
De USS Maury (DD-401) was een torpedobootjager van de Gridley-klasse in de Amerikaanse marine. Het schip, vernoemd naar de maritieme onderzoeker Matthew Fontaine Maury, werd tijdens de Tweede Wereldoorlog ingezet in talrijke operaties in de Stille Oceaan. Maury verwierf een hoge onderscheiding binnen de Amerikaanse vloot met zestien battle stars en een Presidential Unit Citation. Het schip speelde een rol in diverse zeeslagen, waaronder Midway, de Salomonseilanden en de Slag in de Filipijnenzee, en werd daarmee een van de meest onderscheiden Amerikaanse torpedobootjagers van de oorlog.
Ontwerp en constructie
De USS Maury werd op 24 maart 1936 op stapel gezet bij de Union Plant van de Bethlehem Shipbuilding Corporation in San Francisco. Zij werd te water gelaten op 14 februari 1938 en op 5 augustus van datzelfde jaar in dienst gesteld. Maury behoorde tot de Gridley-klasse, die werd ontworpen om snelheid en torpedobewapening te optimaliseren. Tijdens snelheidsproeven bereikte het schip 42,8 knopen, ruim boven de ontwerpsnelheid van 36,5 knopen, waarmee zij de snelste Amerikaanse torpedobootjager ooit werd. Het schip had een standaard waterverplaatsing van 1.500 ton, een lengte van 104 meter, een breedte van 10,9 meter en een diepgang van 4,37 meter. De voortstuwing werd geleverd door Bethlehem-geïnstalleerde stoomturbines met een vermogen van 50.000 pk, verdeeld over twee schroeven. De actieradius bedroeg 5.000 zeemijlen bij 20 knopen.
Bewapening
Bij indienststelling beschikte Maury over vier 127 mm/38 kaliber kanonnen, zestien 533 mm torpedobuizen in vier viervoudige opstellingen, vier 12,7 mm machinegeweren en dieptebomrekken. Rond 1943 werd de luchtafweer versterkt met zeven 20 mm Oerlikon-kanonnen, terwijl er K-gun dieptebomwerpers werden toegevoegd. De combinatie van zware torpedobewapening en verbeterde luchtafweer maakte Maury tot een veelzijdig schip dat zowel offensieve als defensieve taken kon uitvoeren.
Bepantsering
Als torpedobootjager van de Gridley-klasse was de USS Maury niet uitgerust met zware bepantsering. Het ontwerp was gericht op snelheid en wendbaarheid, in plaats van bescherming. Het ontbreken van pantser betekende dat de overlevingskansen bij vijandelijke treffers beperkt waren, maar de hoge snelheid bood een verdedigend voordeel.
Sensoren en dataverwerking
De USS Maury beschikte over sensoren die kenmerkend waren voor Amerikaanse torpedobootjagers uit de late jaren dertig en vroege jaren veertig. Zij was uitgerust met de Mk33 Gun Fire Control System (GFCS), waarmee de 127 mm kanonnen konden worden gericht op luchtdoelen en oppervlakteschepen. Dit systeem werkte via optische vizieren en mechanische rekenmachines die schietgegevens verwerkten.
Vanaf 1942 werd het sensorpakket uitgebreid met radarinstallaties, waaronder vroege versies van de SG-oppervlakteradar en de SC-luchtradar. Deze systemen maakten het mogelijk om vijandelijke schepen en vliegtuigen eerder waar te nemen, vooral tijdens nachtelijke operaties en bij slechte weersomstandigheden. Het gebruik van radar gaf Amerikaanse torpedobootjagers een tactisch voordeel ten opzichte van Japanse tegenstanders die in de vroege oorlogsjaren niet over vergelijkbare technologie beschikten.
Sonarinstallaties waren eveneens aanwezig en werden ingezet voor onderzeebootbestrijding. Deze actieve systemen zonden geluidsgolven uit en registreerden de echo’s die terugkaatsten van onderzeeboten. Dit maakte de USS Maury geschikt voor escortetaken waarbij bescherming tegen Japanse onderzeeboten noodzakelijk was.
Een belangrijk aspect van de gevechtskracht in de Tweede Wereldoorlog was de aanwezigheid van een Combat Information Center (CIC). Dit centrum maakte het mogelijk om radar- en sonarwaarnemingen te combineren en tactisch te verwerken. Voor 1943 beschikte Maury over afzonderlijke sensorstations zonder geïntegreerd centrum. Dit beperkte de snelheid van informatieverwerking en de coördinatie van gevechtsacties. In de loop van de oorlog werden CIC-faciliteiten op torpedobootjagers verbeterd en uitgebreider toegepast. Er is geen bewijs dat USS Maury een volledig ontwikkeld CIC kreeg na 1943, waardoor zij vanaf dat moment enigszins achterliep op nieuwere schepen die standaard met deze systemen waren uitgerust. Dit beïnvloedde haar operationele waarde in de latere oorlogsjaren, hoewel de bemanning door training en ervaring veel compenseerde.
Modificaties
Tijdens de oorlog onderging de USS Maury diverse aanpassingen. De luchtafweer werd versterkt met Oerlikon-kanonnen en K-gun dieptebomwerpers. Daarnaast werd zij uitgerust met radarsystemen die niet bij indienststelling aanwezig waren. Deze wijzigingen waren noodzakelijk om het schip inzetbaar te houden in een snel veranderende oorlogsomgeving waarin luchtaanvallen en onderzeebootdreigingen toenamen.
