
De Japanse torpedobootjager Hamakaze was een van de negentien torpedobootjagers van de Kagerō-klasse, ontworpen en gebouwd in de jaren 1930 voor de Keizerlijke Japanse Marine. Het schip kwam in dienst kort voor het uitbreken van de oorlog in de Stille Oceaan en speelde een ondersteunende rol tijdens meerdere zeeslagen in de Tweede Wereldoorlog, waaronder de aanval op Pearl Harbor, de Slag om Midway en Operatie Ten-Go. Gedurende de oorlog werd het schip meermaals gemodificeerd en uiteindelijk uitgerust met radar, waarmee het tot de meer technisch geavanceerde eenheden van de Japanse vloot ging behoren.
>Ontwerp en constructie
De Kagerō-klasse, waartoe Hamakaze behoorde, was gebaseerd op de eerdere Asashio-klasse maar kende diverse verbeteringen, waaronder een grotere actieradius en verbeterde stabiliteit. De schepen waren ontworpen voor snelle offensieve operaties en het escorteren van grotere oorlogsschepen.
Hamakaze werd op 20 november 1939 neergelegd bij de Uraga Dock Company, te water gelaten op 25 november 1940 en op 30 juni 1941 in dienst gesteld. Het schip had een lengte van 118,5 meter, een breedte van 10,8 meter en een diepgang van 3,8 meter. Het standaard waterverplaatsingsvermogen bedroeg 2.065 ton, en bij volle belading 2.529 ton .
De voortstuwing werd verzorgd door twee Kampon-geconfigureerde stoomturbines, elk verbonden met een afzonderlijke schroefas. De stoom werd opgewekt door drie Kampon-waterpijpketels. Deze configuratie leverde gezamenlijk 52.000 pk, goed voor een maximumsnelheid van meer dan 35 knopen tijdens proeven. De operationele actieradius bedroeg circa 6.053 zeemijlen bij een kruissnelheid van 18 knopen .
Het schip had een bemanning van 240 personen, bestaande uit officieren en matrozen.
B>Bewapening
p>De hoofdwapenuitrusting van Hamakaze bestond uit zes Type 3-kanonnen van 127 mm, geplaatst in drie dubbelgeschutskoepels: één voor de brug en twee in overdekte opstelling achteraan. Voor luchtafweer was het schip oorspronkelijk uitgerust met vier Type 96 luchtafweerkanonnen van 25 mm, gemonteerd in twee tweelingopstellingen. Gedurende de oorlog werd deze luchtafweeruitrusting uitgebreid met extra Type 96-kanonnen en later ook met 13,2 mm luchtafweermitrailleurs .Op het gebied van torpedobewapening beschikte Hamakaze over acht torpedobuizen van 610 mm, verdeeld over twee viervoudige draaibare lanceerinrichtingen. Voor elk van de acht buizen werd één herlaadtorpedo meegenomen. Het betrof de zuurstofgevoede Type 93 “Long Lance”-torpedo, die bekendstond om zijn bereik en slagkracht. Daarnaast had het schip zestien dieptebommen voor onderzeebootbestrijding.
Bepantser>Bepantsering
epen van de Kagerō-klasse waren torpedobootjagers en daarom slechts licht bepantserd. Hun bescherming tegen vijandelijk vuur en luchtaanvallen was beperkt. De klasse was niet ontworpen voor langdurige gevechten tegen zwaarbewapende tegenstanders, maar eerder voor snelle aanvallen, torpedolanceringen en escortetaken.Sensoren e>Sensoren en dataverwerking
nstelling tot veel andere Japanse torpedobootjagers ontving Hamakaze relatief vroeg in de oorlog technologische upgrades. In de loop van 1942 werd het schip uitgerust met een Type 22-radarsysteem. Daarmee werd Hamakaze de eerste torpedobootjager in de Keizerlijke Japanse Marine die met radar werd uitgerust. Deze radar werd hoofdzakelijk gebruikt voor oppervlaktewaarneming en vuurleiding.Later, in 1944, werden zeven overlevende schepen van de Kagerō-klasse, waaronder Hamakaze, eveneens uitgerust met een Type 13-radar, die ontworpen was voor het detecteren van luchtdoelen. Beide radarsystemen vormden de kern van de sensorcapaciteit van het schip .
Er zijn geen gegevens dat Hamakaze beschikte over een Combat Information Center (CIC) of Action Information Centre (AIC), zoals gebruikelijk was op Amerikaanse oorlogsschepen vanaf 1943. Hierdoor was de coördinatie tussen detectie en actie beperkter dan bij geallieerde tegenhangers.
Modificaties>Modificaties
haar dienstperiode onderging Hamakaze verschillende aanpassingen, voornamelijk gericht op verbeterde luchtafweer en technologische modernisering. Naast de installatie van radarapparatuur werd de luchtafweer versterkt met extra Type 96-kanonnen van 25 mm en lichte mitrailleurs van 13,2 mm. Deze aanpassingen weerspiegelden de toenemende dreiging vanuit de lucht waaraan Japanse oorlogsschepen werden blootgesteld naarmate de oorlog vorderde.Daarnaast werden er structurele reparaties uitgevoerd na schade opgelopen tijdens gevechten, zoals de herstelperiode na de evacuatie van Guadalcanal in februari 1943, waarbij het voorste kanon van het schip vernietigd werd door een luchtaanval .
