
De Wannsee conferentie was een bijeenkomst van vijftien hoge functionarissen van de SS, de NSDAP en Duitse ministeries op 20 januari 1942 in Berlijn. Reinhard Heydrich leidde de vergadering. De aanwezigen bespraken de bestuurlijke uitvoering van de geplande moord op de Europese Joden. Het besluit tot massamoord was toen al genomen en werd in Wannsee niet voor het eerst vastgesteld.
Van uitsluiting naar systematische massamoord
De nationaalsocialistische vervolging van Joden begon direct na de machtsovername van Adolf Hitler op 30 januari 1933. Wetgeving, ontslag uit overheidsdienst, beroepsverboden, economische uitsluiting en geweld beperkten hun rechten en bestaansmogelijkheden. De Neurenberger wetten van september 1935 ontnamen Joden het volwaardige staatsburgerschap en verboden huwelijken en seksuele relaties tussen Joden en personen die volgens de rassenleer als Duits golden. Tegelijk dwong het regime Joden tot emigratie, waarbij zij vaak een groot deel van hun bezit verloren.
Na de Duitse aanval op Polen in september 1939 namen vervolging, opsluiting en moord verder toe. Vanaf de invasie van de Sovjet-Unie in juni 1941 vermoordden Einsatzgruppen, politiebataljons en andere Duitse eenheden op grote schaal Joodse mannen, vrouwen en kinderen. Ook in bezet Polen en Servië waren vóór januari 1942 al omvangrijke moordoperaties uitgevoerd. Het vernietigingskamp Chełmno was sinds december 1941 in gebruik, terwijl de bouw van Bełżec al was begonnen.
Deze ontwikkeling verliep niet volgens één openbaar gemaakt plan dat op één datum werd vastgesteld. De anti-Joodse politiek werd tijdens de oorlog steeds verder geradicaliseerd, waarbij bevelen, lokale initiatieven en besluiten van de hoogste nazi-leiding elkaar versterkten. In 1941 maakte gedwongen emigratie plaats voor deportatie, dwangarbeid en georganiseerde massamoord. De bijeenkomst aan de Wannsee vond dus plaats binnen een vernietigingsbeleid dat al in uitvoering was.
Opdracht e>Opdracht en voorbereiding
="https://mei1940.org/hermann-goring/" data-internallinksmanager029f6b8e52c="166" title="Hermann Göring">Hermann Göring gaf Heydrich op 31 juli 1941 schriftelijk opdracht om voorbereidingen te treffen voor een algehele oplossing van het zogenoemde Joodse vraagstuk in het Duitse machtsgebied. Heydrich moest daarbij de betrokken overheidsorganisaties laten samenwerken en een ontwerp voor de organisatorische, praktische en materiële uitvoering indienen. Deze formuleringen sloten aan bij het verhullende taalgebruik van het regime. De opdracht verschafte Heydrich een formele basis om zijn gezag tegenover ministeries, partijorganen en bezettingsbesturen te benadrukken.Heydrich nodigde op 29 november 1941 vertegenwoordigers uit voor een bijeenkomst op 9 december. De vergadering werd uitgesteld en op 8 januari 1942 opnieuw aangekondigd voor 20 januari. Als locatie diende een villa aan Am Großen Wannsee 56-58 in het zuidwesten van Berlijn. De Sicherheitsdienst had het gebouw in 1940 verworven en gebruikte het als gastenverblijf en conferentiecentrum.
De deelnemers noemden hun vergadering niet de Wannseeconferentie. Die benaming raakte na de oorlog ingeburgerd en verwijst naar de plaats waar de bijeenkomst werd gehouden. De vergadering begon rond het middaguur en duurde ongeveer negentig minuten. Zij had het karakter van ambtelijk overleg op het niveau van staatssecretarissen, hoge partijfunctionarissen en leidinggevenden van politie en SS.
