Wilhelm Harster: SS-politiechef in Nederland

Wilhelm Harster (21 juli 1904 – 25 december 1991) was een Duitse jurist en SS- en politiefunctionaris. Als BdS leidde hij in 19401943 de Sicherheitspolizei en SD in bezet Nederland en later soortgelijke diensten in Noord-Italië. Zijn apparaat organiseerde deportaties van Joden naar vernietigingskampen. Na 1945 volgden veroordelingen in Nederland (12 jaar) en in München (15 jaar).

Vroege leven en opleiding

Jeugd en opleiding

Harster werd geboren in Kelheim in Beieren als zoon van Theodor Harster, jurist en politieambtenaar. Zijn vader sneuvelde als oorlogsvrijwilliger op 1 november 1914 bij Wijtschate tijdens de Eerste Slag bij Vlaanderen. Wilhelm Harster volgde de Volksschule in München en behaalde in 1922 het Abitur aan het humanistische Ludwigsgymnasium. Daarna studeerde hij rechten in München (1922–1926), legde in 1926 het eerste staatsexamen af en promoveerde in 1927 tot Dr. jur., waarbij in biografische overzichten ook de universiteit van Erlangen wordt genoemd. In 1929 behaalde hij het tweede staatsexamen en werd hij Assessor.

Vroege bindingen en start bij de politie

Harster was al tijdens zijn schooltijd verbonden aan rechtse paramilitaire milieus in Beieren. In 1920 trad hij toe tot het Freikorps Oberland en bleef tot 1926 betrokken, daarna via de opvolger Bund Oberland. Ook stond hij te boek als reservist bij het 19e (Beierse) infanterieregiment van de Reichswehr. In Stuttgart begon hij op 16 oktober 1929 als Regierungsassessor bij de Kriminalpolizei; op 30 september 1930 trouwde hij met Maria Hirsch (1907), lid van de NS-Frauenschaft, en het paar kreeg twee zoons: Klaus (1933) en Gerd (1937).

Interbellum: opkomst in politie en SS

Politische Polizei in Stuttgart

Harsters loopbaan verschoof in de vroege jaren dertig van recherche naar politieke politie. In het voorjaar van 1931 stapte hij in Stuttgart over naar de Politische Polizei, die zich bezighield met toezicht op politieke tegenstanders en het verzamelen van informatie. Na de machtsovername in 1933 werd hij plaatsvervangend leidinggevende; in sommige beschrijvingen wordt hij in die fase genoemd als leider van de politieke politie in Stuttgart. Deze functie plaatste hem in een apparaat dat snel werd geïntegreerd in het nationaalsocialistische bestuur.

NSDAP, SS en posities in Württemberg en Berlijn

Harster trad op 1 mei 1933 toe tot de NSDAP; in biografische gegevens worden lidnummers 3.226.954 en 3.226.959 vermeld. Op 9 november 1933 volgde toetreding tot de SS (SS-nummer 225.932). Op 15 januari 1934 werd hij Polizeidirektor in Tübingen en kreeg hij daarnaast functies bij de staatspolitie van Württemberg en vanaf juni 1934 in Berlijn, waar hij tot 31 maart 1938 een staatspolitiebureau leidde. Vanaf 1935 was hij ook verbonden aan de SD, terwijl hij in de SS organisatorisch viel onder SS-Oberabschnitt “Südwest” en in Berlin als plaatsvervanger van Paul Kanstein werd genoemd.

SD, RSHA en Innsbruck na de Anschluss

Op 9 november 1937 werd Harster overgeplaatst naar het SD-Hauptamt in Berlijn onder Reinhard Heydrich. Dit apparaat ging op 27 september 1939 op in het Reichssicherheitshauptamt (RSHA), dat de centrale leiding vormde voor politie- en inlichtingendiensten. Na de Anschluss leidde Harster vanaf maart 1938 de Staatspolizeileitstelle in Innsbruck; in overzichten wordt genoemd dat hij deze post tot eind 1939 bekleedde, soms tot 1 juni 1940. Tijdens zijn Innsbruckse periode was hij betrokken bij voorbereiding en uitvoering van het Novemberpogrom van 1938 tegen Joden.

