
De Japanse torpedobootjager Hagikaze (萩風), behorend tot de Kagerō-klasse, werd gebouwd in de jaren dertig voor de Keizerlijke Japanse Marine. Het schip maakte deel uit van een grotere klasse van 19 destroyers die ontworpen waren voor offensieve torpedoacties en begeleiding van grotere vlooteenheden. Hagikaze was actief tijdens verschillende zeeslagen in de Stille Oceaan, waaronder de Slag bij Midway en de escortemissies naar de Salomonseilanden, tot haar ondergang tijdens de Slag in de Golf van Vella in augustus 1943.
Ontwerp en bouw
De Kagerō-klasse was een doorontwikkeling van de Asashio-klasse. De schepen hadden een lengte van 118,5 meter, een breedte van 10,8 meter en een diepgang van 3,76 meter. Het standaard waterverplaatsingsvermogen bedroeg 2.065 ton, oplopend tot 2.529 ton bij volle belading. De bemanning bestond uit 240 manschappen, waaronder officieren en matrozen.
Voor de voortstuwing waren twee Kampon-geared stoomturbines aanwezig, elk gekoppeld aan een schroefas, gevoed door drie Kampon-waterpijpketels. Deze leverden gezamenlijk 52.000 pk, wat een topsnelheid van 35 knopen mogelijk maakte. De operationele actieradius was circa 5.000 zeemijlen bij een snelheid van 18 knopen.
Bewapening
De hoofdgeschutuitrusting bestond uit zes Type 3 127 mm kanonnen, geplaatst in drie dubbeltorens: twee achter in superfiringconfiguratie en één toren vóór de brug. Voor luchtverdediging beschikte Hagikaze bij oplevering over vier 25 mm Type 96-luchtafweerkanonnen in twee dubbele opstellingen. In de loop van de oorlog werd deze bewapening uitgebreid.
Daarnaast had het schip acht 610 mm torpedobuizen in twee viervoudige draaibare lanceerinrichtingen, bedoeld voor het afvuren van de zuurstofgevoede Type 93 “Long Lance”-torpedo. Per buis werd één herlaadtorpedo meegevoerd. Voor onderzeebootbestrijding beschikte Hagikaze over 16 dieptebommen.
Sensoren en sonar
Bij haar oplevering was Hagikaze niet uitgerust met radarapparatuur. Evenals andere schepen uit deze generatie werd zij in de loop van de oorlog aangepast met een Type 22 oppervlakteradar, voornamelijk bedoeld voor het detecteren van zeedoelen. De installatie vereiste een extra dekhuis nabij de brug.
Voor onderzeebootdetectie beschikte het schip over een Type 93 passieve sonarinstallatie, waarmee geluidsgolven van onder water opererende doelen konden worden opgevangen. Deze technologie was beperkt in nauwkeurigheid en bereik, maar destijds standaard in Japanse destroyers.
Constructie en vroege inzet
Hagikaze werd gebouwd als onderdeel van het vlootversterkingsprogramma van de jaren dertig. Na haar indienststelling werd zij toegewezen aan diverse vlootonderdelen voor escortetaken en voorbereiding op grootschalige operaties. Na het uitbreken van de oorlog in de Grote Oceaan in december 1941 nam Hagikaze deel aan de escortering van admiraal Kondō’s vloot tijdens de invasie van de Filipijnen en Nederlands-Indië. Op 15 februari 1942 ondersteunde zij landingen met beschietingen vanaf zee, waarna zij gedurende enkele maanden opereerde in het gezelschap van Japanse vliegdekschepen.
Na de voltooiing van deze operaties keerde het schip op 22 april 1942 terug naar Japan voor onderhoud.
Deelname aan de Slag bij Midway
In juni 1942 maakte Hagikaze deel uit van de escortegroep voor Japanse vliegdekschepen tijdens de Slag bij Midway. Tijdens deze zeeslag werden vier Japanse vliegdekschepen en een zware kruiser vernietigd door Amerikaanse luchtmacht vanaf de vliegdekschepen Enterprise en Yorktown.
Op het einde van de slag werd het zwaar beschadigde vliegdekschip Kaga, getroffen door Amerikaanse duikbommenwerpers, tot zinken gebracht met twee torpedo’s afgevuurd door Hagikaze.
Beschadiging en herstel
In de maanden na Midway bleef Hagikaze actief in escorte- en transporttaken. Tijdens één van deze operaties werd zij getroffen door een bom van een Amerikaanse B-17 Flying Fortress. De inslag vernietigde haar achterste geschuttoren (X-toren), waardoor het schip uit dienst moest voor reparatie. De herstelwerkzaamheden duurden tot 22 februari 1943.
