Home Schepen Vliegdekschepen Hiryū: Japanse vliegdekschip en zijn rol in WOII

Hiryū: Japanse vliegdekschip en zijn rol in WOII

Japans vliegdekschip Hiryū tijdens snelheidstesten.
Het Japanse vliegdekschip Hiryū tijdens snelheidstesten in de Stille Oceaan tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De Hiryū (Japans: 飛龍, “Vliegende Draak”) was een vliegdekschip van de Japanse Keizerlijke Marine (IJN), gebouwd in de jaren dertig. Het schip werd beschouwd als het enige schip in haar klasse, met een ontwerp dat gebaseerd was op de Sōryū-klasse, maar met aanzienlijke aanpassingen. De Hiryū speelde een belangrijke rol in enkele van de meest cruciale maritieme campagnes van de Tweede Wereldoorlog, waaronder de aanval op Pearl Harbor en de Slag bij Midway.

Ontwerp en bouw

Achtergrond van het ontwerp

De Hiryū was een van de twee vliegdekschepen die werden goedgekeurd onder het aanvullende programma van 1931-1932. Aanvankelijk ontworpen als een zusterschepen van de Sōryū, werd het ontwerp aangepast na de Tomozuru- en Vierde Vloot-incidenten in 1934-1935, die wezen op stabiliteits- en structurele problemen bij Japanse marineschepen. Om deze gebreken te corrigeren, kreeg de Hiryū een verhoogde boeg en een versterkte romp, met verbeteringen in breedte, verplaatsing en bepantsering.

Het schip had een totale lengte van 227,4 meter, een breedte van 22,3 meter, en een diepgang van 7,8 meter. Haar standaard waterverplaatsing was 17.600 ton, oplopend tot 20.570 ton bij volledige belading. De bemanning bestond uit 1.100 officieren en matrozen.

Vliegdek en hangars

Het vliegdek van de Hiryū was 216,9 meter lang en 27 meter breed, met een relatief lage hoogte van 12,8 meter boven de waterlijn. Dit ontwerp werd gekozen om de stabiliteit te verhogen. De hangars bestonden uit twee niveaus: de bovenste was 171,3 meter lang, terwijl de onderste 142,3 meter mat. Samen hadden de hangars een oppervlakte van ongeveer 5.736 vierkante meter. Deze indeling beperkte echter het onderhoud aan vliegtuigen, met name de grotere Nakajima B5N “Kate” torpedobommenwerpers.

Het schip was uitgerust met drie liften die vliegtuigen tussen de hangars en het vliegdek konden vervoeren. Ze konden elk vliegtuigen tot 5.000 kilogram aan. In totaal bood de Hiryū plaats aan 64 vliegtuigen, plus negen reservevliegtuigen.

Hiryū: Ontwerp en prestaties in detail

Voortstuwing en snelheid

De Hiryū was uitgerust met vier gekoppelde stoomturbines die samen een indrukwekkend vermogen van 153.000 pk (114.000 kW) konden leveren. Deze turbines werden aangedreven door acht Kampon-waterpijpketels. Dit systeem, ook gebruikt in de Mogami-klasse kruisers, gaf de Hiryū een topsnelheid van 34,3 knopen (ongeveer 63,5 km/u). Hiermee was zij bij haar indienststelling het snelste vliegdekschip ter wereld.

Het schip kon 4.500 ton stookolie meenemen, wat haar een operationele actieradius gaf van 10.330 zeemijlen (19.130 kilometer) bij een kruissnelheid van 18 knopen (33 km/u). De rookuitlaten waren aan stuurboordzijde geplaatst, onder het niveau van het vliegdek. Dit ontwerp minimaliseerde rookhinder voor de opstijgende vliegtuigen, maar vergde extra aandacht tijdens onderhoud.

Luchtverdediging

De primaire luchtverdediging van de Hiryū bestond uit zes dubbelopgestelde 127 mm Type 89-kanonnen, die zowel tegen luchtdoelen als tegen oppervlakteschepen konden worden ingezet. Elk kanon had een maximale vuursnelheid van 14 schoten per minuut, maar praktisch gezien werd dit gereduceerd tot acht schoten per minuut. De wapens werden aangestuurd door twee Type 94 vuurleidingssystemen, een aan stuurboord en een aan bakboord, voor een nauwkeurige besturing.

