Simon Spoor: legercommandant in Nederlands-Indië

Simon Hendrik Spoor (Amsterdam, 12 januari 1902 – Batavia, 25 mei 1949) was een Nederlandse KNIL-officier, inlichtingenfunctionaris en legercommandant. Tijdens de Tweede Wereldoorlog leidde hij de NEFIS in Australië. Deze dienst verzamelde gegevens over bezet Nederlands-Indië. Vanaf januari 1946 voerde hij het bevel over de Nederlandse landstrijdkrachten in de archipel en het militaire optreden tegen de Republiek Indonesië.

Vroege leven en opleiding

Spoor groeide op in een muzikaal gezin. Zijn vader, Andreas Petrus Spoor, was violist, dirigent en concertmeester van het Concertgebouworkest. Simon volgde middelbaar onderwijs in Den Haag en koos daarna voor een militaire loopbaan. Hij doorliep de kadettenschool in Alkmaar en vervolgde zijn opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Daar werd hij voorbereid op dienst bij de infanterie van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, doorgaans afgekort tot KNIL.

Op 31 juli 1923 werd Spoor benoemd tot tweede luitenant. In hetzelfde jaar trouwde hij met Louise Anna Maria Ooms. Uit dit huwelijk werden twee zoons geboren: André in 1931 en Arnoud in 1933. André Spoor werd later journalist en was van 1970 tot 1983 de eerste hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Arnoud Spoor werd ondernemer. Het huwelijk met Louise Ooms eindigde op 31 maart 1938 in een echtscheiding.

Interbellum: loopbaan bij het KNIL

Spoor vertrok na zijn officiersopleiding naar Nederlands-Indië en werd vanaf 1924 op Borneo geplaatst. Zijn eerste dienstjaren brachten hem in aanraking met de organisatie en dagelijkse praktijk van het koloniale leger. Op 31 juli 1926 volgde zijn bevordering tot eerste luitenant. Deze periode vormde de basis voor zijn verdere werk als stafofficier, docent en inlichtingenfunctionaris, functies waarin kennis van terrein, bestuur en militaire organisatie samenkwamen.

Van 1929 tot 1932 volgde Spoor de opleiding aan de Hogere Krijgsschool in Den Haag. Na zijn terugkeer werkte hij ongeveer twee jaar bij de Generale Staf in Bandoeng. Op 23 november 1934 werd hij kapitein. In datzelfde jaar keerde hij tijdelijk naar Nederland terug als docent strategie en tactiek aan de Koninklijke Militaire Academie. Zijn aanstelling laat zien dat hij al vroeg vooral voor stafwerk en militair onderwijs werd ingezet.

In 1938 ging Spoor opnieuw naar Nederlands-Indië. Hij werkte er onder meer bij de afdeling Politieke Zaken van de Generale Staf. Daarnaast gaf hij aan de Hogere Krijgsschool in Bandoeng onderwijs in oorlogsrecht en Indisch noodrecht. Ook schreef hij als militair medewerker voor de Java-Bode. Op 6 oktober 1938 trouwde hij met Rika Cornelia Kroeze. Dit tweede huwelijk werd op 24 maart 1947 ontbonden.

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

Toen Japan Nederlands-Indië in januari 1942 aanviel, was Spoor als kapitein verbonden aan de Generale Staf. De geallieerde verdediging stortte binnen enkele weken in. In de nacht van 8 op 9 maart vertrok hij met kapitein Gerard Leonard Reinderhoff vanaf vliegveld Andir bij Bandoeng naar Australië. Legercommandant Hein ter Poorten had beiden opdracht gegeven uit te wijken, kort voordat het KNIL op Java capituleerde.

In Australië werd Spoor in april 1942 eerst ingedeeld bij het hoofdkwartier van de Amerikaanse generaal Douglas MacArthur. Daarna kwam hij beschikbaar voor de Netherlands Forces Intelligence Service, de NEFIS. In juli 1942 werd hij korte tijd benoemd tot waarnemend assistent-resident van de afdeling Toeal, met Merauke als standplaats. Een maand later keerde hij terug naar de inlichtingendienst, waar hij hoofd werd van sectie I.