De vijftien de>De vijftien deelnemers
ydrich was hoofd van het Reichssicherheitshauptamt, het RSHA, en zat de vergadering voor. Vanuit de SS en politie waren ook Gestapochef Heinrich Müller, Adolf Eichmann, Otto Hofmann, Karl Eberhard Schöngarth en Rudolf Lange aanwezig. Eichmann leidde binnen de Gestapo de afdeling voor Joodse aangelegenheden en deportaties. Lange had als commandant van Einsatzkommando 2 in Letland directe ervaring met massale executies.De burgerlijke overheid en de NSDAP werden vertegenwoordigd door Alfred Meyer, Georg Leibbrandt, Wilhelm Stuckart, Erich Neumann, Roland Freisler, Josef Bühler, Martin Luther, Gerhard Klopfer en Friedrich Wilhelm Kritzinger. Zij kwamen onder meer van de ministeries van Binnenlandse Zaken, Justitie, Buitenlandse Zaken en de bezette oostelijke gebieden. Ook de Rijkskanselarij, de Partijkanselarij, het Vierjarenplan en het bestuur van het Generalgouvernement waren vertegenwoordigd. Hierdoor waren instanties aanwezig die nodig waren voor wetgeving, diplomatie, arbeidsinzet, bestuur en deportatie.
De deelnemers waren geen vergadering van de volledige nazitop. Hitler, Himmler, Göring en Goebbels waren niet aanwezig, terwijl ook de Wehrmacht en de Reichsbahn geen vertegenwoordiger hadden gestuurd. Veel aanwezigen bezaten wel ruime bevoegdheden binnen hun eigen bestuursgebied. Zij waren bovendien grotendeels universitair geschoold en verscheidene deelnemers waren jurist, waardoor het overleg sterk juridisch en administratief was ingericht.
Doel en machtsverd>Doel en machtsverdeling
rentie was niet bedoeld om te bepalen óf de Europese Joden moesten worden vermoord. De nazi-term “Endlösung der Judenfrage”, in het Nederlands “definitieve oplossing van het Joodse vraagstuk”, stond voor de systematische moord op de Europese Joden. Die koers was op het hoogste niveau al vastgesteld en de massamoord in Oost-Europa was maanden eerder begonnen. Heydrich wilde de betrokken instanties informeren, hun medewerking vastleggen en de leiding van het RSHA over de uitvoering bevestigen. Hij maakte duidelijk dat de SS na deportatie over het lot van de gedeporteerden zou beslissen.Daarnaast moest de bijeenkomst geschillen tussen Duitse bestuursorganen en SS-leiders in bezet Polen en het Reichskommissariat Ostland beperken. Verschillende diensten hadden eigen belangen op het gebied van arbeid, huisvesting, wetgeving, bezit en buitenlandse betrekkingen. De conferentie bracht deze belangen onder de regie van Heydrich bijeen. De aanwezigen plaatsten kanttekeningen bij onderdelen van de uitvoering, maar het bewaard gebleven protocol vermeldt geen verzet tegen het moordbeleid zelf.
Bespreking van emigr>Bespreking van emigratie en deportatie
t een overzicht van het anti-Joodse beleid sinds 1933. Volgens zijn mededeling waren tot 31 oktober 1941 ongeveer 537.000 Joden uit Duitsland, Oostenrijk en het Protectoraat Bohemen en Moravië tot emigratie gebracht. Het protocol verdeelde dit aantal over ongeveer 360.000 uit het oude Duitse Rijk, 147.000 uit Oostenrijk en 30.000 uit het Protectoraat. Deze cijfers kwamen uit een voorbereidende notitie van Eichmann en weerspiegelden de eigen registratie van het regime.De emigratie was onder dwang verlopen en werd grotendeels betaald uit Joods vermogen en bijdragen van Joodse organisaties. In oktober 1941 verbood het regime verdere emigratie uit het Duitse machtsgebied. Heydrich presenteerde deportatie naar het oosten vervolgens als de vervangende maatregel. Het gebruikte woord evacuatie was geen neutrale aanduiding voor verplaatsing, maar maakte deel uit van de ambtelijke taal waarmee vervolging en moord werden verhuld.