Inzet in 1943
In maart 1943 werd Hagikaze ingezet voor escorte van het vliegdekschip Chūyō. Daarna begeleidde zij de slagschepen Kongō en Haruna naar de basis op Truk. Gedurende de maanden april en mei nam zij opnieuw deel aan escorte- en transportoperaties in de centrale Stille Oceaan. Op 8 mei werd geprobeerd hulp te bieden aan de zwaar beschadigde torpedobootjagers Kagerō en Oyashio, maar de eenheid arriveerde te laat; beide schepen waren reeds tot zinken gebracht door geallieerde vliegtuigen vanaf landbases.
Op 2 augustus 1943 nam Hagikaze deel aan een troepentransportmissie. Tijdens deze operatie ramde het zusterschip Amagiri per ongeluk de Amerikaanse torpedoboot PT-109, onder bevel van de latere Amerikaanse president John F. Kennedy.
Slag in de Golf van Vella
In augustus 1943 werd Hagikaze samen met de torpedobootjagers Arashi, Kawakaze en Shigure ingezet voor een troepentransport naar Kolombangara in de Salomonseilanden. Het was de vierde maal dat deze route werd gevaren. Kapitein Hara van Shigure uitte zijn bezorgdheid over de voorspelbaarheid van het plan, maar de operatie ging desondanks door. Hagikaze was vlaggenschip van admiraal Sugiyama Kajū en voerde het eskader aan.
Tijdens de nacht van 6 op 7 augustus 1943 werd de groep tijdens zware regenbuien en met een zicht van minder dan 200 meter onderschept door drie Amerikaanse torpedobootjagers: USS Dunlap, USS Craven en USS Maury. De Amerikaanse schepen detecteerden de Japanse formatie met radar en naderden ongemerkt tot binnen bereik. Vanuit deze positie vuurden zij 24 torpedo’s af in een parallelle aanvalslijn.
Ondergang
Ongeveer vijf minuten na het afvuren werden Hagikaze en haar zusterschip Arashi vol getroffen. Twee torpedo’s raakten Hagikaze, wat leidde tot het uitvallen van al haar geschut- en torpedoinstallaties. Het schip kwam stil te liggen en begon snel over bakboord te hellen door ernstige waterinbraken. Kort daarna werden ook Arashi en Kawakaze geraakt en buiten gevecht gesteld. Een torpedo raakte Shigure, maar ontplofte niet.
Na de torpedoslag openden de Amerikaanse schepen het vuur met hun 127 mm kanonnen. Hagikaze werd herhaaldelijk geraakt, terwijl de bemanning enkel met machinegeweren kon terugvuren. Binnen enkele minuten zonk het schip. Van de bemanning kwamen 178 opvarenden om het leven. Arashi en Kawakaze leden soortgelijke verliezen. Shigure lanceerde nog een torpedosalvo zonder resultaat en wist te ontkomen.
Ongeveer 50 overlevenden van Hagikaze bereikten zwemmend het eiland Kolombangara of werden opgepikt door Amerikaanse eenheden. Onder hen bevond zich ook admiraal Kajū, die na dagen in de jungle te hebben doorgebracht werd gered door Japanse troepen.
Conclusie
De torpedobootjager Hagikaze stond symbool voor de krachtige, maar kwetsbare marinestrategie van de Keizerlijke Japanse Marine tijdens de vroege jaren van de Tweede Wereldoorlog. Ontworpen voor hoge snelheid, sterke torpedobewapening en offensieve inzet, speelde het schip een rol in meerdere fronten van de Pacific War. De inzet bij Midway en latere escortemissies onderstrepen haar actieve rol binnen grote operaties. Haar ondergang bij Vella Gulf toont het toenemende overwicht van geallieerde radar en tactiek in nachtelijke gevechten, waarbij Japanse schepen steeds vaker ten prooi vielen aan technische en strategische superioriteit.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Shizuo Fukui, Public domain, via Wikimedia Commons
Chesneau, Roger, ed. (1980). Conway’s All the World’s Fighting Ships 1922–1946. Greenwich, UK: Conway Maritime Press. ISBN 0-85177-146-7.
Jentschura, Hansgeorg; Jung, Dieter & Mickel, Peter (1977). Warships of the Imperial Japanese Navy, 1869–1945. Annapolis, Maryland: United States Naval Institute. ISBN 0-87021-893-X.
Whitley, M. J. (1988). Destroyers of World War 2. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 0-87021-326-1.
Hara, Tameichi (1961). Japanese Destroyer Captain. New York: Ballantine Books. ISBN 0-345-02522-9.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946









