschikte Achates over sonarcapaciteit, al was die tijdens een actie op 2 november 1940 buiten dienst. Dat moment laat zien dat escortes niet alleen op één sensor steunden: visuele uitkijkposten, meldingen van andere schepen en het tactische beeld van de escorteleider bleven nodig.

In de aangeleverde gegevens worden geen specifieke radarsets voor HMS Achates genoemd. Wel gebruikte de Royal Navy vanaf 1940 in toenemende mate radar voor luchtwaarschuwing en oppervlaktesearch. Radars uit die periode konden grofweg worden verdeeld in luchtwaarschuwingsradar (vliegtuigen) en oppervlakteradar (schepen, vooral bij slecht zicht).

Bij escorteschepen was de praktische waarde vaak het sneller ontdekken en volgen van contacten, en het coördineren van manoeuvres en rookschermen. Waar radar aanwezig was, leverde die peiling en afstand, die met optische waarneming en navigatie tot een koers- en snelheidsbeeld moesten worden verwerkt. Bij rooklegging, zoals in de Barentszzee, moest de positie van konvooi, escortes en aanvallers continu worden bijgehouden om de schermen effectief te leggen.

De informatie uit ASDIC en waarneming moest vervolgens worden omgezet in actie. Een ASDIC-contact leverde een peilinglijn die doorlopend werd bijgehouden; met koers en snelheid werd een aanvalslijn bepaald. De uitbreiding van dieptebompatronen vergrootte de behoefte aan vaste procedures en tijdregistratie. Tijdens konvooien werd informatie gedeeld via radio en seinmiddelen, zodat escortes elkaars contacten konden bevestigen en afscherming konden afstemmen.

De verwerking van sensordata raakte in de Tweede Wereldoorlog steeds meer georganiseerd. In Amerikaanse terminologie gebeurde dit in een Combat Information Center (CIC). De Royal Navy werkte met het verwante concept Action Information Organisation (AIO), gericht op het verzamelen, ordenen en verspreiden van tactische informatie. Een AIO combineerde gegevens uit radar, ASDIC, radioverkeer en visuele waarneming en hield een plot bij van eigen posities en mogelijke doelen. Bij grote schepen gebeurde dit in een Operations Room met een team en een Action Information Officer; bij destroyers was de ruimte en personele capaciteit beperkter, waardoor taken vaker op of nabij de brug werden verdeeld. Voor Achates wordt in de aangeleverde tekst geen aparte CIC/AIO-ruimte genoemd. Volgens de in deze opdracht gehanteerde maatstaf (vanaf 1943 een duidelijke CIC/AIO) bleef de informatieverwerking van Achates daardoor primair gebaseerd op brugorganisatie en beschikbare apparatuur tot haar verlies eind 1942.

Modificaties

Ervaringen tijdens de Noorse campagne leidden tot een aanpassingsprogramma voor Britse destroyers. Bij de A-klasse werd de achterste set torpedobuizen verwijderd en vervangen door één 12-pounder (3-inch/76 mm) kanon met grotere elevatie voor luchtafweer. Alle A-klasse schepen waren uiterlijk in oktober 1940 aangepast, al bleef de effectiviteit beperkt door het ontbreken van passend vuurleidingsmaterieel voor dit type inzet.

De onderzeebootbestrijding kreeg in de eerste oorlogsjaren meer nadruk. Aan het begin van de oorlog werd een dieptebomuitrusting van 35 stuks gemeld; die voorraad groeide tot 42 dieptebommen, die in een patroon van vijf konden worden afgeworpen (april 1941). In de tweede helft van 1941 werd het achterste 4,7-inch kanon (“Y” gun) verwijderd om extra rails en werpers te plaatsen. Daarmee kon een patroon van tien dieptebommen worden gelegd en nam de totale voorraad toe tot 60. Tegelijk werd het voorste 4,7-inch kanon (“A” gun) vervangen door de Hedgehog anti-submarine weapon.