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

Krakau, Kassel en militaire inzet in 1940

Na de inval in Polen werd Harster op 23 oktober 1939 BdS in het militaire district Krakau; andere samenvattingen spreken van november 1939. In Kassel werd hij daarna IdS en volgde hij Otto Rasch op, met de opdracht de positie van Sicherheitspolizei en SD in de regio door te zetten tegenover andere staats- en partijorganen. Zijn functie liep door tot maart 1941, terwijl hij rechtstreeks verbonden bleef met de top van het veiligheidsapparaat onder Heydrich. In juni 1940 werd hij kort naar de Wehrmacht teruggeroepen tijdens de Slag om Frankrijk, bij een mitrailleurcompagnie van het Gebirgsjäger-Ersatz-Regiment 136.

Nederland: BdS binnen het bezettingsbestuur

In juli 1940 werd Harster benoemd tot BdS in het Reichskommissariat Niederlande als opvolger van Hans Nockemann. Hij bleef zijn IdS-taken in Kassel daarnaast uitvoeren tot maart 1941, waardoor hij tegelijk in twee commandostructuren functioneerde. Als BdS (Befehlshaber der Sicherheitspolizei und des SD) stond hij aan het hoofd van Sicherheitspolizei en SD in Nederland en daarmee ook van de Gestapo-organisatie in het bezette land. De beleidslijnen kwamen uit Berlijn via het RSHA, terwijl de uitvoering in Nederland plaatsvond binnen het bezettingsbestuur van Reichskommissar Arthur Seyss-Inquart en onder de Höherer SS- und Polizeiführer Hanns Albin Rauter.

Repressie en ondervragingspraktijken

Harster gaf toestemming voor geweld bij ondervragingen en verbond die keuze aan de bestrijding van tegenstanders van de bezetting. In 1941 autoriseerde hij het gebruik van marteling bij verhoren van communistische gevangenen; in 1942 werd dit uitgebreid naar andere groepen arrestanten. De Sicherheitspolizei gebruikte verhoren om netwerken te reconstrueren en vervolging te organiseren, waarbij mishandeling onderdeel werd van de werkwijze. In zijn Nederlandse veroordeling werd bovendien genoemd dat hij nalatig was in het toezicht op personeel van kamp Amersfoort.

Deportaties van Joden uit Nederland

Onder Harsters commando werden razzia’s, registratie en transporten opgezet die leidden tot de deportatie van meer dan 100.000 Nederlandse Joden. In overzichten worden aantallen genoemd van circa 102.000 tot 104.000 gedeporteerden, met bestemmingen als Auschwitz en Sobibor. De operationele uitvoering lag bij verschillende diensten en lokale bureaus, maar Harster droeg als BdS bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de samenhang en aansturing van het apparaat. Tot de gedeporteerden behoorden ook Anne Frank en haar familie, die vanuit Nederland naar Auschwitz werden gedeporteerd.

Apeldoornsche Bosch en rapportage in 1943

Naast algemene deportatiecijfers zijn ook concrete acties en interne rapportages uit Harsters periode bekend. Bij de ontruiming van de Joodse kliniek Het Apeldoornsche Bosch werden meer dan 1.200 patiënten en medewerkers gedeporteerd en in Auschwitz vermoord. Begin mei 1943 beschreef Harster in een instructie aan kampcommandanten onder de titel “Endlösung der Judenfrage in den Niederlanden” dat Heinrich Himmler verlangde dat in 1943 “wat mensen mogelijk is” aan transporten naar het oosten zou plaatsvinden. Een geheim bericht dat in juni 1943 werd geciteerd, meldde dat van 140.000 geregistreerde “Volljuden” ongeveer 102.000 uit het “Volkskörper” waren verwijderd.

Noord-Italië: Verona, Fossoli en de razzia in Rome

Harster werd op 29 augustus 1943 BdS in Noord-Italië, met standplaats Verona en toezicht op het doorgangskamp Fossoli. Na de Italiaanse wapenstilstand van 8 september 1943 en de Duitse bezetting volgde intensivering van de vervolging van Joden, onder meer in Rome. Bij de razzia van 16 oktober 1943 werden 1.007 mensen uit het getto gedeporteerd naar Auschwitz; overzichten noemen 811 onmiddellijke doden en 149 mannen en 47 vrouwen als overlevenden. Een militair bericht van 19 oktober 1943 schreef de arrestaties toe aan Herbert Kappler en Harster en noemde circa 900 Joden in “Sicherheitsverwahrung”.

