USS Mississippi (BB-41/AG-128) was een slagschip van de New Mexico-klasse en diende in de Amerikaanse marine van 1917 tot 1956. Het schip werd gebouwd bij Newport News Shipbuilding en trad in dienst tijdens de laatste fase van de Eerste Wereldoorlog. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde Mississippi een rol bij amfibische operaties in de Stille Oceaan, waaronder de campagnes op de Gilbert- en Marshalleilanden, de Filipijnen en Okinawa. Na de oorlog werd het schip omgebouwd tot opleidings- en testplatform voor moderne wapensystemen, waaronder raketten. In 1956 werd het schip uit dienst gesteld en kort daarna gesloopt.
Ontwerp en constructie
Mississippi behoorde tot de New Mexico-klasse, een verbeterde versie van de voorgaande Pennsylvania-klasse. Het schip werd op 5 april 1915 op de helling gelegd en op 25 januari 1917 te water gelaten. Op 18 december 1917 volgde de indienststelling.
Het slagschip had een lengte van 190 meter, een breedte van 29,7 meter en een diepgang van 9,1 meter. Het standaard waterverplaatsingsvermogen bedroeg circa 32.000 ton en kon oplopen tot 33.000 ton bij volle belading. De voortstuwing bestond uit vier Curtis-stoomturbines met vier schroeven, gevoed door negen oliegestookte Babcock & Wilcox-ketels. Het vermogen van 32.000 shaft horsepower leverde een snelheid van 21 knopen. De actieradius bedroeg 8.000 zeemijlen bij 10 knopen.
De bemanning bestond in vredestijd uit circa 1.080 officieren en manschappen, een aantal dat tijdens de Tweede Wereldoorlog opliep tot ruim 1.400 door toevoeging van extra wapensystemen en radars.
Bewapening
De hoofdbewapening van Mississippi bestond uit twaalf 14-inch (356 mm) kanonnen in vier drievoudige torens, opgesteld in superfiring-configuratie aan voor- en achterzijde. Deze torens waren onderling onafhankelijk gericht, waardoor flexibeler vuur mogelijk was.
De secundaire batterij bestond oorspronkelijk uit veertien 5-inch (127 mm) kanonnen in kazematten midscheeps. Verder beschikte het schip over vier 3-inch (76 mm) kanonnen en twee 533 mm torpedobuizen, onder water geplaatst.
Tijdens moderniseringen in de jaren dertig en veertig werd de bewapening sterk aangepast, met onder meer 5-inch/25 kaliber luchtafweerkanonnen, 40 mm Bofors en 20 mm Oerlikon snelvuurkanonnen.
Bepantsering
Het pantser bestond uit een gordel van 203 tot 343 mm dik staal langs de waterlijn. De dekpantsering varieerde tot 89 mm. De geschutstorens hadden een pantserdikte van 457 mm aan de voorzijde en 330 mm op de barbettes. De commandotoren was beschermd met 406 mm dikke platen. Deze bescherming maakte Mississippi bestand tegen zware artillerie, al werd dit tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog minder effectief door de ontwikkeling van luchtmachtwapens en torpedo’s.
Sensoren en dataverwerking
Tijdens de Eerste Wereldoorlog beschikte Mississippi niet over elektronische sensoren. De vuurleiding gebeurde visueel, met optische afstandsmeters en uitkijkposten in de karakteristieke latticemasten. In de jaren dertig werden verbeterde richtmiddelen en communicatieapparatuur toegevoegd.
Vanaf 1941 kreeg het schip een reeks radarsystemen, wat de operationele waarde aanzienlijk vergrootte. Kort na de aanval op Pearl Harbor werden Mark 3 fire-control radars geïnstalleerd, waarmee doelen op grotere afstand onder alle weersomstandigheden konden worden gevolgd. Deze vroege systemen werden in 1944 vervangen door Mark 8 radars, die nauwkeuriger waren voor de vuurleiding van de hoofdbatterij.