De NEFIS verzamelde en beoordeelde gegevens over het door Japan bezette Nederlands-Indië. De dienst ondervroeg vluchtelingen en ontsnapte krijgsgevangenen, analyseerde berichten en ondersteunde geallieerde operaties in het zuidwestelijke deel van de Stille Oceaan. Spoor werd in 1944 directeur van de dienst. Zijn werk bracht hem in contact met geallieerde staven en gaf hem invloed op de Nederlandse voorbereiding van de terugkeer naar de archipel.

Zijn bevorderingen volgden elkaar in deze periode snel op. In mei 1942 werd hij majoor buiten bezwaar van den Lande; op 27 mei 1943 werd deze rang definitief. Op 10 januari 1944 werd hij luitenant-kolonel en op 17 februari 1945 tijdelijk kolonel van de Generale Staf. In 1943 viel hij enige tijd uit door overbelasting. Later meldde hij geregeld zware hoofdpijn, terwijl langdurig verlof uitbleef.

Na de oorlog

Benoeming tot legercommandant

Na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 riepen Soekarno en Mohammad Hatta op 17 augustus de Republiek Indonesië uit. Op Java en Sumatra droeg het Britse South East Asia Command aanvankelijk verantwoordelijkheid voor de ontwapening van Japanse eenheden, de bevrijding van geïnterneerden en het herstel van orde. Britse autoriteiten beperkten tegelijk de komst van grotere Nederlandse eenheden naar Java, waardoor het koloniale gezag niet direct kon worden hersteld.

De eerste maanden na de Japanse capitulatie gingen gepaard met bestuurlijke ontwrichting en geweld. Tijdens de periode die in Nederland vaak Bersiap wordt genoemd, pleegden revolutionaire jongeren en andere gewapende groepen moorden, ontvoeringen, berovingen, verkrachtingen en plunderingen. Onder de slachtoffers waren Europeanen, Indo-Europeanen, Chinezen, Molukkers en Indonesiërs die met het koloniale bestuur werden verbonden. Ook tussen Indonesische politieke en gewapende groeperingen bestonden conflicten.

Bij Koninklijk Besluit van 19 januari 1946 werd de 44-jarige kolonel Spoor benoemd tot legercommandant in Nederlands-Indië. Aan het einde van die maand nam hij het commando over van luitenant-generaal Ludolph van Oyen. Spoor kreeg de rang van generaal-majoor en trad tijdelijk op als luitenant-generaal. De snelle benoeming doorbrak het gebruikelijke bevorderingsverloop. Zijn stafervaring, kennis van inlichtingenwerk en contacten met bestuurders speelden bij de keuze een rol.

Tot het najaar van 1946 viel Spoors operationele optreden onder het South East Asia Command van admiraal Louis Mountbatten. Daarna werden eenheden van het KNIL, de Koninklijke Landmacht en de Mariniersbrigade samengebracht onder Nederlandse leiding. De troepenmacht telde omstreeks 120.000 militairen in 1947 en ongeveer 140.000 in 1948. Spoor was tevens hoofd van het Departement van Oorlog en nam daardoor deel aan zowel militaire als politiek-bestuurlijke besluitvorming.

Operatie Product en Operatie Kraai

Spoor stond voor een strijd waarin Nederlandse eenheden steden, wegen en economische gebieden beheersten, terwijl de Republiek Indonesië over een eigen regering en strijdkrachten beschikte. De reguliere tegenstander was aanvankelijk de Tentara Republik Indonesia en later de Tentara Nasional Indonesia. Daarnaast opereerden plaatselijke milities en andere gewapende groepen. Nederland probeerde met militaire druk een politieke regeling af te dwingen die ruimte liet voor Nederlandse invloed in een federale Indonesische staat.

Op 21 juli 1947 begon Operatie Product, de eerste zogenoemde politionele actie. Nederlandse colonnes bezetten in korte tijd gebieden op Java en Sumatra die economisch en militair van belang waren. Spoor wilde de Republikeinse strijdkrachten verder terugdringen, maar de regering in Den Haag beëindigde de opmars op 5 augustus onder druk van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. De Republikeinse regering in Jogjakarta bleef daardoor bestaan.

