Klaus Barbie: Gestapo-chef van Lyon en zijn veroordeling

Klaus Barbie (geboren als Niklaus Barbie; 1913–1991) was een Duits SS- en SD-officier in Vichy-Frankrijk en Gestapo-chef in Lyon. Onder zijn leiding vonden arrestaties, verhoren en deportaties van Joden en verzetsmensen plaats. Na 1945 werkte hij voor inlichtingendiensten en leefde hij in Bolivia als Klaus Altmann. In 1983 werd hij uitgeleverd; in 1987 volgde levenslang wegens misdaden tegen de menselijkheid.

Vroege leven en opleiding

Familieachtergrond en jeugd

Barbie werd op 25 oktober 1913 geboren in Godesberg, tegenwoordig deel van Bonn. Zijn familie kwam uit Merzig in het Saargebied. Zijn vader Niklaus werd in 1914 opgeroepen, raakte bij Verdun in de hals gewond en werd krijgsgevangen gemaakt door Franse troepen. Volgens latere beschrijvingen herstelde hij niet volledig, wat het gezinsleven blijvend beïnvloedde.

Schoolloopbaan en gezinsverlies

Tot 1923 bezocht Barbie de plaatselijke school waar zijn vader lesgaf; daarna ging hij naar een kostschool in Trier. In 1925 verhuisde het gezin naar Trier. In juni 1933 overleed zijn broer Kurt (18) aan een chronische ziekte en later dat jaar stierf ook zijn vader. Daardoor gingen plannen om theologie te studeren niet door en raakte Barbie werkloos. Vervolgens werd hij opgeroepen voor de Reichsarbeitsdienst, een arbeidsdienst die jongeren inzette in projecten en disciplineerde.

Interbellum: toetreding tot SS en SD

Van arbeidsdienst naar veiligheidsapparaat

Op 26 september 1935 trad Barbie toe tot de Schutzstaffel (SS) met lidnummer 272.284. Kort daarna ging hij werken voor de Sicherheitsdienst (SD), de veiligheids- en inlichtingendienst van de SS. De SD verzamelde informatie over personen en organisaties die het regime als tegenstander zag en werkte samen met politie- en partijstructuren. Met deze overstap begon Barbie’s loopbaan in het apparaat dat later bezetting en vervolging ondersteunde.

Partijlidmaatschap en gezinsvorming

Op 1 mei 1937 werd Barbie lid van de NSDAP met partijnummer 4.583.085. In april 1939 verloofde hij zich met Regina Margaretta Willms. Zij kregen twee kinderen: Klaus-Georg Altmann en Ute Messner. De naam Altmann keerde terug in Barbie’s schuilidentiteit na 1945. Aan het begin van de oorlog was hij ingebed in SS- en partijstructuren.

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

Inzet in Nederland en werkzaamheden in Amsterdam

Na de bezetting van Nederland werd Barbie geplaatst in Amsterdam. Hij was ingedeeld bij Amt IV/B-4, een afdeling onder Adolf Eichmann die betrokken was bij identificatie, arrestatie en deportatie van onder meer Nederlandse communisten, Joden en vrijmetselaars. Binnen de bezettingsstructuren werkte hij mee aan registraties en aanhoudingen die uitmondden in kamptransporten.

Arrestatie van Hermannus van Tongeren

Op 11 oktober 1940 arresteerde Barbie Hermannus van Tongeren, grootmeester van de Grand Orient of the Netherlands. In maart 1941 werd Van Tongeren naar concentratiekamp Sachsenhausen overgebracht en hij overleed daar na twee weken. Op 1 april riep Barbie diens dochter Charlotte naar het SD-hoofdkwartier en vertelde dat haar vader aan een infectie aan beide oren was gestorven en was gecremeerd.

Overplaatsing naar Frankrijk en de functie in Lyon

In 1942 werd Barbie overgeplaatst naar Dijon. In november 1942 werd hij in Lyon chef van de plaatselijke Gestapo en vestigde hij zijn hoofdkwartier in het Hôtel Terminus. Vanuit Lyon stuurde hij operaties tegen het Franse verzet en tegen Joodse inwoners. In verklaringen wordt ook beschreven dat hij zelf gevangenen mishandelde tijdens verhoren. In latere beschrijvingen kreeg hij de bijnaam “Beul van Lyon”.