Status schip tijdens de oorlog

Toen de Tweede Wereldoorlog begon, was Achates een destroyerontwerp uit het begin van de jaren 1930. De bronnen tonen een verschuiving naar konvooiescorte en onderzeebootbestrijding in Britse en Arctische wateren. Modificaties versterkten vooral die escorterol: extra dieptebommen, rails en werpers en Hedgehog, deels ten koste van torpedobuizen en een 4,7-inch kanon. De 3-inch luchtafweerverbetering bleef beperkt zonder geschikt vuurleidingsmaterieel. Na mijnschade in juli 1941 keerde zij na langdurig herstel terug in dienst en ging zij op 31 december 1942 verloren.

Operationele geschiedenis

1928–1939: Vredestijd

  • 6 maart 1928 besteld; 11 september 1928 kiellegging bij John Brown & Company (Clydebank); 4 oktober 1929 te water; 27 maart 1930 opgeleverd.
  • Indeling: 3rd Destroyer Flotilla, Mediterranean Fleet.
  • Voorjaar 1931: escorte van HMS Eagle naar Buenos Aires voor een British Empire Trade Exhibition; bezoeken aan Montevideo en Rio de Janeiro.
  • 22 oktober 1931: na onlusten op Cyprus naar Cyprus vanuit Kreta met HMS Acasta en de zware kruisers HMS London en HMS Shropshire.
  • 4 april 1932: aanvaring met HMS Active bij Saint-Tropez; Active naar Malta voor herstel.
  • Zomer 1932 refit; voltooid Devonport (oktober); 4 november vertrek naar Gibraltar en terug naar de Middellandse Zee.
  • 22 april 1935 terug naar thuishavens; 23 juli herindienststelling Devonport met nieuwe bemanning; later die maand terug, training bij Gibraltar en daarna Malta.
  • 13 januari 1937: bemanning van HMS Aragon (aangehouden door Admiral Graf Spee) naar Málaga.
  • Maart 1937: terug naar Groot-Brittannië en uit dienst in Devonport.
  • Oktober 1937: parent ship 1st Anti-Submarine Flotilla (Portland); juli 1938 afgelost door HMS Woolston; daarna emergency destroyer in Devonport, vervangt HMS Wolverine.
  • Mei 1939: verbonden aan 6th Submarine Flotilla (Portland).

1939–mei 1941: Konvooien en Denmark Strait

  • September 1939: 18th Destroyer Flotilla (Portsmouth); Kanaalpatrouilles en konvooiescortes.
  • Juli 1940: 16th Destroyer Flotilla (Harwich); Noordzee.
  • 2 augustus 1940: naar 12th Destroyer Flotilla; november 1940: 4th Escort Group.
  • 2 november 1940: U-31 probeert HMS Antelope (OB 237) aan te vallen. Antelope detecteert en valt aan met dieptebommen; Achates wordt bijgehaald, maar haar sonar is buiten dienst. U-31 raakt zwaar beschadigd, komt boven en wordt door de eigen bemanning tot zinken gebracht.
  • Op 30 december 1940 stond zij nog formeel als groepsschip geregistreerd; in 1941 volgt indeling bij de 3rd Destroyer Flotilla van de Home Fleet.
  • 22 mei 1941: vertrek met HMS Electra, HMS Antelope, HMS Anthony, HMS Echo en HMS Icarus als escorte van HMS Hood en HMS Prince of Wales, gericht op de Denmark Strait tegen KMS Bismarck en KMS Prinz Eugen; steun aan HMS Norfolk en HMS Suffolk.
  • 23 mei slecht weer; 24 mei 02.03 uur opdracht noordwaarts te zoeken; rond 05.35 visueel contact; 05.52 vuur geopend; circa 06.00 uur ontploffing aan boord van Hood, zinken binnen drie tot vier minuten.
  • Wake-Walker (Norfolk) laat destroyers naar overlevenden zoeken. Electra arriveert na circa twee uur; drie overlevenden worden gevonden. Daarna vooral wrakhout, puin en een bureaulade met documenten; na uren zoeken vertrek.