De lijst van elf milj>De lijst van elf miljoen Joden
g had Eichmann een overzicht opgesteld van ongeveer elf miljoen Joden in Europa. De lijst omvatte gebieden onder Duitse bezetting, bondgenoten van Duitsland, neutrale staten en landen waarmee Duitsland in oorlog was. Daardoor stonden ook Groot-Brittannië, Ierland, Zweden, Zwitserland, Spanje, Portugal en Europees Turkije in het document. De omvang van de lijst toont dat de plannen volgens de opstellers een vrijwel geheel Europees bereik moesten krijgen.Voor Nederland vermeldde het protocol 160.800 Joden, voor het Generalgouvernement 2.284.000 en voor de Sovjet-Unie vijf miljoen. Dergelijke aantallen waren administratieve schattingen en niet in alle gevallen betrouwbare bevolkingscijfers. Sommige gebieden werden bovendien volgens verschillende territoriale of raciale categorieën geteld. De lijst moet daarom worden gelezen als een nazistisch planningsdocument en niet als een nauwkeurige demografische telling.
Estland werd in het overzicht aangeduid als vrij van Joden. Die term betekende dat de Duitse bezetters de daar achtergebleven Joodse bevolking tegen het einde van 1941 vrijwel geheel hadden vermoord. Polen verscheen niet als één land, omdat het bezette grondgebied was verdeeld over geannexeerde gebieden, het Generalgouvernement en gebieden die eerder door de Sovjet-Unie waren bezet. De indeling volgde dus de Duitse bezettingsstructuur en de voortgang van de vervolging.
Dwangarbeid en verhullend>Dwangarbeid en verhullend taalgebruik
t arbeidsgeschikte Joden, gescheiden naar geslacht, in grote colonnes in het oosten wegen moesten aanleggen. Het protocol voorzag dat velen door de omstandigheden zouden sterven. Overlevenden werden binnen de racistische redenering van het regime als weerbaar beschouwd en zouden daarna afzonderlijk worden behandeld. In de context van de reeds uitgevoerde moorden verwees deze formulering naar vernietiging door arbeid en daaropvolgende moord.Het protocol gebruikte woorden als evacuatie, behandeling en oplossing zonder de voorgenomen misdaad volledig uit te schrijven. Het document bevat geen technisch plan voor gaskamers, crematoria of afzonderlijke vernietigingskampen. Dat maakt het geen verslag van alle gesproken woorden, maar een zorgvuldig bewerkte ambtelijke tekst. Eichmann verklaarde later dat openlijke bewoordingen over doden bij het opstellen waren omgezet in formele bestuurstaal.
Volgens de uiteengezette volgorde zou Europa van west naar oost worden doorzocht. Joden uit Duitsland, Oostenrijk en het Protectoraat kregen voorrang bij deportatie, mede vanwege huisvesting en andere binnenlandse beleidsdoelen. Gedeporteerden zouden eerst naar doorgangsgetto’s worden gebracht en daarna verder naar het oosten worden vervoerd. Voor Joden ouder dan 65 jaar, zwaar gewonde oorlogsveteranen en dragers van hoge Duitse onderscheidingen werd Theresienstadt als afzonderlijke bestemming genoemd.
Neurenberger wetten en ge>Neurenberger wetten en gemengde huwelijken
bespreking ging over de vraag welke mensen volgens de Neurenberger wetten onder de deportatiemaatregelen moesten vallen. Het regime onderscheidde Joden, zogenoemde Mischlinge van de eerste graad met twee Joodse grootouders en Mischlinge van de tweede graad met één Joodse grootouder. Ook huwelijken tussen Joden en niet-Joden leverden voor de nazi-administratie juridische en politieke problemen op. Heydrich wilde uniforme categorieën, zodat plaatselijke autoriteiten deportaties op dezelfde basis konden voorbereiden.Voor mensen uit de eerste categorie werden deportatie, gedwongen sterilisatie en beperkte uitzonderingen besproken. Wilhelm Stuckart wees op de hoeveelheid administratief werk en stelde ruimere toepassing van gedwongen sterilisatie en wettelijke ontbinding van gemengde huwelijken voor. De aanwezigen bereikten tijdens de vergadering geen volledige regeling voor alle gemengde huwelijken en afstammingscategorieën. Verdere besprekingen volgden, terwijl uitzonderingen in de praktijk tijdelijk, plaatsgebonden en afhankelijk van bestuurlijke besluiten bleven.