Mishandeling en verklaringen van slachtoffers

Getuigenissen beschrijven dat Barbie bij verhoren geweld gebruikte en ook kinderen liet vasthouden. Een dochter van een verzetsleider verklaarde dat haar vader werd geslagen, dat zijn hoofd in emmers met ammoniak en koud water werd gedompeld en dat hij enkele dagen later overleed aan huidletsel. Andere verklaringen noemen getrainde herdershonden die gevangenen moesten bijten en spreken over seksueel geweld, inclusief verkrachting.

Deportaties, razzia’s en de arrestatie van Jean Moulin

In publicaties wordt geschat dat Barbie direct verantwoordelijk was voor deportaties van tot circa 14.000 Joden en verzetsmensen. Hij nam deel aan razzia’s, waaronder de Rue Sainte-Catherine-actie waarbij 84 personen op één dag werden opgepakt. Ook arresteerde hij Jean Moulin, een leidinggevend lid van het Franse verzet. Voor zijn campagne tegen het verzet en de gevangenneming van Moulin ontving hij in 1943 het IJzeren Kruis (Eerste Klasse) van Adolf Hitler.

Izieu, terugtocht en anti-partizanenacties in 1944

In april 1944 gaf Barbie opdracht om 44 Joodse kinderen uit het tehuis van Izieu naar Auschwitz te deporteren. Na de geallieerde opmars trok de SiPo-SD uit Lyon zich terug en verplaatste zich richting Bruyères. In september 1944 leidde Barbie bij Rehaupal een actie die als anti-partizanenaanval werd aangeduid. Deze gebeurtenissen vormden een belangrijk deel van het latere strafdossier.

Na de oorlog

Rekrutering door het Amerikaanse CIC en inzet in Duitsland

In 1947 rekruteerde het Amerikaanse Army Counterintelligence Corps (CIC) Barbie als agent bij de 66th Detachment, samen met Radislav Grujičić. Hij leverde informatie voor anticommunistische doelen, waaronder kennis van Britse ondervragingstechnieken en namen van voormalige SS-officieren. De CIC huisvestte hem in een hotel in Memmingen. Vanuit de Amerikaanse zone rapporteerde hij over Franse inlichtingendiensten in de Franse bezettingszone, omdat men daar infiltratie door Sovjetdiensten zoals KGB en GPU vermoedde.

Franse veroordelingen bij verstek en vlucht naar Bolivia

Frankrijk ontdekte dat Barbie in Amerikaanse handen was, terwijl hij in 1947 en 1954 bij verstek ter dood was veroordeeld. Het verzoek aan John J. McCloy om hem over te dragen werd geweigerd. Het CIC hielp hem vervolgens via ratlines naar Bolivia te ontsnappen; in bronnen worden daarbij ook Kroatisch-katholieke netwerken genoemd, waaronder Krunoslav Draganović. Als reden wees het CIC op Barbie’s kennis van spionagenetwerken en op vermoedens van Sovjet-invloed, maar ook het vermijden van politieke schade speelde mee. Andere auteurs verwijzen naar Italiaans-fascistische kringen en het Vaticaan.

Rapportage en Amerikaanse excuses in 1983

In 1983 verscheen een rapport van het Amerikaanse ministerie van Justitie over Barbie’s bescherming en vertrek. Onderzoeker Allan A. Ryan concludeerde dat Amerikaanse functionarissen direct hadden bijgedragen aan het afschermen van een door Frankrijk gezochte verdachte en aan zijn ontsnapping naar Bolivia. De Verenigde Staten boden datzelfde jaar officieel excuses aan Frankrijk aan voor de rol van het CIC. De kwestie wordt vaak genoemd als voorbeeld van de botsing tussen vervolging van oorlogsmisdaden en Koude Oorlog-prioriteiten.