Daarnaast was de Hiryū uitgerust met 25 mm Type 96 luchtafweerkanonnen in zeven driedubbele en vijf dubbele opstellingen. Hoewel deze wapens standaard waren in de Japanse marine, waren ze berucht om hun inefficiëntie door een kleine magazijncapaciteit en hevige trillingen. De effectiviteit werd verder beperkt door het onvermogen om snel bewegende doelen nauwkeurig te volgen.

Pantsersystemen

Het schip was beschermd door een waterlijnpantsergordel van maximaal 150 mm dikte ter hoogte van de munitieopslagplaatsen. Over de machinekamers en brandstoftanks was de pantsering dunner, variërend van 90 tot 55 mm. Het vliegdek was beschermd met een pantserplaat van 25 mm boven de machinekamers en 55 mm boven de munitieopslagplaatsen. Hoewel dit enige bescherming bood tegen lichte aanvallen, waren dergelijke vliegdekschepen kwetsbaar voor zware bommen en torpedo’s.

Bouw en indienststelling

De Hiryū werd gebouwd op de Yokosuka Marinewerf, waar de kiel werd gelegd op 8 juli 1936. Na haar tewaterlating op 16 november 1937 werd het schip op 5 juli 1939 in dienst genomen. Haar naam, “Vliegende Draak”, weerspiegelde de Japanse traditie om vliegdekschepen te vernoemen naar mythische wezens.

Kort na haar indienststelling werd de Hiryū toegewezen aan de Tweede Vliegdekschipdivisie van de Japanse Keizerlijke Marine. Ze ondersteunde in 1940 de Japanse invasie van Frans-Indochina, waarbij haar vliegtuigen cruciale luchtsteun boden voor grondtroepen en marine-operaties. In 1941 werd het schip, samen met de zusterschepen Sōryū, Akagi en Kaga, toegevoegd aan de Kido Butai (Eerste Luchtvloot).

Operaties in de Stille Oceaan

De aanval op Pearl Harbor

De aanval op Pearl Harbor in december 1941 was de Hiryū’s eerste grote operatie. Samen met vijf andere vliegdekschepen van de Kido Butai voerde zij een verrassingsaanval uit op de Amerikaanse marinebasis op Hawaï. Vanuit een positie ten noorden van Oahu lanceerde de Hiryū 57 vliegtuigen, verdeeld over twee golven.

Tijdens de eerste golf vielen acht Nakajima B5N “Kate” torpedobommenwerpers slagschepen aan, waaronder de USS West Virginia en de USS Oklahoma. Tien andere B5Ns dropten zware bommen op schepen langs Battleship Row. Zes A6M Zero jachtvliegtuigen ondersteunden de aanval door vliegvelden zoals MCAS Ewa te bombarderen, waarbij 22 geparkeerde vliegtuigen werden vernietigd.

De tweede golf van vliegtuigen viel andere doelen aan, waaronder schepen en vliegvelden. Tijdens de aanval verloor de Hiryū twee vliegtuigen, maar de operatie werd alom beschouwd als een tactisch succes voor Japan.

Slag om Wake Island en Darwin

Direct na Pearl Harbor werd de Hiryū gedetacheerd om deel te nemen aan de slag om Wake Island. Haar vliegtuigen bombardeerden grondposities en vernietigden de overgebleven geallieerde luchtmacht, wat bijdroeg aan de Japanse overwinning. Begin 1942 ondersteunde het schip de Japanse invasie van Nederlands-Indië en voerde luchtaanvallen uit op doelen in Australië, waaronder de havenstad Darwin.

Hiryū’s Hoogtepunten en Ondergang

De Slag in de Indische Oceaan

Na de successen in de Stille Oceaan nam de Hiryū deel aan de Indische Oceaan Raid in april 1942. Samen met de vliegdekschepen Akagi, Kaga, Sōryū en Shōkaku voerde zij aanvallen uit op Britse doelen in Ceylon (het huidige Sri Lanka) en omliggende wateren. Deze operatie was bedoeld om de Britse marinebasis in de regio te neutraliseren en geallieerde scheepvaart te verstoren.

Op 5 april lanceerde de Hiryū 18 Nakajima B5N “Kate” torpedobommenwerpers en 9 A6M Zero jachtvliegtuigen tegen Colombo. Tijdens de aanval werden Britse schepen en installaties zwaar beschadigd, waaronder het zinken van de zware kruisers HMS Cornwall en HMS Dorsetshire. Vijf dagen later werd de kleine Britse vliegdekschip HMS Hermes tot zinken gebracht, evenals haar escorte, de HMAS Vampire.

Hoewel deze acties tactische successen waren, misten ze een blijvende strategische impact. De geallieerden hadden hun belangrijkste schepen vroegtijdig verplaatst, waardoor Japan de kans miste om de Britse aanwezigheid volledig uit te schakelen.

