
De Japanse torpedobootjager Arashi (嵐), behorend tot de Kagerō-klasse, diende in de Keizerlijke Japanse Marine gedurende de Tweede Wereldoorlog. Ze werd bekend vanwege haar indirecte rol tijdens de Slag bij Midway, waarbij haar manoeuvre leidde tot de ontdekking van het Japanse vliegdekschipeskader door Amerikaanse duikbommenwerpers. Het schip nam daarnaast deel aan diverse operaties in Zuidoost-Azië en de Stille Oceaan en werd uiteindelijk tot zinken gebracht tijdens de Slag in de Golf van Vella in 1943.
Ontwerp en beschrijving
De Kagerō-klasse was een verbeterde en vergrote versie van de voorafgaande Asashio-klasse. De klasse werd ontworpen met het oog op torpedoaanvallen en begeleidingsoperaties binnen grotere vlootformaties.
Arashi had een lengte van 118,5 meter, een breedte van 10,8 meter en een diepgang van 3,76 meter. Het standaard waterverplaatsingsvermogen bedroeg 2.065 ton, oplopend tot 2.529 ton bij volle belading. De voortstuwing bestond uit twee Kampon-stoomturbines met drie Kampon-waterpijpketels, die samen 52.000 shp leverden. De maximale snelheid was 35 knopen, met een operationeel bereik van 5.000 zeemijlen bij 18 knopen.
Bewapening
De hoofdbewapening bestond uit zes 127 mm Type 3-kanonnen, verdeeld over drie dubbeltorens. Eén toren bevond zich vóór de bovenbouw en twee achter in superfiringconfiguratie. Voor luchtafweer beschikte Arashi initieel over vier 25 mm Type 96-kanonnen in dubbele opstelling, die in de loop van de oorlog werden uitgebreid. Torpedobewapening omvatte acht 610 mm buizen in twee viervoudige opstellingen, met Type 93 “Long Lance”-torpedo’s. Daarnaast beschikte het schip over 16 dieptebommen voor onderzeebootbestrijding.
Sensoren en radar
Bij haar indienststelling was Arashi niet uitgerust met radar. In 1943 werd de voorste mast aangepast voor de installatie van een Type 22 oppervlakteradar, bedoeld voor het detecteren van schepen. Ter ondersteuning daarvan werd een extra dekhuis gebouwd achter de brug om de radarruimte te huisvesten. De later ontwikkelde Type 13 luchtafweerradar werd pas vanaf 1944 toegepast op andere schepen en kwam niet meer aan boord van Arashi, die in augustus 1943 tot zinken werd gebracht.
Vanaf oplevering was Arashi uitgerust met een Type 93 passieve sonarinstallatie, bedoeld voor het akoestisch opsporen van onderzeeboten. Dit systeem werkte op basis van het opvangen van geluidsgolven onder water, maar was beperkt in bereik en richting bepaling ten opzichte van latere sonartechnologie.
Constructie en indienststelling
De kiel van Arashi werd gelegd op 4 mei 1939. Ze werd te water gelaten op 22 april 1940 en voltooid op 25 november 1940. Na proeftochten werd het schip officieel in dienst genomen op 27 januari 1941. Kort na ingebruikname ontstonden verwarringen vanwege een administratieve vergissing: de naam van zusterschip Yamakaze kon in omgekeerde kanji gelezen worden als Arashi, wat leidde tot postverwarring.
In maart 1941 werd Arashi vlaggenschip van de 4e torpedobootjagerdivisie onder bevel van kapitein Aruga Kosaku. De divisie bestond uit Arashi, Hagikaze, Nowaki en Maikaze, met directe verantwoordelijkheid voor Arashi in handen van commandant Watanabe Yasumasa.
Begin van de oorlog
Met het uitbreken van de oorlog in de Grote Oceaan op 7 december 1941 begeleidde Arashi de vloot van admiraal Kondō, waaronder de slagschepen Kongō en Haruna, en de zware kruisers Takao en Atago. Ze vertrokken voor de invasie van Malaya en escorteerden troepentransporten tot januari 1942.