Leven in Bolivia onder de naam Klaus Altmann

Barbie emigreerde in 1951 naar Bolivia en leefde ongeveer dertig jaar in Cochabamba als Klaus Altmann. Hij onderhield relaties met hoge functionarissen, onder wie de dictators Hugo Banzer en Luis García Meza, en was actief in de wapenhandel. Volgens beschrijvingen kreeg hij binnen de Boliviaanse strijdkrachten de rang van luitenant-kolonel. Mensen die hem daar ontmoetten typeerden hem als Duits-nationalistisch en fel anticommunistisch, en ook als aanhanger van de nazi-ideologie en antisemiet. In die kring werd gesproken over Josef Mengele en Adolf Eichmann.

Advieswerk en politieke repressie

In Bolivia wordt Barbie in meerdere publicaties gekoppeld aan advieswerk voor veiligheidsdiensten en aan politieke repressie. Hij zou hebben samengewerkt met het regime van René Barrientos en leden van paramilitaire eenheden (“Furmont”) hebben getraind in verhoor- en foltermethoden. Onder Banzer wordt hij in verband gebracht met illegale arrestaties, ondervragingen en moorden op oppositie en progressieve groepen. In die context kwamen ook “verdwijningen” voor, geheime ontvoeringen en dodelijke acties door staatsorganen.

Netwerken rond wapenhandel en beschuldigingen over drugskoppelingen

Verschillende publicaties verbinden Barbie aan extreemrechtse netwerken en wapenhandel met criminele groepen. Daarbij wordt Álvaro de Castro genoemd als lijfwacht en medewerker. Volgens deze bronnen leverden zij wapens aan drugskartels en kwamen via Roberto Suárez Gómez contacten met Colombiaanse handelaren tot stand; ook Pablo Escobar en het Medellín-kartel worden genoemd. Barbie zou beveiliging van coca-aanvoer hebben georganiseerd in ruil voor steun aan anticommunistische activiteiten. In dezelfde lijn worden informatiestromen richting de Amerikaanse ambassade genoemd en een aankoop van tanks in Oostenrijk die bij een coup werden gebruikt.

Che Guevara, Peru en werkzaamheden voor veiligheidsdiensten

Na de opkomst van Che Guevara in 1966 zouden Barbie’s anti-guerrillavaardigheden opnieuw zijn gevraagd. Volgens beschrijvingen werkte hij als instructeur en adviseur voor het Boliviaanse ministerie van Binnenlandse Zaken, met een rang die als luitenant wordt genoemd. Journalist Kai Hermann verklaarde in de documentaire My Enemy’s Enemy (2007) dat Barbie later beweerde de strategie achter Guevara’s dood te hebben bedacht. Daarnaast wordt hij gelinkt aan veiligheidsdiensten in Peru na de staatsgreep van 3 oktober 1968, waaronder toezicht op de Amerikaanse diplomatieke missie onder John Irwin in 1969.

BND-rekrutering en rapportage

In 1965 werd Barbie ook bron voor de West-Duitse Bundesnachrichtendienst (BND), onder de codenaam “Adler” (V-43118). Hij ontving aanvankelijk 500 Duitse mark per maand; in mei 1966 liep de betaling via een rekening bij de Chartered Bank of London in San Francisco. Volgens beschikbare gegevens leverde hij in totaal minstens 35 rapporten aan het BND-hoofdkwartier in Pullach.

Identificatie, interview in La Paz en pogingen tot ontvoering

In 1971 identificeerden Serge en Beate Klarsfeld Barbie in Bolivia; documenten noemden de alias Klaus Altmann en een verblijf in Peru (Chaclacayo) op terrein van oud-SS’er Friedrich Schwend. L’Aurore publiceerde op 19 januari 1972 foto en alias. Journalist Ladislas de Hoyos interviewde hem op 3 februari 1972 in La Paz; een vraag over Lyon in het Frans lokte een antwoord in het Duits uit. Vingerafdrukken werden genoemd. De uitzending leidde tot herkenning door Simone Lagrange. In 1973 werd een ontvoeringsplan door Monika Ertl genoemd; zij werd door politie gedood.