Status schip tijdens de oorlog
Bij de aanvang van de oorlog was de USS Maury modern en operationeel inzetbaar. Door de hoge snelheid en sterke torpedobewapening was zij geschikt voor offensieve operaties. Vanaf 1943 begon zij echter verouderd te raken doordat nieuwe schepen standaard over meer luchtafweer, geavanceerde radar en CIC-faciliteiten beschikten. Desondanks bleef Maury waardevol binnen escortegroepen en in nachtgevechten, mede dankzij de opgedane operationele ervaring van de bemanning.
Operationele geschiedenis
Pearl Harbor en vroege oorlogsoperaties
Bij de aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941 bevond Maury zich op zee met het vliegdekschip USS Enterprise. De torpedobootjager maakte deel uit van de zoekacties naar de Japanse aanvalsmacht, maar keerde zonder contact terug. In de daaropvolgende maanden nam zij deel aan raids tegen Japanse bases op de Marshalleilanden, Wake en Marcus.
Slag bij Midway
In mei 1942 voer Maury met Task Force 16 richting Midway. Tijdens de slag van 4 tot 7 juni speelde zij een ondersteunende rol in de verdediging van de Amerikaanse vliegdekschepen. De slag resulteerde in de vernietiging van vier Japanse vliegdekschepen, een keerpunt in de oorlog in de Stille Oceaan.
Campagnes in de Salomonseilanden
Vanaf augustus 1942 werd Maury ingezet bij de landingen op Guadalcanal en Tulagi. Zij fungeerde als escorte voor de USS Enterprise tijdens de Slag bij de Oostelijke Salomonseilanden en nam deel aan de Slag bij Santa Cruz. In 1943 was zij actief in de regio rond de Salomonseilanden, waar zij deelnam aan patrouilles, konvooibescherming en antisubmarineacties.
Een bijzonder optreden vond plaats in de nacht van 6 op 7 augustus 1943 tijdens de Slag in de Golf van Vella. Onder bevel van kapitein Frederick Moosbrugger voerde Maury samen met andere torpedobootjagers een verrassingsaanval uit waarbij drie Japanse torpedobootjagers tot zinken werden gebracht. Dit was een van de eerste geslaagde nachtelijke torpedoaanvallen van de Amerikaanse marine.
Gilbert- en Marshalleilanden en verder
In november 1943 ondersteunde Maury de landingen op Tarawa en Makin. Begin 1944 werd zij onderdeel van Task Force 58 en nam deel aan luchtaanvallen en bombardementen in de Marshalleilanden, de Palau-eilanden en Nieuw-Guinea.
Slag in de Filipijnenzee en latere operaties
In juni 1944 nam Maury deel aan de Slag in de Filipijnenzee, waarbij de Japanse marine zware verliezen leed in schepen en vliegtuigen. Daarna volgden operaties ter ondersteuning van de landingen op Guam, Tinian en later de Filipijnen. Zij was actief bij Leyte en Luzon en escorteerde vlooteenheden bij de voorbereiding van de invasie.
Laatste oorlogsjaren
Begin 1945 werd Maury ingezet bij de invasie van Luzon en later bij escorteopdrachten naar Ulithi en Pearl Harbor. Na april 1945 verliet zij geleidelijk het front en werd in afwachting van inspectie en uitdienststelling teruggebracht naar de Verenigde Staten.
Na de oorlog
Na aankomst in New York in juni 1945 werd besloten het schip buiten dienst te stellen. Op 19 oktober 1945 werd Maury formeel uit de vaart genomen. Zij werd in juni 1946 verkocht voor sloop en nog datzelfde jaar ontmanteld.
Conclusie
De USS Maury (DD-401) was tijdens de vroege oorlogsjaren een modern en snel oorlogsschip dat effectief kon worden ingezet in uiteenlopende gevechtsoperaties. Haar snelheid en torpedobewapening gaven haar waarde in nachtgevechten en escortetaken. Vanaf 1943 begon de torpedobootjager echter achter te lopen op nieuwere ontwerpen die beschikten over geavanceerde luchtafweer en een geïntegreerd Combat Information Center. Ondanks deze beperkingen bleef zij operationeel inzetbaar en behaalde zij hoge onderscheidingen. Maury werd daarmee een representatief voorbeeld van de snelle evolutie van torpedobootjagers in de Tweede Wereldoorlog.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Naval History & Heritage Command , Public domain, via Wikimedia Commons
Friedman, Norman (2004). U.S. Destroyers: An Illustrated Design History. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-1-55750-442-9.
Morison, Samuel Eliot (2001). History of United States Naval Operations in World War II. Vol. 5: The Struggle for Guadalcanal, August 1942 – February 1943. Urbana: University of Illinois Press. ISBN 978-0-252-07065-8.
Roscoe, Theodore (1953). United States Destroyer Operations in World War II. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-0-87021-326-7.
Stille, Mark (2012). US Destroyers 1934–45: Pre-War Classes. Oxford: Osprey Publishing. ISBN 978-1-84908-998-2.