Op 15 februari nam Arashi deel aan beschietingen ter ondersteuning van Japanse landingen op Nederlands-Indische eilanden. In de daaropvolgende weken escorteerde het schip operaties bij Palau, Celebes en de Javazee.
In maart 1942 opereerde Arashi samen met zusterschip Nowaki en de kruisers van de Takao-klasse bij het onderscheppen van geallieerde evacuatieroutes. Op 1 maart zonk het duo de Nederlandse vrachtschepen Tomohon en Pageri, en later die dag ook de Britse mijnenveger Scott Harley en het Nederlandse schip Toradjo. Het stoomschip Bintoehan werd buitgemaakt.
Op 2 maart nam Arashi samen met Nowaki en de kruiser Maya deel aan het tot zinken brengen van de Britse torpedobootjager HMS Stronghold. De volgende dag werd het Amerikaanse kanonneerboot USS Asheville vernietigd. Op 4 maart was Arashi betrokken bij de aanval op een konvooi richting Australië, waarbij onder andere de Britse olietanker Francol werd vernietigd en twee Nederlandse vrachtschepen werden buitgemaakt.
Voorbereiding op Midway
Van 18 maart tot begin april 1942 escorteerde Arashi inspectiemissies naar door Japan bezette eilanden en keerde vervolgens terug naar Yokosuka voor onderhoud. Het schip werd begin juni opnieuw ingezet voor de bescherming van het vliegdekschipeskader dat deelnam aan de Slag bij Midway.
Slag bij Midway
Tijdens de Slag bij Midway werd Arashi ingezet als escorteschip van de Japanse vliegdekschepen. Het schip detecteerde op 4 juni 1942 de Amerikaanse onderzeeër USS Nautilus, die periscopisch werd waargenomen door een Japanse jachtvlieger. Arashi voerde een aanval uit met dieptebommen, maar verloor hierdoor tijdelijk de aansluiting bij de hoofdmacht.
Bij het terugkeren naar de vloot op hoge snelheid liet het schip een opvallend kielzog achter op het wateroppervlak. Dit werd opgemerkt door Amerikaanse duikbommenwerpers van de USS Enterprise, die de richting van het kielzog volgden en zo de Japanse vliegdekschepen Akagi en Kaga ontdekten. De daaropvolgende luchtaanval resulteerde in het tot zinken brengen van vier Japanse vliegdekschepen, waarmee de slag een keerpunt werd in de oorlog in de Stille Oceaan.
Later op de dag nam Arashi overlevenden van Akagi aan boord en assisteerde bij het tot zinken brengen van het beschadigde vliegdekschip.
Interne incidenten
Tijdens deze operatie werd de Amerikaanse vliegenier Ensign Wesley Osmus, afkomstig van USS Yorktown, door Arashi opgepikt. Na ondervraging werd Osmus volgens naoorlogs onderzoek met een bijl om het leven gebracht en overboord gezet. De Japanse bevelhebber, commandant Watanabe Yasumasa, kon later niet worden vervolgd wegens zijn dood op 18 december 1943 aan boord van de torpedobootjager Numakaze.
Verdere operaties in 1942
Na de Slag bij Midway keerde Arashi op 9 juni 1942 terug naar Wake Island, als escorte van het lichte vliegdekschip Zuihō. Tot 12 juli patrouilleerde het schip nabij de Aleoeten. Tussen 30 juli en 12 augustus escorteerde ze troepentransporten naar verschillende Japanse bezette eilanden. Van 16 tot 18 augustus nam ze deel aan een troepentransport naar Guadalcanal. Na aanvallen waarbij zusterschip Hagikaze schade opliep, keerde Arashi terug naar Truk.
Op 6 september 1942 ondersteunde Arashi, samen met de lichte kruiser Tatsuta, een beschieting van Gili Gili ter voorbereiding van een evacuatie. Tijdens deze actie werd het Australische vrachtschip Anshun, dat door het Amerikaanse leger werd gebruikt, tot zinken gebracht. Daarna escorteerde Arashi het transportschip Sado Maru naar de Shortlands.