Coup van 1980, arrestatie en uitlevering

Barbie wordt in bronnen genoemd in verband met de staatsgreep van 1980 (“cocaine coup”), waarmee Luis García Meza aan de macht kwam. Na het einde van de dictatuur verloor hij bescherming. In februari 1983 arresteerde de democratische regering van Hernán Siles Zuazo hem in La Paz, officieel vanwege een schuld van 10.000 dollar voor niet-geleverde goederen. Enkele dagen later werd hij aan Frankrijk overgedragen voor vervolging.

Strafproces in Lyon en veroordeling

Na uitlevering werd Barbie in 1984 aangeklaagd voor misdrijven als Gestapo-chef in Lyon (1942–1944). Het juryproces begon op 11 mei 1987 bij de Rhône Cour d’Assises in Lyon, met Pierre Truche als hoofdaanklager; onder de getuigen was Michel Thomas. Barbie noemde zich Klaus Altmann en betwistte de rechtmatigheid van zijn uitlevering. Advocaat Jacques Vergès, gesteund door François Genoud, verdedigde hem tegen 41 aanklachten en verwees naar oorlogsmisdaden van Frankrijk na 1945. Barbie ontkende onder meer de zaak-Izieu. Op 4 juli 1987 volgde levenslang; de doodstraf was sinds 1981 afgeschaft.

Overlijden en verwerking in media

Barbie overleed op 25 september 1991 (77) in de gevangenis van Lyon aan leukemie en prostaatkanker; zijn as werd naar Oostenrijk overgebracht. In 1983 verklaarde schoondochter Françoise Croizier dat de CIA hun zoon Klaus-Georg in 1946 zou hebben ontvoerd om Barbie tot inlichtingenwerk te dwingen. Croizier trouwde in 1968 met Klaus-Georg; hij kwam in 1981 om bij een deltavliegerongeval.

Barbie verschijnt in documentaires, films en games. Hotel Terminus: The Life and Times of Klaus Barbie (1988) volgt zijn geschiedenis tot het proces. In muziek wordt hij genoemd in Sheriff Fatman van Carter USM (1989). Hij komt voor in Lucie Aubrac (1997), Rat Race (2001), A Call to Spy (2019), Resistance (2020) en My Enemy’s Enemy (Mon Meilleur Ennemi). In Tom Clancy’s Ghost Recon Wildlands (2017) staat een locatie met zijn naam; in Nederland verschijnt hij in De Joodse Raad en The Ice Cream Man (2024).

Militaire Rangen

Barbie vervulde zowel rangen als functies binnen veiligheidsdiensten. Na zijn toetreding tot de SS (1935) werkte hij voor de SD. In 1940 werd hij in Amsterdam ingezet in een afdeling die arrestaties en deportatiebeleid ondersteunde. Vanaf november 1942 leidde hij in Lyon de lokale Gestapo. In literatuur over zijn dossier wordt hij aangeduid als SS-Hauptsturmführer. In Bolivia wordt hij genoemd als luitenant-kolonel binnen de strijdkrachten en als luitenant bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, als instructeur en adviseur.

Onderscheidingen

Barbie ontving in 1943 het IJzeren Kruis (Eerste Klasse), toegekend door Adolf Hitler voor zijn optreden tegen het Franse verzet en de arrestatie van Jean Moulin. In naoorlogse beschrijvingen wordt de decoratie vooral genoemd als aanwijzing dat zijn werk door nazi-autoriteiten werd gewaardeerd. Andere onderscheidingen zijn in de beschikbare gegevens niet met zekerheid vastgelegd.