Juli 1941–september 1942: Mijnschade en Arctische konvooien

  • 23 juli 1941: Britse mijn bij IJsland, tijdens voorbereiding op een carrier raid op Kirkenes en Petsamo; boeg weg, inclusief “A” gun; 63 doden en 25 gewonden.
  • Sleep door HMS Anthony naar Seyðisfjörður voor noodreparaties; 7 augustus vertrek onder sleep van tug Assurance. Storm op 10 augustus veroorzaakt nieuwe schade (scheuren in langsscheepse delen en in dekplaten); uitwijken naar Skagléfjord (Faeröer). Aankomst Tyne: 24 augustus 1941.
  • Herstel duurt acht maanden; daarna herindienststelling.
  • 23–30 mei 1942: escort van PQ 16; zeven van 36 koopvaarders verloren.
  • 26 juni–7 juli 1942: escort van QP 13, westwaarts uit Arkhangelsk.
  • 7–21 september 1942: Ocean Escort bij PQ 18; 13 koopvaarders verloren, escortes brengen drie onderzeeboten tot zinken.

November–31 december 1942: Torch en Barentszzee

  • November 1942: deelname aan Operation Torch; eerst assault convoy, daarna escort van vliegdekschepen bij Oran.
  • 8 november 1942: aanval op een Vichy-Franse onderzeeboot; waarnemingen na afloop: olie, grote luchtbellen en wrakdelen. HMS Argonaute en HMS  Actéon gaan die dag verloren na acties waarbij HMS  Achates en HMS  Westcott betrokken zijn; bronnen verschillen over de toedeling.
  • 25 december 1942: escort van JW 51B van Loch Ewe naar Moermansk; 31 december in de ochtend aanval door de zware kruisers KMS Admiral Hipper en KMS Lützow met zes destroyers. Duits plan: afleiding door Hipper, aanval door Lützow.
  • Circa 09.15 uur legt Achates rookschermen; een nabijinslag veroorzaakt splinterschade en lekkage, maar zij blijft rook leggen. Om 11.15 uur krijgt zij opdracht HMS Onslow te ondersteunen; bij het uitkomen uit de rook wordt zij zwaar getroffen. Veertig man, waaronder commandant Lieutenant-Commander A. H. T. Johns, komt om; Lieutenant Loftus Peyon-Jones neemt het commando over.
  • Rond 13.00 uur valt de voortstuwing uit; hulp wordt gevraagd aan trawler Northern Gem. Omstreeks 13.30 uur kapseist het schip. Northern Gem redt 81 opvarenden; één overlijdt later. Totaal: 113 doden.
  • De escorte onder Captain R. St. Vincent Sherbrooke houdt stand tot Sheffield en Jamaica ingrijpen; Sheffield beschadigt Hipper en brengt Z16 Friedrich Eckoldt tot zinken. De aanval wordt afgebroken; geen koopvaarders gaan verloren.
  • Onderscheidingen: Peyon-Jones ontvangt de Distinguished Service Order; bemanningsleden krijgen onder meer een Conspicuous Gallantry Medal, een Distinguished Service Cross en zeven Distinguished Service Medals. Zestien opvarenden worden Mentioned in dispatches, elf postuum, waaronder Johns.

Conclusie

HMS Achates was een A-klasse destroyer, ontworpen op basis van de lessen van de Eerste Wereldoorlog en gebouwd voor hoge snelheid en escorte-inzet. De technische basis bleef gedurende de jaren 1930 grotendeels gelijk, maar de oorlog bracht wijzigingen in bewapening en uitrusting: torpedocapaciteit werd deels ingeruild voor extra middelen tegen onderzeeboten en een beperkte uitbreiding van luchtafweer.