Voorbereidingen voor Midway

Na de Indische Oceaan Raid keerde de Hiryū terug naar Japan voor onderhoud en voorbereidingen voor de volgende grote operatie: de Slag bij Midway. Deze slag werd door admiraal Isoroku Yamamoto gepland als een beslissende confrontatie met de Amerikaanse marine, die de Japanse expansie in de Stille Oceaan zou veiligstellen.

De Hiryū vertrok op 25 mei 1942 samen met de Kido Butai, bestaande uit vier vliegdekschepen: Hiryū, Akagi, Sōryū en Kaga. Haar luchtgroep bestond uit 18 A6M Zero jachtvliegtuigen, 18 Aichi D3A “Val” duikbommenwerpers, en 18 Nakajima B5N “Kate” torpedobommenwerpers.

De Slag bij Midway

De Slag bij Midway, die plaatsvond van 4 tot 7 juni 1942, was een keerpunt in de Tweede Wereldoorlog. Bij zonsopgang op 4 juni lanceerde de Hiryū haar vliegtuigen tegen de Amerikaanse luchtmachtbasis op het atol Midway. Hoewel de aanval enige schade toebracht, leden de Japanse vliegtuigen zware verliezen door felle tegenstand van Amerikaanse luchtafweer en jagers.

De Amerikaanse tegenaanval

In de ochtenduren werd de Kido Butai aangevallen door Amerikaanse torpedovliegtuigen en duikbommenwerpers. Terwijl de Hiryū aanvankelijk ongedeerd bleef, werden de vliegdekschepen Akagi, Kaga en Sōryū door precisiebombardementen zwaar beschadigd en uiteindelijk vernietigd.

Als enige operationele vliegdekschip begon de Hiryū een tegenaanval. Haar vliegtuigen voerden succesvolle aanvallen uit op de USS Yorktown, waardoor dit Amerikaanse vliegdekschip zwaar beschadigd werd en later door een Japanse onderzeeër tot zinken werd gebracht. Deze actie bood echter slechts tijdelijk respijt.

De vernietiging van de Hiryū

In de late namiddag ontdekten Amerikaanse vliegtuigen de Hiryū en voerden een verwoestende aanval uit. Vier zware bommen troffen het schip, waardoor het vliegdek instortte en grote branden uitbraken. Ondanks heroïsche pogingen van de bemanning om het schip te redden, moest kapitein Tomeo Kaku het bevel geven om het schip te verlaten.

In de vroege ochtend van 5 juni werd de Hiryū door een Japanse torpedobootjager tot zinken gebracht om te voorkomen dat het schip in vijandelijke handen zou vallen. Meer dan 390 bemanningsleden kwamen om, waaronder vice-admiraal Tamon Yamaguchi, die ervoor koos aan boord te blijven als blijk van loyaliteit en plicht.

Strategische Impact van het Verlies van Hiryū

Het verlies van de Hiryū tijdens de Slag bij Midway was een zware klap voor de Japanse Keizerlijke Marine. Samen met de vernietiging van de vliegdekschepen Akagi, Kaga en Sōryū verloor Japan het grootste deel van haar elite luchtmacht en ervaren bemanning van de Kido Butai. Deze verliezen betekenden niet alleen een afname van de slagkracht van Japan, maar ook een morele tegenslag.

De Amerikaanse overwinning bij Midway markeerde een strategisch keerpunt in de oorlog in de Stille Oceaan. Het initiatief verschoof van Japan naar de Verenigde Staten, die vanaf dat moment in staat waren offensieve operaties uit te voeren, zoals de campagne op Guadalcanal. De Hiryū speelde in deze context een symbolische rol: haar vernietiging vertegenwoordigde het begin van het einde van de Japanse maritieme superioriteit.

Nalatenschap en Ontwikkeling van de Unryū-klasse

Om de verliezen bij Midway te compenseren, besloot de Japanse marine tot de massaproductie van een verbeterde versie van de Hiryū, bekend als de Unryū-klasse. Hoewel 16 schepen gepland waren, werden slechts 6 hiervan daadwerkelijk gebouwd en slechts 3 schepen in dienst genomen vóór het einde van de oorlog. Deze vliegdekschepen misten echter de technische innovaties en operationele effectiviteit van hun voorgangers, wat hun impact op de oorlog beperkte.

