USS Guam (CB-2) was een Amerikaanse slagkruiser van de Alaska-klasse, die op 17 september 1944 in dienst kwam. Het schip opereerde tijdens de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog in de Stille Oceaan. Guam beschermde vliegdekschepen, beschoot Japanse eilanden en zocht naar vijandelijke scheepvaart. Na de Japanse capitulatie ondersteunde zij de bezetting van Korea.
Ontstaan van de Alaska-klasse
USS Guam behoorde tot de Alaska-klasse van de Amerikaanse marine. De schepen waren slagkruisers met een zware 305mm-hoofdbewapening en een ontwerpsnelheid van 33 knopen. Guam kreeg rompcode CB-2 en volgde op USS Alaska (CB-1). Zij was het tweede en laatste voltooide schip van de klasse.
Het Congres gaf op 19 juli 1940 toestemming voor de vlootuitbreiding waarvan de Alaska-klasse deel uitmaakte. De marine plaatste de bestelling voor Guam op 9 september 1940. Van de zes geplande slagkruisers werden alleen Alaska en Guam voltooid. USS Hawaii (CB-3) werd te water gelaten maar niet afgebouwd; Philippines, Puerto Rico en Samoa kwamen niet op stapel.
Guam was het tweede schip van de Amerikaanse marine dat naar het eiland Guam werd genoemd. Dit eiland in de Marianen was sinds 1898 een Amerikaans gebied in de Stille Oceaan. De eerste USS Guam was een rivierkanonneerboot die vooral in Chinese wateren dienstdeed. Zij kreeg in januari 1941 de naam USS Wake, zodat de naam Guam voor CB-2 beschikbaar kwam.
Bouw en afmetingen
De kiel van Guam werd op 2 februari 1942 gelegd bij New York Shipbuilding Corporation in Camden, New Jersey. Annabel McMillin doopte het schip bij de tewaterlating op 12 november 1943. Haar echtgenoot George J. McMillin, voormalig gouverneur van Guam, was op dat moment een Japanse krijgsgevangene. Na de afbouw werd de slagkruiser op 17 september 1944 onder bevel van kapitein-ter-zee Leland P. Lovette in dienst gesteld.
Guam had een totale lengte van 246,43 meter, een breedte van 27,76 meter en een diepgang van 9,70 meter. De ontworpen waterverplaatsing bedroeg 30.257 ton. Volbeladen liep de waterverplaatsing op tot 34.803 ton. De romp had een doorlopend dek, een uitwaaierende boeg en een afgeronde kruisersteven.
De bovenbouw bestond uit een gepantserde commandotoren, een hoge torenmast en een tweede commandopositie verder naar achteren. Midscheeps stond één grote schoorsteen voor de afvoer van rookgassen uit de ketelruimen. In hetzelfde gedeelte lagen twee hangars voor de boordvliegtuigen. De twee draaibare vliegtuigkatapulten stonden eveneens midscheeps opgesteld.
Vier sets General Electric-stoomturbines met tandwieloverbrenging dreven ieder één schroefas aan. Acht oliegestookte waterpijpketels van Babcock & Wilcox leverden de benodigde stoom. De voortstuwingsinstallatie leverde 150.000 pk, ongeveer 110.000 kW, en maakte een topsnelheid van 33 knopen mogelijk. Bij een snelheid van 15 knopen bedroeg het vaarbereik ongeveer 12.000 zeemijl, gelijk aan circa 22.000 kilometer.
Bew>Bewapening en vuurleiding
De hoofdbewapening bestond uit negen 305mm L/50 Mark 8-kanonnen in drie drielingtorens. Twee torens stonden voor de bovenbouw, waarbij de achterste en hoger geplaatste toren over de voorste heen kon vuren. De derde toren bevond zich op het achterschip. De aanduiding L/50 betekende dat de looplengte vijftigmaal de diameter van het kanon bedroeg.De Mark 8 was speciaal voor de Alaska-klasse ontwikkeld en verschilde van de oudere Amerikaanse 305mm-kanonnen. De granaten en bijbehorende voortdrijvende ladingen lagen in gepantserde munitiemagazijnen onder de geschuttorens. Liften brachten de munitie vanuit deze ruimten naar de kanonnen. Met negen lopen kon Guam zware salvo’s afgeven tegen schepen en doelen aan de kust.
De secundaire batterij omvatte twaalf 127mm L/38-kanonnen in zes dubbeltorens. Eén toren stond voor en één achter op de middenlijn, terwijl vier opstellingen aan weerszijden van de bovenbouw waren geplaatst. Deze kanonnen konden tegen oppervlakte- en luchtdoelen worden ingezet. Zij vormden daarmee zowel een aanvulling op de hoofdartillerie als een onderdeel van de luchtafweer.
Voor verdediging op korte afstand droeg Guam 56 Bofors-kanonnen van 40 mm in veertien viervoudige opstellingen. Daarnaast stonden 34 Oerlikon-kanonnen van 20 mm in enkelvoudige opstellingen over het schip verspreid. De hoofdbewapening werd aangestuurd vanuit twee Mk 38-vuurleidingsposten en de 127mm-kanonnen vanuit twee Mk 37-vuurleidingsposten. De 40mm-Boforskanonnen gebruikten Mk 51-vuurleidingsposten, die doelen optisch volgden.