Vaticaanplan, Bolzano en het einde van de oorlog

In september 1943 wees Karl Wolff Harster aan om personeel te werven voor een actie tegen Vaticaanstad. Het plan omvatte de ontvoering van paus Pius XII, het veiligstellen van kunstschatten en documenten en het doorzoeken van het Vaticaan op politieke vluchtelingen en Joden, maar werd niet uitgevoerd. Door geallieerde opmars verplaatste Harster in de zomer van 1944 zijn basis naar Bolzano, waar het Bolzano Transit Camp een centraal punt werd voor opsluiting en verdere deportaties. Op 9 november 1944 werd hij bevorderd tot SS-Gruppenführer en Generalleutnant der Polizei; op 10 mei 1945 werd hij bij Bolzano gevangengenomen.

Na de oorlog

Britse internering en overdracht

Na zijn gevangenneming verbleef Harster in Britse detentie, eerst in Italië en later in Groot-Brittannië. In bronnen worden Island Farm (Special Camp 11) bij Bridgend en de London Cage als belangrijke detentieplaatsen genoemd, met een overbrenging naar Londen op 1 april 1946. Op 21 augustus 1947 werd hij aan de Nederlandse autoriteiten overgedragen, waarna vervolging in Den Haag werd voorbereid. Deze route weerspiegelde de geallieerde aanpak waarbij verdachten werden geïnterneerd en vervolgens uitgeleverd voor nationale berechting.

Nederlandse veroordeling in Den Haag

Harster werd in Den Haag berecht door een bijzonder gerechtshof dat misdrijven uit de bezettingstijd behandelde. De zittingsdatum wordt in overzichten verschillend weergegeven, met 9 en 23 maart 1949 als genoemde dagen, en het proces wordt ook als kort of eendaags omschreven. Hij werd schuldig bevonden aan zijn rol in vervolging en deportatie van Joden uit Nederland en aan nalatigheid in toezicht op personeel van kamp Amersfoort. De rechtbank legde een gevangenisstraf van twaalf jaar op.

Terugkeer naar Duitsland en werk in Beieren

Harster verliet de Nederlandse detentie voortijdig; in biografieën worden 1953 als vrijlating en 14 oktober 1955 als uitzettingsdatum genoemd. In Beieren werd hij als “Minderbelasteter” ingedeeld en trad hij op 27 oktober 1956 opnieuw in staatsdienst; in 1963 werd hij Oberregierungsrat bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. De indeling steunde mede op Persilscheine; bij heronderzoek werden verklaringen als gunst of vervalsing aangeduid, waaronder een stuk dat aan een jurist uit Triëst werd toegeschreven maar later werd verbonden aan Erich Rajakowitsch (RSHA). Na maatschappelijke en media-aandacht werd hij in 1963 uit dienst genomen, terwijl zijn volledige pensioen behouden bleef.

Tweede proces in München

In januari 1966 werd Harster in München gearresteerd en kwam hij terecht voor het Landgericht München II. Op 23 januari 1967 begon het proces tegen Harster, Wilhelm Zoepf en Gertrud Slottke wegens medeplichtigheid aan moord door de organisatie van deportaties. Het vonnis van 24 februari 1967 stelde de deportatie van ongeveer 83.000 Nederlandse Joden centraal en legde Harster vijftien jaar gevangenisstraf op, met aftrek van eerdere detentie. Hij kwam vervroegd vrij (in overzichten augustus 1968) en in 1969 volgde gratie, ondanks verzoeken van onder meer het Nederlandse Auschwitz Comité; de Universiteit van München trok zijn doctoraat in.

Latere dossiers en overlijden

Naast strafzaken bleef Harsters naam na de oorlog terugkeren in bestuurlijke dossiers. Een in 2013 vrijgegeven, als geheim aangeduid verslag meldde dat zich tot in de vroege jaren zestig bij Harster een netwerk van voormalige SD-leden zou hebben verzameld, met betrokkenheid van medewerkers met een SS-verleden. In datzelfde document werd genoemd dat er vermoedens bestonden over levering van explosieven voor separatistische aanslagen in Zuid-Tirol. In Kelheim laaide in 2015 discussie op over de Dr.-Harster-Straße, genoemd naar zijn vader Theodor; de gemeenteraad behield de naam en besloot tot een toelichtend bord. Harster stierf op 25 december 1991 in München.

