
De Asashimo (朝霜, “Ochtendvorst”) was een torpedobootjager van de Yūgumo-klasse in dienst bij de Keizerlijke Japanse Marine tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het schip werd in 1943 in gebruik genomen en nam deel aan diverse maritieme operaties in de Stille Oceaan, waaronder escortetaken, konvooibescherming en gevechten tijdens de Slag in de Filipijnenzee, de Slag in de Golf van Leyte en de Slag bij Ormocbaai. Asashimo was betrokken bij het tot zinken brengen van de Amerikaanse onderzeeër USS Trout in februari 1944. Het schip eindigde zijn loopbaan in april 1945 tijdens Operatie Ten-Go, waarbij het door geallieerde vliegtuigen tot zinken werd gebracht.
Ontwerp e>Ontwerp en constructie
shimo was het zestiende schip van de Yūgumo-klasse, gebouwd bij de Fujinagata-scheepswerf in Osaka. De kiel werd gelegd op 21 januari 1943, gevolgd door tewaterlating op 18 juli 1943 en oplevering op 27 november 1943.Het schip had een waterverplaatsing van 2.520 ton (standaard) en een lengte van 119,15 meter. De breedte bedroeg 10,8 meter, met een diepgang van 3,75 meter. De voortstuwing bestond uit stoomturbines die een maximumsnelheid van 35 knopen konden behalen. De bemanning telde circa 228 manschappen.
Het ontwerp was gebaseerd op verbeteringen van de voorgaande Kagerō-klasse, met nadruk op verbeterde luchtafweer en torpedobewapening.
Bewapening<>Bewapening
aardbewapening van de Asashimo bestond uit:- 6 × 127 mm (5 inch) Type 3 kanonnen in dubbele geschutsopstellingen
- Tot 28 × 25 mm Type 96 luchtafweerkanonnen
- Tot 4 × 13,2 mm luchtafweerkanonnen
- 8 × 610 mm torpedobuizen voor Type 93 “Long Lance” torpedo’s
- 36 dieptebommen voor onderzeebootbestrijding
Deze combinatie maakte het schip geschikt voor zowel oppervlaktestrijd als onderzeebootbestrijding, al bleek in de praktijk de luchtafweer ontoereikend tegen intensieve geallieerde luchtaanvallen.
Bepantsering
>Bepantseringinclusief Asashimo, beschikte niet over zware bepantsering. De bescherming was beperkt tot dunne staalplaten die bedoeld waren tegen granaatscherven en lichte wapens. Er was geen pantsergordel of zwaar gepantserde citadel aanwezig, wat kenmerkend was voor torpedobootjagers van deze periode.
Sensoren en dataverwe>Sensoren en dataverwerking
rust met een Type 22 surface search radar, geïntroduceerd in de Keizerlijke Japanse Marine vanaf 1942. Dit systeem was bedoeld voor het opsporen van oppervlaktevaartuigen en het bieden van beperkte ondersteuning bij luchtdoeldetectie. Het had een relatief korte detectieafstand en beperkte nauwkeurigheid vergeleken met geallieerde radars uit dezelfde periode.Voor onderzeebootbestrijding was Asashimo voorzien van de Type 93 onderwaterzoeker en de Type 93 Model 3 sonar. De onderwaterzoeker maakte gebruik van actieve geluidspulsen om doelen onder het wateroppervlak te lokaliseren, terwijl de sonar continu informatie leverde over koers en afstand van gedetecteerde objecten. Deze middelen waren primair gericht op de bescherming van konvooien en gevechtseenheden tegen onderzeebootdreigingen.
De verwerking en verspreiding van sensorgegevens vond plaats via conventionele optische waarneming, akoestische meldingen, seinkaarten en directe mondelinge rapportage naar de brug. Er was geen Combat Information Center (CIC) aan boord. In de Japanse marine werd de tactische besluitvorming doorgaans op de brug uitgevoerd door de commandant en officieren van de wacht, waarbij sensorinformatie niet centraal werd verzameld of real-time geïntegreerd.
In vergelijking met Amerikaanse torpedobootjagers, die vanaf 1943 vaak beschikten over een CIC waar alle sensordata gelijktijdig werden geanalyseerd en gecoördineerd, betekende dit dat Asashimo in de norm van 1943 als technisch verouderd werd beschouwd op het gebied van geïntegreerde gevechtsinformatie. Het ontbreken van een centrale verwerkingsruimte maakte het moeilijker om in complexe gevechtssituaties snel en gecoördineerd te reageren op meerdere dreigingen tegelijk.