Daarnaast werden Mark 27 en Mark 28 radars toegevoegd om de luchtafweerbatterijen te ondersteunen. Deze sensoren zorgden ervoor dat luchtdoelen beter konden worden opgespoord en gevolgd, wat essentieel was tijdens Japanse luchtaanvallen.
Mississippi beschikte niet over een volwaardig Combat Information Center (CIC) in de vroege oorlogsjaren. Pas later werden elementen van een CIC toegevoegd, waardoor schepen beter in staat waren inkomende informatie van radar en uitkijkposten te verwerken en te delen met andere schepen in de vloot. In vergelijking met nieuwere schepen zoals vliegdekschepen of kruisers bleef Mississippi echter beperkt in centrale dataverwerking.
Samengevat gaf de combinatie van Mark-serie radars en beperkte CIC-voorzieningen Mississippi vanaf 1943 een redelijke detectie- en vuurleidingscapaciteit, maar ten opzichte van modernere schepen was de informatie-integratie minder uitgebreid.
Modificaties
In de jaren 1930 onderging Mississippi een grootschalige modernisering. De oorspronkelijke turbines werden vervangen door Westinghouse-modellen, wat de snelheid verhoogde tot 22 knopen. De torens van de hoofdbatterij werden aangepast voor een grotere elevatie, waardoor het bereik toenam. Ook werd extra dekpantser toegevoegd en werd de brug herbouwd in torenstijl.
Tijdens de oorlog werden de kazematkanonnen verwijderd en vervangen door moderne luchtafweerinstallaties. In 1945 kreeg het schip een uitgebreide luchtafweeruitrusting met dertien viervoudige 40 mm Bofors en veertig 20 mm Oerlikons. De zware commandotoren werd verwijderd om gewicht te besparen.
Na 1946 werd Mississippi omgebouwd tot opleidings- en testschip. Hoofdturret nummer 1 werd vervangen door een 6-inch dubbelkanon, andere turrets werden verwijderd, en later volgden testinstallaties voor de RIM-2 Terrier en AUM-N-2 Petrel raketten.
Status schip tijdens de oorlog
Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog gold Mississippi als een ouder slagschip. Hoewel de basisconstructie uit 1917 stamde, werd het schip voortdurend aangepast en gemoderniseerd. De installatie van radars, luchtafweer en verbeterde vuurleiding zorgden ervoor dat Mississippi operationeel bruikbaar bleef. Toch was het schip qua snelheid, bepantsering en bewapening minder geavanceerd dan de moderne snelle slagschepen van de Iowa-klasse.
De voortdurende upgrades en reparaties stelden het schip in staat een effectieve bijdrage te leveren aan de amfibische operaties in de Stille Oceaan, ondanks de verouderde basisontwerpen.
Operationele geschiedenis
Eerste inzet en interbellum
Na indienststelling in 1917 diende Mississippi vooral voor training en oefeningen in Amerikaanse en Caribische wateren. Tijdens de jaren twintig werd het schip toegewezen aan de Pacific Fleet, nam deel aan grootschalige vlootoefeningen en maakte een reis naar Australië in 1925. In 1924 vond een groot ongeval plaats toen een ontploffing in een geschutstoren 48 bemanningsleden het leven kostte.
Overplaatsing naar de Atlantische Oceaan
Met de dreiging van oorlog in Europa werd Mississippi in mei 1941 overgeplaatst naar de Atlantische Vloot. Het schip escorteerde konvooien naar IJsland als onderdeel van de Neutrality Patrols. Na de aanval op Pearl Harbor keerde het schip terug naar de Stille Oceaan.
Vroege oorlogsjaren
In 1942 voerde Mississippi konvooitaken en trainingen uit langs de Amerikaanse westkust. In juli 1943 ondersteunde het schip de herovering van Kiska in de Aleoeten. Later dat jaar nam het deel aan de aanval op de Gilbert-eilanden, waarbij opnieuw een explosie in een geschutstoren 43 doden veroorzaakte.
Campagnes in de Stille Oceaan
In 1944 nam Mississippi deel aan de gevechten rond Kwajalein, Taroa en Wotje. In september bombardeerde het schip Japanse posities op Peleliu ter ondersteuning van de Amerikaanse landingen.