Status schip>Status schip tijdens de oorlog
1 tot aan haar vernietiging in 1945 bleef Hamakaze vrijwel voortdurend operationeel. Hoewel het schip doorlopend dienstdeed, werd het meerdere keren beschadigd en vervolgens hersteld, wat de algehele inzetbaarheid onder druk zette. In technische zin was Hamakaze vanaf 1943 verouderd te beschouwen, vooral door het ontbreken van een volledig geïntegreerd CIC of AIC, zoals gangbaar werd op geallieerde oorlogsschepen. Ondanks de radarinstallaties bleef de dataverwerkingscapaciteit beperkt.Tegen het einde van de oorlog bevond het schip zich in een staat van voortdurende inzet en verhoogd risico, met beperkte middelen voor technologische modernisering binnen de Japanse marine.
Operationele >Operationele geschiedenis
ienststelling op 30 juni 1941 werd Hamakaze toegevoegd aan Torpedobootjagerdivisie 17, samen met zusterschippen Urakaze, Isokaze en Tanikaze. In vredestijd werd het schip voornamelijk ingezet voor training en organisatorische aanpassingen binnen de eenheid.Op 18 november 1941 vertrok Hamakaze vanuit Saeki naar Hitokappu Bay, ter ondersteuning van de vliegdekschipformatie Kido Butai. Deze eenheid nam later deel aan de aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941. Tijdens deze operatie kwam Hamakaze niet in actie, aangezien er geen Amerikaanse tegenaanval volgde. Het schip keerde op 24 december terug naar Japan .
In januari en februari 1942 escorteerde Hamakaze de vliegdekschepen Akagi en Kaga bij luchtaanvallen op Rabaul en Port Darwin. In maart ondersteunde ze operaties in de Javazee en de Indische Oceaan, evenals de aanval op Christmas Island. Op 27 april arriveerde Hamakaze terug in Kure voor onderhoud, zonder tot dan toe een schot te hebben gelost in gevechtssituaties .
Tijdens de Slag om Midway in juni 1942 verdedigde Hamakaze de Japanse vliegdekschepen tegen Amerikaanse luchtaanvallen. Ze nam actief deel aan het redden van de bemanning van de getroffen vliegdekschip Sōryū, dat later samen met Isokaze werd getorpedeerd en tot zinken gebracht. In deze fase was sprake van de eerste directe gevechtservaring voor de bemanning van Hamakaze .
Vanaf augustus 1942 tot begin 1943 werd het schip ingezet voor troepentransporten richting Guadalcanal. Tijdens de Slag bij Santa Cruz op 26 oktober 1942 bood Hamakaze dekking tegen Amerikaanse luchtaanvallen, terwijl Japanse eenheden erin slaagden de USS Hornet tot zinken te brengen. In januari 1943 overleefde Hamakaze een luchtaanval op troepenkonvooien, waarbij andere schepen verloren gingen .
In februari 1943 werd het schip ingezet bij de evacuatie van Guadalcanal. Hierbij liep het schade op door een bominslag die het voorste kanon vernietigde. Ondanks deze schade slaagde Hamakaze erin om van 6 tot 16 maart het zwaar beschadigde schip Michishio van Truk naar Japan te slepen, zonder onderweg door vijandelijke eenheden te worden aangevallen. Daarna volgde herstel in Kure tot juni 1943 .
Na herstel nam Hamakaze deel aan transportmissies ter ondersteuning van operaties in de Salomonseilanden. Tijdens de Slag in de Golf van Kula in juli 1943 ondersteunde het schip troepenlandingen, hoewel ze zelf geen gevechtscontact had. Enkele dagen later nam ze deel aan de Slag bij Kolombangara, waar ze torpedo’s afvuurde op geallieerde schepen. Een geallieerd schip werd tot zinken gebracht en andere zwaar beschadigd, terwijl de Japanse transportschepen hun missie voltooiden .
Op 18 augustus 1943 werd Hamakaze getroffen door een 127 mm-granaat tijdens de Slag bij Horaniu. In 1944 volgden voornamelijk escortemissies en routine-operaties.
Tijdens Operatie Ten-Go op 7 april 1945 werd Hamakaze toegewezen als escorte voor het slagschip Yamato. Deze operatie betrof een eenzijdige Japanse aanval richting Okinawa, met de bedoeling geallieerde schepen aan te vallen. Onderweg werd de vloot aangevallen door vliegtuigen van Task Force 58. Hamakaze werd tot zinken gebracht op 150 zeemijl ten zuidwesten van Nagasaki .
Conclusie
Conclusieen voorbeeld van Japanse torpedobootjagerontwerpen in het interbellum, met een focus op snelheid en torpedobewapening. Het schip werd tijdens de oorlog meermalen ingezet voor escortes, troepentransporten en verdediging van grotere eenheden. In technologisch opzicht liep Hamakaze met de introductie van radar in 1942 voor op veel andere eenheden binnen de Japanse marine.
Toch bleef het schip vanaf 1943 operationeel gezien achter bij geallieerde tegenhangers, doordat het geen Combat Information Center (CIC) of Action Information Centre (AIC) bezat. Deze beperking in gevechtscoördinatie werd vanaf dat moment als verouderd beschouwd binnen internationale militaire standaarden.