Modificaties
Tijde>Modificatiesn aanpassingen gedaan, waaronder het toevoegen van extra 25 mm luchtafweerkanonnen en verbeterde radarapparatuur. Deze wijzigingen waren bedoeld om het schip beter te beschermen tegen luchtaanvallen, maar boden slechts beperkte verbetering gezien de toenemende geallieerde luchtoverwicht.
Status schip tijdens de oo>Status schip tijdens de oorlog
enst werd de Asashimo regelmatig onderhouden en herbewapend. Ondanks deze inspanningen bleef de technologische uitrusting, vooral op het gebied van gevechtsinformatie, achter bij geallieerde torpedobootjagers. In 1944 en 1945 was het schip in tactisch opzicht verouderd door het ontbreken van een CIC en door de beperkte luchtafweercapaciteit.Operationele geschiedenis<>Operationele geschiedenis
eebootbestrijding (februari – maart 1944)Na indienststelling werd Asashimo toegewezen aan konvooiescorte en anti-onderzeebootoperaties. Op 29 februari 1944 begeleidde het schip konvooi Matsu No. 1, dat troepen en materieel van de 29e Infanteriedivisie vervoerde van Mantsjoerije naar Guam. Tijdens deze overtocht werd de Amerikaanse onderzeeër USS Rock gedetecteerd op een nachtelijke oppervlaktekruising. De onderzeeër vuurde vier torpedo’s af, die hun doel misten. Asashimo opende het vuur met 127 mm geschut en zette een reeks dieptebomaanvallen in. Rock dook weg maar liep schade op aan periscopen en brug, waardoor zij naar Pearl Harbor moest terugkeren voor reparaties.
Later die dag werd het konvooi aangevallen door de USS Trout. Deze bracht de 7.126 ton metende Sakito Maru tot zinken, waarbij circa 2.200 opvarenden, waaronder een groot deel van het 18e Infanterieregiment, omkwamen. Asashimo nam deel aan de daaropvolgende achtervolging en voerde dieptebomaanvallen uit waarbij olie en wrakstukken bovenkwamen. Alle 81 bemanningsleden van de Trout gingen verloren. In maart 1944 escorteerde het schip transporten naar de basis Truk en patrouilleerde in de centrale Stille Oceaan.
Slag in de Filipijnenzee en inzet rond Leyte (juni – oktober 1944)
In mei 1944 verplaatste Asashimo zich naar de Filipijnen ter voorbereiding op de verdediging van de Marianen. Tijdens de Slag in de Filipijnenzee in juni maakte het schip deel uit van een escorte-eenheid en voerde het luchtafweer- en reddingsacties uit. Na deze strijd keerde het terug naar Japan voor onderhoud en luchtafweerverbeteringen.
In oktober 1944 nam Asashimo deel aan Operatie Shō-gō als onderdeel van de Eerste Gevechtsgroep onder viceadmiraal Kurita. Op 23 oktober, in de Palawan-passage, liep de zware kruiser Atago, het vlaggenschip van Kurita, zware schade op door torpedo’s van de USS Darter en zonk. Asashimo hielp bij de redding van overlevenden, waaronder officieren van het eskader, en escorteerde daarna de beschadigde zware kruiser Takao naar veiligheid in Brunei. Hierdoor was het schip niet aanwezig bij de hoofdaanval van Kurita in de Sibuyan-zee en de daaropvolgende confrontatie bij Samar.
Gevechten rond de Filipijnen en Slag bij Ormocbaai (november 1944)
In november werd Asashimo ingezet voor de bevoorrading van Japanse troepen op Leyte via de zogeheten Ta-gō-operaties. Op 11 november maakte zij deel uit van de derde Ta-gō-konvooimissie richting Ormocbaai. Tijdens luchtaanvallen gingen meerdere escorteschepen verloren. Asashimo bleef als enige torpedobootjager operationeel en redde bemanningen van gezonken schepen, waaronder overlevenden van Hamakaze. Het schip keerde vervolgens terug naar Manilla.
Reigō-operatie en North-gō-operatie (december 1944 – februari 1945)
Op 24 december 1944 nam Asashimo deel aan de Reigō-operatie, een aanval op Amerikaanse invasietroepen bij Mindoro. Tijdens deze actie voer zij samen met kruisers en andere torpedobootjagers in een poging transport- en landingsvaartuigen aan te vallen. Het schip voerde artilleriebeschietingen uit en kreeg lichte schade door luchtaanvallen.
In februari 1945 werd Asashimo toegewezen aan de North-gō-operatie, waarbij strategische goederen zoals rubber, tin en brandstof vanuit Zuidoost-Azië naar Japan werden vervoerd. Het schip escorteerde onder andere de slagschepen Hyūga en Ise, evenals de lichte kruiser Ōyodo. De missie werd voltooid zonder verliezen.