Deze discussie ging niet over bescherming op grond van individuele rechten. Zij ging over de manier waarop discriminerende rassenwetgeving in deportatiebeleid kon worden omgezet zonder onrust onder niet-Joodse familieleden of langdurige procedures. De voorstellen maakten voortplanting, huwelijk en familieverband tot onderwerpen van staatsdwang. Daarmee vormde juridische classificatie een onderdeel van het vervolgingsapparaat.
Reacties van ministeries en b>Reacties van ministeries en bezettingsbesturen
hten vooral de belangen van hun eigen organisaties naar voren. Erich Neumann stelde dat Joodse arbeiders in bedrijven die nodig waren voor de oorlog voorlopig niet konden worden gedeporteerd zolang geen vervangers beschikbaar waren. Heydrich antwoordde dat bestaande richtlijnen al in zo’n tijdelijke uitzondering voorzagen. De vrijstelling hing daarmee niet samen met bescherming, maar met de economische inzetbaarheid van dwangarbeiders.Josef Bühler vroeg om de operatie snel in het Generalgouvernement te beginnen. Hij wees erop dat transportafstanden daar beperkter waren en dat arbeidsvraagstukken volgens hem weinig belemmeringen vormden. Martin Luther besprak namens Buitenlandse Zaken de samenwerking met bondgenoten, bezette landen en neutrale staten. Otto Hofmann en Stuckart hielden zich vooral bezig met de raciale classificaties en de behandeling van gemengde huwelijken.
De bijeenkomst leverde geen afzonderlijk ondertekend besluit of nieuw wetboek op. Het resultaat was overeenstemming over samenwerking onder leiding van Heydrich en het RSHA. De ministeries en partijorganen kregen een plaats in de voorbereiding van registratie, onteigening, deportatie en bestuurlijke afhandeling. Zo werd massamoord verbonden met reguliere ambtelijke procedures en bestaande gezagslijnen.
Het Wannseeprotocol
Ad>Het Wannseeprotocol bijeenkomst het verslag samen op basis van stenografische aantekeningen. Hij verkortte en bewerkte de tekst, waarna Heydrich het document controleerde. Er werden dertig genummerde exemplaren vervaardigd voor deelnemers en betrokken instanties. Het protocol is daarom geen woordelijk verslag, maar een geselecteerde weergave van de onderwerpen, voorstellen en verlangde samenwerking.
Slechts één exemplaar is voor zover bekend bewaard gebleven. Dit zestiende afschrift behoorde tot de dossiers van Martin Luther bij het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken en kwam in 1945 in Amerikaanse handen. Medewerker Kenneth Duke trof het document eind 1946 aan tijdens het microfilmen van de dossiers en waarschuwde aanklager Robert Kempner in maart 1947. Het protocol werd vervolgens aangehaald in processen van de latere Neurenbergse rechtspleging.
Het overgeleverde document bevat de namen van de deelnemers, Heydrichs terugblik, de lijst van elf miljoen Joden en de besproken bestuurlijke categorieën. Daardoor laat het zien hoe de nazi-staat misdadige doelen in administratieve formuleringen vastlegde. Het bewijst ook dat vertegenwoordigers van uiteenlopende overheidsorganen bij de voorbereiding waren betrokken. Tegelijk moet de tekst naast andere bevelen, deportatiegegevens, kampdocumenten en naoorlogse getuigenissen worden gelezen, omdat veel bewoordingen bewust waren afgezwakt.