Bepantse>Bepantsering en boordvliegtuigen
langrijkste pantsergordel was midscheeps maximaal 229 mm dik en beschermde de machinekamers en munitiemagazijnen. Naar de uiteinden nam de dikte af tot ongeveer 127 mm. Het belangrijkste pantserdek had een dikte van ongeveer 102 mm. De zijkanten van de commandotoren waren met 270 mm pantser beschermd en de frontplaten van de hoofdgeschuttorens waren maximaal 325 mm dik.Guam kon vier drijvervliegtuigen meenemen voor verkenning en waarneming van artillerievuur. Daarvoor waren midscheeps twee hangars, twee draaibare katapulten en een hijskraan aangebracht. Het schip kon de Vought OS2U Kingfisher en de Curtiss SC Seahawk gebruiken. Na een landing op zee werd het toestel met de kraan uit het water getild en weer aan boord geplaatst.
Sensoren>Sensoren en Combat Information Center
beschikte over een SK-1-luchtzoekradar en een SG-oppervlaktezoekradar. De SK-1 bewaakte het luchtruim rond de slagkruiser. De SG-radar nam schepen en kustlijnen waar en ondersteunde de navigatie bij duisternis en beperkt zicht. Uitkijkposten en optische instrumenten vulden de radarwaarnemingen aan.De twee Mk 38-vuurleidingsposten voor de 305mm-kanonnen waren uitgerust met Mk 13-vuurleidingsradar. De twee Mk 37-vuurleidingsposten voor de 127mm-kanonnen combineerden Mk 12-afstandsradar met Mk 22-hoogtemeetradar. De meetgegevens gingen naar vuurleidingsrekenapparatuur die de bewegingen van Guam en het gevolgde doel verwerkte. Daarna ontvingen de geschuttorens de berekende richtwaarden voor het vuur.
In het Combat Information Center, afgekort als CIC, kwamen meldingen van de zoekradars, uitkijkposten, radioverbindingen en andere schepen samen. Bemanningsleden tekenden lucht- en oppervlaktecontacten in en hielden hun koers, snelheid en positie bij. De commandovoering gebruikte dit overzicht om dreigingen te beoordelen en de positie van Guam binnen de vlootformatie te bewaken. Waarschuwingen en doelgegevens werden vanuit het CIC doorgegeven aan de brug en de betrokken gevechtsposten.
Tijdens de bescherming van snelle vliegdekschepen hield het CIC de eigen formatie en gemelde contacten bij. Naderende vliegtuigen werden gevolgd terwijl de posities van eigen schepen en vliegtuigen op de plottafels werden bijgewerkt. Via radio- en telefoonverbindingen wisselde Guam informatie uit met andere schepen in het scherm. De ontvangen gegevens werden gebruikt bij de coördinatie van de luchtafweer en de bewegingen binnen de formatie.
Operation>Operationele geschiedenis
laatsing naar de Stille OceaanNa de indienststelling volgde een proefvaart bij Trinidad, waar de bemanning oefende en de installaties werden getest. Guam verliet Philadelphia op 17 januari 1945 en voer via het Panamakanaal naar de Stille Oceaan. Op 8 februari bereikte zij Pearl Harbor, waar minister van Marine James Forrestal het schip bezocht. De slagkruiser vertrok op 3 maart uit Hawaï en kwam tien dagen later aan bij de vlootbasis Ulithi.
Bij Ulithi sloot Guam zich aan bij zusterschip Alaska en de snelle vliegdekschepen van de Amerikaanse Vijfde Vloot. Zij werd ingedeeld bij Task Group 58.4, die onder bevel stond van schout-bij-nacht Arthur W. Radford. Deze groep maakte deel uit van Task Force 58 onder viceadmiraal Marc A. Mitscher. De Amerikaanse schepen vertrokken vervolgens voor aanvallen op doelen op Kyushu en Shikoku.
Aanvallen bij Japan
Op 18 maart 1945 opereerde de Amerikaanse vloot dicht bij de Japanse hoofdeilanden. Japanse vliegtuigen vielen de formatie aan, waarna Guam haar luchtafweergeschut gebruikte binnen het beschermende scherm rond de vliegdekschepen. Een dag later werd het vliegdekschip USS Franklin door twee bommen zwaar beschadigd. Guam werd losgemaakt van de hoofdmacht om Franklin tijdens de terugtocht uit het gevechtsgebied te beschermen.
De begeleiding van Franklin duurde tot 22 maart, waarna Guam terugkeerde naar de snelle vliegdekschipmacht. Het schip werd opnieuw opgenomen in Cruiser Division 16 binnen Task Group 58.4. De Amerikaanse vloot richtte zich inmiddels op de voorbereiding van de landing op Okinawa. Guam bleef vooral ingezet voor de bescherming van vliegdekschepen tegen Japanse luchtaanvallen en mogelijke aanvallen door oppervlakteschepen.