Herinnering aan de Hiryū

De Hiryū staat in de geschiedenis bekend als een van de meest geavanceerde vliegdekschepen van haar tijd, ondanks haar tragische ondergang. Haar ontwerp en operationele geschiedenis worden bestudeerd door maritieme historici en militaire strategen als een voorbeeld van zowel technische innovatie als de kwetsbaarheid van vliegdekschepen in moderne oorlogvoering.

Conclusie

De Hiryū was meer dan een schip; zij belichaamde de ambities en strategieën van het Japanse Keizerrijk tijdens de vroege jaren van de Tweede Wereldoorlog. Haar bijdrage aan operaties zoals Pearl Harbor en Midway benadrukt haar belangrijke rol in de Stille Oceaan-oorlog. Tegelijkertijd is haar vernietiging een krachtig symbool van de verschuiving in het machtsevenwicht die uiteindelijk leidde tot de overwinning van de geallieerden.

Bronnen en meer informatie

  1. Brown, David (1977). WWII Fact Files: Aircraft Carriers. New York: Arco Publishing. ISBN 0-668-04164-1.
  2. Afbeelding: U.S. Naval Historical Center Photograph Donation of Kazutoshi Hando, 1970., Public domain, via Wikimedia Commons
  3. Brown, J. D. (2009). Carrier Operations in World War II. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 978-1-59114-108-2.
  4. Campbell, John (1985). Naval Weapons of World War Two. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 0-87021-459-4.
  5. Chesneau, Roger (1995). Aircraft Carriers of the World, 1914 to the Present: An Illustrated Encyclopedia (New, Revised ed.). Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 0-87021-902-2.
  6. Hata, Ikuhiko; Izawa, Yasuho & Shores, Christopher (2011). Japanese Naval Air Force Fighter Units and Their Aces 1932–1945. London: Grub Street. ISBN 978-1-906502-84-3.
  7. Jentschura, Hansgeorg; Jung, Dieter & Mickel, Peter (1977). Warships of the Imperial Japanese Navy, 1869–1945. Annapolis, Maryland: United States Naval Institute. ISBN 0-87021-893-X.
  8. Lundstrom, John B. (2005). The First Team: Pacific Naval Air Combat from Pearl Harbor to Midway (New ed.). Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 1-59114-471-X.
  9. Parshall, Jonathan & Tully, Anthony (2005). Shattered Sword: The Untold Story of the Battle of Midway. Dulles, Virginia: Potomac Books. ISBN 1-57488-923-0.
  10. Peattie, Mark (2001). Sunburst: The Rise of Japanese Naval Air Power 1909–1941. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 1-55750-432-6.
  11. Polmar, Norman & Genda, Minoru (2006). Aircraft Carriers: A History of Carrier Aviation and Its Influence on World Events. Vol. 1, 1909–1945. Washington, D.C.: Potomac Books. ISBN 1-57488-663-0.
  12. Shores, Christopher; Cull, Brian & Izawa, Yasuho (1992). Bloody Shambles. Vol. I: The Drift to War to the Fall of Singapore. London: Grub Street. ISBN 0-948817-50-X.
  13. Shores, Christopher; Cull, Brian & Izawa, Yasuho (1993). Bloody Shambles. Vol. II: The Defence of Sumatra to the Fall of Burma. London: Grub Street. ISBN 0-948817-67-4.
  14. Silverstone, Paul H. (1984). Directory of the World’s Capital Ships. New York: Hippocrene Books. ISBN 0-88254-979-0.
  15. Stille, Mark (2011). Tora! Tora! Tora!: Pearl Harbor 1941. Raid. Vol. 26. Oxford, UK: Osprey Publishing. ISBN 978-1-84908-509-0.
  16. Stille, Mark (2007). USN Carriers vs IJN Carriers: The Pacific 1942. Duel. Vol. 6. Oxford, UK: Osprey Publishing. ISBN 978-1-84603-248-6.
  17. Sturton, Ian (1980). “Japan”. In Chesneau, Roger (ed.). Conway’s All the World’s Fighting Ships 1922–1946. Greenwich, UK: Conway Maritime Press. ISBN 0-85177-146-7.
  18. Zimm, Alan D. (2011). Attack on Pearl Harbor: Strategy, Combat, Myths, Deceptions. Havertown, Pennsylvania: Casemate Publishers. ISBN 978-1-61200-010-7.
  19. Milanovich, Kathrin (2022). “The IJN Carriers Sōryū and Hiryū”. In Jordan, John (ed.). Warship 2022. Oxford: Osprey Publishing. pp. 47–62. ISBN 978-1-4728-4781-2.
  20. Bronnen Mei1940