Uitvoering na 20 januari 1942
Uitvoering na 20 januari 1942et de bouw van de eerste vernietigingskampen. Chełmno was al in bedrijf, in Auschwitz waren al moordexperimenten met Zyklon B uitgevoerd en Bełżec was in aanbouw. In 1942 werden Bełżec, Sobibór en Treblinka de vernietigingskampen van Aktion Reinhard, gericht op de moord op Joden uit het Generalgouvernement en later ook uit andere gebieden. Auschwitz-Birkenau kreeg daarnaast een steeds grotere functie bij deportatie en massamoord.De bestuurlijke samenwerking die in Wannsee werd bevestigd, ondersteunde de uitbreiding van deportaties door Europa. Politiediensten organiseerden arrestaties, ministeries leverden regels en gegevens, spoorweginstanties verzorgden transporten en bezettingsbesturen namen bezit in beslag. De uitvoering verschilde per land en hing samen met bezettingsvorm, lokale overheden, Duitse druk en het verloop van de oorlog. Toch bleef het gezamenlijke doel de verwijdering en moord op de Joodse bevolking binnen het bereik van nazi-Duitsland.
Ongeveer zes miljoen Joden werden tijdens de Holocaust vermoord door nazi-Duitsland en zijn bondgenoten en medewerkers. Dat aantal kan niet uitsluitend aan de Wannseeconferentie worden toegeschreven, omdat het vernietigingsproces eerder begon en via veel besluiten en organisaties verliep. De vergadering versnelde wel de afstemming van een Europees deportatieprogramma onder leiding van de SS. Haar gevolgen lagen daarom vooral in de bestuurlijke verbreding en verdere uitvoering van reeds vastgesteld beleid.
Berechting en herinnering
De de>Berechting en herinneringteenlopende lotgevallen. Heydrich overleed in juni 1942 aan de gevolgen van een aanslag door Tsjechoslowaakse militairen die vanuit Groot-Brittannië waren uitgezonden, terwijl enkele anderen vóór het einde van de oorlog omkwamen of verdwenen. Josef Bühler werd in Polen berecht en in 1948 geëxecuteerd. Adolf Eichmann werd in 1961 in Jeruzalem berecht, ter dood veroordeeld en in 1962 geëxecuteerd.
Niet iedere overlevende deelnemer werd voor zijn aandeel in de Jodenvervolging veroordeeld. Sommige functionarissen kregen beperkte straffen, werden vrijgelaten of zetten na de oorlog hun loopbaan voort. Het protocol speelde wel een rol bij het reconstrueren van hun kennis, bevoegdheden en onderlinge samenwerking. De naoorlogse rechtszaken maakten bovendien duidelijk dat administratieve voorbereiding en uitvoering deel konden uitmaken van misdrijven tegen de menselijkheid.
De villa kreeg pas tientallen jaren later een vaste functie als herinnerings- en onderwijsplaats. Historicus en Auschwitz-overlevende Joseph Wulf stelde in 1965 voor om er een documentatiecentrum te vestigen, maar dat plan werd toen niet uitgevoerd. Op 20 januari 1992, precies vijftig jaar na de bijeenkomst, opende het Haus der Wannsee-Konferenz als gedenk- en educatiecentrum. De instelling bewaart documenten, onderzoekt de deelnemers en toont hoe overheidsorganisaties aan de Holocaust meewerkten.
Historische duiding
De historische be>Historische duidingniet in een eenmalig bevel waarmee de Holocaust zou zijn begonnen. De vergadering toont hoe een reeds ingezette genocide bestuurlijk werd gecoördineerd en over vrijwel heel Europa moest worden uitgebreid. Hoge ambtenaren verbonden wetgeving, diplomatie, economie, bezettingsbestuur en politieoptreden aan de doelen van de SS. Daardoor werd vervolging uitgevoerd via zowel geweldseenheden als alledaagse overheidsprocedures.
Het protocol maakt eveneens zichtbaar hoe taal de aard van het beleid kon verbergen. Woorden uit bestuur en arbeidsorganisatie maakten deportatie en massamoord op papier tot technische vraagstukken. Voor een juiste lezing zijn daarom de historische context en de handelingen die al vóór januari 1942 plaatsvonden nodig. Zonder die context kan de onjuiste indruk ontstaan dat de deelnemers slechts over hervestiging of dwangarbeid spraken.