Okinawa en omliggende eilanden
In de nacht van 27 op 28 maart beschoten Guam en andere kruisers het Japanse vliegveld op Minamidaito. De aanval moest het gebruik van het vliegveld tegen de Amerikaanse strijdkrachten rond Okinawa beperken. Na deze beschieting keerde Guam terug naar het scherm rond de vliegdekschepen. Zij bleef tot 11 mei bij de eenheden die aanvallen uitvoerden boven de Nansei-eilanden en Japan.
Daarna voer Guam naar Ulithi voor onderhoud, bevoorrading en het aanvullen van munitie. Na deze onderbreking keerde zij terug naar Okinawa en werd ingedeeld bij Task Group 38.4 van de Amerikaanse Derde Vloot. De vliegdekschepen vielen Japanse vliegvelden op Kyushu aan, terwijl Guam de formatie beschermde. De dreiging bestond vooral uit Japanse bommenwerpers en kamikazevliegtuigen.
Op 9 juni beschoten Guam en Alaska het eiland Oki Daito gedurende ongeveer negentig minuten. Vijf torpedobootjagers namen eveneens aan deze beschieting deel. Na de operatie vertrokken de schepen naar de Filipijnen voor rust, onderhoud en bevoorrading. Guam liep op 13 juni de Baai van San Pedro in de Golf van Leyte binnen.
Oost-Chinese Zee en Gele Zee
Guam keerde in juli 1945 terug naar Okinawa en werd vlaggenschip van Cruiser Task Force 95. Schout-bij-nacht Francis S. Low voerde het bevel over dit verband, waarvan ook Alaska deel uitmaakte. Op 16 juli begon de strijdmacht aan een tocht door de Oost-Chinese Zee en de Gele Zee om Japanse scheepvaart op te sporen. Er werden weinig geschikte doelen gevonden, waarna de schepen op 23 juli terugkeerden.
Vervolgens nam Guam deel aan een grotere operatie bij de monding van de Yangtze in de omgeving van Shanghai. Ook drie slagschepen en drie escortevliegdekschepen behoorden tot de ingezette strijdmacht. De zoektocht leverde opnieuw weinig Japanse scheepvaart op en leidde niet tot een groot zeegevecht. De schepen keerden op 7 augustus naar Okinawa terug.
Japanse capitulatie en Korea
Kort daarna werd Guam het vlaggenschip van de North China Force, opnieuw onder bevel van schout-bij-nacht Low. Deze strijdmacht kreeg taken in de Noord-Chinese wateren nadat Japan op 15 augustus 1945 de overgave had aangekondigd. De Amerikaanse schepen bezochten onder meer Qingdao, Port Arthur en Dalian. Daar toonden zij de Amerikaanse aanwezigheid en ondersteunden zij de uitvoering van de Japanse overgave.
Op 8 september voer Guam de haven van Jinsen binnen, het huidige Incheon in Korea. Het schip ondersteunde daar de aankomst van Amerikaanse bezettingseenheden en bleef als vlaggenschip beschikbaar. Op 14 november vertrok Guam met Amerikaanse militairen die naar de Verenigde Staten werden teruggebracht. Zij bereikte San Francisco op 3 december 1945 en zette de passagiers daar aan land.
Uitdiensts>Uitdienststelling en sloop
rtrok op 5 december vanuit San Francisco naar de Amerikaanse oostkust. Zij kwam op 17 december aan in Bayonne, New Jersey, en bleef daar tot haar uitdienststelling. Op 17 februari 1947 werd de slagkruiser opgenomen in de Atlantic Reserve Fleet. Het schip keerde daarna niet meer terug in actieve dienst.Op 1 juni 1960 werd Guam uit het Naval Vessel Register geschrapt. De marine verkocht het schip op 24 mei 1961 voor 423.076 dollar aan Boston Metals Company in Baltimore. Op 10 juli werd de romp naar het sloopbedrijf gesleept. Guam had slechts 29 maanden actieve dienst achter de rug en ontving twee battle stars voor haar inzet tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Conclusie<>Conclusie
m kwam zo laat in dienst dat zij slechts enkele maanden aan gevechtsoperaties deelnam. De slagkruiser beschermde snelle vliegdekschepen, begeleidde de beschadigde USS Franklin en beschoot doelen op Minamidaito en Oki Daito. Tijdens tochten door de Oost-Chinese Zee en Gele Zee trof zij weinig Japanse scheepvaart aan. Een artilleriegevecht met een vijandelijk zwaar oppervlakteschip bleef daardoor uit.Na de Japanse capitulatie diende Guam als vlaggenschip van de North China Force en ondersteunde zij de bezetting van Korea. Vervolgens bracht het schip Amerikaanse militairen terug naar de Verenigde Staten. De Amerikaanse marine stelde Guam in februari 1947 buiten dienst en hield haar daarna in reserve. In 1961 eindigde de korte loopbaan met de verkoop voor sloop.