Militaire Rangen

Overzicht van SS- en politierangen

Harsters loopbaan verliep binnen SS en politie, waarbij rangen samenhingen met bevoegdheden en plaats in de hiërarchie. Hij begon op 9 november 1933 als SS-Anwärter en werd in 1940 SS-Standartenführer. Per 1 januari 1941 wordt hij in rangenlijsten vermeld als Oberst der Polizei en op 9 november 1942 als SS-Brigadeführer en Generalmajor der Polizei. Zijn hoogste rang was SS-Gruppenführer en Generalleutnant der Polizei (9 november 1944).

DatumRang
9 november 1933SS-Anwärter
9 augustus 1934SS-Mann
30 januari 1936SS-Rottenführer
20 april 1936SS-Scharführer
20 april 1937SS-Hauptscharführer
9 november 1937SS-Untersturmführer
1 augustus 1938SS-Obersturmbannführer
1 augustus 1940SS-Standartenführer
1 januari 1941Oberst der Polizei
9 november 1941SS-Oberführer
9 november 1942SS-Brigadeführer und Generalmajor der Polizei
9 november 1944SS-Gruppenführer und Generalleutnant der Polizei

Conclusie

Wilhelm Harster combineerde een juridische opleiding met een carrière in de Duitse politie die na 1933 opging in de SS-veiligheidsdiensten. In Nederland had hij als BdS gezag over Sicherheitspolizei, SD en Gestapo en wordt hij in verband gebracht met repressie en met de deportatie van circa 102.000–104.000 Joden naar kampen als Auschwitz en Sobibor. Vanaf 1943 leidde hij in Noord-Italië vergelijkbare structuren rond Fossoli en Bolzano. Na 1945 volgden veroordelingen in Den Haag (12 jaar) en München (15 jaar), met vervroegde vrijlatingen, waarna hij tijdelijk weer ambtelijk werk verrichtte in Beieren en later zijn pensioen behield.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding Unknown photographer, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Bartrop, Paul R.; Grimm, Eve E. (2019). Perpetrating the Holocaust: Leaders, Enablers, and Collaborators. Santa Barbara: ABC-CLIO. ISBN 978-1-440-85896-3.

  3. Gallo, Patrick (2023). The Nazis, the Vatican, and the Jews of Rome. West Lafayette: Purdue University Press. ISBN 978-1-612-49787-7.

  4. Meyer, Ahlrich (2010). Das Wissen um Auschwitz. Täter und Opfer der ‚Endlösung’ in Westeuropa. Paderborn: Verlag Ferdinand Schöningh. ISBN 978-3-506-77023-3.

  5. Ritz, Christian (2012). Schreibtischtäter vor Gericht. Das Verfahren vor dem Münchner Landgericht wegen der Deportation der niederländischen Juden (1959–1967). Paderborn: Ferdinand Schöningh. ISBN 978-3-506-77418-7.

  6. Bauz, Ingrid; Brüggemann, Sigrid; Maier, Roland (Hrsg.) (2013). Die Geheime Staatspolizei in Württemberg und Hohenzollern. Stuttgart: Schmetterling-Verlag. ISBN 3-89657-138-9.

  7. Benz, Wolfgang (Hrsg.) (2005). Geschichte der nationalsozialistischen Konzentrationslager, Band 9: Arbeitserziehungslager, Ghettos, Jugendschutzlager, Polizeihaftlager, Sonderlager, Zigeunerlager, Zwangsarbeiterlager. München: Beck. ISBN 978-3-406-57238-8.

  8. Klee, Ernst (2007). Das Personenlexikon zum Dritten Reich. Wer war was vor und nach 1945 (2. Auflage). Frankfurt am Main: Fischer. ISBN 978-3-596-16048-8.

  9. Schulz, Andreas; Wegmann, Günter; Zinke, Dieter (2005). Die Generale der Waffen-SS und der Polizei. Band 2: Hachtel–Kutschera. Bissendorf: Biblio Verlag. ISBN 3-7648-2592-8.

  10. Lee, Carol Ann (2005). Otto Franks Geheimnis. München: Piper. ISBN 3-492-04477-8.

  11. Steur, Claudia; Hirschfeld, Gerhard (1996). Theodor Dannecker. Ein Funktionär der „Endlösung“. Essen: Klartext Verlag. ISBN 978-3-88474-545-8.

  12. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946