Conclusie

Klaus Barbie was als SS- en SD-officier tussen 1942 en 1944 Gestapo-chef in Lyon. Hij wordt verbonden aan razzia’s, verhoren en deportaties, waaronder de deportatie van de kinderen uit Izieu en de arrestatie van Jean Moulin. Na 1945 ontliep hij vervolging door inzet en bescherming binnen anticommunistische inlichtingenstructuren en door een langdurig verblijf in Bolivia als Klaus Altmann. Zijn arrestatie in 1983 en veroordeling in 1987 laten zien hoe naoorlogse politieke keuzes vervolging konden vertragen, maar niet beëindigden.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: Section de recherche de la Gendarmerie nationale de Lyon, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Beattie, J. (1984). The life and career of Klaus Barbie: An eyewitness record. Methuen. ISBN 978-0-413-54170-3.
  3. Cooper, R. (2011). The Red Triangle. Lewis Masonic. ISBN 978-0853183327.
  4. Chalmers, B. (2015). Jewish women’s sexual behaviour and sexualized abuse during the Nazi era. The Canadian Journal of Human Sexuality, 24(2), 184–196. DOI 10.3138/cjhs.242-A10. S2CID 145155868.
  5. Cockburn, A., & St. Clair, J. (1998). Whiteout: The CIA, drugs and the press. Verso. ISBN 9781859841396.
  6. Terkel, S. (1985). The Good War. Ballantine. ISBN 978-0-345-32568-6.
  7. Theroux, P. (1995). The Pillars of Hercules: A grand tour of the Mediterranean. Fawcett Columbine. ISBN 0449910857.
  8. Murphy, B. (1983). The Butcher of Lyon: The story of infamous Nazi Klaus Barbie. Empire Books. ISBN 0-88015-013-0.
  9. Linklater, M., Hilton, I., & Ascherson, N. (1984). The Nazi legacy: Klaus Barbie and the international fascist connection. Holt, Rinehart, and Winston. ISBN 978-0-03-069303-8.
  10. Ryan, A. A. Jr. (1984). Quiet neighbors: Prosecuting Nazi war criminals in America. Harcourt Brace Jovanovich. ISBN 0-15-175823-9.
  11. Beigbeder, Y. (2006). Judging war crimes and torture: French justice and international criminal tribunals and commissions (1940–2005). Martinus Nijhoff Publishers. ISBN 9789004153295.
  12. Finkielkraut, A. (2010). Remembering in vain: The Klaus Barbie trial and crimes against humanity. Columbia University Press. ISBN 978-0231501378.
  13. McFarren, P., & Iglesias, F. (2013). The Devil’s Agent: Life, times and crimes of Nazi Klaus Barbie. Xlibris Corporation. ISBN 978-1483636429.
  14. Bower, T. (1984). Klaus Barbie: The Butcher of Lyons. Pantheon Books. ISBN 978-0-394-53359-9.
  15. Bower, T. (2017). Klaus Barbie: The Butcher of Lyons. Open Road Media. ISBN 9781504043250.
  16. Goñi, U. (2002). The Real Odessa: How Peron brought the Nazi war criminals to Argentina. Granta Books. ISBN 978-1-86207-403-3.
  17. Hilberg, R. (1982). Die Vernichtung der europäischen Juden. Olle & Wolter. ISBN 978-3-88395-431-8.
  18. Strothmann, D. (1982, 5 november). Der Fall Klaus Barbie: Den Diktatoren stets zu Diensten. Die Zeit. ISSN 0044-2070.
  19. Smith, D. (2007, 23 december). Barbie ‘boasted of hunting down Che’. The Observer. ISSN 0029-7712.
Previous articleDavid Stirling en de oprichting van de SAS 1941
Next articleWilhelm Harster: SS-politiechef in Nederland
Redactie Mei 1940
De redactie van mei1940.org bestaat uit een diverse groep schrijvers met een gemeenschappelijke interesse in de Tweede Wereldoorlog. Sommigen hebben een militaire achtergrond en brengen praktijkervaring en strategisch inzicht mee, terwijl anderen een academische of wetenschappelijke opleiding hebben gevolgd, zoals aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) of in historisch onderzoek. Deze combinatie van expertise zorgt voor diepgaande, goed onderbouwde artikelen die zowel feitelijk accuraat als analytisch sterk zijn. De redactie streeft ernaar om objectieve en goed gedocumenteerde informatie te bieden, waarbij kennis en ervaring samenkomen om een genuanceerd beeld te schetsen van deze ingrijpende periode in de geschiedenis.