De loopbaan laat een overgang zien van Middellandse Zee-dienst naar Kanaal-, Noordzee- en Arctische escortetaken, onderbroken door mijnschade en langdurig herstel. Op 31 december 1942 ging Achates verloren in de Battle of the Barents Sea tijdens het leggen van rookschermen voor convoy JW 51B. Volgens de in deze opdracht gehanteerde norm (vanaf 1943 een duidelijke CIC/AIO) bleef de informatieverwerking van Achates op brugniveau en zou het schip naar 1943-maatstaven als verouderd gelden.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: Royal Navy official photographer, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Barnett, Correlli (2000). Engage the Enemy More Closely. Classic Penguin. ISBN 0-141-39008-5.
  3. Blair, Clay (2000). Hitler’s U-Boat War: The Hunters 1939–1942. London: Cassell & Co. ISBN 0-304-35260-8.
  4. Blair, Clay (2000). Hitler’s U-Boat War: The Hunted, 1942–1945. New York: Modern Library. ISBN 0-679-64033-9.
  5. Colledge, J. J.; Warlow, Ben (2006) [1969]. Ships of the Royal Navy: The Complete Record of All Fighting Ships of the Royal Navy from the 15th Century to the Present (Rev. ed.). London: Chatham Publishing. ISBN 978-1-86176-281-8.
  6. English, John (1993). Amazon to Ivanhoe: British Standard Destroyers of the 1930s. Kendal, England: World Ship Society. ISBN 0-905617-64-9.
  7. Friedman, Norman (2009). British Destroyers From Earliest Days to the Second World War. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 978-1-59114-081-8.
  8. Halpern, Paul G. (red.) (2016). The Mediterranean Fleet, 1930–1939. London and New York: Routledge. ISBN 978-1-315-55560-7.
  9. Hodges, Peter; Friedman, Norman (1979). Destroyer Weapons of World War 2. Greenwich: Conway Maritime Press. ISBN 978-0-85177-137-3.
  10. Kemp, Paul (1999). The Admiralty Regrets: British Warship Losses of the 20th Century. Stroud, UK: Sutton Publishing Limited. ISBN 0-7509-1567-6.
  11. Kennedy, Ludovic (1984). Pursuit: The Chase and Sinking of the Bismarck. Bantam Books. ISBN 0-553-23795-0.
  12. Kostam, Angus (2019). Hunt The Bismarck: The pursuit of Germany’s most famous battleship. Oxford: Osprey Publishing. ISBN 978-1-47283384-6.
  13. Lenton, H. T. (1998). British & Empire Warships of the Second World War. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 1-55750-048-7.
  14. Peyton-Jones, Loftus E. (2011). In: Liddle, Peter (red.). Captured Memories 1930–1945: Across the Threshold of War: The Thirties and the War. Barnsley, UK: Pen & Sword Military. ISBN 978-1848842335.
  15. Pope, Dudley (1988). 73 North: The Battle of the Barents Sea. London: The Alison Press. ISBN 0-436-37752-7.
  16. Rohwer, Jürgen; Hümmelchen, Gerhard (1992). Chronology of the War at Sea 1939–1945. London: Greenhill Books. ISBN 1-85367-117-7.
  17. Rohwer, Jürgen (2005). Chronology of the War at Sea 1939–1945: The Naval History of World War Two (Third Revised ed.). Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 1-59114-119-2.
  18. Ruegg, Bob; Hague, Arnold (1993). Convoys to Russia: 1941–1945. Kendal, UK: World Ship Society. ISBN 0-905617-66-5.
  19. Winser, John de S. (z.j.). British Invasion Fleets: The Mediterranean and Beyond 1942–1945. Gravesend, UK: World Ship Society. ISBN 0-9543310-0-1.
  20. Whitley, M. J. (1988). Destroyers of World War Two: An International Encyclopedia. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 0-87021-326-1.
  21. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946