Operatie Ten-Go en verlies (april 1945)
Op 6 april 1945 vertrok Asashimo vanuit de Binnenzee als onderdeel van de escorte van het slagschip Yamato tijdens Operatie Ten-Go, bedoeld als laatste oppervlakteaanval op de geallieerde vloot bij Okinawa. Kort na vertrek kreeg het schip motorproblemen, waardoor de snelheid terugviel tot 12 knopen en het achterbleef bij de hoofdformatie.
Op 7 april 1945 werd Asashimo gelokaliseerd door vliegtuigen van de Amerikaanse vliegdekschepen, waaronder de USS San Jacinto. Het schip werd aangevallen door duikbommenwerpers en torpedovliegtuigen. Meerdere treffers, waaronder bominslagen nabij de machinekamers en het achterdek, leidden tot ernstige schade en snelle overstroming. Asashimo zonk met alle 326 bemanningsleden, inclusief de commandant van Destroyer Division 21. Er waren geen overlevenden.
Conclusie
Asashimo was een voorbeeld van h>Conclusieagerontwerp van de vroege jaren veertig binnen de Yūgumo-klasse, met sterke torpedobewapening en adequate onderzeebootbestrijdingsmiddelen voor haar indienststelling. De radar- en sonaruitrusting voldeden aanvankelijk aan de Japanse marinenormen, maar vanaf 1943 werd het ontbreken van een Combat Information Center (CIC) in operationele zin als een beperking beschouwd. Hierdoor voldeed het schip tegen het einde van de oorlog niet meer aan de militaire standaarden voor geïntegreerde gevechtsinformatie, wat een nadeel kon zijn in complexe operaties onder vijandelijk luchtoverwicht.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding:>Bronnen en meer informatiedia.org/wiki/File:Asashimo.jpg">Shizuo Fukui, Public domain, via Wikimedia Commons
- Yamamoto, H., Okada, M. (2015). Akizuki-class Destroyers: Including Yūgumo-class, Shimakaze, and Type D. Tokyo: Kaijinsha. ISBN 978-4-7698-1584-6.
- Kimata, S. (2016). Submarine Attacks. Tokyo: Kojinsha. ISBN 978-4-7698-2949-2.
- Fukui, S. (1993). Japanese Destroyer Stories. Tokyo: Kojinsha. ISBN 4-7698-0611-6.
- Komatsu, S. (2007). Destroyer Duty. Tokyo: Shinpusha. ISBN 978-4-289-01255-8.
- Kimata, S. (2003). Second Torpedo Squadron Attacks. Tokyo: Kojinsha. ISBN 4-7698-2375-4.
- Kimata, S. (1986). Japanese Torpedo Squadron History. Tokyo: Tosho Shuppansha. ISBN 978-4-8099-0108-9.
- Kimata, S. (1989). Japanese Light Cruiser History. Tokyo: Tosho Shuppansha. ISBN 978-4-8099-0133-1.
- Kimata, S. (1977). Japanese Aircraft Carrier History. Tokyo: Tosho Shuppansha. ISBN 978-4-8099-0038-9.
- Kimata, S. (2016). Destroyer Stories. Tokyo: Kojinsha. ISBN 978-4-7698-1615-7.
- Kimata, S. (2014). Last Warship – No. 13 Escort Ship War Record. Tokyo: V2 Solution. ISBN 978-4-86476-177-2.
- Sato, K. (1993). Captains of the Pacific War. Tokyo: Kojinsha. ISBN 4-7698-2009-7.
- Sato, K. (1984). Captains of the Pacific War Continued. Tokyo: Kojinsha. ISBN 4-7698-0231-5.
- Inoue, R. (2011). Torpedo Boat Kamikaze Radar War Diary. Tokyo: Kojinsha. ISBN 978-4-7698-2696-5.
- Inoue, R. (2011). Isokaze and the Three Special Year Soldiers. Tokyo: Kojinsha. ISBN 978-4-7698-2709-2.
- Sato, K. (2001). The Sea Is Alive. Tokyo: Shin Jinbutsu Oraisha. ISBN 4-404-02873-3.
- Kimata, S. (1986). Sea Defense Battle. Tokyo: Kadokawa. ISBN 978-4-04-101598-8.
- Nomura, J. (2017). The Sea of Lament. Tokyo: Chuo Koron Shinsha. ISBN 978-4-12-206400-3.
- Yabana, F. (1987). Destroyer Fleet in Fierce Battle. Tokyo: Asahi Sonorama. ISBN 978-4-257-17095-6.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946