Op 18 september ondernam Arashi een nieuwe troepentransportpoging naar Guadalcanal, maar werd aangevallen door vliegtuigen van Henderson Field. Hoewel een torpedoaanval mislukte, werd de missie afgebroken en keerde het schip terug naar Truk.
In oktober 1942 patrouilleerde Arashi nabij de Solomon-eilanden en nam op 26 oktober deel aan de Slag bij Santa Cruz. In november werd het schip gedokt voor onderhoud, waarna het opnieuw troepentransporten uitvoerde naar Rabaul en Guadalcanal. In december redde het schip 140 overlevenden van de gezonken torpedobootjager Teruzuki, die verloren ging na een aanval door Amerikaanse PT-boten.
Begin 1943 escorteerde Arashi haar beschadigde zusterschip Hatsukaze, dat getroffen was door een torpedo van PT-112. Na herstelbegeleiding voerde Arashi verdere transportmissies uit en liep zelf lichte schade op door bominslagen nabij Guadalcanal. Na de Japanse evacuatie van het eiland in februari escorteerde zij zware schepen van Truk naar Yokosuka voor reparaties.
Training en escortes in 1943
Vanaf maart 1943 escorteerde Arashi het vliegdekschip Shōkaku tijdens trainingsoefeningen voor nieuwe piloten. Later in het jaar beschermde ze de watervliegtuigmoederschip Nisshin en voerde troepentransporten uit via de Vella Golf. Op 1 en 2 augustus was ze onderdeel van een konvooi dat werd aangevoerd door torpedobootjager Amagiri, die op dat moment betrokken raakte bij het tot zinken brengen van PT-109, onder bevel van luitenant John F. Kennedy.
Slag in de Golf van Vella
Op 6 augustus 1943 vertrok Arashi opnieuw voor een transportmissie, samen met Hagikaze, Kawakaze en Shigure. Tijdens de overtocht bij Kolombangara werd de formatie in de nacht verrast door drie Amerikaanse torpedobootjagers: USS Dunlap, USS Craven en USS Maury. Dankzij radar konden de Amerikanen ongezien naderen en lanceerden zij 24 torpedo’s.
Kawakaze werd als eerste getroffen en zonk na een explosie in de machinekamer. Arashi werd vervolgens geraakt door twee torpedo’s, liep zware schade op en begon te zinken. Hagikaze volgde snel nadat zij ook werd getroffen. Terwijl Arashi achterwaarts zonk, werd zij onder vuur genomen. Enkele machinegeweren werden nog ingezet, maar de explosie van de munitievoorraden maakte een eind aan het schip. Het zonk binnen korte tijd naar de zeebodem.
Conclusie
De Japanse torpedobootjager Arashi vertegenwoordigt het type escorte- en aanvalsschip dat typerend was voor de Kagerō-klasse. Door haar snelle inzetbaarheid, sterke torpedobewapening en strategische rol in meerdere operaties, had het schip een korte maar intensieve loopbaan. Haar onbedoelde bijdrage aan de Amerikaanse overwinning bij Midway had blijvende gevolgen voor de oorlog in de Stille Oceaan. De ondergang van Arashi in augustus 1943 tijdens een nachtelijke confrontatie illustreert de groeiende dominantie van radar en nachtoperaties in de latere fasen van de oorlog.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Shizuo Fukui, Public domain, via Wikimedia Commons
- Chesneau, Roger, ed. (1980). Conway’s All the World’s Fighting Ships 1922–1946. Greenwich, UK: Conway Maritime Press. ISBN 0-85177-146-7.
- Jentschura, Hansgeorg; Jung, Dieter & Mickel, Peter (1977). Warships of the Imperial Japanese Navy, 1869–1945. Annapolis, Maryland: United States Naval Institute. ISBN 0-87021-893-X.
- Whitley, M. J. (1988). Destroyers of World War 2. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 0-87021-326-1.
- Parshall, Jonathan; Tully, Anthony (2005). Shattered Sword: The Untold Story of the Battle of Midway. Dulles, Virginia: Potomac Books. ISBN 1-57488-923-0.
- Cressman, Robert (1999). The Official Chronology of the U.S. Navy in World War II. Naval Institute Press. ISBN 1-55750-149-1.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946