Na het bestand bleef de strijd doorgaan als guerrillaoorlog. Spoors plan berustte op snelle opmarsen langs meerdere assen, gevolgd door bezetting en bestuurlijke consolidatie. Die aanpak leverde terreinwinst op, maar de beschikbare eenheden konden grote, dichtbevolkte gebieden niet blijvend controleren. Republikeinse troepen weken uit, hergroepeerden zich en vielen verbindingen en kleinere posten aan. Het verschil tussen tactische verovering en duurzame gebiedsbeheersing werd daardoor steeds groter.

Op 19 december 1948 begon Operatie Kraai, de tweede politionele actie. Nederlandse luchtlandingstroepen en grondeenheden namen Jogjakarta in en arresteerden onder anderen Soekarno en Hatta. De Republikeinse strijdkrachten bleven echter onder generaal Soedirman weerstand bieden. De operatie verzwakte de internationale positie van Nederland en leidde tot nieuwe resoluties van de Veiligheidsraad. In 1949 moest Nederland instemmen met herstel van de Republikeinse regering in Jogjakarta en hervatting van onderhandelingen.

Ongeregelde eenheden en geweld

Onder Spoors bevel gebruikte de legerleiding ook Indonesische hulptroepen en overgelopen strijders. Daartoe behoorden eenheden die bekendstonden als Hare Majesteits Ongeregelde Troepen. Zij kregen geld, wapens en bescherming om tegen Republikeinse eenheden te opereren. Deze werkwijze moest plaatselijke kennis en bestaande tegenstellingen benutten, maar verminderde de controle op optreden en discipline. Sommige van deze groepen maakten zich schuldig aan plundering en ander geweld tegen burgers.

Onderzoek naar de oorlog heeft daarnaast vastgesteld dat Nederlandse militairen op ruime schaal extreem geweld toepasten, waaronder standrechtelijke executies, mishandeling, marteling en het platbranden van nederzettingen. Indonesische strijdgroepen gebruikten eveneens ernstig geweld, maar dat neemt de verantwoordelijkheid van de Nederlandse krijgsmacht voor het eigen handelen niet weg. Als legercommandant droeg Spoor verantwoordelijkheid voor bevelvoering, toezicht, personeelsbeleid en de reactie op gemelde overtredingen.

Spoor keurde bepaalde vormen van standrecht in schriftelijke reacties af en verwees daarbij naar het oorlogsrecht. Toch volgden bij gemelde gevallen vaak geen strafrechtelijk onderzoek of vervolging. Ook bleven officieren tegen wie ernstige bezwaren bestonden geregeld op hun post. Historisch onderzoek verbindt dit verschil tussen formele afkeuring en beperkt ingrijpen met de wens om de gevechtskracht, het moreel en de reputatie van de Nederlandse troepen te beschermen.

Huwelijk en overlijden

Op 3 april 1947 trouwde Spoor met Harmanna Trijntje Dijkema, doorgaans Mans genoemd. Hij had haar in 1942 bij de NEFIS in Australië ontmoet. Dijkema diende bij het Vrouwenkorps KNIL en vervulde in Nederlands-Indië verschillende militaire taken. Het huwelijk duurde tot Spoors overlijden in 1949. In 2004 publiceerde zij haar herinneringen aan de jaren waarin hij legercommandant was.

Op 20 mei 1949 lunchte Spoor met enkele anderen in de jachtclub van Tanjung Priok. Op 23 mei werd hij bij Koninklijk Besluit bevorderd tot generaal en werd hij ernstig ziek. Hij overleed op 25 mei in Batavia, 47 jaar oud. Zijn dood werd medisch beschreven als het gevolg van een hartinfarct of hartfalen. Omdat geen sectie werd verricht en enkele tafelgenoten eveneens ziek werden, ontstonden later verhalen over vergiftiging.

Voor een verband met de zaak rond vaandrig Rob Aernout, een onderzoek waarin beschuldigingen van corruptie binnen het Indische militaire apparaat voorkwamen, is geen sluitend bewijs gevonden. De biografie van Jaap de Moor en verklaringen van Mans Spoor-Dijkema ondersteunen evenmin de bewering dat Spoor is vermoord. Zijn hoge werkbelasting en eerdere gezondheidsklachten zijn gedocumenteerd, maar zonder sectie kan daaraan geen nauwkeuriger medische conclusie worden verbonden.