In oktober 1944 maakte Mississippi deel uit van de invasievloot bij Leyte. Tijdens de Slag in de Golf van Leyte nam het schip deel aan de Slag in de Surigao-straat, de laatste zeeslag in de geschiedenis waarbij slagschepen rechtstreeks op elkaar vuurden. Mississippi loste het laatste salvo van de actie.
Laatste oorlogsjaar
In januari 1945 werd Mississippi getroffen door een kamikaze bij Luzon, maar bleef inzetbaar. In mei en juni ondersteunde het schip de strijd om Okinawa, waar het opnieuw door een kamikaze werd geraakt. Mississippi bleef operationeel tot de zomer van 1945.
Na de Japanse capitulatie maakte het schip deel uit van de bezettingsmacht in Sagami Wan en was aanwezig bij de ondertekening van de overgave in de Baai van Tokio op 2 september 1945.
Na de oorlog
Na terugkeer in de Verenigde Staten werd Mississippi in 1946 omgebouwd tot opleidingsschip en kreeg het het nieuwe rompnummer AG-128. In deze rol testte het schip nieuwe artillerie- en raketsystemen, waaronder de RIM-2 Terrier, waarvan in 1953 de eerste scheepslancering plaatsvond. In 1956 testte Mississippi de Petrel-raket.
Op 17 september 1956 werd het schip buiten dienst gesteld en enkele maanden later gesloopt. Een van de 14-inch kanonnen is bewaard gebleven in Bethlehem, Pennsylvania.
Conclusie
USS Mississippi (BB-41) vertegenwoordigde de overgang van slagschepen uit de Eerste Wereldoorlog naar de technologische eisen van de Tweede Wereldoorlog. Het schip werd regelmatig gemoderniseerd en bleef daardoor inzetbaar tijdens grote amfibische operaties. Ondanks de toevoeging van radars en beperkte elementen van een Combat Information Center bleef de informatie-integratie achter bij nieuwere schepen. Vanaf 1943 werd Mississippi in vergelijking met moderne oorlogsschepen operationeel beschouwd als verouderd, maar het bleef waardevol door zijn artillerieondersteuning.
Na de oorlog vond het schip een nieuwe rol als testplatform voor raketwapens, waarmee het bijdroeg aan de overgang van traditionele artillerie naar raketgestuurde bewapening.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: National Archives and Records Administration , Public domain, via Wikimedia Commons
- Breyer, Siegfried (1973). Battleships and Battle Cruisers 1905–1970. Doubleday and Company. ISBN 0-385-07247-3.
- Friedman, Norman (1980). United States of America. In Gardiner, Robert & Chesneau, Roger (eds.). Conway’s All the World’s Fighting Ships 1922–1946. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-0-87021-913-9.
- Friedman, Norman (1985). U.S. Battleships: An Illustrated Design History. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-0-87021-715-9.
- Friedman, Norman (1986). United States of America. In Gardiner, Robert & Gray, Randal (eds.). Conway’s All the World’s Fighting Ships 1906–1921. London: Conway Maritime Press. ISBN 978-0-85177-245-5.
- Morison, Samuel E. (1947). History of United States Naval Operations in World War II: The Battle of the Atlantic, September 1939–May 1943. Boston: Little, Brown and Company. OCLC 768913264.
- Nofi, Albert A. (2010). To Train the Fleet for War: The U.S. Navy Fleet Problems, 1923–1940. Washington, D.C.: Naval War College Press. ISBN 978-1-884733-87-1.
- Polmar, Norman (2011). Aircraft Carriers: A History of Carrier Aviation and Its Influence on World Events. Vol. I: 1909–1945. Dulles, Virginia: Potomac Books. ISBN 978-1-59797-344-1.
- Willmott, H. P. (2005). The Battle of Leyte Gulf: The Last Fleet Action. Bloomington: Indiana University Press. ISBN 0-253-00351-2.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946