Conclusie
De Wannseeconferentie van 20 j>Conclusierdineerde de bestuurlijke uitvoering van de moord op de Europese Joden. Heydrich bevestigde het gezag van het RSHA en verkreeg medewerking van ministeries, partijorganen en bezettingsbesturen. De bijeenkomst nam niet het eerste besluit tot genocide, want massale executies en vergassingen waren al begonnen. Het bewaard gebleven protocol documenteert hoe staatsinstellingen, juridische categorieën en verhullend taalgebruik in het vernietigingsbeleid werden ingezet.
Bronnen en meer informatie
- Gerhard, Gesine (2009). Food and Genocide: Nazi Agrarian Politics in the Occupied Territories of the Soviet Union. Contemporary European History, 18(1), 45-65. DOI 10.1017/S0960777308004827. S2CID 155045613.
- Gerlach, Christian (1998). The Wannsee Conference, the Fate of German Jews, and Hitler’s Decision in Principle to Exterminate All European Jews. The Journal of Modern History, 70(4), 759-812. DOI 10.1086/235167. S2CID 143904500.
- Breitman, Richard (1991). The Architect of Genocide: Himmler and the Final Solution. Hanover: Brandeis University Press. ISBN 978-0-87451-596-1.
- Browning, Christopher R. (2007). The Origins of the Final Solution: The Evolution of Nazi Jewish Policy, September 1939-March 1942. Lincoln: University of Nebraska Press. ISBN 978-0-8032-0392-1.
- Cesarani, David (2005). Eichmann: His Life and Crimes. London: Vintage. ISBN 978-0-09-944844-0.
- Dederichs, Mario R. (2009). Heydrich: The Face of Evil. Havertown: Casemate. ISBN 978-1-935149-12-5.
- Evans, Richard J. (2005). The Third Reich in Power. New York: Penguin. ISBN 978-0-14-303790-3.
- Evans, Richard J. (2008). The Third Reich at War. New York: Penguin. ISBN 978-0-14-311671-4.
- Jasch, Hans-Christian en Kreutzmüller, Christoph, red. (2017). The Participants: The Men of the Wannsee Conference. New York: Berghahn Books. ISBN 978-1-78533-671-3.
- Kershaw, Ian (2008). Hitler: A Biography. New York: W. W. Norton & Company. ISBN 978-0-393-06757-6.
- Lehrer, Steven (2000). Wannsee House and the Holocaust. Jefferson: McFarland. ISBN 978-0-7864-0792-7.
- Longerich, Peter (2000). The Wannsee Conference in the Development of the Final Solution. London: Holocaust Educational Trust. ISBN 978-0-9516166-5-9.
- Longerich, Peter (2010). Holocaust: The Nazi Persecution and Murder of the Jews. Oxford: Oxford University Press. ISBN 978-0-19-280436-5.
- Longerich, Peter (2012). Heinrich Himmler: A Life. Oxford: Oxford University Press. ISBN 978-0-19-959232-6.
- Marrus, Michael R. en Paxton, Robert O. (1981). Vichy France and the Jews. Stanford: Stanford University Press. ISBN 978-0-8047-2499-9.
- Michael, Robert en Doerr, Karin (2002). Nazi-Deutsch/Nazi-German: An English Lexicon of the Language of the Third Reich. Westport: Greenwood Press. ISBN 0-313-32106-X.
- Rees, Laurence (2017). The Holocaust: A New History. New York: PublicAffairs. ISBN 978-1-61039-844-2.
- Roseman, Mark (2002). The Villa, The Lake, The Meeting: Wannsee and the Final Solution. London: Allen Lane. ISBN 978-0-7139-9570-1.
- Snyder, Timothy (2010). Bloodlands: Europe Between Hitler and Stalin. New York: Basic Books. ISBN 978-0-465-00239-9.
- Tooze, Adam (2006). The Wages of Destruction: The Making and Breaking of the Nazi Economy. London: Allen Lane. ISBN 978-0-7139-9566-4.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946