Spoor werd op 28 mei 1949 begraven op het Nederlandse ereveld Menteng Pulo in Batavia, het huidige Jakarta. Zijn overlijden viel in de periode van de Van Roijen-Roem-overeenkomst en de voorbereiding van nieuwe onderhandelingen. Op 27 december 1949 droeg Nederland de soevereiniteit over aan de Verenigde Staten van Indonesië, met uitzondering van Nederlands-Nieuw-Guinea. Daarmee eindigde enkele maanden na zijn dood het beleid waarvoor hij als legercommandant militaire verantwoordelijkheid had gedragen.

Militaire rangen

Spoors loopbaan verliep aanvankelijk volgens het gebruikelijke tempo van een KNIL-officier, maar versnelde tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Vooral tussen 1943 en 1946 volgden de bevorderingen elkaar snel op. Bij zijn benoeming tot legercommandant werd zijn functionele rang tijdelijk hoger vastgesteld dan zijn vaste rang. De benoeming tot viersterrengeneraal op 23 mei 1949 was de laatste bevordering in zijn loopbaan.

DatumRang of positie
31 juli 1923Tweede luitenant der infanterie
31 juli 1926Eerste luitenant
23 november 1934Kapitein
Mei 1942Majoor buiten bezwaar van den Lande
27 mei 1943Majoor
10 januari 1944Luitenant-kolonel
17 februari 1945Tijdelijk kolonel van de Generale Staf
19 januari 1946Generaal-majoor en tijdelijk luitenant-generaal; benoemd tot legercommandant
2 september 1946Luitenant-generaal
23 mei 1949Generaal

Onderscheidingen

Spoor ontving Nederlandse en Amerikaanse onderscheidingen voor zijn militaire dienst, zijn inlichtingenwerk tijdens de Tweede Wereldoorlog en zijn bevelvoering in Indonesië. Op 17 juni 1949 werd hij postuum benoemd tot Commandeur in de Militaire Willems-Orde, gelijk aan ridder tweede klasse. Zijn decoraties werden in april 2009 door Mans Spoor-Dijkema overgedragen aan Museum Bronbeek, waar ook zijn uniform in de collectie werd opgenomen.

  • Commandeur in de Militaire Willems-Orde
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau met de zwaarden
  • Bronzen Leeuw
  • Oorlogsherinneringskruis met gesp Nederlands-Indië 1941–1942
  • Ereteken voor Orde en Vrede met de gespen 1945, 1946, 1947, 1948 en 1949
  • Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier, ook Officierskruis genoemd
  • Mobilisatiekruis 1914–1918
  • Amerikaanse Medal of Freedom in brons met bronzen palm

De naam van Spoor bleef verbonden aan militaire herdenking en erfgoed. Op het Nationaal Indië-monument 1945–1962 in Roermond staat een borstbeeld van hem. In Ermelo draagt de Generaal Spoorkazerne zijn naam. Deze eerbewijzen verwijzen naar zijn positie als legercommandant en naar de waardering die veel militairen voor hem hadden. Historisch onderzoek plaatst dat eerbetoon naast zijn verantwoordelijkheid voor de Nederlandse oorlogvoering en het toezicht op de troepen.

Conclusie

Simon Hendrik Spoor maakte in 26 dienstjaren de overgang van infanterieofficier naar inlichtingenchef en legercommandant. Zijn loopbaan werd bepaald door de Japanse verovering van Nederlands-Indië, zijn werk bij de NEFIS en de Nederlandse poging om na 1945 het koloniale gezag te herstellen. Onder zijn commando boekten Nederlandse troepen snel terreinwinst, maar bereikten zij geen duurzame politieke uitkomst. Een beoordeling van zijn optreden omvat daarom zowel zijn organisatorische en operationele taken als zijn verantwoordelijkheid voor tekortschietend toezicht op extreem geweld.

Bronnen en meer informatie

  1. De Moor, J.A. (2011). Generaal Spoor: Triomf en tragiek van een legercommandant. Amsterdam: Boom. ISBN 978-90-8506-709-2.
  2. Limpach, Rémy (2016). De brandende kampongs van Generaal Spoor. Amsterdam: Boom. ISBN 978-90-244-0717-0.
  3. Nationaal Archief: Collectie 216 S.H. Spoor, 1942–1949.
  4. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946